Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

‘Je moet op dat moment reageren en je weet nooit of je het juiste doet’

14 januari 2019

‘Het is belangrijk om als docent de goede toon te pakken. Die pedagogische momenten zijn ongelooflijk belangrijk en daarom is het ook belangrijk om ze te expliciteren, om erbij stil te staan. Dat is ook het thema: de pedagogiek is niet voorgeschreven, je weet nooit wanneer je wat moet doen. Er zijn geen regels en voorschriften, zoals je die bijvoorbeeld in de wetenschap wel hebt. Je kunt dus wel spreken van vakmanschap: je weet niet wat je moet doen en toch gaat het heel vaak heel goed.’ Ellen Klatter neemt ons tijdens haar Onderwijsavond mee langs een aantal casussen waarover roc-docenten haar verteld hebben, waarin het moeilijk werd en er iets van ze gevraagd werd. Het werd een lezing met veel oog voor het pedagogische moment en de behoefte van opvoeders aan speelruimte.

De pedagogiek in het beroepsonderwijs is een onderwerp dat Ellen na aan het hart ligt en waarover ze samen met o.a. Wouter Pols in een werkverband zit. Als ze denkt aan het woord beroepspedagogiek, is de eerste gedachte die bij haar opkomt een herinnering uit haar jeugd: Ellen was dertien jaar, kwam uit een gezin met vijf kinderen, woonde in een terpdorp helemaal in het noorden van Groningen, in een gezin met een stevig pak discipline. Ze moest op een dag naar school, maar wilde niet, want ze had de eerste twee uur Geschiedenis van de saaiste docent ooit. Dus veinsde ze dat ze ziek was. Maar nee, ze moest naar school en pas als het echt niet meer ging, dan mocht ze naar huis komen. Het lukte haar niet haar ouders te overreden. Ze is dus toch gegaan, en terwijl ze naar haar fiets liep, proberend om een standje te voorkomen, sprak haar vader de woorden: ‘Wat knap van je, Ellen, ik zie dat je jezelf hebt overwonnen.’ Waar ze dacht een standje te krijgen, werd het een compliment. In de avond tijdens het eten vroeg haar vader ook nog hoe de dag nou geweest was, zonder een verwijt. En achteraf besefte ze: op dat moment dat haar vader haar complimenteerde, voelde zij zich gezien, omdat haar vader door had gehad wat voor worsteling zij door had gemaakt. Dat was een heel bijzonder moment en daarom weet dat op de dag van vandaag nog. Vanavond wil ze graag hierover doorpraten met de bezoekers van deze Onderwijsavond. Momenten van gezien en erkend worden komen veel voor in het onderwijs; het zijn momenten van Pedagogische Tact. Alleen worden ze vaak niet expliciet benoemd. En daar gaat deze Onderwijsavond over.

‘Je weet nooit of je het juiste doet’
Ellen Klatter houdt zich dus als lector Versterking Beroepsonderwijs o.a. bezig met de onderzoekslijn Beroepspedagogiek, bedacht door Piet Boekhout (van het Albeda College in Rotterdam), en is onder aanvoering van Wouter Pols met een aantal roc’s in de regio aan de slag gegaan met een onderzoek hiernaar. Deze week verschijnt hierover een boekje van Wouter Pols met de titel “Je moet op dat moment reageren en je weet nooit of je het juiste doet. Pedagogiek in het middelbaar onderwijs.” Hierin spreken zij met teams van Rotterdamse roc’s over het pedagogische moment, om de pedagogiek op die scholen boven te krijgen. Alle verhalen in dit boek gaan over pedagogische momenten, momenten waar geen regels voor bestaan, maar waarop wel een pedagogische handeling nodig is. Maar wat zijn dan die pedagogische momenten? Of beter: door welke situatie voelt een docent nou dat er een appèl op hem wordt gedaan? Die vraag wordt niet vaak op lerarenopleidingen of in handboeken bediscussieerd.

Meer over het mbo
Omdat wellicht niet iedereen in de zaal goed bekend is met het mbo, geeft Ellen even kort wat kengetallen. Een belangrijke conclusie die volgt uit de cijfers over de gemiddeld wat lagere sociaal-economische status (SES) van de ouders van mbo-studenten is dat docenten die op de mbo’s werken zichzelf de opdracht moeten stellen om daar rekening mee te houden. Maar hoe ziet die pedagogiek daar er nu uit? Ze formuleerden met elkaar drie onderzoeksvragen:

  1. Hoe is het volgens mbo-leraren om in het mbo les te geven?
  2. Wat zijn daarbij voor hen cruciale (pedagogische) momenten?
  3. En wat staat er dan op het spel?

Met elk team zijn zes gesprekken gevoerd. Dan werd de vraag gesteld: 'Wat is nu voor jullie goed onderwijs? En kom eens met een voorbeeld?' Een van de voorbeelden die gegeven werden was die van een jongen die onrustig was en de les geregeld verstoorde, bij wie correcties niet werkten. Uiteindelijk is dat opgelost door het probleem voor te leggen aan de groep, aan zijn klasgenoten. En samen kwamen ze tot de conclusie dat deze jongen misschien moest kunnen rondlopen als hij zich onrustig voelde, een privilege dat alleen hij dan zou krijgen. Een mooie oplossing voor nu, maar ook een die pedagogische vragen oproept:


 

 

 

 

 

 

 

 

Je moet dus als docent constant dealen met spanningen tussen het individu en de groep, tussen het nu en het opleiden voor later. En hoe doe je dat? Het antwoord van de docenten: ‘Dat voel je aan’, en ook ‘Door kansen te bieden’. Als je ziet dat een leerling moeite heeft met ‘de regels van het spel’, dan is het belangrijk hem te zien en daar wat mee te doen.

Daarna wilden de onderzoekers een gesprek hebben met de teams over specifieke pedagogische momenten. Ellen licht er een casus uit, met redelijk complexe thematiek, die ook beschreven is in het boekje van Wouter Pols. Een casus waarbij de docent echt acuut moest handelen en het niet in zijn eentje kon oplossen.

 

 

 



 

 

 

 

 

Wat zijn nu de pedagogische momenten hier waar het op aankomt? En wat staat hier op het spel?

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat wij zagen: vijf minuten later kwam dit meisje terug met een iPhone met een scherm dat kapot was. Hoe goed kun je dat detail opmerken, in die situatie, met al die emoties? Maar deze docent had dat gesignaleerd, hij had een scherpe pedagogische observatie. En snapte hierdoor dat er echt wat speelde. Maar hij neemt wel het besluit om haar uit de klas te sturen, ook voor de veiligheid van de groep. Hij had niet de intentie om haar los te laten, wilde eigenlijk met haar samen naar de gang, maar kon haar overdragen aan de docente die langs kwam. Maar hoe liep dit nu af? Deze docente is het gesprek aangegaan met de leerlinge en heeft daarmee het vertrouwen van de leerling gewonnen. Toen het tijd was om haar kinderen van school te halen, heeft zij de leerlinge teruggebracht naar haar klas, waar zij de les af heeft kunnen maken.

In de volgende les is de docent er nog op teruggekomen bij deze leerlinge:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De goede toon
Het is belangrijk om als docent de goede toon te pakken. Die pedagogische momenten zijn ongelooflijk belangrijk en daarom is het ook belangrijk om ze te expliciteren, om erbij stil te staan. Dat is ook het thema: de pedagogiek is niet voorgeschreven, je weet nooit wanneer je wat moet doen. Er zijn geen regels en voorschriften, zoals je die bijv. in de wetenschap wel hebt. Je kunt dus wel spreken van “vakmanschap”: je weet niet wat je moet doen en toch gaat het heel vaak heel goed.

Pedagogische houding
De pedagogiek die reflecteerde in de verhalen van dit team: we moeten jongeren opvoeden tot volwassen beroepsbeoefenaars. De houding van de docent is daarbij cruciaal en dilemma’s moeten met collega’s gedeeld kunnen worden: de pedagogische collegialiteit. Zo heeft de docente die dit meisje had opgevangen, in de avonduren nog de coach van het meisje gebeld om te vertellen wat er gebeurd was, zodat zij ervan op de hoogte was. En toevallig was er die avond een klasse-avond, waarop de coach had besloten om het er niet met de leerlingen over te hebben, omdat anders alleen maar dat probleem centraal staat. Maar ze kwam er niet onderuit, alle leerlingen wilden het er met haar over hebben. Dus iedereen heeft zijn ding kunnen zeggen en ook het meisje heeft haar verhaal kunnen doen. Uiteindelijk heeft de coach het meisje met de auto naar huis gebracht, om er zeker van te zijn dat ze veilig thuis zou komen. De volgende dag zijn ze gaan praten en dat werd een heel mooi, precair moment. Het meisje bleek via de app uitgemaakt te zijn voor allerlei lelijke dingen, door meiden met wie ze net had staan praten op het schoolplein, maar die niet heel dicht bij haar stonden. Op de vraag waarom ze er dan zo boos over werd, als die meiden toch geen heel goede vriendinnen waren, kwam er een ander verhaal naar boven, waaruit bleek dat dit meisje heel veel woede in zich had en daardoor snel boos kon worden. De coach heeft haar aangeraden om daar hulp bij te zoeken, omdat deze boosheid ervoor kan zorgen dat ze vaker de regels van het spel, van het onderwijs, breekt.

Door met elkaar die pedagogische momenten te bespreken, kan half-bewust handelen bewust handelen worden. Omdat je van elkaar ziet hoe er is gereageerd. Daar zit altijd een soort grondtoon onder, die Wouter Pols ook wel “het stille weten” noemt, het ‘weten wat te doen wanneer je niet weet wat te doen’ (Max van Manen). Het is datgene wat je wel in je hebt, maar niet benoemt. Het is geen ‘zeker weten’, want je genomen beslissing kan verkeerd uitpakken.

De pedagogische thema’s
Uit alle opgetekende verhalen van de docenten kwamen 26 pedagogische thema’s naar voren, op klasniveau en op studentniveau. De meest voorkomende thema’s waren:

1. de pedagogische houding van de docent (260)
2. de opdracht waarvoor hij staat (179)
3. de handelingsvormen die hij vanuit zijn houding/opdracht en de relatie met zijn studenten in praktijk brengt (141)
4. de onderzoekende kijk van waaruit hij zijn werk doet (111)
5. de relatie die hij met zijn studenten aangaat (109)
6. de deugden van waaruit de docent handelt (106)

Na alle gesprekken is Wouter Pols gaan reflecteren met deze docenten. Zij bleken heel blij dat ze dit soort gesprekken konden voeren. Wat ze bij is gebleven, is hoe fijn het is als er openheid is, als er ruimte is om er met elkaar over te praten, omdat die er normaal eigenlijk niet is. De ervaring die je meemaakt, doet namelijk ook iets met jou als docent.

Afrekening in het onderwijs
Maar zijn dit ook dingen die meetellen bij waar we op afgerekend worden in het onderwijs in Nederland? Want daar hoor je meestal termen als klassenmanagement, curriculumontwerp of didactiek voorbij komen. En dat zijn dingen die ook nodig zijn. Je moet die theorie kennen om je lessen verantwoord op te kunnen bouwen. Maar er is een soort waterscheiding tussen dat wat je leert en dat wat zich in de praktijk voordoet. Dan komt ook ethiek om de hoek kijken, je eigen kader, je pedagogische oriëntatie.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de opleiding zitten we vaak boven de waterspiegel. Maar in de praktijk kom je vaak aan eronder terecht. En die ‘praktijk onder water’ is wel heel belangrijk. Relatie en handelingsvorm zijn hierbij belangrijke thema’s. Dit veronderstelt dat je als docent zodanig naar studenten kijkt, dat je hun handelingen en acties kunt laten binnenkomen. Vakcollege de Hef in Rotterdam is een goed voorbeeld van een school die de leerlingen serieus neemt. De directeur ziet de studenten als een actor. Zij ziet ze als een serieuze partner, die zelf een rol spelen in hun eigen leren en in de maatschappij waarin zij zich begeven.

Wat vraagt het nu om onderwijs zo te optimaliseren dat niet alleen de onderwijskundige dingen, maar ook het onderliggende pedagogisch handelen tot bloei te laten komen?

Hoe kunnen we onderwijs nou zo optimaliseren dat beide kanten duidelijk in beeld komen?
In de praktijk zijn beide kanten wel onderling verbonden, maar in de theorie worden ze uit elkaar gehaald, met aan de ene kant de wetenschap, de Randomized Control Trials (RCT, het gerandomizeerd onderzoek met een controlegroep), en aan de andere kant de pedagogiek. Ons onderwijs draait vaak om rendement, en er is dus een spanningsveld tussen die twee.

Zoeken we naar 'werkende bestanddelen' (links) dan verschijnen leraren en leerlingen als te bewerken objecten. Zoeken we naar de ‘zin en de betekenissen’ (rechts) van door leraren en leerlingen ondernomen (communicatieve) activiteiten, dan verschijnen beiden als betekenis-gevende subjecten.

Het gaat steeds maar weer om die paradox: Onderwijstheorie is abstract en algemeen, onderwijspraktijk is concreet en specifiek; er speelt altijd veel meer dan een bepaalde theorie erover zegt. Gert Biesta stelt zich dan ook de vraag: ‘Maar, mogen we ons de ruimte permitteren om de vraag te stellen, of dit wel de goede richting is van ons (onderwijs)spel?’ (Biesta, 2018)

Kort gezegd: op het kwalificatiesysteem zoals dat nu is, mag je zeker kritiek hebben, maar het is nog maar de vraag of het tegenovergestelde wel een goed alternatief is. Dit noopt tot een andere visie op de beoordeling van de kwaliteit van ons onderwijs, alsmede een ander beoordelingskader van onderwijsonderzoek. Er zou meer aandacht mogen komen voor de diepere lagen van handelen, inzicht in het pedagogische kompas, en we zouden evidentie kunnen tonen om andere manieren van beoordelen te introduceren, waarbij het belang van het handelen van opvoeders en leraren centraal staat.

Bekijk hier de gehele presentatie van Ellen Klatter (pdf)


De reflectie door Ron Bormans bleek zoveel krachtige en boeiende boodschappen te bevatten, dat daar een apart artikel aan is gewijd: Leraar zijn: de tragiek van het verborgen heldendom.

De avond met Ellen Klatter en Ron Bormans is ook in zijn geheel terug te luisteren via Soundcloud.

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief