Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

De vraag naar het subject, interview met Philippe Meirieu over de pedagogiek

16 december 2020

Pedagogiek is voor Philippe Meirieu (1949) geen toegepaste psychologie of sociologie: het is een waardegeladen theorie van en voor de praktijk. Hij spreekt over een pedagogische doctrine die de opvoeder helpt zich op de praktijk te oriënteren en op de daar opgedane ervaringen te reflecteren: theorie als oriëntatie- en reflectiehulp. In zijn publicaties neemt Meirieu een positie in tussen degenen die opvoeding en onderwijs zien als cultuuroverdracht en degenen die dit zien als het volgen van de ontwikkeling van het kind. Het onderstaande interview is het tweede artikel uit het themanummer Pedagogiek en is in samenwerking tussen Jan Masschelein, Wouter Pols en Simon Verwer tot stand gekomen. 'De democratie vereist  dat we een collectief debat voeren over de wereld zoals we die in de toekomst voor ons zien en dus ook over het onderwijs dat we aan onze kinderen willen geven.'

Inleiding

Frankrijk heeft een lange pedagogische traditie. Rousseau schreef – in het midden van de achttiende eeuw – er zijn Emile, waarin hij de door de natuur voorgeschreven ontwikkeling als leidraad van de opvoeding nam. Eerder schreef Fénelon er al zijn verhandeling over de opvoeding van meisjes; en nog eerder, in de zestiende eeuw, publiceerde Montaigne zijn beroemde essay Over de opvoeding van kinderen, waarin hij stelde dat je geen dwang op het kind moet uitoefenen en hem niet moet volstoppen met boekenkennis. Frankrijk heeft een lange pedagogische traditie. Rousseau schreef – in het midden van de achttiende eeuw – er zijn Emile, waarin hij de door de natuur voorgeschreven ontwikkeling als leidraad van de opvoeding nam. Eerder schreef Fénelon er al zijn verhandeling over de opvoeding van meisjes; en nog eerder, in de zestiende eeuw, publiceerde Montaigne zijn beroemde essay Over de opvoeding van kinderen, waarin hij stelde dat je geen dwang op het kind moet uitoefenen en hem niet moet volstoppen met boekenkennis.

Na Rousseau ging het verder. In de beginjaren van de negentiende eeuw probeerde Itard Victor (een in de bossen van Aveyron gevonden ‘wilde’) te leren spreken en hem deelgenoot te laten worden van de menselijke samenleving. Het eerste lukte niet, het tweede wel. Aan het eind van de negentiende eeuw kreeg de Nieuwe-Schoolbeweging (‘Reformpedagogiek’) met haar nadruk op het zelfvormend vermogen van kinderen er voet aan de grond. In die tijd werden ook de eerste hoogleraren pedagogiek aangesteld, waaronder de bij ons als socioloog bekende Emile Durkheim. In de eerste helft van de daaropvolgende eeuw, de vorige, schreef Chartier (schrijversnaam: Alain), leraar aan het Parijse Lycée Henri-IV, zijn in Frankrijk veelgelezen Propos sur l’éducation. Hij hield daarin een krachtig pleidooi voor culturele vorming, maar benadrukte ook de erbij te getrooste inspanningen door de leerling. De verwetenschappelijking van de pedagogiek, ten slotte, kreeg in de tweede helft van de vorige eeuw haar beslag toen (in 1967) de Sciences de l’éducation (opvoedings- en onderwijswetenschappen) een academische status kregen (vgl. Pols, 1997). Sindsdien wordt deze pluridisciplinaire wetenschap aan bijna alle Franse universiteiten onderwezen. En aangezien leraren slechts met een bachelorgetuigschrift (‘licence’) tot de (universitaire) lerarenopleiding worden toegelaten (er worden uitzonderingen gemaakt), volgen veel studenten die basisschoolleraar willen worden – voorafgaand aan de lerarenopleiding – deze uit verschillende onderwijswetenschappen bestaande studie.

De pedagogiek van Philippe Meirieu (1949) wortelt in die lange pedagogische traditie. Pedagogiek is voor hem geen toegepaste psychologie of sociologie: het is een waardegeladen theorie van en voor de praktijk. Hij spreekt over een pedagogische doctrine die de opvoeder helpt zich op de praktijk te oriënteren en op de daar opgedane ervaringen te reflecteren: theorie als oriëntatie- en reflectiehulp. In zijn publicaties neemt Meirieu een positie in tussen degenen die opvoeding en onderwijs zien als cultuuroverdracht en degenen die dit zien als het volgen van de ontwikkeling van het kind. Opvoeding en onderwijs richten zich op cultuuroverdracht met als doel kinderen en jongeren als subjecten ‘op’ te laten ‘staan’, ‘groot’ (volwassen) te laten worden en ‘zich’ te ‘verheffen’ (in het Frans: s’élever). Meirieu is (emeritus) hoogleraar aan de Universiteit Lumière-Lyon 2. Hij studeerde filosofie, haalde zijn lerarenbevoegdheid, gaf op basis- en middelbare scholen les, promoveerde en werd hoogleraar. Aan het eind van de jaren negentig adviseerde hij de toenmalige minister van onderwijs (Claude Allègre) over de inrichting van de lycées. Hij was enkele jaren directeur van het Franse nationale pedagogisch onderzoeksinstituut (INRP) en ook een aantal jaren directeur van de lerarenopleiding van de Universiteit Lumière-Lyon 2. Meirieu schreef meer dan dertig boeken (wetenschappelijke, opvoedingsfilosofische, maar ook meer praktische: gericht op leraren en ouders). In 2016 verscheen in het Nederlands van hem Pedagogiek: De plicht om weerstand te bieden (Uitgever: Phronese). Het werd vertaald door Simon Verwer. Meirieu trad – en treedt ook nu nog steeds – in debat met bekende politici, wetenschappers en filosofen; en hij is regelmatig ook zelf onderwerp van debat. De onderstaande interviewvragen zijn in overleg met Jan Masschelein door Wouter Pols opgesteld. Simon Verwer vertaalde de vragen in het Frans en legde ze aan Meirieu voor. Wouter Pols vertaalde vervolgens de antwoorden van Meirieu in het Nederlands.

Interview

U beschouwt de pedagogiek niet als een wetenschap. U noemt haar een doctrine. Kunt u ons vertellen wat u precies onder wetenschap verstaat en waarom u vindt dat de pedagogiek geen wetenschap is? En kunt u ons ook uitleggen wat u onder een doctrine verstaat en waarom volgens u de pedagogiek een doctrine is?

Inderdaad, volgens mij is de pedagogiek geen wetenschap; ze is allereerst een ‘manier van doen’, zoals de Franse filosoof Michel de Certeau dat noemt. Een bijzondere ‘manier van doen’ omdat er altijd drie verschillende zaken bij in het spel zijn: axiologische (waarden), epistemische (kennis) en praxiologische (praktijken). Binnen opvoeding en onderwijs streeft men doelen na, godsdienstige, filosofische of politieke, laat men zich door kennis over leer- en ontwikkelingsprocessen leiden, en ten slotte wordt de manier waarop men opvoedt en onderwijst bepaald door de instituten waarbinnen ze plaatsvinden en de methoden en gereedschappen die erbij worden gebruikt.

Die drie zaken spelen binnen elke pedagogische activiteit, zelfs als sommige onderwijskundigen ze soms vergeten te noemen. Dat is bijvoor- beeld het geval bij de voorvechters van de ‘effectieve school’ of die van het evidence-based-onderwijs; ze doen of waarden er niet toe doen; ze vinden het tijdsverspilling om over doelen na te denken; voor hen is dat allemaal ‘ideologie’. Maar dat standpunt is zelf ideologisch; het door hen omarmde sciëntisme impliceert wel degelijk een bepaald standpunt over de doelen van de school. Zo kun je ook niet voorbijgaan aan kennis, want zonder ken- nis van het kind en de voorwaarden om zich te kunnen vormen, kan de opvoedingsfilosofie nauwelijks algemene pedagogische uitspraken doen; men loopt zelfs het gevaar in de val van een bepaald soort wensdenken te trappen door te zeggen dat als een leraar maar lesgeeft de leerling wel zal gaan leren ... Het leidt ertoe dat men het ‘te vormen subject’ uit het oog verliest, dat in werkelijkheid een ‘zich vormend subject’ is dat altijd op een of andere manier weerstand biedt aan wat ik hem zeg te doen. Een ‘subject’ bestaat bij de gratie van weerstand, net als elektriciteit: materialen laten elektrische stroom door, terwijl ze tegelijkertijd de doorgang verhinderen. Is er geen materiaal, dan is er ook geen elektriciteit! Ten slotte kan de pe- dagogiek niet aan de praktijk voorbijgaan. Als ze dat zou doen, zou ze in de val trappen van de ‘pedagogiek van de goede bedoelingen’ en weigeren gereedschappen te verschaffen aan de man of de vrouw in de praktijk.

Lees verder: zie bijgevoegde PDF

Dit artikel verscheen eerder in Pedagogiek, VOL. 39, NO. 3, 2019 PEDAGOGIEK 280 en is met toestemming overgenomen.

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in.


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief