Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

De moed om weerstand… dieper te verstaan

6 januari 2026

Wat vraagt het eigenlijk, de moed om weerstand te bieden? Op de cover van het nieuwe NIVOZ-magazine valt het Rob van der Poel direct op: vormgever Mark Schalken heeft ‘weer’ en ‘stand’ op twee verschillende regels gepositioneerd, in een eerder concept ook zonder verbindingsstreepje. Een keus met gevolg. Weer stand draait immers niet meer om verzet, maar om aanwezigheid. Weer stand is een uitnodiging om opnieuw te gaan staan, om in relatie te blijven wanneer het schuurt, om ruimte te maken voor wat niet direct opgelost kan worden. In dit essay onderzoekt Rob van der Poel wat er gebeurt wanneer we voor weerstand ontvankelijk raken. Zowel van jezelf als van de ander.

Ik haper bij die zin.
De moed om weerstand te bieden.
Waaraan eigenlijk? Aan wie?

De woorden klinken vastberaden, bijna strijdlustig. Alsof er iets buiten mij is dat bestreden moet worden. Zodra ik de woorden laat resoneren in mezelf, schuurt het. Mijn ervaring van weerstand is niet stoer of heroïsch. Ze is kwetsbaar, stroperig, soms pijnlijk. Ze heeft te maken met iets in mij dat niet mee kan, of nog niet mee wil, met wat er van mij gevraagd wordt.

Weerstand is voor mij geen daad, maar een toestand. Het zegt: hier klopt iets nog niet. Hier wringt iets tussen weten en voelen, tussen willen en durven.

De binnenkant van weerstand

Misschien begint moed niet bij het bieden van weerstand, maar bij het erkennen ervan.
Bij het durven voelen van de frictie in mezelf, zonder haar meteen te willen begrijpen of glad te strijken. De existentieel filosoof Emmy van Deurzen schrijft dat weerstand vaak het moment markeert waarop ons oude wereldbeeld niet meer past, maar het nieuwe nog niet geboren is. ‘We zijn dan nog niet wie we zullen worden,’ zegt ze, ‘en daarom doet het pijn.’  Weerstand is zo bezien geen blokkade, maar een overgangsgebied – een liminale ruimte waar iets nieuws vorm probeert te krijgen.

Psycholoog Carl Rogers zag ‘weerstand’ op zijn beurt vooral als bescherming. Ze is de natuurlijke reactie van het organisme dat zich nog niet veilig genoeg voelt om werkelijk geraakt te worden. Weerstand vraagt in zijn ogen niet om doorbreking, maar om bedding. Om een relationele ruimte waarin ze zachtjes mag ontspannen.

Weerstand vraagt niet om doorbreking, maar om bedding. Om een relationele ruimte waarin ze zachtjes mag ontspannen.

Tussen mij en jou

Wanneer ik mijn weerstand deel - mijn twijfel, mijn pijn, mijn onvermogen om mee te bewegen - komt er tussen ons mogelijk iets tevoorschijn. Mijn weerstand raakt aan die van jou. Wat ik niet kan dragen, resoneert misschien met iets wat ook in jou leeft. De filosoof Martin Buber zou zeggen: pas daar begint het Ik-Gij-moment. Werkelijke ontmoeting ontstaat niet in harmonie, maar in het spanningsveld waar twee werkelijkheden elkaar raken. Weerstand is dan niet het einde van contact, maar het begin van ‘echt’ contact.

Als jij mijn weerstand kunt ontvangen zonder oordeel, kan er iets verschuiven. Niet alleen in mij, maar in het tussen. Het is wat de Engelse kinderarts en psychoanalyticus Donald Winnicott als een ‘potential space’ voor interactie typeert. Dan verandert weerstand van een persoonlijke blokkade in een relationele beweging, in een uitnodiging tot dieper verstaan.

Wat het systeem laat zien

In een systemisch perspectief - denk aan Bert Hellinger - vertegenwoordigt weerstand vaak iets groters dan ons persoonlijke verhaal. Soms houd niet ik iets tegen, maar spreekt er via mij iets wat in het geheel nog geen plek heeft gekregen. Weerstand wordt dan een boodschapper van het systemische veld. Ze toont waar iets niet gezien, geëerd of geïntegreerd kon worden.

Het vraagt moed om dat niet persoonlijk te nemen, maar er met mildheid naar te luisteren. Want waar weerstand zich toont, wil iets in het systeem helen. Ze vraagt niet om correctie, maar om erkenning. Om gezien te worden met de ogen van het geheel.

Waar weerstand zich toont, wil iets in het systeem helen. Ze vraagt niet om correctie, maar om erkenning.

De natuurlijke functie van weerstand

In maatschappelijke en organisatiecontexten is weerstand vaak verdacht. Ze wordt geassocieerd met tegenwerking, met traagheid. ‘Maar levende systemen,’ zegt Gregory Bateson, de Brits antropoloog en sociaal wetenschapper, ‘leren alleen door verschil’. Weerstand is verschil: het corrigerende principe dat voorkomt dat een systeem zichzelf uitput of vastloopt.

De Franse denker Edgar Morin spreekt in dat verband over ‘complexiteit als levensvoorwaarde’. De spanning tussen orde en wanorde houdt het leven levend. Zonder tegendruk geen richting, zonder frictie geen bewustwording. These, anti-these, syn-these.

In de praktijk van verandering noemt Otto Scharmer die zone van spanning de U-bocht, het moment waarop het oude nog trekt en het nieuwe nog geen houvast biedt. ‘We kunnen het niet forceren,’ zegt hij, ‘we kunnen alleen aanwezig blijven bij wat wil ontstaan.’ Juist in dat niemandsland, waar de reflex tot oplossen ons verlaat, kan iets nieuws geboren worden.

Weerstand als pedagogische ruimte

In onderwijscontexten herkennen we weerstand dagelijks. Van leerlingen, van collega’s, van onszelf. Gert Biesta herinnert ons eraan dat onderwijs pas echt pedagogisch wordt wanneer het iets in ons onderbreekt; wanneer het ons aanspreekt in ons mens-zijn, niet alleen in onze vaardigheden. Weerstand is dan een teken dat er iets wezenlijks in beweging komt. Biesta noemt dat het moment van ‘subjectwording’: de ervaring dat we niet louter functioneel bestaan, maar aangesproken worden op wie en hoe we zijn. In die zin is weerstand een teken van leven. Een teken dat de relatie niet neutraal is, maar werkelijk.

In die zin is weerstand een teken van leven. Een teken dat de relatie niet neutraal is, maar werkelijk.

De moed van het blijven

Misschien vraagt deze tijd niet zozeer om méér weerstand te bieden, maar juist en vooral om weerstand dieper te verstaan. Om te leren luisteren naar wat weerstand ons wil vertellen. In onszelf, tussen ons en in het grotere geheel waarin we samen bewegen. Weerstand kan destructief zijn ja, wanneer ze vastklampt aan gelijk of veiligheid. Maar ze kan ook helend zijn, wanneer ze gedragen wordt door aanwezigheid. Wanneer ik durf te zeggen: hier weet ik het niet, hier doet het pijn, hier stokt iets in mij. En jij niet probeert me te overtuigen, maar blijft.

De moed om weerstand te bieden is dan niet de moed van het gevecht, maar van het blijven.
De moed om het ongemak te verdragen tot het inzicht rijpt.
De moed om trouw te blijven aan wat nog geen woorden heeft, maar wel al waar is.

Tot slot

Misschien is weerstand niet iets wat we moeten overwinnen, maar iets wat ons wil doen of doet oversteken. Misschien is zij de brug tussen wat was en wat nog niet is. En vraagt dit jaarthema van NIVOZ ons niet om weerstand te bieden tegen iets, maar om samen te leren dragen wat tussen ons wringt. Tot het iets nieuws kan worden.

 

Bestel het magazine!

Met het magazine 'De moed om weerstand te bieden' sluiten we aan bij het jaarthema van het NIVOZ-podiumprogramma en geven we een inkijkje in hoe het mogelijk is om met weerstand om te gaan. Leerlingen, docenten of collega’s komen het tegen, in de systemen, de verwachtingen en de opvattingen van de ander en de wereld – en die botsen met wat je écht belangrijk vindt.  Met dit thematische magazine bieden we voeding aan docenten in het primair en voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en eenieder die betrokken is bij hun werk. Er staan onder andere verhalen uit de praktijk in, verdiepende artikelen en persoonlijke interviews.  

Hier is de bestellink!

 

 

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief