Mbo-docent, ambachtelijk en kunstzinnig #3: 'Wij leiden nog te vaak pleasers op die zichzelf vergeten’
9 januari 2026
In het prachtige boek ‘Leraar zijn: ambachtelijk en kunstzinnig’ cirkelen zes auteurs rond een onderwijsthema dat tegelijk vitaal en ongrijpbaar is. Kunnen we dit ongrijpbare werk van docenten ook van dichtbij bekijken? Pieter Baay – een van de schrijvers – doet een poging en geeft in een portretreeks een inkijkje in praktijken van een mbo-docent. Meer nog dan idealen en intenties komt hun handelen (en niet-handelen) daarin naar voren. Vandaag aflevering 3, Bernie Thomas, docent Hospitality van ROC van Amsterdam | Flevoland: ‘Wij leiden nog te vaak pleasers op die zichzelf vergeten.’
Dit docentenportret is de laatste van een drieluik en wordt met toestemming van Telos Uitgeverij gepubliceerd.
Wat de drie portretten laten zien, is hoe iedere docent een eigen pedagogische oriëntatie en een eigen repertoire ontwikkelt. In die oriëntatie zoeken zij de balans tussen aandacht voor de student (‘Hé jij’) en aandacht voor de wereld (‘Kijk daar eens’). En in hun repertoire worden zij zelf authentiek zichtbaar en spelen ze met hun afstand tot de studenten. Het ene moment zijn ze streng op de (beroeps)regels en op het andere staan ze samen chips in de klas te eten. Telkens maken ze nieuwe momenten.
Het vakmanschap schuilt in het optillen van die momenten naar de wereld; hun individuele wereld en die van iedereen.
Welke aanwijzing neem jij uit onderstaand portret mee naar je eigen praktijk?
Liever tussen de studenten dan boven de stof
Bernie Thomas, mbo-docent Hospitality van ROC van Amsterdam | Flevoland.
Ik zie mezelf terug in de studenten van nu. Ook ik merkte dat een consumerende houding genoeg was om de opleiding te volgen en maakte daar dankbaar gebruik van. Ik zie dat extrinsieke beloning de belangrijkste motivator lijkt. Dat werken we met ons onderwijs ook in de hand: frontale lessen met schrijfopdrachten en deadlines. Ik bied als docent de theorie aan en daarna mag jij gaan kijken hoe het in jouw stagebedrijf werkt. Het gaat allemaal over kennis en niet over zelfinzicht. Dat vind ik frustrerend, omdat ik iets bij iemand wil aanwakkeren. Waar is het ontdekkend leren en spiegelen?
We maken in ons curriculum best gekke keuzes. De studenten hebben één stage van tien weken, waarin volgens mij heel veel observatie nodig is. Ga eens kijken hoe iemand leidinggeeft. Wat voor effect heeft dat op jou als werknemer? En wat neem jij daar dan uit mee als jij straks gaat leidinggeven aan die eerstejaars ... Maar nee, het zijn allemaal kennisopdrachten op papier. Aan het einde mogen ze een leiderschapstest doen, terwijl ze dan nog helemaal geen leiding hebben gegeven. We lijken net koeien die allemaal tegelijkertijd de stal in moeten. Dus ik zeg dan: ‘Jullie mogen alle opdrachten uit ChatGPT halen, dat maakt me niks uit. Maar ik voeg aan elke opdracht wel een beoordelingscriterium toe, namelijk: wat betekent dit voor jou?’ Zo trigger ik ook degenen die geen leiding willen geven. Ook dan zitten er vaardigheden of ervaringen in die relevant voor je zijn. Ik wil ze motiveren om te kijken: what’s in it for me? Ik wil constant die bewustwording teruggeven aan de student.
Ik wil ze motiveren om te kijken: what’s in it for me? Ik wil constant die bewustwording teruggeven aan de student.
Of neem het werken met deadlines. De regel is dat je geen feedback krijgt als je de deadline niet haalt, en je moet vier voorgeschreven tussenstapjes halen richting het einde. Dat is zó lineair. Ik vind dat heel erg, want degene die de deadline haalt, heeft vaak juist de minste feedback nodig. Juist degenen die het niet halen, hebben die feedback het hardste nodig. Dus ik zeg: ‘Je mag vier momenten kiezen om iets op te leveren voor feedback.’ Dat vinden ze heel fijn.
Wij leiden pleasers op die zichzelf vergeten
De sociale code in de hospitality is hard. In de keuken moet je gewoon incasseren. Een scheldende chef-kok à la Gordon Ramsay is echt nog geen verschijnsel uit het verleden. Zo gaat het er in sommige keukens nog steeds aan toe. Dan kunnen wij de koks wel proberen te veranderen, maar je kunt ook zeggen: dit is een omgeving waarbij dat nu eenmaal zo werkt. Onder druk is het knallen, daarna is het feest en dan drink je samen een biertje.
Maar ook richting gasten leiden we pleasers op. Laten we eerlijk zijn: de klant is koning. Je leert constant andermans verlangens te vertalen. Sterker nog, je leert zijn verlangens voor te zijn. Dus voordat jij als gast iets vraagt, weet ik al wat je wens is. Dat betekent dat je zo bezig bent met wat de ander nodig heeft, dat je heel makkelijk jezelf daarin verliest en wegcijfert.
Dat betekent dat je zo bezig bent met wat de ander nodig heeft, dat je heel makkelijk jezelf daarin verliest en wegcijfert.
Daarom vind ik het zo belangrijk dat we niet alleen naar de kwalificaties kijken, maar naar het gewenste sociale gedrag en hoe je dit vertaalt naar je eigen persoon? Ik vind het belangrijkste dat we naar de mens achter de student kijken. Dus een docent ziet een student en wat heb ik die student te leren? En een bedrijf ziet de student als werknemer en wat moet die werknemer kunnen? Het gaat mij om de mens achter de werknemer en de student.
Spiegelen is in jezelf zoeken
Dat contact met jezelf is belangrijk. In ‘Greatest Love of All’ zingt Whitney Houston: ‘I believe the children are our future. Teach them well and let them lead the way. Show them all the beauty they possess inside.’ Als we studenten hun innerlijke schoonheid willen tonen, houden we hen dus een spiegel voor. Voor mij betekent die spiegel ook je eigen kracht en passie vinden, dat je ergens in jezelf ook een held hebt. Die kracht is niet alleen bedoeld om goed voor jezelf te zorgen. Niet vanuit individualisme, maar kracht om jouw authenticiteit te kunnen behouden in het samenzijn. Dat je kunt kijken waarop je vanuit eigen kracht kunt aansluiten bij het grotere plaatje.
Ik hoor collega’s zeggen dat ze een hekel hebben aan reflecteren met mbo-niveau 2 studenten en het dus maar niet doen. Dan denk ik: zij hebben een hekel aan toetsen en dat doen we toch ook? Sommige dingen zijn niet leuk, maar wel belangrijk. En inderdaad: doe dan geen schriftelijke reflectieopdracht vol-gens STAR of SMART, want wat heeft iemand aan die stapjes? Dan gaan ze heel gekunsteld een specifiek doel stellen. Het gaat over het gesprek aangaan. ‘Wat doet dat dan met jou?’ Dat vinden ze in het begin helemaal niet leuk om over te praten, maar als je dat blijft stimuleren, zet je wel stapjes. De neiging is dan om constant maar open vragen op studenten af te vuren, omdat je als studentcoach zogenaamd geen tips mag geven. En dan blijven ze maar vragen stellen, omdat de student nog niet heeft gezegd wat de begeleider in zijn of haar hoofd heeft.
Het gaat over het gesprek aangaan. ‘Wat doet dat dan met jou?’ Dat vinden ze in het begin helemaal niet leuk om over te praten, maar als je dat blijft stimuleren, zet je wel stapjes.
Bevragen gaat voor mij om spiegelen en dat betekent dat je ook iets van jezelf moet meegeven. Ik level met ze door iets van mijn eigen levenservaring te koppelen aan wat zij vertellen. Welke keuzes had ik in een situatie? Welke keuze maakte ik en wat voor effect had dat? De bedoeling is dan niet dat je vanuit één waarheid je student gaat ondersteunen, maar wel dat je het palet aan mogelijkheden laat zien. En welke keuze maak jij als student dan zelf?
Als docent niet alwetend zijn, maar kwetsbaar
De docent van vroeger was een soort alwetende figuur die hoog boven de studenten stond. Ik laat zien dat dat onmogelijk is en dat is bijna een performance op zich, een vorm van spiegelen waarin ik mijn kwetsbaarheid laat zien. Ik ben daarin eerlijk over wie ik ben. Veel docenten denken dat ze op elke vraag uit de klas een antwoord moeten hebben. Laatst kreeg ik in een studentevaluatie de feedback: ‘Soms hebben we het gevoel dat je niet boven de stof staat.’ Toen bevestigde ik dat. ‘Dat hoef ik ook niet. Jullie willen leidinggevende in de hospitality worden, ik niet.’ Dat besef vonden ze heel leuk. En anderzijds hadden ze wel het gevoel dat ik hen zie en echt met hen in gesprek ga.
Ik weet niet of ik altijd het perfecte voorbeeldgedrag vertoon. Als je mijn directeur vraagt hoe ik omga met studenten, dan zal ze af en toe wel eens denken ‘o, o ...’, omdat ik bijvoorbeeld afwijkende meningen over thema’s zoals corona inbreng. Ik merk dat als je dat vanuit respect doet, er heel veel bespreekbaar is. Ik doe dat vanuit de groep, gewoon onder de studenten. En ik weet dat ik volwassenheid en ervaring meeneem, maar dat plaatst mij niet boven de student.
Ik weet dat ik volwassenheid en ervaring meeneem, maar dat plaatst mij niet boven de student.
Waar mogelijk doe ik dingen via een gesprek. Ook al is de opdracht ‘Schrijf over een held op het gebied van leidinggeven’, dan maak ik daar het liefst een klassikaal gesprek van. Dat vind ik tof. Dan heeft een student geen held en dan gaan anderen vragen stellen om haar te helpen om toch een held te bedenken. En dan was die student ineens helemaal verrast dat haar oom toch wel een held voor haar was.
Niet om het ongemak heen werken, maar het benoemen. Regen en zon zijn eigenlijk tegengestelden, maar daaruit kan wel zoiets moois als een regenboog ontstaan. Ik wil ze laten merken dat ze trouw aan zichzelf mogen blijven; authentiek in het samenzijn. Voor mij gaat dat terug naar het fundament van ‘er zijn met elkaar’, niet per se van inclusie of diversiteit. Dat is voor mij iets wat zo in iemands kern hoort te zitten, dat ik moeite heb met die termen. We maken er iets heel bijzonders van, terwijl het gewoon in je hoort te zitten. In onze diverse en internationale hospitality-branche is dat ook zo. Wees gewoon wie je bent, leer iemand kennen door diegene in de ogen te kijken en laat elkaar uitpraten. In onze polariserende samenleving moeten we weer met elkaar in verbinding komen, dus die empathie wil ik voorleven. Anders gaan we echt naar parallelle samenlevingen.
Wat authenticiteit betreft kan de horeca nog wel iets van het onderwijs leren. In de horeca ga je direct van probleem naar oplossing, want de gast is ontevreden. Je leert in het onderwijs om niet zomaar van probleem naar oplossing te gaan, maar even door een U-bocht te gaan waarin je vertraagt. Die U-bocht is heel behulpzaam om ook te laten zien dat je even mag stilstaan bij wat jij vindt, waar jij voor staat en wat je kunt. Ik wil dat de studenten daar gevoel voor ontwikkelen. Dan hoef je op een gegeven moment niet eens meer bewust daarop te reflecteren; dan leef je gewoon zo.
Pieter Baay werkt met Onderwijs124 en Consortium voor Innovatie aan praktijkinnovatie in het mbo. Onderwijs124 is een multidisciplinaire netwerkorganisatie dat gebruikmaakt van creatieve maakprocessen om pedagogische praktijkinnovatie te stimuleren. Consortium voor Innovatie verzorgt Dé CVI Conferentie, het Festival der Creativiteitsorde, De Nieuwe Weij, Themamiddagen in het Innovatiehuis en vele andere activiteiten om innovatie(condities) in het mbo te stimuleren.
Het boek Leraar zijn: ambachtelijk en kunstzinnig is hier te bestellen.
Rob van der Poel schreef er eerder dit artikel over: Op Ooghoogte: de levende erfenis van het leraarschap als kunstzinnige praktijk.
Reacties