Ontdekken wat het betekent om iemand te zijn: vrij, verbonden en verantwoordelijk
10 november 2025
Stel je een school voor waar je je eigen nieuwsgierigheid mag volgen. Waar je zelf bepaalt wat je doet, wanneer, hoe en met wie. Een school die uitgaat van het idee dat ieder mens mag leven en leren voor hart en ziel. Dat klinkt misschien als een recept voor egocentrisme: kinderen die vooral met zichzelf bezig zijn en niet leren dat je nu eenmaal dingen moet doen die erbij horen in een samenleving. In werkelijkheid zien we het tegenovergestelde gebeuren: juist in die vrijheid groeit verantwoordelijkheid. Dit essay verkent hoe die verbinding tussen vrijheid en verantwoordelijkheid zichtbaar wordt in Sociocratische Leeromgeving LOS Deurne (LOS)[1]. Begeleiders Annemiek Kamp en Mariken Althuizen onderzoeken hoe een leeromgeving die kinderen ruimte geeft om hun eigen weg te kiezen, juist ook bijdraagt aan morele en relationele vorming. Daarbij bouwen ze op de ideeën van Joep Dohmen[2], Peter Gray[3] en de traditie van bildung en laten ze zien hoe deze filosofische inzichten concreet vorm krijgen in de pedagogische praktijk van LOS.
LOS is een democratische school[4] en geeft dus kinderen de tijd en ruimte om zichzelf te leren kennen door te spelen en te ontdekken en te ervaren dat hun stem ertoe doet. Kinderen leren zelf de regie over hun leven te nemen. ”Het product van een democratische school is een communicatieve zelfstuurder. Een mens die het leven kan leven.”[5].
In de ruimte en vrijheid én in de relatie met anderen, ontdekken wie je bent, wat je mag ontvangen en wat je kunt brengen. Niet voor zichzelf alleen, maar als deel van een samenleving, waar zij actief in kunnen deelnemen en aan kunnen bijdragen.
Samen mens zijn: autonomie in verbondenheid
Filosoof Joep Dohmen[6] benadrukt dat vorming ook altijd sociale vorming is: we leren wie we zijn in de ontmoeting met de ander. Mensen zijn weliswaar autonoom – we maken onze eigen keuzes – maar nooit volledig onafhankelijk. We leven in voortdurende wisselwerking met anderen, beïnvloed door relaties, situaties en verwachtingen. Autonomie is een noodzakelijke voorwaarde voor zelfvervulling, maar krijgt pas werkelijk betekenis in relatie tot anderen. Dohmen spreekt dan ook over relationele autonomie, de vrijheid om je leven vorm te geven in verbondenheid met anderen.
Bij LOS wordt deze visie vertaald naar de dagelijkse praktijk waarin natuurlijk leren centraal staat: kinderen mogen leren op hun eigen manier en in hun eigen tempo, eigen keuzes maken, en daar verantwoordelijkheid voor dragen. Ze ontdekken dat keuzes ook gevolgen hebben voor anderen. Groei in autonomie gaat hand in hand met groei in verantwoordelijkheid: van ‘ik’ naar ‘jij’, van ‘jij’ naar ‘wij’ (en omgekeerd). Deze visie weerspiegelt het idee van relationele autonomie: vrijheid en verbondenheid zijn geen tegengestelden, maar gaan hand in hand.
Bildung anno 2025: persoonlijke vorming en moreel actorschap
Zelf je leven leren vorm geven, vraagt naast relationele autonomie om het ontwikkelen van actorschap[7]. Dohmen beschrijft dit als het vermogen om jezelf te sturen, keuzes te maken en verantwoordelijkheid te nemen, juist binnen die complexiteit van het leven van iedere dag. Het gaat om een leerproces, waarin je je steeds meer bewust wordt van de speelruimte die je hebt en hoe je je verhoudt tot verschillende invloeden.
Betekenisvolle anderen spelen hierbij een belangrijke rol. Andere mensen kunnen ons opleiden (ausbilden), maar ons zelf vormen (bilden) kunnen we alleen maar zelf vanuit een eigen oriëntatie en innerlijke motivatie[8]. Je werkt eraan om op jouw manier in de wereld te zijn. Dit gaat verder dan persoonlijke vorming alleen; het gaat ook over maatschappelijke betrokkenheid, waarin moreel oordelen en kritisch denken, of moreel actorschap zoals Dohmen het noemt, worden versterkt.
Onderwijs speelt een belangrijk rol in de ontwikkeling van dit moreel actorschap. Het is er uiteraard op gericht om kennis en vaardigheden op te doen, maar het is ook een plek van persoonsvorming, waar kinderen ontdekken wie ze zijn en hoe ze ze zich verhouden tot een grotere wereld (bildung). Dohmen, maar ook Bohnenn en De Greef[9] en Gude[10] benadrukken dat bildung mensen stimuleert tot een open, nieuwsgierige houding tegenover zichzelf, anderen en de samenleving en dat bildung onmisbaar is voor een samenleving waarin mensen zich verantwoordelijk weten voor zichzelf én voor het grotere geheel. Persoonlijke ontwikkeling en betrokken burgerschap zijn dus onafscheidelijk: iemand die zichzelf leert kennen, ontwikkelt ook het vermogen om verantwoordelijkheid te dragen voor de wereld om zich heen.
Bij LOS begeleiden we leerlingen in dit proces van zelfontwikkeling, zodat ze, in vrijheid en in de relatie met anderen, kunnen ontdekken wie ze zijn en hoe ze bij kunnen dragen aan de wereld om hen heen. Zelfkennis vormt daarbij de basis. Alleen wie zichzelf kent en leert varen op een innerlijk kompas, ontwikkelt het vermogen om richting te geven aan zijn of haar leven. Dat vraagt om reflectie: stilstaan bij wat je voelt, wat je wilt en waar je voor staat. Het vraagt ook om moed – om keuzes te maken, fouten te durven maken en erkennen en jezelf steeds opnieuw uit te vinden.
Verantwoordelijkheid en betrokkenheid
Pas wanneer je verantwoordelijkheid kunt nemen voor jezelf, ontstaat er ruimte om ook verantwoordelijkheid te dragen voor anderen en voor het grotere geheel waarin je leeft. Moreel actorschap vraagt om betrokkenheid: kun je zien wat jouw handelen betekent voor anderen? Ben je bereid bij te dragen aan iets dat verder reikt dan je eigenbelang? En stel je jezelf de vraag wat goed of rechtvaardig is in een bepaalde situatie? Dit zijn fundamentele morele vragen die kinderen al jong mogen leren herkennen en verkennen in hun dagelijkse handelen.
Bij LOS oefenen leerlingen dit stap voor stap. Ze nemen bijvoorbeeld verantwoordelijkheid voor hun eigen veiligheid door de presentielijst zorgvuldig in te vullen. Ook het brevettensysteem in de verschillende functionele ruimtes van LOS sluit hierbij aan: leerlingen leren eerst met de materialen en de ruimte om te gaan en dragen zorg voor zichzelf, en groeien daarna door naar verantwoordelijkheid voor anderen en het geheel.
Wie die stap maakt, leert ook zorgzaam en ondersteunend te zijn. Dat zien we terug in gezamenlijke activiteiten, waarin oudere leerlingen jongere helpen — en soms ook andersom. Zo ontstaat een cultuur van betrokkenheid, waarin iedereen bijdraagt aan een veilige en prettige leeromgeving.
Intitiatief: groeien in zelfsturing
Verantwoordelijkheid is ook nauw verbonden met initiatief. Initiatief nemen betekent vanuit jezelf in beweging komen – niet omdat iemand het je vraagt, maar omdat je voelt dat er iets is wat gedaan mag worden. Het is een uitdrukking van intrinsieke motivatie: iets bijdragen dat van waarde is, voor jezelf en/of voor een ander.
Dat vermogen ontstaat en groeit niet vanzelf. Daarvoor is ruimte nodig: om te mogen kiezen, te proberen en jezelf te zijn. Kinderen leren pas echt verantwoordelijkheid nemen wanneer ze kunnen ervaren wat hun eigen keuzes teweegbrengen. Wat van jou is, daar voel je je mee verbonden; je wilt er zorg voor dragen. Die ervaring – dat je handelen betekenis heeft, dat jouw stem en aanwezigheid ertoe doet – vormt de basis voor het ontwikkelen van eigenaarschap.
Bij LOS krijgt dit oefenen met verantwoordelijkheid en initiatief een duidelijke plek. Via de basisafspraken en in de dagelijkse praktijk worden kinderen steeds opnieuw uitgenodigd om hun eigen leven te leven en zelf keuzes te maken. Zo ontdekken ze dat ze zelfstandig mogen zijn én dat ze ook daadwerkelijk zelfsturend en zelfredzaam kunnen handelen. Ze leren hun innerlijk kompas serieus nemen en ervaren dat ze over voldoende veerkracht beschikken om ook moeilijke situaties aan te kunnen. Tegelijkertijd leren ze dat ze mogen leunen op anderen wanneer dat nodig is. Zo groeien kinderen uit tot mensen die zichzelf kennen, initiatief durven nemen en zich verbonden weten met de wereld om hen heen.
Veilige sociale ruimte
De ontwikkeling van initiatief en verantwoordelijkheid is verweven met veiligheid. Kinderen durven pas iets te proberen als ze weten dat fouten maken oké is en dat ze niet afgerekend worden op wat ze nog niet kunnen. Psychologische veiligheid is daarom essentieel: het gevoel dat je mag zijn wie je bent én mag experimenteren en leren.
In een veilige ruimte ontdekken kinderen dat hun initiatief betekenis krijgt wanneer het ergens toe leidt: als een idee werkelijkheid wordt, iemand er iets aan heeft, of als er iets verandert. Zo ervaren ze dat ze kunnen bijdragen en hun handelen ertoe doet. Dit legt de basis voor morele afweging: het besef dat keuzes altijd plaatsvinden in een groter geheel.
Gaandeweg ontwikkelen kinderen hun eigen normen en waarden. Normen helpen bij het dagelijks samenleven – bij LOS zijn dat bijvoorbeeld de basisafspraken. Waarden zijn de motieven en idealen die richting geven aan iemands handelen. Samen vormen ze een ‘ethische horizon’[11], een innerlijk kompas dat met het kind meegroeit. Vanuit een stevig ‘ik’ kunnen kinderen zich werkelijk richten op anderen – op het ‘jij’, het ’wij’ en uiteindelijk op de wereld om hen heen.
De sociale omgeving speelt hierin een cruciale rol. Door anderen te zien die verantwoordelijkheid nemen of initiatief tonen, leren kinderen wat dit in de praktijk betekent. In de interactie ontstaan vragen zoals: wat vraagt deze situatie van mij? Wat betekent mijn keuze voor de ander? Begeleiders zijn hierbij belangrijke voorbeelden en veilige spiegels; zij helpen kinderen ontdekken wie ze zijn, wat ze mogen ontvangen én wat ze kunnen bijdragen.
Bij LOS moedigen we kinderen voortdurend aan om hun eigen leven vorm te geven. Intitiatief mag er zijn en we bieden daarvoor oefenruimte. Kinderen leren dat ze zelf keuzes mogen maken, en ook dat ze die keuzes kunnen dragen. Dit wordt concreet in bijvoorbeeld de LOS-Kring. In de kring worden initiatieven besproken, verrijkt door verschillende perspectieven en omgezet in gedragen besluiten.
Natuurlijk Leren[12] is een onderwijsvisie die het kind volgt in plaats van een vast plan oplegt. Binnen LOS is leren zoals het leven zelf — spontaan, betekenisvol en verbonden met de eigen ervaring. Het vindt plaats wanneer een kind intrinsiek gemotiveerd is en zich veilig voelt om te ontdekken. In het Leerdoelenverzamelalbum houden kinderen bij welke kerndoelen ze beheersen. Dit ondersteunt hun zelfstandigheid, eigenaarschap en zicht op hun eigen ontwikkeling.
Zo leren kinderen bij LOS zelfstandig, zelfsturend en zelfredzaam zijn, initiatief te nemen en verantwoordelijkheid te dragen, terwijl ze ook leren vertrouwen op zichzelf en anderen. Ze groeien uit tot mensen met een sterk innerlijk kompas, betrokkenheid en moreel bewustzijn – mensen die weten wie ze zijn én wat ze kunnen betekenen.
Ze groeien uit tot mensen met een sterk innerlijk kompas, betrokkenheid en moreel bewustzijn – mensen die weten wie ze zijn én wat ze kunnen betekenen.
Je actorschap verder uitbreiden
Ontdekken wie je bent, wat je wil en kan en zelf keuzes maken is vaak niet eenvoudig. Introspectie alleen is niet altijd voldoende. Het is helpend dat je je uitspreekt en zo goed mogelijk verwoordt wat in je leeft en wat je wilt. Door in taal of beeld uit te drukken wat je bezig houdt, kun je het onderzoeken, corrigeren en preciezer maken. Soms zul je zo ontdekken dat iets wat je dacht te willen niet van jou is, maar van iemand anders. Je mag kritisch kijken naar je eigen verlangens, en er mee instemmen als ze kloppen voor jou. Zo breidt je, volgens Dohmen, je actorschap steeds verder naar binnen uit.
Bij LOS vragen we leerlingen tijdens het Beeldvormend Gesprek (BVG) een beeld te schetsen van zichzelf aan de hand van vragen: Hoe gaat het met je? Waarin ben je gegroeid? Heb je ergens behoefte aan? Waar droom je van? Ook de beelden van ouders en begeleiders worden gedeeld. De leerling reflecteert op wat gezegd is. Wat sluit aan bij het eigen beeld en wat wil de leerling toevoegen aan het eigen beeld, of waarin herkent de leerling zichzelf niet? Zo krijg je meer inzicht in jezelf en in wat je wil. Van daaruit weet je waarmee je wil oefenen en voor wie of wat je in de wereld verantwoordelijkheid wil dragen. Een goed zelfbeeld maakt actorschap mogelijk. Het zorgt ervoor dat je zelf aan het stuur blijft staan van de keuzes die je maakt en minder gevoelig bent voor disciplinering of manipulatie door anderen.
Erkenning door de ander helpt kinderen zelfrespect te ontwikkelen en versterkt hun verlangen om zichzelf te ontplooien.
De rol van ouders en begeleiders: erkenning van de ander
De ontwikkeling van je eigenwaarde begint met erkenning van de ander, in eerste instantie van ouders, en later ook van leeftijdsgenoten en andere volwassenen. Dohmen haalt Donald Winnicott aan[13]: “als je niet gezien wordt, zul je niet goed kunnen kijken.” Erkenning door de ander helpt kinderen zelfrespect te ontwikkelen en versterkt hun verlangen om zichzelf te ontplooien.
Dohmen benadrukt dat erkenning meer is dan liefde[14]: het is de basis van relaties. Erkenning hangt ook samen met persoonsvorming: “Zonder authentiek moreel actorschap en zelfbepaling kunnen mensen elkaar niet oprecht waarderen en erkenning geven.” Vrij zijn in positieve zin gaat over verbinding en afstemming, waarbij gedeelde waarden een belangrijke rol spelen.
Bij LOS noemen we dit ‘Samen mens zijn’ – het leren zijn met de ander, in wederzijdse erkenning en respect. De continue uitnodiging tot afstemming is dagelijks onderwerp van gesprek en oefening.
Erkenning geven gaat niet vanzelf. Het vraagt oefening en voorbeeldfiguren. In de omgeving van kinderen zijn dit met name begeleiders, ouders en andere kinderen. Respectvolle wederzijdse afstemming staat centraal: kinderen ontwikkelen hun eigen levenshouding in interactie met anderen.
Begeleiders en ouders ondersteunen dit proces door aanwezig te zijn, aandacht te geven, in verbinding te staan en inzicht te hebben in wat er speelt. Gesprekken vormen ons krachtigste instrument. Lisette Bastiaansen[15] geeft vanuit de theorie van presentie werkprincipes die helpend kunnen zijn in het gesprek: Vrij zijn voor het contact (niet ondertussen bezig met iets anders), open staan voor de ander (de ander nabij durven en willen laten komen), geduld (laten verschijnen in plaats van doen en interveniëren), aandachtig de betrekking aangaan via eenvoudige alledaagse contactmomenten zoals samen eten of een spel spelen. Heather Plett[16] maakt met het begrip Holding Space, de rol van de begeleider concreet: een compassievolle getuige, die de ander accepteert en steunt zonder oordeel, en daarbij de eigen grenzen en gevoel van eigenwaarde bewaart.
Dohmen verwijst naar Andries Baart[17] die erkenning beschrijft als een proces van ruimte maken voor de ander: niet meteen helpen, niet oordelen, jezelf beheersen, je verwonderen, reflecteren, je laten raken en je eigen waarden durven toetsen aan die van de ander. De ogen van de ander kunnen bemoedigen, maar ook verwarren of beschadigen als erkenning ontbreekt.
Bij LOS krijgt dit alles vorm in de basishouding en rollen van de begeleiders. Als space holders observeren zij met een open hart, luisteren ze en ondersteunen ze de moed van de leerling om een eerste stap te zetten op een nieuw en soms onzeker pad. Iedere begeleider is uniek, net als iedere leerling. Deze diversiteit zorgt ervoor dat elke leerling voor iedere fase in zijn of haar leerproces op dat moment de juiste begeleider als space holder kan benaderen.
Leren leven in het hier en nu
Dohmen maakt onderscheid tussen vier vormen van tijd[18]: natuurlijke tijd (fysische tijd), kloktijd (maatschappelijke tijd), innerlijke tijd (verleden, heden en toekomst van een individu) en persoonlijke tijd (eigen omgang met de tijd).
Ruimte geven aan Natuurlijk Leren, zoals we dat bij LOS doen, vraagt om een bewuste afstemming van de persoonlijke tijd op de andere vormen van tijd. In elk moment kiezen we hoe we omgaan met wat op ons pad is, is geweest of nog zal komen. We kunnen ons natuurlijk ritme volgen of juist verstoren.
Soms vraagt het leven om volhouden, soms om loslaten, en soms om wachten tot zich een nieuwe mogelijkheid aandient.
De maatschappij is grotendeels georganiseerd volgens de kloktijd. We kunnen daar als vanzelfsprekend in meebewegen, maar we kunnen ook onderzoeken welke afspraken werken voor onszelf én voor de wereld om ons heen. We kunnen ons neerleggen bij eerdere keuzes en hun gevolgen aanvaarden, of er op reflecteren en nieuwe wegen inslaan. Soms vraagt het leven om volhouden, soms om loslaten, en soms om wachten tot zich een nieuwe mogelijkheid aandient. Dit leerproces vraagt aandacht,geduld, doorzettingsvermogen en durf. Zelfreflectie en veerkracht zijn daarbij onmisbaar – maar ook de ander is nodig als spiegel en klankbord.
Ontdekken wat het betekent om iemand te zijn
Bij LOS staat de ontwikkeling van het kind als uniek, relationeel en verantwoordelijk mens centraal. Vanuit de overtuiging dat echte vorming – bildung – verder gaat dan kennisoverdracht, bieden we een leeromgeving waarin kinderen leven, kiezen en bijdragen.
Door ruimte te geven aan autonomie in verbondenheid, ontwikkelen zij, door leren, ontdekken en spelen. Ze ontwikkelen zelfkennis, moreel bewustzijn en maatschappelijke betrokkenheid. Daarbij leren ze verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf, voor de ander en voor de wereld om hen heen.
Zo begeleiden we onze leerlingen niet alleen in hun persoonlijke groei, maar ook in het worden van actieve, betrokken burgers: communicatieve zelfstuurders die weten wie ze zijn, wat ze waard zijn en wat zij te geven hebben. Ze ontdekken wat het betekent om iemand te zijn!
Annemiek Kamp en Mariken Althuizen zijn begeleiders bij Sociocratische Leeromgeving LOS Deurne.
[1] www.losdeurne.nl
[2] Dohmen, J. (2022), Iemand Zijn
[3] Gray, P. (2015). Free to Learn.
[4] https://www.democratischescholen.nl/
[5] Middelaar, M. van en Vis van Heemst, M. (2023). Een oase voor ontwikkeling, p.85. De term communicatieve zelfstuurder komt van filosoof Arnold Cornelis.
[6] Dohmen, J. (2022), Iemand zijn, p. 21
[7] Dohmen, J. (2022), Iemand zijn, p. 577
[8] Dohmen, J. (2022), Iemand zijn, p. 183, uit een essay van de filosoof Peter Bieri (2008), Hoe zou het zijn om ontwikkeld te zijn?
[9] Bohnenn E. & Greef, M. de (2017), (https://volwassenenleren.nl/bildung-een-antwoord-op-een-actuele-vraag/
[10] Gude, R. (2012). Tijdloze bildung. Over de agora als model voor bildung. In: Stralen, G. van & Gude, R. (Red.), ...En denken! Bildung voor leraren (pp. 33-55). Leusden: ISVW
[11] Jong, F. de, Kiezen voor wat van waarde is. Van feiten gebaseerd naar ethisch gefundeerd onderwijs. p. 83
[12] Ontwikkelingspsycholoog Peter Gray is een belangrijke inspiratiebron voor hoe wij bij LOS naar leren en ontwikkelen kijken. In zijn boek Free To Learn pleit hij ervoor om het natuurlijke leervermogen van kinderen te vertrouwen en ruimte te geven. Gray gebruikt voor deze benadering van onderwijs de term Self-Directed Education (SDE): zelfgestuurd leren.
[13] Dohmen, J. (2022), Iemand zijn, p. 560
[14] Dohmen, J. (2022), Iemand zijn, p. 581
[15] Bastiaansen, L. (2022), Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding
[16] Plett, H. (2020), The Art of Holding Space: A Practice of Love, Liberation, and Leadership
[17] Dohmen, J. (2022), Iemand zijn, p. 607-608
[18] Dohmen, J. (2022), Iemand zijn, p. 627-633 en 645-651
Reacties