Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Hoeksteen-onderwijs: een pedagogische opdracht en vragen waarmee je samen op reis kunt zijn’

9 juli 2019

Hoeksteen-onderwijs noemt Martin Ooms het. En gedurende het bezoek aan deze basisschool in Spijkenisse worden de ingrediënten me duidelijk. ‘De praktijk en de vorm vloeien voort uit de pedagogische opdracht die we met elkaar voelen', zegt schoolleider Ooms, ‘en uit dé vraag die we onszelf daarbij dagelijks stellen: hoe willen we met elkaar en de kinderen omgaan? Een vraag waarop niet één antwoord mogelijk is, maar waarmee je wel samen op reis kunt zijn.’

Op NIVOZ-platform hetkind vind je meer schoolportretten en video's. Klik hier


Op de wand van zijn werkkamer lees ik de thema’s van het laatste gesprek dat hij erover heeft gevoerd. Ooms verwelkomt in het nieuwe schooljaar weer acht nieuwe leraren. Op een totaal van 27 is dat best een ingrijpende situatie, dus is hij met zijn team al tevoren aan de slag gegaan. ‘Om ook de nieuwe mensen aan het gesprek deel te laten nemen over wat we hier met elkaar doen en willen. We gebruiken namelijk bepaalde begrippen en taal op deze school, maar wat verstaan we daar eigenlijk onder? Dat gesprek is essentieel om de verbinding te kunnen maken. En daar gaat het in een team om.’

Niet zozeer een introductie of kennismaking dus, maar eerder een ontmoeting. Foute antwoorden zijn er niet. Want door erover te praten, laad je een begrip en kom je tot een gemeenschappelijke taal die ook in de praktijk steeds meer betekenis krijgt. Daar waar het werk eigenlijk gebeurt. ‘We hebben een paar jaar terug een traject Pedagogische Tact gedaan en we hebben het vanuit de missie over drie bedoelingen van onderwijs, over kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming (Biesta). En over motivatiebegrippen als autonomie, relatie en competentie (Stevens), naast welbevinden en betrokkenheid. Mijn ervaring is dat mensen daar heel verschillende woorden aan geven. Niet erg natuurlijk, maar wel goed om jezelf en elkaar daarin te horen. En mogelijk in die ontmoeting van elkaar te leren.’

Socialisatie hoorde Ooms laatst iemand zeggen, dat is dat leerlingen moeten kunnen samenwerken. Hij ziet het zo: socialisatie is weten in wat voor wereld je gaat terechtkomen, welke regels en structuren zijn er? Daar wordt soms ook burgerschapsvorming aan gekoppeld. ‘Maar dan komt er een methode of een handboek en voor je het weet, zet je een idee over goed burgerschap vast en ben je over de lijn.’ In het gebied van persoonsvorming hebben we het te doen, zegt hij daarom. ‘Dat is het opvoeden. Hoe ga je met elkaar om? Hoe kijk je naar jezelf, naar je omgeving? Is dat met zelfvertrouwen? En wat doe je wel, wat doe je niet? De pedagogische opdracht staat centraal. Het gaat om het vinden van een balans.’

Het typeert de schoolleider die Ooms - verbonden aan de NIVOZ-coalitie - zegt te zijn geworden. Wat minder dicht op de zaak, en op de ander zitten, maar meer ruimte geven en aandacht voor de natuurlijke gang en levensloop, voorbij het oordeel en de normativiteit. ‘Ik heb flink te doen met leerlingen die gebukt gaan onder het schoolsysteem, die te horen krijgen dat ze iets niet kunnen en  faalangstig worden. Daar hebben we met elkaar in het onderwijs echt iets te doen. Ik zie graag gelukkige mensen – docenten en kinderen, die betrokken zijn in wat ze doen en plezier hebben en dat ook uitstralen. En daarin kunnen we op school en met ouders een belangrijk verschil maken.’

We lezen samen het statement dat hij al eens schreef en als schoolleider wil maken. En komen als vanzelf te spreken over zijn eigen biografie, die er natuurlijk niet los van gezien kan worden. Ooms groeide op in Rotterdam-Zuid – in de volkswijk Charlois. Hij voetbalt er – bij TOGR - en dat blijft zijn hele leven zo. ‘Sporten is wel altijd een must geweest ja. Vooral vanwege het sociale karakter. Het geeft me plezier en het is vertrouwd.’ Met zijn veteranenteam moest hij vier jaar terug verkassen, omdat zijn club werd opgeheven. Het werd Portugaal. ‘Maar niet voordat we goed hadden uitgezocht of die club ons paste.’

Ooms heeft een jongere zus en was het oudste kleinkind in een grote, hechte familie. Als zodanig voelde hij zich misschien wat te verantwoordelijk, zegt hij. ‘Ik had vaak een leidende rol. Martin weet ‘t wel, werd er vaak gezegd.’ Maar achter dat eigenwijze, ogenschijnlijk stevige karakter zat tegelijkertijd een onzeker, faalangstig jongetje. Zeker toen er op school op wat kwetsbare knoppen werd gedrukt. ‘Ik kon niet spellen. Zo kreeg ik het te horen. En niet één keer. Dat heeft zich als overtuiging in mijn hoofd genesteld. Daarmee verdwijnt ook de motivatie voor zo’n vak en is er een fixed-mindset geboren. School zei dat ik naar de mavo moest. Maar mijn moeder stuurde me naar de havo. Zij geloofde denk ik wel in me. Maar ik moest de brugklas direct al overdoen. En eigenlijk was die hele middelbare schooltijd niks aan. Alles waar ik moeite voor moest doen, of kon falen, liet ik snel liggen. Ik verveelde er me en haalde van alles uit. En taal was een ramp.’

Ik kon niet spellen. Zo kreeg ik het te horen. En niet één keer. Dat heeft zich als overtuiging in mijn hoofd genesteld. Daarmee verdwijnt ook de motivatie voor zo’n vak en is er een fixed-mindset geboren.

Een pilotenopleiding in diensttijd – ‘daar moest ik Engels voor leren’ – of een studie als planoloog in Eindhoven – ‘daarvoor moest ik uit huis en ik voelde me gebonden aan Rotterdam’ – liet hij vanwege de moeite lopen. Dus werd het de Kweekschool met den Bijbel en stond hij een paar jaar later als leraar voor de klas. ‘En ik was zeker in die beginjaren echt een slechte leraar. Joh, ik ging er echt vanuit dat iedereen zo dacht zoals ik en kon me absoluut niet in een ander verplaatsen. En ik had grote moeite met autoriteit. Pas veel later wist een collega – Cees – me te bereiken. Hij vertelde me dat ik misschien wat meer achterover moest gaan hangen. Toen begon er iets te schuiven.’

Hij raakt ontroerd als hij erover spreekt, zoals de 57-jarige Ooms merkt dat hij sowieso gevoeliger is geworden. ‘Het zal de leeftijd zijn,’ merkt hij op. Zo heeft hij vorig jaar als meerschoolse directeur afstand gedaan van het werk op CBS De Duif – ook onderdeel van de Vereniging voor Christelijk Primair Onderwijs (VCPO) – al deed dat ook een beetje pijn. ‘Ik ben daar meer dan 30 jaar geweest, hé.’ De Duif zit op twee locaties in Waterland en bracht specifieke zorgen met zich mee. ‘In een deel van de wijk is sprake van armoede. De veelheid aan probleemvragen die op me af kwamen, werd me soms te veel. Ook in combinatie met deze school. En er stond gelukkig een goede opvolgster klaar.’

Daarnaast blijft er op CBS De Hoeksteen ook het nodige te doen, zeker als het om de toekomst gaat. De school groeide van 180 naar 310 leerlingen, omdat er weer jonge gezinnen in Schenkel – gebouwd eind jaren tachtig  – zijn komen wonen. En omdat er ook kinderen uit de nieuwbouwwijk De Elementen, dat nog geen basisschool heeft, zich aanmelden. Daardoor is het met de ruimte soms schipperen. ‘Schenkel is een beetje gekke wijk, er zijn hier nauwelijks winkels, er is veel openbare ruimte zoals dit grasveld voor onze school, en er staan wat duurdere woningen. De eerste bewoners worden echter ouder en trekken weg. Daardoor trekt het weer aan. Onder de wat jongere bewoners is wel weer meer verborgen armoede, zoals ik het noem. Ook omdat er wat vaker wordt gescheiden.’

De gemeente deed eerdere huisvestingsbeloftes die niet nagekomen werden. ‘We zouden in maart een nieuwe, tweede locatie hebben hier, maar dat is in januari afgeblazen.’ Inmiddels staat er een port-a-cabin op het schoolplein voor de kleuters, nadat al eerder twee groepen 7 en 8 zijn ingetrokken bij de Piramide, een openbare basisschool, op tien minuten fietsen van de school. ‘Maar kleuters kun je met deze warmte niet in zo’n noodvoorziening zetten, hebben we gemerkt. Dus volgend schooljaar gaan er twee kleutergroepen naar de andere locatie. En komen de groepen 7 en 8 weer in een nieuwe noodvoorziening bij de Piramide terecht.’

De laatste week van augustus, aan het einde van de zomervakantie, gaat Ooms met z’n team spullen verhuizen. Ouders zijn er niet blij mee, ‘zij kiezen bewust voor deze school, voor dit gebouw, maar krijgen te horen dat ze hun kind toch tijdelijk naar een schoolgebouw verderop moeten brengen. Dat is niet wat je wilt.’ Maar belangrijker is dat Ooms en zijn team het typische Hoeksteen-onderwijs overeind kunnen houden. ‘We staan goed aangeschreven. Kunnen ons werk legitimeren, onze besluiten verantwoorden. Zonder dat we een specifiek concept aanhangen. We hebben hier een beetje van alles wat, zou ik eerder zeggen. Dat heeft zich gaandeweg zo gevormd.’

Een van die keuzes betreft het samenbrengen van leerlingen uit groep 4/5/6 sinds dit schooljaar. ‘Kinderen beginnen de dag in hun stamgroep, dat werkt bij expressievakken en wereldoriëntatie al prima. Technisch lezen en begrijpend lezen vindt plaats in niveaugroepen. Bovendien kunnen kinderen ook voor zichzelf gaan werken in de stille, centrale ruimte. Daar kunnen ze dan weer met oudere leerlingen optrekken of geholpen worden. Als ze het natuurlijk zelf aankunnen. Maar daar is ook toezicht op. Omdat we van vier stamgroepen 4/5/6 in de praktijk naar drie jaargroepen gaan, creëren we als het ware een extra leerkracht, die flexibel kan worden ingezet. We signaleren daardoor sneller zaken om vervolgens te doen wat nodig is.’

Juist in deze leeftijdsfase, waarin kinderen taal gaan geven aan hun eigen wereld is die leefwereld vanuit verbondenheid volgens Ooms van belang. Het schoolklimaat heeft grote aandacht. Zorgen voor jezelf en de ander, noemt hij het motto waarmee De Hoeksteen zich vanuit die kern wil profileren. De geveltekst ‘bouwstenen voor de toekomst’ raakt – zo geeft hij toe - niet meer echt de essentie van het leren en leven op zijn school. ‘Goed zorgen voor jezelf zit vast aan goed zorgen voor de ander. Het zit hem voor mij in de wederkerigheid van de ontmoeting, van de relatie, van ik en de ander. Daarom zet ik mijn vraagtekens soms bij gepersonaliseerd leren. Het contact met de ander is wezenlijk in de vorming van elk mens.’

Goed zorgen voor jezelf zit vast aan goed zorgen voor de ander. Het zit hem voor mij in de wederkerigheid van de ontmoeting, van de relatie, van ik en de ander.

En zo zijn er meer accenten gelegd die de identiteit van de school en deels ook de  schoolleider verraden. Ruimte, tijd en criteria zijn de sturingsmechanismes die worden gevolgd in het pedagogisch en didactisch handelen. Maar er wordt geen haast meer gemaakt, als het bijvoorbeeld om lezen gaat. Ook al wordt er in de citotoets wel mee gerekend. Op De Hoeksteen is gekozen voor Redzaamheidslezen, dat zoveel wil zeggen dat leerlingen vooral de tekst leren te verstaan in plaats van ze goed en snel uit te spreken. Aan de leesmethode zit tegelijk onderzoek van Luc Koning vast. ‘Leerlingen van ons scoren daardoor misschien wat lager, maar weten wel weer beter wat ze lezen.’

Duidelijk is dat er bij De Hoeksteen veel beweging is, maar dat het er niet per se onrustig door hoeft te worden. ‘We hebben hier bewust ook veel onderwijsassistenten die het vertrouwen krijgen en het team vangt elkaar op als er iemand door omstandigheden even uitvalt of weg moet.’ Zijn eigen werkruimte – toch niet al te groot – is tijdens ons gesprek ook de plek waar Michel de administratie komt doen en ook IB’er Marloes Kreuze zich af en toe meldt en werk moet verrichten. Flexibiliteit is op deze morgen troef, maar Ooms weet dat hij tegelijkertijd zaken voor zichzelf duidelijk en gestructureerd kan houden. ‘Dan kan ik in het moment mijn gedachten laten gaan en ben ik helder.’

Want er liggen genoeg uitdagingen. Hij wil alle leerlingen in groep 8 een paar keer mee laten draaien op middelbare scholen, zodat die overgang soepeler verloopt. ‘Daar voorkom je veel problemen mee.’ Hij denkt na over een nieuwe school – op een nieuwe locatie waar over vijf jaar onderwijs aan 600 leerlingen gegeven gaat worden, zoals het in de gemeenteplannen staat. ‘Dat moet de modernste school van Spijkenisse gaan worden,’ zegt de gemeente. Er is een op handen zijnde fusie – over een jaar – tussen VCPO en Prokind, de basisscholen in het openbaar onderwijs. ‘Spannend, zeker voor scholen die nog niets met elkaar te maken hebben gehad, want mensen zijn bang hun identiteit te verliezen. Al weet ik dat we op De Hoeksteen daar al iets in hebben gedaan.’

www.dehoeksteen-vcpo.nl

Martin Ooms is schoolleider op de CBS De Hoeksteen in Spijkenisse. en maakt al een aantal jaren deel uit van de NIVOZ-coalitie.

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief