Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Opleiden voor de toekomst: tijd voor pedagogiek in de lerarenopleiding - Symposium Velon/VELOV-congres 2019

13 mei 2019

Op dinsdag 19 maart, de tweede dag van het jaarlijkse Velon/VELOV-congres, verzorgden Jos Castelijns, Monique Leijgraaf, Wouter Sanderse, Gert Biesta en Maartje Janssens vanuit de NIVOZ-lectorenkring een symposium getiteld ‘Opleiden voor de toekomst: Tijd voor pedagogiek in de lerarenopleiding’. De vraagstelling luidde: hoe maken we tijd voor pedagogiek in de lerarenopleiding en hoe ziet zo’n pedagogisch georiënteerde lerarenopleiding er concreet uit?

De vraagstelling werd verkend vanuit praktijkonderzoek aan drie hogescholen, over respectievelijk de betekenis van verhalen over opvoeden in de lerarenopleiding (Jos Castelijns), de pedagogische noodzakelijkheid van onzekerheid in de lerarenopleiding (Monique Leijgraaf), en de wijsheid van leraren (Wouter Sanderse). Vervolgens hield Gert Biesta een reflectie op deze drie bijdragen, en gingen de sprekers met de zaal in gesprek.

Wat is een wenselijke toekomst?
Maartje Janssens, werkzaam voor de denktank van het NIVOZ, leidt het symposium in met een verwijzing naar Biesta’s oratie ‘Tijd voor pedagogiek. Over de pedagogische paragraaf in onderwijs, opleiding en vorming’. Het thema van het Velon-congres, ‘Opleiden voor de toekomst’, brengt de vraag met zich mee wat een wenselijke toekomst is – zeker in het licht van ons economisch systeem, onze politieke cultuur en de ecologische crisis. Die vraag naar wenselijkheid hangt samen met de vraag naar volwassenheid, immers volwassenheid gaat over de vraag of wat we wensen ook wenselijk is voor onszelf en anderen. En het vraagstuk van de volwassenheid is het vraagstuk van de pedagogiek, immers pedagogiek is betrokken op het ondersteunen van het handelen van opvoeders en leraren die jonge mensen begeleiden bij hun proces van volwassenwording. Gert Biesta spreekt in dit verband over pedagogiek als betrokken handelingswetenschap.

Kortom: als het gaat over opleiden voor de toekomst, dan is het tijd voor pedagogiek. De vraagstelling van het symposium luidt dan ook: hoe maken we tijd voor pedagogiek in de lerarenopleiding en hoe ziet zo’n pedagogisch georiënteerde lerarenopleiding er concreet uit?

Hoe kunnen we het pedagogisch handelen van studenten ondersteunen?
Jos Castelijns van Hogeschool De Kempel in Helmond trapt af met zijn presentatie ‘Betekenis van verhalen over opvoeden in de lerarenopleiding. Een praktijkvoorbeeld’. Zijn onderzoek vertrekt vanuit de confrontatie met pedagogische handelingsverlegenheid van studenten, bijvoorbeeld als het gaat om systeemeisen en persoonlijke opvattingen over opvoeden. Er is een nadruk op onderwijskunde in het curriculum, maar als het gaat om de vraag wat wijsheid is met het oog op volwassenheid, dan biedt de onderwijskunde volgens Castelijns niet de antwoorden. Dan is het tijd voor pedagogiek in de lerarenopleiding. De vraagstelling van zijn onderzoek luidde: hoe kunnen we het pedagogisch handelen van studenten ondersteunen?

Castelijns heeft onderzocht of de zogenaamde modus-drie-leerprocessen behulpzaam zijn voor de beantwoording van deze vraag. De modus-drie-leerprocessen ontleent hij aan Harry Kunneman, die ze beschrijft in het boek Leraar wie ben je? (Stevens (red.), 2008). Deze leerprocessen gaan onder meer over persoonlijke zingeving in relatie tot praktische dilemma’s die studenten in de omgang met hun leerlingen ervaren, en over de plek der moeite: de plek waar je, naar aanleiding van een dilemma, verschillende perspectieven (van jouzelf, school, ouders, kind) onderzoekt. Dat heeft dan weer alles te maken met de ontwikkeling van je normatieve professionaliteit. Modus-drie-leerprocessen kun je concretiseren door met studenten te kijken naar videofragmenten met inspirerende verhalen over persoonlijke ervaringen, en hen uit te nodigen hun eigen verhalen daarbij te delen. Een pedagogisch begrippenkader en een plek voor verhalen in het curriculum van de opleiding zijn hier van belang.

‘Doen we wel het goede?’
De presentatie van Monique Leijgraaf van Hogeschool iPabo Amsterdam / Alkmaar gaat over onzekerheid binnen een pedagogisch georiënteerde lerarenopleiding. De aanleiding hiervoor is de nadruk op zekerheid en controle in het onderwijs. Volgens haar moeten we leraren leren omgaan met onzekerheden, want we leven in onzekere tijden, en het lesgeven zelf is onzeker van aard. Bovendien – in verwijzing naar Biesta – zijn studenten menselijke subjecten die we in en met de wereld willen laten existeren met alle grilligheid die erbij hoort, en moét onderwijs wel onzeker zijn vanwege de vrijheid van de mens om iets nieuws te beginnen (Hannah Arendt).

Het onderzoek van Leijgraaf legt een aantal dilemma’s bloot. Onzekerheid creëert nieuwe mogelijkheden voor studenten, maar kan ook tot verdrinking leiden. En: sommige opleiders willen wel onzekerheid inbouwen, maar durven het niet vanwege de roep om ‘accountability’. Volgens Leijgraaf verdienen deze dilemma’s een veelvuldige bespreking tussen opleiders, wat bijdraagt aan de oordeelsvorming van opleiders. Ze besluit met de stelling dat een pedagogisch georiënteerde lerarenopleiding het aandurft om te leven met de spanning van enerzijds de roep om zekerheid en anderzijds een open houding ten opzichte van onzekerheden en het risico dat opleiden onherroepelijk met zich meebrengt.

Leraren, wat is wijsheid?
Wouter Sanderse van Fontys Lerarenopleiding Tilburg vertelt over het onderzoek van zijn kenniskring naar wijsheid van leraren. Als hij het heeft over de vraag ‘wat is wijsheid?’, dan bedoelt hij: ‘wat is wijs om hier en nu te doen?’ Met andere woorden, het gaat hem om praktische wijsheid. Hij heeft onderzocht wat wijze leraren nu precies doen. Lerarenopleiders-onderzoekers hebben daarvoor gekeken naar hoe leraren omgaan met morele dilemma’s: situaties waarin je praktische wijsheid nodig hebt om te weten wat goed is om te doen. Hij verwijst naar het NIVOZ, dat het in dit verband over ‘pedagogische tact’ heeft. In het onderzoek dat Sanderse begeleidt wordt gekeken naar het samenspel van vier elementen van praktische wijsheid: persoon (wie ben je zelf), (een inschatting van de) situatie, moreel doel (wat je goed vindt) en handeling (wat deed je).

Sanderse werpt de vraag op wat het onderzoek binnen zijn lectoraat pedagogisch maakt, en doet dat in een vergelijking met Biesta’s opvatting van pedagogiek. Waar ze volgens Sanderse overeenkomen is dat de pedagogiek volgens hen beide een opvatting van handelen heeft die waarde-gedreven is (een praxis), en een opvatting van kennis in termen van praktische wijsheid (in plaats van instrumentele kennis). Pedagogiek is geen objectieve, neutrale wetenschap, maar een betrokken handelingswetenschap die zelf normatief is. Volgens Sanderse verschillen ze echter in hun opvatting wat pedagogiek precies is. Waar Biesta de pedagogiek primair lokaliseert in het domein van subjectificatie, ziet Sanderse de pedagogiek breder, namelijk als toegepaste ethiek, als ruimte hebben voor vragen over wat goed is om te doen – in dit geval in de praktijk van opvoeding en onderwijs. Pedagogiek gaat volgens hem ook over Bildung, karaktervorming enzovoort. 

Ten slotte keert hij terug naar de relevantie van zijn onderzoek naar wijsheid van leraren voor de lerarenopleiding. Hij citeert Biesta die stelt dat ‘we onze eigen virtuositeit kunnen vormen door het bestuderen van de virtuositeit van anderen’ (Biesta, 2011). De video-recall methode die Sanderse gebruikte in zijn onderzoek, kan behulpzaam zijn als coachingsinstrument voor het stimuleren van praktische wijsheid bij studenten.

Onze professionaliteit staat op het spel
Gert Biesta, hoogleraar aan Maynooth University in Ierland en NIVOZ-hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek, reflecteert op de thematiek en de drie bijdragen van dit symposium. Het is tijd voor pedagogiek. Waarom is dat belangrijk? Niet omdat pedagogiek op zich belangrijk is, maar omdat onze professionaliteit als onderwijsgevenden op het spel staat. Het is de vraag van de emancipatie van de leraar. Dat deze brede claim belangrijk is, zien we terug in de drie presentaties: er is handelingsverlegenheid (Castelijns), die onzekerheid gaat niet weg (Leijgraaf), en om de humane dimensie van onderwijs vorm te geven hebben we wijsheid nodig om in situaties goed te kunnen handelen (Sanderse).

Volgens Biesta is er het gevaar dat de humane dimensie van onderwijs technisch wordt opgevat, met noties die het humane niet raken, zoals ‘growth mindset’ en ‘eigenaarschap’. Met andere woorden, voordat je het weet komt er een logica die niet pedagogisch is, maar allerlei aspecten weer in de greep probeert te krijgen. Terwijl we te maken hebben met mensen die de uitdaging hebben om hun eigen leven te leiden. De inzet van de pedagogiek is: hoe kunnen we de nieuwe generatie ondersteunen in de uitdaging om als mens in de wereld te staan? Volgens Biesta laten alle drie de presentaties zien hoe je meer aandacht kunt geven aan zwakke processen door de balans van enerzijds richting geven en anderzijds ruimte voor de leerling laten om het zelf te doen. Dat is de antinomische structuur van het pedagogisch handelen.

Hoe kunnen we het pedagogische zo precies mogelijk duiden, zodat we onze professionaliteit kunnen blijven claimen als onze pedagogische professionaliteit, en dat niet afgepakt wordt? Dat is een blijvende uitdaging.

Afbeelding van cherylt23 via Pixabay

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief