Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

'Kutmens!'

20 augustus 2019

Als redacteur Annemiek Planting de versnelde pabo-opleiding volgt aan de HAN in Nijmegen, leert ze niet alleen veel over zichzelf, maar ondervindt zij ook hoe moeilijk het kan zijn om als leraar ‘op het juiste moment het juiste te doen’. Zoals tijdens het buitenspelen van de kleuters, in haar eerste stageweek op een basisschool in Arnhem. ‘Nu moet je hem echt even apart zetten, zodat hij kan nadenken over zijn gedrag!’

Op mijn eerste stagedag zit ik in de kring naast Jelle, een vierjarig jongetje met grote, bruine ogen. Hij is erg knuffelig en aanhankelijk. Dezelfde dag nog merk ik, dat hij net zo gemakkelijk boos wordt. En als dat gebeurt, moet hij meteen vechten tegen zijn tranen. Tijdens de dagstart in de ochtendkring die zeker een halfuur duurt, vindt Jelle het moeilijk om stil te zitten. Dit uit zich in het volgende tafereel, dat zich vrijwel iedere ochtend zal herhalen: Jelle draait op zijn stoel, pulkt aan zijn buurman of -vrouw en rotzooit met zijn kleding. Vest uittrekken en onder zijn shirt stoppen, knoopjes van zijn shirt open en dicht doen... Jelle krijgt hierover regelmatig een afkeurende opmerking van mijn mentor. Als het echt te bont wordt in haar ogen, dan moet hij buiten de kring gaan zitten. Al met al heb ik het gevoel, dat dit jongetje veel moeite heeft met het voldoen aan de eisen die al aan hem gesteld worden op zo’n jonge leeftijd: ruim een halfuur in de kring zitten, letters leren. Het frustreert hem naar mijn idee.

Op andere kinderen kan Jelle snel emotioneel reageren. Tijdens mijn derde stagedag krijgt hij ruzie met een paar andere kinderen op het schoolplein; hij wil niet dat er een vierde jongetje komt meedoen met verstoppertje, maar zijn twee speelkameraadjes wijzen hem erop dat je geen kinderen mag buitensluiten.

Sem en Thijs komen verhaal halen bij mij. ‘Finn mag niet met ons meedoen van Jelle. Maar van ons mag hij wél meedoen!’ De verontwaardiging is goed te horen in Thijs’ stem.

Ik loop met ze mee, zak door mijn knieën en zoek oogcontact met Jelle. ‘Jelle, waarom mag Finn niet meedoen met verstoppertje van jou? Zie je dat hij nu verdrietig is? Wij hebben hier op school de afspraak gemaakt, dat we elkaar niet buitensluiten. En Sem en Thijs willen ook graag, dat Finn meedoet.’ Sem en Thijs knikken heftig ‘ja!’

Jelle antwoordt niet, maar zijn gezicht spreekt alvast boekdelen.

‘Kutmens!’ roept Jelle opeens recht in mijn gezicht. Hij rent weg naar een bankje aan de zijkant van het speelplein en gaat daar demonstratief met zijn rug naar mij toegedraaid zitten.

Mijn mentor heeft het ook gehoord. Ze kijkt me ontzet aan. ‘Annemiek, nu moet je hem echt even apart zetten, zodat hij kan nadenken over zijn gedrag!’

Lastig, dit. Ik ben geen voorstander van ‘strafbankjes’, omdat ik niet geloof dat een vierjarige zijn zonden gaat zitten overdenken als je hem tijdelijk ‘buitensluit’. Sterker nog, ik denk dat zijn frustratie en onmacht dan alleen maar groeien. Tegelijkertijd vind ik het heel vervelend om als kersverse stagiaire tegen het advies van mijn mentor in te gaan. Helemaal omdat de meeste kinderen overduidelijk dol op haar zijn en zij op hen. Terwijl ik richting Jelle loop, probeer ik te bedenken wat ik wél wil doen. Ze zijn heel welkom, deze paar seconden extra bedenktijd die ik hierdoor ‘win’.

Jelle zit met zijn rug demonstratief naar mij toegedraaid, armpjes over elkaar. Om het gesprek te openen vertel ik hem, dat ik zie dat hij erg boos is. ‘Wil je mij vertellen waarom je zo boos bent?’ vraag ik hem. Hij draait zich naar me toe, zijn boosheid verandert plotsklaps in verdriet. ‘Ik wil niet dat hij meespee-heeeelt’, snikt hij schokschouderend.

Och, jochie. Ik zeg dat ik het naar voor hem vind dat hij zo boos en verdrietig is, maar dat kinderen uitsluiten van een spelletje tegen de schoolafspraken is. Dat het namelijk heel naar is om buitengesloten te worden. Ook vertel ik hem, dat mij uitschelden geen oplossing is en dat ik het niet accepteer. Terwijl ik hem dit uitleg, laat hij zich zowaar door mij troosten. Zijn woede lijkt verdwenen als sneeuw voor de zon. Ik vertel hem dat ik een ‘sorry’ van hem verwacht, omdat hij mij heeft uitgescholden. Hij zegt ‘sorry’ en kalmeert in mijn armen.

Was dit nou zo handig? Jelle wist natuurlijk heel goed dat hij mij niet mocht uitschelden; voegde het afdwingen van een ‘sorry’ daar iets aan toe? We hadden contact doordat hij zich serieus genomen voelde in zijn frustratie, maar ik greep alsnog naar ingesleten regeltjes over ‘excuses moeten maken als een kind onbeleefd is’. En vooral had ik natuurlijk eerst Jelles antwoord moeten afwachten op mijn vraag waarom Finn niet mocht meespelen. Misschien had hij daar wel een goede reden voor gehad. In plaats daarvan wees ik hem meteen op ‘de schoolafspraak’ dat hij anderen niet mocht buitensluiten, terwijl hij zelf misschien de bui al voelde hangen dat hij nu weer een tijdje apart moest gaan zitten… Een ironischer antwoord op zijn gedrag was in dit geval nauwelijks denkbaar geweest.

Dat het juiste doen op het juiste moment lang niet altijd lukt, ondanks goede intenties, heb ik niet alleen op de pabo, maar ook als moeder al vaker ondervonden. De afgelopen maanden heb ik veel gehoord, gelezen en geleerd over pedagogische tact dankzij mijn interim-functie als hoofdredacteur van NIVOZ-platform hetkind. Een van mijn collega’s bij het NIVOZ, Geert Bors, appte mij een keer: ‘Je kunt niet echt oefenen om vaker in die split-second de goede handeling te verrichten, maar je kunt wel de onderliggende bedachtzaamheid, aandachtigheid oefenen, waarmee je je professionele en menselijke persoonlijkheid steeds weer verkent en meer een ontvankelijke basishouding krijgt.’ En die ontvankelijke basishouding is niet alleen van belang voor leraren, maar feitelijk voor iedereen die een rol speelt in het leven van een kind.

'Het juiste doen op het juiste moment': als dat je lukt als leraar, dan kan dat je ongelooflijk veel energie geven! In onze trajecten Pedagogische Tact leer je om die momenten zelf vaker te creëren, waardoor je nog vaker weet wat je moet doen op momenten dat je niet meer weet wat te doen. Je leest er meer over op onze pagina over Pedagogische Tact.

(Foto: Joint Base Langley-Eustis)

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief