Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Leerlingen intrinsiek motiveren - boekbespreking

19 september 2022

Het nieuwe boek van Rob Martens, hoogleraar bij de faculteit Onderwijswetenschappen van de Open Universiteit, is een krachtig pleidooi voor gelijkwaardigheid, autonomie en sociale verbondenheid. Dat kan, volgens Martens, als intrinsieke motivatie de basis is. Als de dwang tot leren uitgesloten wordt en de woorden hoog- en laagopgeleid in het onderwijsvocabulaire niet meer bestaan. Daarvoor is nodig dat echte nieuwsgierigheid en verdieping voorop staan en ieder zijn kennis deelt. En dat een docent het recht op meer zelfbeschikking opeist, zowel voor zijn leerlingen als voor zichzelf. Rikie van Blijswijk schreef een korte bespreking van het boek.

Het is niet verwonderlijk dat Rob Martens opnieuw schrijft over intrinsieke motivatie. Het thema ligt hem immers na aan het hart. Zijn specialismen zijn onderwijsvernieuwing en motivatieprocessen en in dit boek komen beide samen. Wie het leest, krijgt kennis van de (ontstaans)geschiedenis van de zelfdeterminatietheorie (SDT), over wat intrinsieke motivatie feitelijk is, wat je moet doen om die te realiseren en hoe je die kan schenden. Ook laat Martens zien dat spelen een sterke overeenkomst met intrinsieke motivatie vertoont. In het vierde hoofdstuk legt hij de kiem voor zijn ideeën over de spelende school, waarin hij zijn visie op onderwijsvernieuwing neerlegt en schetst hoe kinderen en leraren zich in zo’n school soepel bewegen.

Ontstaansgeschiedenis
Maar voordat je als lezer aan dat hoofdstuk toe bent, neemt Martens je mee naar het dierenlaboratorium van de Amerikaanse psycholoog Harry Harlow. Hij is de bedenker van de term intrinsieke motivatie. Voor psychologen is motivatie altijd  een sleutelbegrip geweest, en nog. In de jaren 1950 ontstond echter een verschuiving in het denken erover, als reactie op de psychoanalyse. Het ging steeds vaker over input en output en het moest snel en makkelijk meetbaar zijn. Diepgravende verkenningen van menselijke motieven waren niet meer zo belangrijk. Het hoofd van mensen werd een black box: je stopt er iets in en er komt iets uit. Punt. Mensen werden proefpersonen en dieren nummers. Deze visie werd dominant, ook in de gedragsbiologie. Uitzonderingen daarop zijn Jane Goodall en Eli Radinger, die zich wel verplaatsten in de gevoelens van dieren. Dat is ook precies wat hoogleraar Psychologie Edward Deci ging doen: kijken naar wat mensen in vrijheid doen.

Maar eerst nog even terug naar het lab van Harlow, die opgesloten aapjes leerde puzzelen en meer bizarre experimenten met hen deed. Er bestonden in zijn redenering maar twee redenen, drijfveren, waarom dieren deden wat ze deden, nl. uit biologische noodzaak of omdat ze weten dat er een beloning dan wel straf zou volgen. Opeens ontdekte hij dat de apen doorgingen met puzzelen. Conclusie was dat ze het voor hun plezier deden: ze speelden! Harlow zag daarin een derde drijfveer om in actie te komen, die hij intrinsieke motivatie noemde.

Wat mensen van nature doen
Harlow doet verder niets met zijn bevindingen, die in een la blijven liggen. In 1969 opent Deci die pas, verdiept zich erin en publiceert erover. Die publicatie heeft het psychologisch denken voorgoed veranderd. Deci begon ‘gewoon’ naar mensen en wat ze doen te kijken. De SDT gaat over menselijke ontwikkeling. Over wat mensen van nature doen en laten en wat ze zonder dwang, zonder opdracht, in alle vrijheid en zo natuurlijk mogelijk doen. Het humanistische mensbeeld sluit perfect aan op deze positieve psychologie en op de drie basisbehoeften:

  1. De behoefte aan sociale verbondenheid
  2. De behoefte aan competentie
  3. De behoefte aan autonomie

Martens trekt een vergelijking tussen deze psychologische basisvoorwaarden en ‘liberté, egalité en fraternité’, het nationale motto van Frankrijk, maar zegt erbij: ‘Op de meeste scholen zou dit bordje misplaatst zijn’. Immers, er is geen gelijkwaardigheid, wel competitie. En leerlingen krijgen precies voorgeschreven wat ze moeten doen. Dat probleem staat centraal in dit boek en komt terug in het hoofdstuk over de spelende school, waarin Martens zijn ideale school beschrijft.

Wellicht moeten wij beter gaan begrijpen wat leerlingen echt intrinsiek motiveert en inzien wat mensen drijft

Hij werkt in zijn boek toe naar de tien motivatieverboden. Aan het eind van het boek vind je ze, maar hij begint er ook mee en legt meteen uit wat intrinsieke motivatie is. Hij zet veel verstandigs erover op een rij, zoals ‘intrinsieke motivatie kun je niet dwingen, maar wel verstoren’, ‘het draait om vrijheid’, ’het is intrinsiek als je leert uit verwondering’, ‘het is een mensbeeld’ en nog meer. ‘Leerlingen uit Vlaanderen en Nederland zijn het minst gemotiveerd’, zo blijkt uit onderzoek. ‘Wellicht moeten wij beter gaan begrijpen wat leerlingen echt intrinsiek motiveert en inzien wat mensen drijft’, schrijft hij.

Over vrijheid en nieuwsgierigheid
‘Om te begrijpen wat je moet doen om te zorgen dat leerlingen intrinsiek gemotiveerd zijn, moet je vooral kijken naar wat je niet moet doen’, benadrukt Martens diverse keren in zijn boek. Vandaar de tien motivatieverboden. ‘SDT zet de vraag naar wat je voelt bij wat je doet centraal’, stelt hij. Vrijheid is voor hem voelen wat je echt voelt. Iets wat nog beter verborgen is, is dat je ook iets níet kunt doen, omdat je denkt dat het niet mag, dat het afgekeurd wordt. We hebben het dan over vermeden gedrag. Martens’ engagement wordt duidelijk als hij schrijft: ‘Het gaat erom die kunstjes, die bedenksels om jou te laten doen wat een ander vindt dat je moet doen en wat de gewenste uitkomst is, los te laten. Dat is moeilijk, wat dat zit verankerd in ons denken, in onderwijs, en wetenschap. Het gaat om nieuwsgierigheid en niet om controleren, verantwoorden, meten en toetsen, die vastzitten in het denken over onderwijs. Ryan en Deci bieden de mogelijkheid om te kijken naar wie we echt zijn, maar onze aangeboren kwaliteiten; niet alleen kijken wat we doen, maar ook naar wat we hadden willen doen’.

Gedrag dat uit intrinsieke motivatie voortkomt is lastig uit te drukken in termen van directe opbrengst.

Gedrag dat uit intrinsieke motivatie voortkomt is lastig uit te drukken in termen van directe opbrengst. Het is het gevoel van wat je echt wilt, waar je achter staat. Elk kind zegt bij het groot worden en dat herkennen we ‘Zelf doen’.

Ankers van de intrinsieke motivatie
Hoewel het begrip intrinsieke motivatie lastig te definiëren is, kent het wel twee ankers: we voelen het, en het spel! Aan spel heeft Rob Martens zijn vorige boek gewijd. Spelen toont veel overeenkomst met intrinsieke motivatie:

  • Autonomie is een voorwaarde voor spel
  • Je ervaart plezier en welzijn
  • Leidt tot diepgaand leren, nieuwsgierigheid en verkenning
  • De inspiratie zet aan tot denken

Spel (de derde drijfveer) en intrinsieke motivatie maken ons tot mens (homo ludens), schrijft Martens.

Verstoren van de intrinsieke motivatie
De crux van de SDT is demotivatie voorkomen, zegt Martens, en hij gaat in dit hoofdstuk in op het verbieden of opdringen van spel en het frustreren van zelfdeterminatie, van de eigen intrinsieke motivatie. Een eindeloze opsomming volgt van verplicht goede boeken lezen, gamen laten stoppen om huiswerk te moeten maken, tot straffen en belonen. Resultaat: er wordt nooit meer een goed boek gelezen, er is boosheid en frustratie. Wat leert het kind dan wel? Martens: ‘Kennis is niet iets om te delen, om er samen plezier van te hebben, maar om een voordeel op een ander te hebben. Dat is tegenovergesteld aan sociale verbondenheid’.

Socialisatie in het onderwijs
In dit boek legt Martens een verband tussen intrinsieke motivatie en sociaal gedrag. Intrinsiek gemotiveerd spel zet aan tot doen zonder vooropgezet doel, maar Martens vraagt zich af op dat ook voor sociale verbondenheid opgaat. Het huidige burgerschapsonderwijs bereikt dat in ieder geval nauwelijks, constateert hij: ‘Waar het gaat om een democratisch gevoel, gaat het om andere mensen te leren kennen, jezelf te leren kennen en te plaatsen ten opzichte van anderen’ De socialiserende functie van onderwijs is al 70 jaar moeilijk en Martens ziet in het spel, in een verhaal, in een sprookje dan ook een verademing. ‘Door te voelen wat het is, zie je het’, stelt hij en hij  geeft suggesties voor burgerschapslessen met behulp van sprookjes als Hans en Grietje, met thema’s als goed en kwaad en je inleven in de ander en Assepoester, over compassie. Ze zijn een oefening in het goede doen, iemand een eerlijke kans geven. Dat is sociale verbondenheid. Martens: ‘Als het sociaalcomplexe spel zo karakteristiek is voor de intrinsieke motivatie, wat kunnen we dan daarmee in onderwijs? Het antwoord is gewoon niet meer zo moeilijk doen en spelen, films kijken en erover schrijven’.

Intrinsieke motivatie werkt positief op leerprestaties

De kracht van spelen
In het hoofdstuk over hoe intrinsieke motivatie ons aan het denken zet, draagt Martens wetenschappelijk bewijs aan voor de kracht van lerend spelen. Dat bedoelt hij niet kritisch ten opzichte van het huidige onderwijs. Hij wil daarbij een richting aangeven hoe het beter kan. Het principe is: iets echt begrijpen of je echt ergens op concentreren lukt alleen maar als je intrinsiek gemotiveerd bent. Dwang werkt averechts. Intrinsieke motivatie werkt positief op leerprestaties, betoogt Martens aan de hand van vele verwijzingen naar onderzoek van zoiets complex als bijvoorbeeld begrijpend lezen. Er is een sterke relatie, zo leest de lezer, tussen diepgaand leren, intrinsieke motivatie en de sociaalpsychologische SDT basisvoorwaarden daarvoor. Trouwens ook over hoe complex begrijpend lezen is.

Een school waarin wat mensen van nature doen centraal staat
Een mooi slothoofdstuk is de spelende school, waarin Martens zijn ideale school beschrijft. Centraal staat wat het kind echt wil. De SDT “inzetten” gaat immers meer om wat je als leraar niet moet doen dan wat je wel moet doen. Zo is de cirkel rond met deze boekbespreking, want hiermee zijn we terug bij de inleiding van dit artikel met de dromen over deze school.

Rob Martens heeft een lezenswaardig boek geschreven dat de moeite waard is om te lezen en te voelen. Ik waardeer de schrijfstijl van Rob. Hij schrijft aanstekelijk, duidelijk, speels en onderbouwt waarover hij schrijft. Af en toe neemt hij een paar zijpaden die, hoewel interessant, soms ook, in ieder geval bij mij, het zicht belemmeren op waar we het ook alweer over hebben. Zijn humor maakt echter veel goed en houdt je toch steeds weer bij zijn lessen uit de SDT over actuele thema’s als menselijke ontwikkeling, de waarde van spelen, sociale verbondenheid en leren in vrijheid.

Martens R. (2022) Leerlingen intrinsiek motiveren. Tielt: Lannoo Campus

Reacties

2
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Anton Philips
7 dagen en 3 uur geleden

Arthur F. Miller ontwikkelde al in 1959 het Systeem voor Indivilduele Motivatie Analyse waarmee de intrinsieke motivatie van mensen in kaart kan worden gebracht. Wie daar meer over wil weten kan het boek de kracht van Motivatie lezen b

Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie



Rob Martens
2 dagen en 9 uur geleden

dank. Er is al eindeloos vaak geschreven over wat tot echt leren aanzet. Zo schreef kerkvader Augustinus al rond het jaar 400 dat de 'vrije weetgierigheid meer tot leren aanzet dan vreesaanjagende dwang'. In H1 beweer ik daarom ook dat het helemaal geen nieuw inzicht is. En van daaruit mijn verbazing dat we in de grote druk die onderwijs uitoefent op haar leerlingen eerder steeds verder van dit inzicht verwijderen dan er naartoe bewegen.

Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief