Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

'Elk kind hoort erbij en dat laten we merken!'

9 januari 2020

Sinds september 2019 kent Mission Hill, een van de eerste Essential Schools in de VS, het zogenaamde co-teacher leadership. Vanaf het allereerste begin is deze school een inclusieve school in een dubbele betekenis. 40% van de leerlingen heeft ‘special needs’, waaraan voldaan wordt door twee leraren. Eén van hen heeft een ‘speciale opleiding’, de ander een reguliere opleiding. Niet alleen deze cognitieve kant, maar ook de morele betekenis van een inclusieve school wordt dagelijks in praktijk gebracht. ‘Ieder mens heeft goede en minder goede kwaliteiten. Door met elkaar in gesprek te zijn, blijf je met elkaar verbonden.’

De Amerikaanse samenleving is sinds 1965 steeds individualistischer geworden concludeert Robert Putnam in zijn over enkele maanden te verschijnen nieuwe boek, waar hij alvast een inkijkje in gaf tijdens zijn Jaap Dronkers lezing afgelopen november.

Prof. dr. Rob Martens zegt daarover in zijn artikel Ik Wij Ik: ‘Deze polarisatie doet zich in de Europese samenlevingen net zo sterk voor als in de Amerikaanse. Ook in het ons land stijgt sinds midden jaren zestig het gebruik van het woordje ‘ik’, als indicator voor een toenemende ‘ik-cultuur.

In Nederland zijn gelukkig wel voorbeelden te vinden van echt inclusieve scholen, zoals de Synergieschool in Roermond. Het zijn de scholen waar ook kinderen met een SBO-beschikking of soms een SO-leerling welkom zijn, waarvoor de school is toegerust en waarin ieder kind kan gedijen.

Dat is de cognitieve kant van een inclusieve school: kinderen met verschillende leer- en gedragsproblemen bij elkaar in de groep en een curriculum dat maatwerk biedt.

Er is ook een morele kant van inclusieve scholen, die minder vaak wordt gezien en volgens mij die sleutelvariabele is in de samenleving waarop Putnam doelde in zijn Jaap Dronkers lezing.

Een mooi voorbeeld trof ik aan op de door mij jaarlijks georganiseerde studiereizen naar The Essential Schools in Boston en New York. Deze scholen zijn allemaal inclusief en dat zie je bij binnenkomst onmiddellijk. Elke directeur vertelt in het welkomstwoord enthousiast daarover. De teams staan erop dat hun school inclusief is. De morele dimensie van deze inclusieve scholen zie je niet meteen; daarvoor moet je dieper kijken om te zien wat deze leraren daarvoor doen.

Op Mission Hill bijvoorbeeld worden geen feesten gevierd: geen verjaardagen, geen Kerst, geen Pasen en geen Suikerfeest. Daarmee beogen ze dat kinderen met een Jehova- , katholieke, of moslimachtergrond of kinderen die uit een gezin komen dat met armoede kampt zich ook thuis voelen op de school. De school viert wel het leren, met ‘exhibitions’, waarop kinderen laten zien wat ze geleerd en gemaakt hebben in een project. Alle ouders zijn welkom en er wordt samen gegeten van de wereldgerechten die ouders hebben gemaakt.

Wie door de school loopt ziet hoeveel aandacht wordt besteedt aan foto’s van de dagelijkse leefwereld en het gezin van alle kinderen, nadat in de groep is uitgewisseld wie het kind is, waar het vandaan komt, hoe het gezin eruit ziet en wat hetzelfde is en wat anders is thuis. Zo leren kinderen dat de eigen wereld anders is dan die van klasgenoten en dat ze elkaar nodig hebben om plezier en verdriet met elkaar te delen.

Op een ochtend in oktober neemt een leerling (12 jaar oud) van Mission Hill de groep deelnemers aan onze studiereis mee voor een rondleiding door de school. Inclusie is door één van de co-teachers-directeuren toegelicht en daarin is met name de morele kant van inclusie toegelicht: zorgen voor elkaar.

Er komt een vraag uit de groep: ‘Is het weleens lastig voor jou om met kinderen die anders zijn elke dag in de klas te zitten?’ Het meisje neemt een paar seconden de tijd voordat ze de vraag beantwoordt. Dan zegt ze: ‘Ieder mens heeft goede en minder goede kwaliteiten. Ieder mens heeft wel iets dat minder prettig is voor een ander. Dat kan iets fysieks zijn of iets psychisch. Soms zijn die meteen zichtbaar en soms minder of helemaal niet. Ik vind het belangrijk om met iedereen contact te hebben en daardoor begrijp ik die ander beter en blijf ik met de ander verbonden. Ik leer daarvan over mijzelf en over de ander. Daardoor kan ik met iedereen beter omgaan. Stel je voor dat we elkaar niet zouden zien en niet zouden praten met elkaar. Dan verlies je elkaar gemakkelijk uit het oog en ga je sneller oordelen. Ik ben daarom blij dat ik op deze inclusieve school zit.’

Ikzelf ben opnieuw, ondanks dat ik al elf jaar op deze school kom, onder de indruk van hoe dit twaalfjarige kind de vraag beantwoordt. Zomaar op een willekeurige dag, onverwacht, geeft zij woorden aan de missie van de school en maakt de kwaliteitscirkel daarmee rond.

Daan Roovers, Denker des Vaderlands, beschrijft het in haar nieuwste essay - Liefde voor de wereld-  als volgt: ‘Zonder inzicht in wat goed gedrag is en wat samenleven met anderen betekent, blijft opvoeding oneerbiedig gezegd hangen op het niveau van een puppycursus. Het allerbelangrijkste is de morele opvoeding, en dat betekent dat kinderen leren denken, zegt Kant. Je wilt dat een kind een eigen geweten ontwikkelt. Je wilt dat kinderen leren ‘uit vrije wil het goede te doen’. Niet omdat ze gehoorzamen, maar vanwege het goede zelf. Niet omdat ze anders straf krijgen, of omdat de juf boos wordt-nee, omdat ze het zelf goed vinden. Omdat ze weten wat het goede is, en dat ook herkennen. Dat klinkt hoogdravend, maar het is heel alledaags.’

Het essay van Daan Roovers maakt onderdeel uit van “Ogenblikken, als verdieping en inspiratiebron voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling van kinderen en jongeren”. Meer weten? Bezoek de website Wij zijn Jong hier.

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief