Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Luc Stevens: 'Ieder mens is gebouwd om zichzelf te ontwikkelen en heeft een natuurlijke behoefte aan relatie, autonomie en competentie'

25 november 2012

In de 'Pedagogische Canon’ vind je een serie portretten van onderwijswetenschappers en -denkers, uit heden en verleden. Hun werk is van betekenis voor een beter verstaan van goede onderwijspraktijk. Via kernbegrippen, definities en eerder gepubliceerd werk trachten we de essentie te vatten.  In deze aflevering Luc Stevens. Hij spreekt over de psychologische basisbehoeften: autonomie, competentie en relatie, ontleend aan de Self Determination Theory van Edward Deci en Richard Ryan. Dit artikel biedt een beknopt overzicht van de drie kernbegrippen. 'Ieder mens is gebouwd om zichzelf te ontwikkelen en heeft een natuurlijke behoefte aan relatie, autonomie en competentie.'

Prof. dr. Luc Stevens is oprichter van stichting NIVOZ: Het Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken, een onafhankelijk instituut dat onder meer nieuwe onderwijspraktijk legitimeert. NIVOZ ontwikkelde de trajecten ‘Pedagogische Tact’ en ‘Pedagogisch Leiderschap’.

Van 1961-1968 studeert professor Stevens (van 1941) Pedagogiek in Utrecht. Hij is vanaf 1968 tot 1975 wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de universiteit in Nijmegen. In 1975 promoveert professor Stevens met een “empirisch-analystisch onderzoek naar de effecten van de overhangsklas, dit is een speciale klas voor kleuters met leerachterstanden”. Vervolgens is hij tot 1981 rector aan de universiteit van Utrecht. Ook is professor Stevens in die periode docent pedagogiek in Tilburg. Van 1981 tot 2002 is hij leraar orthopedagiek aan de universiteit van Utrecht.

Professor Stevens liet zich in 1987 regelmatig horen met wat hij vond van het beleid van het speciaal onderwijs. Het ministerie van onderwijs en wetenschappen en de landelijke vakorganisaties gaven daarom professor Stevens en professor Doombos de opdracht om onderzoek te doen naar de mogelijkheden en groei van het speciaal onderwijs. Met algemene instem werden de resultaten ontvangen. De meeste wetenschappers kunnen zich vandaag de dag nog steeds vinden in de vindingen van dit onderzoek.
Sinds 1994 staat Stevens bekend voor zijn bijdragen en onderzoek naar adaptief onderwijs. In 2003 is hij voorzitter geweest van de visitatiecommissie PABO’s. Stevens is intensief betrokken geweest bij voorbereiding en vormgeving van overheidsbeleid ten dienste van kinderen met leer- en gedragsproblemen. Daarnaast publiceerde hij nationaal en internationaal over de kwaliteit van leraar-leerlinginteractie en adaptief onderwijs. In dit verband is hij een veelgevraagd spreker en veel van zijn bevindingen zijn inmiddels geïntegreerd in bestaand onderzoek.

Ieder mens is gebouwd om zichzelf te ontwikkelen en heeft een natuurlijke behoefte aan relatie, autonomie en competentie

Als in voldoende mate is voldaan aan de behoefte aan relatie (‘anderen waarderen mij en willen met mij omgaan’), aan de behoefte aan autonomie (‘ik kan het zelf, hoewel niet altijd alleen’) en aan de behoefte aan competentie (‘ik geloof en heb plezier in mijn eigen kunnen’) is er welbevinden, motivatie, inzet en zin in leren. Wordt hier door opvoeders (ook leraren!) tekort gedaan, dan ontstaan voorspelbaar taakhoudings- en motivatieproblemen op school.

Relatie
Kinderen hebben behoefte aan relatie, zowel met hun leerkrachten als met andere kinderen. Ze willen het gevoel hebben erbij te horen, deel uit te maken van een gemeenschap. Hoewel in een gemeenschap conflicten zijn en men rekening moet houden met elkaar, voelt men zich er in principe veilig. Kinderen en volwassenen voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk voor een goede sfeer en als het lastig is, kan de leerling rekenen op de steun van zijn leraar. In scholen hebben volwassenen veel invloed op de kwaliteit van de relaties. Niet door op de voorgrond te treden, maar juist door vanaf de zijlijn beschikbaar te zijn. Luisteren, vertrouwen bieden, optreden als het echt nodig is, uitnodigende omstandigheden creëren, het goede voorbeeld zijn, uitdagen en ondersteunen zijn belangrijke pedagogische voorwaarden voor het ontstaan van goede relaties.

Competentie
Kinderen willen laten zien wat zij kunnen en zichzelf als effectief ervaren. Dat vraagt uitdaging. Dat kan alleen als het onderwijs is afgestemd op de mogelijkheden en (basis) behoeften van de leerling. Niet opletten, niet meedoen, onderpresteren, niet durven, het zijn vaak tekenen van afstemmingsproblemen. Een leerkracht die de ontwikkeling van haar leerlingen serieus neemt, biedt de leerling ruimte om passende leerdoelen voor zichzelf te formuleren en voor hem haalbare resultaten te boeken. Een combinatie van hoge (en reële) verwachtingen en beschikbaarheid voor hulp en ondersteuning, zijn een goede basis voor het ontwikkelen van een gevoel van competentie.

Autonomie
Autonomie verwijst naar het gevoel onafhankelijk te zijn. Kinderen willen het gevoel hebben de dingen zélf te kunnen doen. Zélf kunnen beslissen, zelf keuzes maken. Dat kan alleen in een omgeving waarin de eigenheid van het kind gerespecteerd wordt. Een kind is er voor zichzelf, niet voor zijn ouders of voor de school. Kinderen hebben al jong behoefte zich te onderscheiden, hun eigen keuzes te maken. Het pedagogische antwoord hierop is het bieden van veiligheid, ruimte, begeleiding en ondersteuning soms en het waarborgen van de verbondenheid met de ander. Individuele vrijheid is belangrijk en wordt gestimuleerd, maar altijd in  relatie met de ander en met behoud van diens vrijheid en jouw verantwoordelijkheid daarvoor. Autonomie verwijst altijd naar relatie.

Pedagogische Tact
Omgaan met leerlingen op school is een aaneenschakeling van ‘pedagogische ogenblikken’. Momenten waarin de leraar in een ‘split second’ een beslissing moet nemen. Zij moet onmiddellijk weten wat te doen of juist níet te doen. Ze kan het zich niet veroorloven al te lang stil te staan bij de afweging van de meest adequate reactie. Dat is een reactie die aansluit bij de situatiebeleving van de leerling en die tegelijkertijd de leerling in staat stelt om verder te gaan met zijn bezigheid. Een reactie die de leerling en de groep weer in rust, in evenwicht brengt. In de interactie tussen leerkrachten en leerlingen komt het daarop aan, op iets wezenlijks, iets bijzonders, iets dat zich bijna niet laat omschrijven. Een fenomeen waarin zichtbaar en voelbaar is dat de leerkracht op het goede moment de goede dingen doet en zegt, óók in de ogen van de kinderen. Dat fenomeen wordt ‘Pedagogische Tact’ genoemd, waarbij het niet gaat om de competenties van de leraar, maar vooral om wie hij is.

Aan de basis van Pedagogische Tact
In hun boek ‘Zin in school’ bieden prof. Luc Stevens en zijn medewerkers een fundering voor pedagogisch tactvol handelen. Zij formuleren pedagogische antwoorden op de drie psychologische basisbehoeften: de pedagogische grondfiguur.

Psychologische basisbehoeften: INTERACTIE Pedagogische antwoorden:
Relatie Aanbod van (gelegenheid tot) verbondenheid door beschikbaarheid, vertrouwen en responsiviteit; aanbod van verantwoordelijkheid
Competentie Aanbod van uitdaging en ruimte; aanbod van ondersteuning en grenzen
Autonomie Aanbod van respect voor het kind als actor; aanbod van respect voor diens uniciteit; aanbod van het perspectief van de ander en het andere
Proeve van een pedagogische grondfiguur (L.M. Stevens, 2004)


Interactie
De basisbehoeften en de pedagogische antwoorden, worden in de figuur verbonden door het woord ‘interactie’. De kwaliteit van de interactie bepaalt, volgens Stevens (2004), de kwaliteit van het pedagogische klimaat. Een goed pedagogisch klimaat in een groep of in een school is niet te waarborgen door procedures, afspraken of regels. Afstemming van het handelen op de behoefte op dit moment is essentieel. De ene keer wacht je af, terwijl het de volgende keer nodig is om in te grijpen. Pedagogische Tact bepaalt de kwaliteit van de interactie en daarmee de kwaliteit van de school. Van groot belang is echter wel dat leraren zich bewust zijn van de waarden waarvoor zij staan: hun pedagogische uitgangspunten. In een school dient daarover wel overeenstemming te zijn, neergelegd in een schoolconcept dat ook praktijk wordt in die school.

Geraadpleegde bronnen

 

NB. NIVOZ heeft niet de illusie met deze canonbijdrage volledig en compleet te zijn. Het is geschreven om de aandacht en interesse te prikkelen bij leraren, schoolleiders en andere geïnteresseerden. Voor sommige zal het gaan om een eerste kennismaking, voor andere zal het een aanleiding zijn om zich verder te verdiepen. We verwijzen daarvoor naar andere bronnen, zoals onder meer naar het boek Grote pedagogen in klein bestek (SWP), de website van Expoo en het erfgoed van de Nederlandse Gedragswetenschappen (ADNG).

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in.


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief