Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Ervaringen in onderzoek naar Ex-Nihilo: 'Aandacht. Bij mij, bij jou, bij alles en iedereen…'

21 januari 2020

Rob van der Poel beschrijft een ervaring in de module ex-Nihilo, een onderzoek van derdejaars studenten op ArtEZ én docenten naar de betekenis van het niets voor onderwijs en leraar-zijn. Deze keer wordt er gespeeld met natuurlijke situaties en ‘theater gemaakt’ met datgene wat zich voordoet. Maar ondertussen valt er meer te ontdekken, zo bemerkt hij gaandeweg. ‘Waarom leren we dit niet op jonge leeftijd, denk ik, hoe je met aandacht en bewustzijn in de wereld kan zijn, met de ander kan zijn, zonder dat je iets direct hoeft?’

Een probeersel. Celine gaat voor de groep en zal deze donderdagochtend gaan ‘maken’. Dat wil zeggen kijken wat er gebeurt en daarmee ‘werken’. Ze heeft de opdracht om ons als 'spelers' vervolgens te leiden, waar mogelijk te bevragen en om met datgene wat er is, te gaan werken.

Eerst laat ze ons (en mij) door de ruimte wandelen. De oefeningen die we deze ochtend hebben gehad van Esther – die werkt vanuit de Alexandertechniek en de mime – zitten nog in mijn lichaam. De aandacht bij jezelf houden – bij je houding, het denken en de beweging samen -  en tegelijk oog houden voor je omgeving. Jezelf in de ruimte weten. Niet eerst met het hoofd en dan je lijf dat erachteraan komt, maar eerst vanuit zwaartekracht en opwaartse kracht opbouwen en van daaruit je beweging laten plaatsvinden, zoiets.

Ik merk dat ik de juiste woorden (nog) niet zo kan vinden als ik vanuit mijn ‘terugdenken‘ schrijf, maar dat ik de ervaring in mijn lijf kan ophalen. Even achterover dus.

Ik heb deze ochtend het verschil ervaren van in mezelf zijn, en juist helemaal bij de ander (of dat wat in de buitenwereld is). Ik merkte dat ik op deze ochtend de combinatie kon ervaren, dat beide gevoelswerelden samenvielen. Dat mijn aanwezigheid daardoor groter was dan alleen de positie die ik innam ten opzichte van de ander. Dat ik me verbonden voelde met een groter veld en toch daar een individu in was, maar een individu die daar deel van was. Ik was meer een inter-vidu (bedoelde Henk Oosterling dit?). Een mens tussen de mensen.

Ik heb deze ochtend het verschil ervaren van in mezelf zijn, en juist helemaal bij de ander (of dat wat in de buitenwereld is). Ik merkte dat ik op deze ochtend de combinatie kon ervaren, dat beide gevoelswerelden samenvielen.

De aandacht daarvoor was daarvoor zorgvuldig opgebouwd, stap voor stap, van eigen lijf en houding (staan), van houding naar beweging (lopen), van eigen beweging naar omgeving (aandacht voor de ruimte en later voor de ander), van ander naar geheel (de hele groep in de ruimte).

Synchroniciteit
Ik weet dat deze aanwezigheid en aandachtigheid van grote betekenis is voor het contact, de relatie en voor de creatie en de synchroniciteit van de bewegingen, zo ontdek ik. ‘Voel niet alleen je eigen rug, voel die van alle anderen,' hoor ik Esther zeggen. Waarom leren we dit niet op jonge leeftijd, denk ik, hoe je met aandacht en bewustzijn in de wereld kan zijn, met de ander kan zijn, zonder dat je iets direct hoeft? Het verschil ervaren, ook m.b.t. je eigen energie en moeite die ermee gemoeid gaat? ‘Als mens, als leraar,’ zeg ik even later in de middagpauze tegen Susan en Esther, op de stoep aan waterkant van het ArtEZ-gebouw, heerlijk in het zonnetje.

Terug naar Celine en haar opdrachten. Ze vraagt ons in hetzelfde tempo te lopen, vervolgens om op hetzelfde moment te stoppen. Een aantal keer. Ik ben bezig – aan het werk om bij mezelf en de anderen te blijven, zonder dat ik er hard voor moet werken en dat wat er nog meer is in de zaal (en in mezelf) te hoeven missen. De onrust neemt toe. Celine deelt haar observaties. ‘Drie mensen waren een groep, Susan en Rob meer individuen.’

Ze wordt uitgenodigd door Esther om een tweede experimentje (als maker) aan te gaan. En geeft aan dat het voor iedereen pauze is. Ze zet de stoel aan de zijkant en gaat als observator kijken wat er gebeurt. Ik neem pauze en zet me op een stoel en pak een pannenkoek uit mijn eettrommel. Met Jetske begin ik een gesprekje over haar nieuwe huis. Susan en Iris zitten aan de linkerkant, Gijs eet ook, maar aan de andere zijkant. Hij leest tegelijkertijd in het boek van Max van Manen, Weten wat te doen als je niet weet wat te doen.

Het spel is begonnen
Dan komt Celine weer. Ze vraagt Iris om naast mij te komen zitten, aan de andere zijde, op een stoel. Ik krijg dorst en wil even wat water gaan halen buiten de ruimte. Celine wil dat ik in de ruimte blijf. Het spel is begonnen. Ik ga weer zitten en beweeg naar Susan, die een fles water heeft staan om wat water te delen. Zij schenkt mijn papieren beker halfvol. Ik loop terug naar mijn stoel en zet het gesprek met Jetske voort. ‘Rob, zou je ook niet meer willen praten?’ Ik begrijp dat er een regisseur is van deze pauze en dat ik nu middenin het spel ben terechtgekomen. Vervolgens wordt zowel Jetske als Iris – die beiden een appel eten - gevraagd om mij na te doen. In houding en beweging.

Ik merk dat het grappig is, en kan invoelen dat het van de zijkant er ook theatraal uit kan zien. Celine zou later zeggen: ‘Ik wilde eens kijken hoe dat zou zijn, een man in het midden en twee vrouwen ernaast. Kunnen die eigenlijk wel precies zoals die man zijn? Of blijven ze een vrouw?’ Ikzelf blijf de vijf minuten die erop volgen op mijn stoel zitten. Zet het ene been soms over de ander en ga een aantal keren verzitten. Het ongemak neemt een beetje toe, maar ik doe wat mij is gezegd: mondje dicht.

Mijn aandacht wordt ook al snel getrokken naar Gijs en Susan, die door Celine ook in relatie zijn gebracht. Gijs observeert Susan als zij een tijdje haar aandacht moet richten op een topje dat aan de kant hangt. Celine vraagt hem uiteindelijk naar haar toe te gaan en het topje aan te trekken. Dat doet Gijs, waarop Susan mag zeggen wat er in haar opkomt. Het doet grappig aan, als Gijs zich heeft gehesen in het wat krappe kledingstuk en vervolgens de opdracht krijgt om het te verkopen. Hij loopt naar Celine en Esther (die al die tijd naast haar zit) en begint een verkoopraatje over hoe fijn en geweldig het topje is en over de spotgoedkope prijs die ze ervoor hoeven te betalen. Intussen mag Susan (als getuige) beschrijven wat ze ziet. Hardop.

Aandacht verschoven

De aandacht van mij is verschoven, zo ervaar ik. De rol ook enigszins. Ik zit (samen met iris en Jetske) aan de andere kant van de zaal en kijk naar de rug van Gijs. Het voelt alsof ik ‘publiek’ ben geworden. Aanwezig, nog steeds in het spel, dat wel. Maar ik vraag me  nu – al schrijvende af – in welke mate ik me nog van de totale ruimte bewust ben als alles zich afspeelt. ‘Dat kan ook niet,’ zegt Esther, opnieuw in de middagpauze, op het stoepje in de zon, terecht. We zullen altijd dit ervaren, met dien verstande dat we er meer bewust van kunnen zijn en worden.’ En ons waar nodig kunnen leiden en coördineren daarin, denk ik even voor mezelf. Of in een situatie me daarin laat aanspreken.

Meer mens

Celine rondt haar experiment af. Ze had eerder verteld over haar onderzoek naar wat er gebeurt als iedereen man is, of iedereen een vrouw. De opdracht aan Gijs krijgt een plaats in dat verhaal voor me. En ze vertelt dat dat beeld – kijkend naar Gijs met ons drieën op de achtergrond – van man en twee vrouwen op een rij vervaagde. ‘Jullie werden meer mens.’

Ik merk dat ik deel was van een eenmalige, betekenisvolle ervaring en gebeurtenis. Ogenschijnlijk uit het niets ontstaan.

Rob van der Poel is onder meer verbonden aan NIVOZ, voornamelijk als redacteur en rondom communicatie en publicaties. Hij combineert ervaringsleren met kennis van pedagogische theorie en concepten. 

Eerder geschreven in onderwijsmodule ex-Nihilo:

 

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in.


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief