Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Werkplekleren

17 oktober 2018

Eelko de Vries is schoolopleider op het Regius College te Schagen en beschrijft in dit blog het proces van gezamenlijk opleiden, tussen scholen en opleidingsinstituten. 'Het gaat in de begeleiding van studenten over de wisselwerking tussen intuïtief en bewust handelen'.

Ruud Vermeer, Birdies, 2017Mijn vriend Ruud schildert op een bijzondere manier. Hij start met het maken van schetsen met zijn niet-voorkeurshand en maakt zo gebruik van zijn intuïtieve kant. Deze schetsen gebruikt hij in de volgende fase waarin hij wel zijn voorkeurshand gebruikt. Hij werkt dan op aquarelpapier, tekent met houtskool en kleurt de schetsen in met ecoline.

Naast de prachtige en vaak grappige resultaten, die al reden genoeg zijn het werk te laten zien, is er nog een reden de ‘schilderdingen’ te noemen. Zijn aanpak lijkt op die van veel begeleiders in hun begeleiding van studenten: de wisselwerking tussen intuïtief en bewust handelen.

Om de samenwerking tussen scholen en opleidingsinstituten nog beter te laten gaan, is er het werkplekleren: ‘leren dat plaatsvindt in reële arbeidssituaties als leeromgeving en met werkelijke problemen uit de arbeidspraktijk als leerobject’ (Onstenk, 2003). De werkplekbegeleider is een belangrijke schakel in het succes van deze manier van leren, maar juist deze is moeilijk te bereiken voor scholing en reflectie. Dat is een gedeelde ervaring van de schoolopleiders die participeren in de Academische Opleidingsschool Noord-Holland-West (AONHW).

Eén van de gezamenlijke thema’s van de scholen die zich verbonden hebben in het samenwerkingsverband tussen AONHW en hen, is het versterken van de positie van de werkplekbegeleiders.
Op onze school is daarvoor een plan opgesteld dat uitgaat van het idee dat: 'professionalisering niet vanzelfsprekend leidt tot professionaliteit. Uiteindelijk is het niet de organisatie die leert, maar het leren zit ook niet puur in mensen. Het leren in organisaties speelt zich voor een belangrijk deel af tussen mensen en is daar collectief van aard' (Manon Ruijters, leren in verandering: over lerende organisaties, professionele teams en goed werk. Oratie 2018, p. 2).

Dat collectieve leren van - in dit geval - werkplekbegeleiders organiseren we op drie niveaus: op individueel-, team- en organisatieniveau. Op individueel niveau hebben we een start gemaakt met het voeren van gesprekken vanuit het idee: 'praat met elkaar, plan met elkaar, werk met elkaar –dat is de sleutel' (A. de Groot, G. Nobel, Intervisie in het onderwijs, een goudmijn. Meppel, 2017).

Met twaalf werkplekbegeleiders heb ik uitvoerig gesproken over hun praktijk van de begeleiding. Wat een mooie gesprekken hebben we gehad. Bart vertelde bijvoorbeeld het volgende: ‘Ik wil naast de student staan en er voor hem zijn. Ik geloof niet in voorschrijven maar in ontdekken en geef daarom de student de tijd zijn ontdekkingstocht te maken en ik ga mee op avontuur!’ Lisa vertelde dat de begeleiding parallel loopt aan die manier waarop ze met haar leerlingen werkt. De basis van haar werk is het hebben van een goede relatie. Zij zoekt die relatie door te praten, praten vanuit nieuwsgierigheid en op basis van gelijkwaardigheid. Tim was glashelder: ‘begeleiden is de zoektocht naar het talent van de student.’
 
Op teamniveau is vervolgens een ronde-tafel-ronde georganiseerd. Alle geïnterviewden kregen een uitnodiging en konden ter voorbereiding elkaars gespreksverslagen lezen. We hebben in de bijeenkomst met elkaar onderzocht wat kenmerkend is voor onze begeleidingspraktijk én we hebben onder woorden gebracht wat we willen toevoegen aan onze praktijk.

We maakten de volgende tekening van ons werk, we:
-  zijn enthousiast en gedreven,   
-  voelen ons betrokken bij de student,
-  werken op basis van gelijkwaardigheid,
-  bieden ruimte aan de student,
-  zijn ons bewust van het leren van de student.

Onze tekening is gemaakt met de niet-voorkeurshand: we werken vooral intuïtief. We vinden onze tekening mooi, maar nog niet af. Als we in ons gesprek nagaan wat we willen toevoegen aan onze begeleidingspraktijk komen we tot de wens elkaar vaker te spreken, maar ook aandacht te besteden aan:

  • Inzicht in eigen lespraktijk,
  • Begeleidingsmethodieken,
  • Begeleidingsvaardigheden,
  • Ontwikkelingen op gebied van algemene - en vakdidactiek,
  • Kennis van het onderwijs van de lerarenopleidingen,

Met onze inzichten hebben we in onze organisatie gewerkt aan een plan waarin de scholingsvraag van de werkgroepbegeleiders als voorstel aan de schoolleiding onder woorden is gebracht. En nu, in de eerste maanden van het nieuwe schooljaar, start op het Regius College “De leerkring voor werkplekbegeleiders”. De leden van de leerkring, een groep van tien docenten, komen acht keer per jaar bij elkaar (gedurende twee jaar) en werken aan de genoemde thema’s. De leerkring, zo is onze gedachte, maakt met de voorkeurshand de tekening compleet.

Over de vorm en inhoud van de leerkring en het proces dat we doorlopen, bericht ik graag in een volgende bijdrage.

Eelko de Vries is schoolopleider op Regius College Schagen.

Bronnen:

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief