Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Ruimte om te spelen

5 december 2022

Het boek ‘Nieuwe onderwijsruimte’ van Tjitske Bergsma en Rianne Neering laat zien hoe je het onderwijs in units, leerpleinen of domeinen vorm kunt geven. Het geeft inzicht in hoe je ruimte creëert voor eigentijdse onderwijswaarden, zoals eigenaarschap en zelfsturing van leerlingen, leraren en schoolleiders. Door vertrouwen te geven en daarmee het eigenaarschap van leerlingen te vergroten, krijgt de leerling vrijheid en ruimte om zelf keuzes te maken. In het derde en laatste deel van een online drieluik luistert Annemiek Kamp, begeleider in het democratisch onderwijs, naar het belang van de onderwijsruimte en zij vertelt hoe dat op de democratische school een belangrijke rol speelt.

De zinnen over eigenaarschap en zelf keuzes maken klinken mij, als begeleider op LOS Deurne (democratisch onderwijs, zie foto), als muziek in de oren. Ook daar vinden we het belangrijk om ruimte te creëren voor waarden als eigenaarschap en zelfsturing van iedereen binnen de school. Vertrouwen speelt daarbij inderdaad een hele grote rol. Naar mijn idee echter mag de ruimte die gecreëerd wordt nog veel groter zijn dan wat Bergsma en Neering in hun boek beschrijven. Vaak wordt dan opgebracht dat dat niet kan, omdat er nu eenmaal van alles moet. Maar is dat wel zo? Van wie moet dat dan? Het is een interessante vraag, die naar voren komt in het gesprek. Vaak zijn het de regels van een systeem, maar net als bij een spel, kun je besluiten zelf een ander spel te gaan spelen en buiten de systeemgrenzen de ruimte verder te verkennen. B3-scholen, zoals LOS Deurne, hebben die keuze gemaakt en zijn verder gegaan als erkend, maar niet door de overheid bekostigd, onderwijs.

Even terug nog naar het boek ‘Nieuwe onderwijsruimte’. Het boek geeft inzicht in waar je allemaal aan moet denken als je je onderwijs in units, leerpleinen of domeinen wil inrichten. Voorbeelden van vragen die je je als school kunt stellen: Vanuit welke visie willen we werken? Hoe willen we als team samenwerken? Op welke manier willen we de leerlingen begeleiden? De auteurs noemen het belang van continue reflectie en daaropvolgend borging van wat werkt en aanpassing van wat niet werkt, om op deze manier de inrichting van je onderwijs voortdurend te verbeteren, maar zeker ook ruimte te laten om te experimenteren.

Kinderen zijn altijd in beeld: figuurlijk, omdat het hele team zicht op de kinderen heeft, maar ook letterlijk, omdat eventuele wanden zoveel mogelijk van glas zijn

Zelf zijn ze in eerste instantie gestart op basis van gevoel. Veel theorieën die nu deze manier van werken onderbouwen hebben ze pas later leren kennen. Een belangrijke theoretische basis is te vinden in de Self Determination Theory (SDT) van Ryan en Deci (2012). Bergsma geeft aan dat het voor haar gaat om mens worden in de wereld: “Dat het kind tevoorschijn mag komen en dat ik daarbij mag zijn.” Wat is daarvoor nodig? Een leergemeenschap die zorgt voor ruimte en verbondenheid. Ruimtes worden thematisch ingericht en zijn allemaal met elkaar verbonden. Ook de buitenruimte doet mee. In iedere ruimte is zichtbaar wat er te doen is. Kinderen zijn altijd in beeld: figuurlijk, omdat het hele team zicht op de kinderen heeft, maar ook letterlijk, omdat eventuele wanden zoveel mogelijk van glas zijn. Docenten worden ingezet op basis van hun kwaliteiten bij activiteiten die hen het beste passen.

Leerlingen hebben een vaste plek en voelen zich mede-eigenaar van de ruimte waarin ze werken. Door op deze manier te werken, willen scholen meer recht doen aan de rechten van kinderen. Omdat je als docent echt contact maakt met de kinderen, leer je ze goed kennen. Kaders voor leerlingen zijn heel erg helpend en heel erg nodig om te kunnen werken in zo’n grote ruimte en zo’n grote groep (tot wel 120 leerlingen) en ook om leerlingen daar te laten komen waar je wil dat ze komen. Leeractiviteiten in de units, leerpleinen of domeinen worden dan ook gestart vanuit een duidelijke instructie.

LOS Deurne
LOS Deurne lijkt in veel opzichten op de onderwijsruimte die de auteurs beschrijven. Ook wij hebben ruimtes met een verschillende functie en bijbehorende inrichting, zoals keuken, expressiezaal, Fantasia, docuscoop, atelier, spelletjescafé, bieb, werkplaats, studieruimte, tuin en laboratorium. In de loop van de tijd ontstaan soms nieuwe wensen voor de ruimtes en na een besluit erover in de sociocratische kring wordt de indeling of inrichting aangepast. Ook bij LOS zijn er kaders, die zeker helpend zijn: de visie, de sociocratische kringorganisatie en basisafspraken. Daarbinnen ben je vrij om je te bewegen, in afstemming met jezelf, de ander en de omgeving. Deze vrijheid echter vraagt dus naar mijn idee om een nog grotere onderwijsruimte dan in deze aflevering van het drieluik wordt beschreven.

Van ouders en begeleiders vraagt het een onvoorwaardelijk vertrouwen in het individuele proces van een kind en het loslaten van verwachtingen

Binnen democratisch onderwijs is het uitgangspunt ‘Natuurlijk Leren’. Leerlingen krijgen de ruimte en de tijd om de potentie en groeikracht in zichzelf te ontdekken en te groeien volgens een eigen, uniek pad. Zoals ieder kind op z’n eigen tijd en eigen manier leert lopen en praten, zo kan ieder kind bij LOS Deurne zich ook andere vaardigheden eigen maken op z’n eigen manier en op z’n eigen tijd. Van ouders en begeleiders vraagt het een onvoorwaardelijk vertrouwen in het individuele proces van een kind en het loslaten van verwachtingen. Het gaat dus nadrukkelijk niet over daar komen waar je wil dat ze komen en er zijn geen verplichte (leer)activiteiten. Spelen als middel om te leren staat hoog in het vaandel.

Spelen mag of moet daarbij echt vrij spelen zijn. Want zoals Rob Martens in het boek ‘Leerlingen intrinsiek motiveren’ schrijft: “Wie goed kijkt naar kinderen ziet immers dat ze niets liever doen dan vrij spelen als ze de ruimte krijgen.” Ook hij haakt aan bij de SDT, maar wijst ons op de blinde vlek voor autonome vormen van motivatie, zoals intrinsieke motivatie,   wat maakt dat we de echte implicaties van deze theorie vaak niet zien. Spelen ziet hij als de turbo-stand van intrinsieke motivatie. Spelen geeft ruimte om dingen uit te proberen en zo te onderzoeken en te leren. Spelen kunnen kinderen vanzelf. Het gaat automatisch gepaard met enthousiasme, verbondenheid, nieuwsgierigheid, inleving en nog veel meer. Laat dus de nieuwe onderwijsruimte een ruimte zijn met alle vrijheid voor kinderen om erin te spelen zoals ze willen spelen. Wat zullen ze dan met veel plezier veel leren!

Het online drieluik
Deel 1: Samen op avontuur, een reflectie
Deel 2: Een blinde vlek: over intrinsieke motivatie

Annemiek Kamp werkt als begeleider op de sociocratische leeromgeving LOS Deurne.

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief