Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Aflevering 2 van Klassen: Gianny is te laat, en niet voor het eerst

9 december 2020

Gianny is te laat. Dat is niet voor het eerst. De leerplichtambtenaar vertelt hem wat hij al weet, het is de achttiende keer. Ze laat hem iets inzien: het ligt aan hem. Lijdzaam ondergaat Gianny de preek die eindigt met ‘een heel fijne dag’. Alsof het allemaal zo simpel is. ‘In de mentorles doen we niets’, zegt Gianny nog. Ik heb het gevoel dat dit het topje van de ijsberg is. Niemand vraagt hem waarom hij zo vaak te laat is. Wil hij niet naar school? Daar lijkt het op. Waarom wil hij niet naar school? School kan een fijne plek zijn. Je ziet het aan de glunderende Yunuscan, een paar wijken verder in groep 8, die zijn hand meer in de lucht heeft hangen dan langs zijn lichaam. Ik stel me een gesprek voor tussen hém en de leerplichtambtenaar. ‘Ik ben al achttien keer te vroeg, omdat we zoveel doen’, zou hij zeggen. Docent Mike Louwman keek naar aflevering 2 van Klassen en doet een aantal rake observaties.

Wie is er verantwoordelijk voor de werklust in een les? Als ik Gianny’s docent, teamleider en moeder hoor, dan lijkt de leerling daar verantwoordelijk voor. Die moet zorgen voor een serieuze werkhouding, met bijbehorende prestaties. Al het andere, het materiaal, de werkvormen, tijd, ruimte, hulp en vertrouwen, komt in het gesprek niet aan bod. Hoe zou dat in andere gesprekken zijn gegaan? Ik kijk naar Gianny. Hij verschrompelt als hij zijn moeder hoort zeggen dat hij nergens gewild is. Haar wanhopige uitbarsting gaat door merg en been. Gianny staat op knappen, maar houdt zich groot. Hij wil echt wel, maar hij weet niet hoe. Niemand biedt hem hulp aan. Ik zou niet anders zijn dan Gianny, denk ik. Ik zou me eenzaam voelen en geen stap meer durven zetten.

Ik moet denken aan Ray, een jongen uit de serie 100 dagen voor de klas, waarin programmamakers Tim den Besten en Nicolaas Veul het leraarschap verkenden. Hij lag languit op zijn stoel en weigerde regelmatig zijn oordopjes uit te doen. Ook in de gesprekken met Ray viel alleen de leerling, alleen hem, iets te verwijten. Ray hoorde het aan, met zijn oordopjes nog in, en kauwde kauwgom. Het zal wel, leek hij te denken. Hij wachtte tot hij op zijn werk was, dan was hij in zijn element. Tim kwam op bezoek. Ray kauwde kauwgom, maar daaromheen was niets hetzelfde. Hij lachte, om maar iets te noemen. ‘Kijk naar de baas’, zei Ray. ‘Hij runt het hier al jaren en toch blijft hij dit doen.’ Hij wees naar zijn dweil en naar de baas, die hem zojuist tijdens het schoonmaken op zijn kop had gegeven. Ray had direct instemmend geknikt. Zijn deel was nog niet goed schoon. Naar hem luisterde hij wel. Samen hielden ze de sportschool schoon.

In de tweede aflevering van Klassen gaat het over verwachtingen. Kinderen van hoog opgeleide ouders krijgen te maken met hogere verwachtingen dan kinderen van laag opgeleide ouders. De belangrijkste verwachting wordt uitgesproken in het schooladvies. Dat advies heeft veel invloed. Veel kinderen volgen op de middelbare school het door de juf of meester verwachte niveau. Sommigen zakken af, zoals Gianny. Als ik afga op het gesprek tussen hem, de teamleider en zijn moeder, kan ik maar één conclusie trekken: hij voldoet aan de verwachtingen. Rutger Bregman toonde in zijn boek De meeste mensen deugen aan dat dit bij uitstek iets menselijks is. Hij gaf als één van de vele voorbeelden een gevangenis in Noorwegen, zonder cellen en zonder cipiers. De gevangenis was, zoals hij het noemde ‘niet complementair’ ingericht. Criminelen werden hier niet behandeld als criminelen, maar als gewone burgers, opdat ze dat weer konden worden. Naar geen enkele andere gevangenis keerden zo weinig personen na hun vrijlating terug. De ex-gedetineerden handelden naar verwachting.

Met regelmaat vang ik op school gesprekken op over de vraag wie een mavo-, havo- of vwo-leerling ís. De determinatie is nergens zo determinerend als in het onderwijs. Ik vroeg eens aan een leerling of hij wist wat een synoniem betekende. ‘Nee’, zei hij. ‘Ik hoef het onderdeel synoniemen niet te kennen, kijk maar in het boek.’ Ik keek hem aan en stelde de vraag nogmaals. Hij wist het. ‘Mag ik nu naar het vwo?’ vroeg hij. In hetzelfde schooljaar gaf ik een examenleerling in mijn feedback op haar mondeling mee dat ze niet echt de diepte in ging, waardoor het goed was, maar niet meer dan dat. ‘Maar je vroeg helemaal niet om de diepte in te gaan’, mopperde ze en ze had helemaal gelijk. Later, op de diploma-uitreiking, zei ze: ‘Volgens mij was havo voor mij prima, maar had ik bij Nederlands en Engels best vwo aangekund.’ Wij hadden haar die kans niet gegeven.

Welke kansen krijgt Anyssa? Wat geeft straks de doorslag in het schooladvies? Anyssa is elf jaar en wordt opgevoed door haar opa en oma. Mama wil Anyssa terug, maar opa heeft haar identiteitsbewijs veilig opgeborgen. Zo makkelijk geven ze hun kleindochter niet terug. Anyssa maakt zich zorgen over haar zieke opa, over de ingewikkelde situatie waarin ze met zijn allen zitten. Juf Jolanda maakt zich ook zorgen, over Anyssa. ‘Het gaat om jouw toekomst’ zegt ze. Anyssa knikt. Haar toekomst hangt af van een aantal oefeningen. Juf Jolanda laat het zien, in een schema. Als ze af zijn, kan Anyssa misschien naar het vwo. Anders niet.

‘We selecteren te vroeg’, zegt Marjolein Moorman, wethouder onderwijs in Amsterdam. De selectie zorgt voor druk, voor het (moeten) voldoen aan verwachtingen, voor een hiërarchie waarin je kunt slagen en zakken, zo diep dat je naar een bepaalde school ‘gestuurd’ wordt. De lol is eraf. Alles moet en als het niet lukt, dan faal je. We zien het aan Gianny en zijn vrienden, op een rij achter de computer. Ze doen er alles aan om zo snel mogelijk van de oefening af te zijn, zodat ze iets voor zichzelf mogen doen, even kunnen ontsnappen aan de verwachtingen.

Op de basisschool, waar niveaus nog niet de dienst uitmaken, is er geen ontsnappen aan. In de klas waar directeur Thea te gast is wil iedereen naar de profijtklas. Wat is er leuker dan extra uitdaging op de woensdagmiddag, zonder de druk om te presteren? Voor Vera ligt het anders. Haar moeder geeft in een gesprek met de juf aan dat er meer inzit dan er uitkomt. De profijtklas kan haar naar het vereiste niveau brengen. Vera oogt gestrest en gefrustreerd. Ze schudt meewarig het hoofd wanneer een klasgenoot, met wie ze een sollicitatiegesprek voert, in de lach schiet. ‘Praat dan’, zegt ze. ‘Je doet precies niks.’ Vera moet wachten. Zo wordt het nooit havo, hoor je haar (moeder) denken.

Extra uitdaging, maar dan voor iedereen: we zien groep 8, op bezoek bij Hortus. Yunuscan stopt gulzig een stuk chocola in zijn mond. Hij is vandaag zowel proefpersoon als onderzoeker, samen met de rest van de klas. Aangevoerd door de chocola rennen de leerlingen op planten af die ze kunnen benoemen en anders maar wat graag hadden benoemd. Hun enthousiasme is hartverwarmend en overtuigend. Hier kan geen puberteit tegenop. Gianny, twee jaar verder, hoort in het gesprek met zijn moeder dat hij wat aan zijn motivatie moeten doen. Hij neemt het aan. Zou hij het ook echt geloven? Ik niet. Iedereen is gemotiveerd, ook Gianny. Ik ken de precieze geschiedenis niet, maar als ik hem zie, zie ik een jongen die vastzit, samen met zijn motivatie. Hij zit vast op een school waar niemand naartoe wil. Daarom doet hij maar wat er van hem verwacht wordt: hij komt te laat.

Klassen legt prachtig en pijnlijk een zenuw bloot. We zien een rij voor de leerplichtambtenaar, in een land waar leerlingen naar school mógen. Op school mogen ze zichzelf, elkaar en de wereld leren kennen. Dat leren gaat helemaal vanzelf, totdat wij het onderbreken of onder druk zetten. Laten we, kortom, niet complementair zijn aan het systeem, maar leerlingen helpen om daar te komen waar ze naartoe willen. Dat is bij iedereen dezelfde plek: vooruit.

Mike Louwman is docent Nederlands op het Haags Montessori Lyceum.

Alle publicaties over 'Klassen'

 

Reacties

2
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Lisette Rinke de Wit
1 jaar en 11 maanden geleden

Helemaal eens! Als leerlingen de verantwoordelijkheid hebben voor hun leren, geef die dan ook. Laat hen meedenken over wat het waard is om te leren, hoe zij dat leren kunnen bewijzen en hoe zij een bijdrage kunnen leveren aan de wereld. Want dat is wat ieder kind wil. Kortom, beter onderwijs, beter assessment. Laten we eens hiernaar kijken: https://www.ibo.org/globalassets/digital-toolkit/brochures/corporate-brochure-en.pdf
Er zijn al schuilen in Nederland die dit doen, met verbluffend resultaat.

Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Ciska Koelemij
1 jaar en 11 maanden geleden

Mooi gezien! Wat ik altijd treffend vind zoals in situaties met Gianny. " Je moet iets aan je motivatie doen." Hoe dan? Is mijn gedachte, wie begeleid deze mooie jonge knul in het motiveren, het terugvinden van zijn vertrouwen, zijn gevoel dat hij ertoe doet, dat zijn aanwezigheid van meerwaarde is. Wie geeft hem die complimenten ? Serieus, mijn hart doet zeer bij zo'n gesprek met zo'n uitspraak.

Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief