Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Leerlingen labelen als hoogbegaafd is niet nodig

29 oktober 2018

'Ooit gold een hoge begaafdheid als een surplus verwijzend naar bovengemiddelde intellectuele capaciteiten, dito motivatie en creatief denkvermogen. Hoe kan het dat deze kinderen in toenemende mate worden gezien als zorgleerlingen?' De ontstane verwarring rond hoogbegaafdheid – een precieze definitie bestaat niet – is aanleiding voor een geanimeerd gesprek op de campus van de Radboud Universiteit tussen orthopedagoog Hans Koppies en ontwikkelingspsycholoog dr. Lianne Hoogeveen (o.a. coördinator/docent binnen de master ‘Gifted Education’). 'Wij willen niet dat kinderen gelabeld worden als ‘hoogbegaafd’', zegt Hoogeveen. 'Behalve dat het weinig zegt, doe je er mensen ook te kort mee. Het gaat niet om welk label kinderen hebben, maar om wat ze nodig hebben.' Dit artikel van de hand van Hans Koppies stond in De Pedagoog (nr. 3 2018) en op zijn blog. 

Met het voorstel ‘een tussenjaar voor slimme, getalenteerde kinderen die nog niet toe zijn aan de middelbare school’ zaaide onderwijsminister Arie Slob dit voorjaar verwarring rond het begrip hoogbegaafdheid. Willy de Heer – die promoveerde op een onderzoek naar onderwijs aan ‘zeer makkelijk lerenden’ – luidde zelfs de alarmbel in een uitzending van de Monitor: ‘36.000 hoogbegaafde leerlingen zitten in de knel op de basisschool’. En dat kan blijvende gevolgen hebben aldus De Heer: ‘Dat een kind niet de arts wordt die het had kunnen worden maar misschien wel een zwerver.’ Een hoge intelligentie als ernstige risicofactor voor sociaal-emotionele problemen, en zelfs leerproblemen?

Dawkins en Dijkgraaf

De term ‘hoogbegaafd’ kom je niet tegen in de autobiografie van de wereldwijd gelauwerde etholoog, evolutiebioloog en schrijver Richard Dawkins. Dichter bij huis kreeg de eminente natuurkundige Robbert Dijkgraaf evenmin gedurende zijn schoolcarrière dit label. Ooit beschouwd als de architecten van bewonderingswaardige prestaties, worden hoogintelligente kinderen in toenemende mate als zorgleerlingen gezien. Maar veel onderzoeken laten juist zien dat mensen die hoger scoren op een IQ-test het beter doen op school, gezonder (en langer) leven en succesvoller zijn in hun loopbaan (Ritchie, 2015).

Verwarring

De ontstane verwarring rond hoogbegaafdheid – een precieze definitie bestaat niet – is aanleiding voor een geanimeerd gesprek op de campus van de Radboud Universiteit. Aan tafel zit ontwikkelingspsycholoog dr. Lianne Hoogeveen. Zij houdt zich als coördinator/docent binnen de master ‘Gifted Education’ bij Pedagogische Wetenschappen bezig met de onderwijsbehoeften van leerlingen met capaciteiten op een zo hoog niveau, dat ze een aangepast onderwijsprogramma nodig hebben. Verder is ze hoofdopleider European Council of High Ability (ECHA)- Specialist in Gifted Education, medewerker van CBO Talent Development  een expertisecentrum op het gebied van hoogbegaafdheid, en is ze in haar vakgebied ook buiten onze landsgrenzen actief.

Leerlingen labelen als ‘hoogbegaafd’ is helemaal niet nodig volgens Lianne Hoogeveen. 'Wij zien hoogbegaafdheid als een concept – een beschrijving van iets dat bestaat. Binnen ons onderwijs zijn er jonge mensen die capaciteiten en behoeften hebben waar we eigenlijk niet mee om kunnen gaan. Niet omdat ze leer- of ontwikkelingsproblemen hebben, maar omdat ze – ondanks of dankzij hoge capaciteiten – niet voldoende tegemoet gekomen worden in hun leerbehoeften om zich net als andere leerlingen optimaal te ontwikkelen.'

Het is dan ook de vraag hoe bruikbaar de classificatie ‘hoogbegaafd’ is als label voor een kind. 'Wij willen niet dat kinderen gelabeld worden als ‘hoogbegaafd’', zegt Lianne Hoogeveen. 'Behalve dat het weinig zegt, doe je er mensen ook te kort mee. Het gaat niet om welk label kinderen hebben, maar om wat ze nodig hebben. En dat hangt niet alleen af van bijvoorbeeld hun IQ – helaas toch nog vaak gebruikt als definitie voor hoogbegaafdheid. Ik heb moeite met de stroming die hoogbegaafdheid een soort exclusiviteit wil geven alsof het gaat om een ander soort mensen. Dat creëert een kloof tussen wel en niet-hoogbegaafden. Het is de wereld op z’n kop en zo krijg je discussies als: "Deze persoon is hoogbegaafd, dus..." Daar help je niemand mee.'

Ze herinnert zich een wanhopige moeder. 'Het gaat niet goed met haar zoon. Een van de dingen waar hij moeite mee heeft, is dat hij ooit hoogbegaafd is verklaard. Hij schaamt zich dat dingen niet goed gaan en denkt: "Ik ben hoogbegaafd dus alles moet mij lukken". Maar het lukt niet. Nu is hij op weg naar een depressie. Waarmee ik niet wil zeggen dat het niet verkeerd was gegaan zonder label, maar het is wel een bron van verwarring.'

Zorgleerlingen

Ooit gold een hoge begaafdheid als een surplus verwijzend naar bovengemiddelde intellectuele capaciteiten, dito motivatie en creatief denkvermogen. Hoe kan het dat deze kinderen in toenemende mate worden gezien als zorgleerlingen?

Lianne Hoogeveen: 'Dat is gissen, maar wellicht krijgen ouders het snelst hulp als er een probleem is. Ouders gingen bij ons zo ver door te vragen: "Heeft hij misschien ook autisme? Met die diagnose krijgen we wel hulp.." Dat was in de tijd dat je daar financieel steun voor kreeg. Het is best vreemd dat als een kind een getalenteerd voetballer is, we allemaal begrijpen dat je die op voetbal moet doen en in de selectie zien te krijgen. En dat we dat helemaal niet hebben als het gaat om cognitieve talenten.'

Wereld op z’n kop

Toen in België twee privéscholen voor hoogbegaafde leerlingen hun deuren openden – omdat deze kinderen volgens de initiatiefnemers sociaal-emotioneel zouden vastlopen in het reguliere onderwijs en kampten met burnouts en depressies – stelde de Vlaamse hoogleraar cognitieve psychologie Wouter Duyck van de Universiteit Gent onomwonden: ‘We hoeven ons helemaal niet zoveel zorgen te maken om hoogbegaafden. Ze zijn niet vaker depressief, ze hebben niet vaker ADHD of ontwikkelingsproblemen. Ze moeten inderdaad uitgedaagd worden, maar als een gewone school dat niet kan, dan kan ze maar beter de deuren sluiten.’

Een stelling die op bijval kan rekenen van Lianne Hoogeveen. Of de indeling wel/niet hoogbegaafd in het onderwijs bruikbaar is, is zeer de vraag. 'Een leerkracht vroeg me eens wat te doen met een meisje dat alleen maar A+-scores had, zeer gemotiveerd en zeer sociaal was. "Maar wat ik niet weet is of ze hoogbegaafd is", zei ze. Ik viel even stil. Waarom wilde ze dat weten? "Nou, we hebben een plusklas, maar die is alleen voor hoogbegaafde kinderen", zei ze. Zou zij daarvan profiteren? "Jazeker!", anwoordde ze, "want ze is heel goed en gemotiveerd. Maar ja, ik weet niet of ze hoogbegaafd is." Dit is een typisch voorbeeld van de wereld op z’n kop. De plusklas was gemaakt voor dat meisje. Dan maakt de IQ-meting niet uit.'

Opleiden leerkrachten

Lianne Hoogeveen pleit ervoor om leerkrachten beter op te leiden. Ze zou willen dat leerkrachten in groep één in staat zijn het gedrag van kinderen te herkennen die te weinig worden uitgedaagd en hoe ze daarmee om moeten gaan. 'Nu snappen ze dat gedrag niet, halen er onmiddellijk deskundigen bij of interpreteren het verkeerd door gebrek aan kennis. Leerkrachten zouden ook veel meer als professionals gezien moeten worden die, zonder te labelen, kunnen beslissen dat een leerling iets anders nodig heeft, of iets meer. Daar ben ik niet optimistisch over. Het is een van de redenen dat  onze ECHA-opleiding is gestart.'

Achterhaalde theorie

NORMAALVERDELING IQ-SCORES

Lianne Hoogeveen: 'We maken ouders wel eens wijzer door uit te leggen dat een IQ van 130 helemaal niet bestaat. Als je de WISC afneemt, krijg je een bepaalde bandbreedte. Het bepalen van een IQ gebeurt altijd op basis van een betrouwbaarheidsinterval. Als ouders zeggen dat een school voor hoogbegaafde kinderen de eis stelt van een IQ van 130 of hoger, adviseer ik ze hun kind daar niet naartoe te sturen. Dat is een wel erg nauwe bandbreedte. En een zo achterhaalde theorie.'

Tegenstrijdige boodschap

We geven een heel tegenstrijdige boodschap op scholen, analyseert Hoogeveen. 'We vertellen kinderen dat ze naar school komen om te leren. Dat is helemaal niet waar. Ze komen er om te presteren. Je kunt immers heel veel leren, maar met een onvoldoende ga je niet over. Een kind met hoge capaciteiten dat liever geen risico loopt, zal dus nooit uitdagende taken aangaan. Die zouden wel eens mis kunnen gaan. Dus houdt zo’n kind het veilig, doet wat het allang kan, dan is de juf ook tevreden.'

Bij tienminutengesprekken over deze kinderen zeggen leerkrachten meestal: Er is eigenlijk niets om over te praten. Uw kind heeft allemaal A’s’. Lianne Hoogeveen denkt juist: alarmbellen! Is dit kind nog wel aan het leren? 'Maar dat is het systeem, daar kun je een leerkracht niet op afrekenen. De focus ligt op D- en E-scores, die probeert iedereen naar een C-score te krijgen. Als een kind met A-scores twee niveaus zakt, maakt het niet uit. Dat is nog steeds voldoende. Slimme kinderen hebben dat al heel snel door.'

Erkenning

Wat hebben kinderen met bovengemiddelde cognitieve talenten volgens haar nodig in het onderwijs? 'In de eerste plaats: de erkenning dat er iets moet gebeuren. Als de leerkracht doet alsof er niets aan de hand is, denkt een kind: "Het interesseert ze niets". En: "Ik doe iets niet goed, want alle andere kinderen doen wel hun best en vinden de les wel interessant. Dus met mij is er iets mis." Dan doe je het als leraar niet goed. Na de erkenning begint het zoeken: hoe kunnen we ervoor zorgen dat jij ook leert? Volgens de wet hebben kinderen recht op leren! Recht op ontwikkeling op het niveau dat bij hen hoort.'

Lees verder.

Hans Koppies is voormalig ALO-docent, orthopedagoog en publiceert onder meer voor het blad De Pedagoog.

Bronnen

Websites

Verder lezen

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief