Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Astrid Ottenheym, een perspectiefrijk bestuurder, deel van de kanteling: ‘Ik denk dat elke professional ten eerste een vol mens moet zijn.’

7 januari 2022

‘Het perspectief van de ander kunnen innemen is fundamenteel voor het samen leren leven. Maar ook voor het realiseren van een kanteling in het onderwijs.’ Astrid Ottenheym klinkt helder en overtuigend. Maar vanuit kennis en ervaring weet ze evengoed dat veranderprocessen tijd nodig hebben en dat dit veel onzekerheid geeft. Een portret van een bevlogen onderwijsbestuurder, die de complexiteit van het leven koestert en de sociale kant voorop zet. ‘Als je in verbinding gaat vanuit menselijkheid, dan maak je samen stappen.’

Astrid Ottenheym kent als verpleegkundige en leerkracht de zorg en het onderwijs van binnen en buiten. Zij heeft diverse leidinggevende en adviserende functies vervuld en is al vele jaren bezig met onderwijsinnovatie en hoe je werkt in een organisatie of netwerk als zijnde een ecosysteem. ‘We bewegen ons als mensheid naar andere manieren van samenwerken en werken, vanuit een andere mindset, vanuit het hart en eigen geloof. Het herkennen en erkennen van het unieke potentieel van mensen, daar zet ik me voor in. Daarmee kan iedereen verschil maken, voor zichzelf en voor anderen. En ik bewaak voor en mét hen het hogere kompas waar we heen willen.’

De tekst is afkomstig van haar LinkedIn-profiel waar je als lezer direct onder de indruk raakt van de verscheidenheid en hoeveelheid aan rollen en functies. Via de thuiszorg, de wijkverpleging belandde ze rond de eeuwwisseling in het onderwijs, als leraar en schoolleider op Montessori-scholen, om weer een decennium later de innovatie ter hand te nemen in meer adviserende, bestuurlijke en initiatiefrijke rollen, altijd in een breed verband. ‘Het oogt misschien veelomvattend, ik weet het. Maar wat ik doe, komt voort uit mijn essentie. Uit wie en hoe ik ben. Dat is cruciaal. Door de tijd heen is het eigenlijk één verhaal geworden.’

Inmiddels is Ottenheym – moeder van twee volwassen kinderen - alweer zeven jaar directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs Noord-Kennemerland (PPO-NK). Daarnaast is ze ambassadeur van de ‘Aanpak met Andere Ogen’ – waarin onderwijsveld, jeugdhulp- en zorgbranches, cliënt/ouderorganisaties en VNG gezamenlijk bijdragen aan betere ontwikkelkansen voor elk kind. En is ze in 2020 als promovendus een driejarig NRO-onderzoek gestart op haar favoriete onderwerp: Perspectiefwisseling door leerkrachten in het omgaan met leerlinggedrag. ‘Ik ben bezig om voor kinderen een betere wereld te maken,’ zegt ze. ‘Daar kom ik elke dag mijn bed voor uit. Daar zit mijn drive.’

Je hebt zoveel gezien en ervaren. Zoveel perspectieven en rollen. Vanuit de zorg én het onderwijs. Zit daar jouw grootste kracht?

‘Nou, ik heb veel gedaan ja. Ik ben echt met mijn voeten in de klei begonnen, al vind ik dat geen mooie term. In de scholen, in de ziekenhuizen, in de wijkverpleging. Op beide fronten. Met patiënten, met kinderen en ouders. Ik heb met zoveel mensen te maken gehad. Vanuit verschillende rollen en in allerlei contexten. Daardoor kan ik op al die fronten, op al die lagen kijken, werken en ook denken. Plus, ik ben altijd blijven studeren en leren. Ik ben adviseur geweest, heb verplegingswetenschappen gestudeerd en ben nu bezig met een PhD, een hartstikke gaaf onderzoek.’

‘Als wijkverpleegkundige kwam ik bij veel gezinnen thuis. Van arm tot rijk. En aan de basis van dat werk ligt dat je je in de ander kunt verplaatsen. Als je het perspectief kunt innemen, weet je wat iets voor iemand betekent, zodat je de juiste vragen kunt stellen. Maar ook dat je denkmechanismes of specifieke reacties vanuit cultuur of aard kan plaatsen. Je moet een beetje van de inhoud snappen en weet hebben vanuit welke plek iemand spreekt en redeneert. Iedereen heeft een eigen leefwereld, In welke wereld bevindt iemand zich en waar heeft die iets in te doen? Je daarin willen verdiepen en iemand zo leren kennen, joh, dat vind ik echt mega. Dus daar ligt een kracht.’

Als je het perspectief kunt innemen, weet je wat iets voor iemand betekent, zodat je de juiste vragen kunt stellen.''

Hoe vertaalt zich dat nu naar jouw functioneren als directeur-bestuurder van het samenwerkingsverband, naar hoe jullie misschien daar ook georganiseerd zijn of met elkaar optrekken?

‘Het perspectief kunnen innemen van de ander is fundamenteel voor het samen leven, om samen verschil te maken in organisaties, maar ook het fundament waarop we het onderwijs vorm zouden moeten geven. Het gaat over inclusie, over gelijkheid, over verbondenheid en holistisch kijken. In ons samenwerkingsverband zijn we bezig om op een totaal andere manier samen te werken. Het is eigenlijk samenwerken zonder allerlei top-down sturingsprincipes en een gecentraliseerde controlerende structuur vanuit wantrouwen. In plaats daarvan de werkelijkheid zien als een ecosysteem van verschillende organisaties en mensen. Die met elkaar een organisatienetwerk vormen.’

Welke bronnen zijn daarin van betekenis geweest?

‘Het past heel goed bij het denken van Otto Scharmer, zijn Theory U, het leiden vanuit de toekomst die zich aandient. En bij de praktijkvoorbeelden in Reinventing organisations van Frederic Laloux – waarin Buurtzorg onder meer beschreven staat. Maar omdat wij voor onze opdracht met meer organisaties tegelijk samenwerken, is het bij ons complexer.’

Maar intussen, zo vertelde je me, hebben jullie in zeven jaar tijd echt een enorme verandering doorgemaakt...

‘Met de herinrichting van de governance is onze organisatiestructuur gekanteld naar een holacratie. Uitgangspunt is de leefwereld van kinderen, ouders en professionals (ook van jeugdhulp), met de interacties en de besluiten die zij samen nemen. Die doen ertoe. Wij als bestuurders - samen met de OPR, het medezeggenschapsorgaan (de morele eigenaren), en Raad van Toezicht, vormen we samen de atlas. Dat wil zeggen, samen tonen we stevige spierballen om die leefwereld te faciliteren en te dragen. Ook daarvoor moet je perspectief kunnen innemen. Van iedereen. Wat dat betekent? Dat je de mens ziet als een geheel, als autonoom. Niet meer vanuit het systeem gedicteerd.’

‘Door zo te werken, kun je je eigen biases, je eigen vooroordelen, herkennen. Je patronen in het handelen, op microniveau, op mesoniveau en ook op macroniveau. Niet om te zeggen: dat is fout of dit gaat er niet goed. Nee. Wat leren we ervan? Wat is het verlangen? En zitten we daarvoor nog op koers? Of moeten we bijsturen? Daarvoor is dit herontwerp van de organisatie. Hoe kunnen we dat goed doen? Met zoveel mensen beleid maken, uitvoeren, monitoren?’

En hoe doe je dat?

‘Voor mij geldt één basisprincipe: iedereen doet ertoe, the whole system is in the room; niets en niemand uitsluiten. En practice what you preach, anders ben je ook niet congruent. Dat gaat voor mij heel ver. Als iemand zorg nodig heeft, dan hebben we nog wat te doen. Dan gaan we daarover in gesprek. En daarvoor is perspectief nemen cruciaal, niet alleen van verschillende mensen, maar ook van de leefwereld, de situatie, de context, of vanuit de cultuur die iemand meebrengt. Wat zit er allemaal achter? Welke werelden van denken? Waar wordt die persoon op afgerekend? Met wat voor type leiding heeft-ie te maken? En ik merk, als je in verbinding gaat vanuit die menselijkheid en dat systemisch bekijkt, dan maak je stappen.’

Voor mij geldt één basisprincipe: iedereen doet ertoe, the whole system is in the room; niets en niemand dus uitsluiten. En practice what you preach, anders ben je ook niet congruent. Dat gaat voor mij heel ver.''

De context en dus ook de biografie doet er toe, hoor ik je zeggen. Hoe zit dat met je eigen biografie. Waarom doe je wat je nu doet?

‘Ik heb veel meegemaakt, ook als heel jong kind. Ik was het niet-gehoorde kind. Dat is mijn ervaring. Ook op school. Ik ben echt gepest en buitengesloten. Niet alleen door kinderen. Ik weet wat opmerkingen van leerkrachten met je doen. En ik weet wat het is als je andersdenkend ben, als dat niet past binnen het plaatje. In mijn geval het plaatje van Voerendaal, een forensendorp in Zuid-Limburg. Maar toch geloof ik niet dat het daar helemáál ligt. Ik denk dat het van dieper komt.’

‘Als heel jong meisje schreef ik al over dieren en was ik ook heel erg bezig met mensen. Ik vond niets leuker dan naar de kerk te gaan, gewoon omdat ik daar iedereen ongegeneerd kon bestuderen. En dan dacht ik: wat denken ze en waarom lopen ze zoals ze lopen? Dat heeft me altijd beziggehouden. En later, ook in de maatschappelijke context: hoe leren we samen, hoe leven we samen? Dat is wat me drijft. Ik heb een grote psychologische, sociologische en filosofische interesse. En een fascinatie voor het leven en het menselijk gedrag.’

‘Maar ook met de natuur. Ik was als basisschoolkind heel er bezig met planten verzamelen, determineren. Ik had een uitgebreide verzameling gedroogde bloemen. En ook al kon ik nog amper schrijven, ik vond het mooi om daar al die Latijnse namen bij te zetten.’

Je hebt na de middelbare school HBO-V gedaan. Daar ging het over gezondheid, zorg en hulp. Daar wordt door mensen heel verschillend over gedacht of vanuit gehandeld. Hoe kijk jij daarnaar?

‘Dat zijn heel belangrijke vraagstukken ja, ook binnen de verpleging. Een verpleegkundige diagnose of een verpleegplan maken, dat vraagt om een visie op mens, op gezondheid. Dat betekent voor mij de ander niet zien als patiënt, maar als mens met een hulpvraag. Wat is dan verplegen? De heersende definitie van gezondheid die we nog steeds hebben, is ‘niet-ziek zijn’. Dat is een heel beperkte opvatting. Dus ik ben heel blij met ‘positieve gezondheid’ en hoe daarnaar gekeken wordt. Meer vanuit de vraag en de leefwereld handelen.’

Een verpleegplan maken, dat vraagt om een visie op mens, op gezondheid. Dat betekent voor mij de ander niet zien als patiënt, maar als mens met een hulpvraag.''

‘Hoe kun je verplegen met je handen op de rug? Wat houdt dat dan in? Dat beeld heb ik vaak gebruikt, ook later. Zo leer je goed kijken en nadenken over wat je doet. Iemand die net een beroerte heeft gehad, die kan ik binnen een half uur fris en fruitig in een rolstoel zetten, mét koffie. Maar ik kan ook zorgen dat ik iemand help om het helemaal zelf te doen. Dan duurt het een uur en dan valt diegene daarna direct in slaap, omdat-ie helemaal kapot is. Maar als je gaat kijken in de long-run, wat gebeurt er dan? Daar is het wat mij betreft om te doen. Dat mensen weer empowered worden, ondanks die heel nare gebeurtenissen.’

Dat betekent ook zorgen dat hij of zij erover kan praten, dat je het bespreekbaar maakt, hoe moeilijk ook. Het leven heeft ook rauwe randen, het is soms shit. Het hoort erbij. Het menselijk tekort is een werkelijkheid. Neem nu de familie van zo’n patiënt. Ze vinden het misschien verwerpelijk wat ik hun vader of moeder aandoe. Zij zien die lijdensweg. Maar daar moet je dan ook over kunnen praten. Niet zeggen: ik doe dat, want dat is belangrijk. Ja, dag. Dat moet je snappen. Het is nogal iets om je vader zo te zien, zo afhankelijk. Als je dat kan begrijpen, kun je ze ook meenemen naar de andere kant van het verhaal, en zelfs mogelijk een beetje laten meehelpen.’

Er zijn duidelijke parallellen en er zit overlap in het werkveld van de zorg en het onderwijs?

‘Natuurlijk. We moeten ook niet denken: het is zorg of onderwijs. We zijn één mens, geen stukje beleidsterrein. Ieder mens wil zich ontwikkelen, wil zich goed voelen. Daar is ons hele systeem op geënt. Wat ik wil zeggen is dat die rare systematiek van denken - in onderwijs of jeugdzorg – niet klopt. Sommige kinderen hebben beide nodig, zorg en leren, ter ondersteuning van hun ontwikkeling. Ook voor hun welbevinden of gezonde ontwikkeling. Die basale kant wordt teveel vergeten.’

We moeten niet denken: het is zorg of onderwijs. We zijn één mens, geen stukje beleidsterrein. ''

In het samenwerkingsverband kun je die werelden aan elkaar koppelen, kun je die ketens in lijn brengen?

'Nee, niet in lijn brengen. Ik geloof niet in volgordelijkheid. Of in één persoon die de verantwoordelijkheid heeft. Zo werkt het niet. Je moet samen optrekken. Het gaat over gedeelde autonomie, gedeelde regie. Iedereen kan wel zeggen ‘míj́n stoepje is schoon’, maar als de ronkende puinhopen ergens anders zitten - en voornamelijk bij het kind - dan doen we het echt niet goed. We moeten zorgen dat alle straten schoon zijn.’

Ik vraag het je vanuit het feit dat je op de Erasmus Universiteit een leerjaar hebt gevolgd over ketenregie...

‘Dat klopt, een foute benaming. Passender is netwerkregie. Dat oude mechanistische industrieel denken – van die loopband – klopt gewoon niet. Het zit nog overal in ons denken verweven. Mensen en hun sociale structuren zijn ingewikkeld, simplificeren werkt niet, wel simpel maken door het in de situatie te bezien en in processen te denken, dan wordt het overzichtelijker.’

Dan naar je promotieonderzoek, deels door NRO geïnitieerd en gesubsidieerd. Dat gaat over de vraag naar de betekenis van perspectiefname door leraren in relatie tot gedrag van kinderen.

‘Het onderzoek moest vallen binnen passend onderwijs en gaan over moeilijk gedrag. Want daar zagen ze en ook wij een probleem. We hebben een consortium opgezet met de universiteit, een hoogleraar, een onderzoeksbureau en het samenwerkingsverband van mijn buurman erbij gevraagd. Boeiend! We zitten nu halverwege en in 2023 zullen we de resultaten publiceren. Onze interventie is een training die we in co-creatie ontworpen hebben. Nu ben ik in de afrondende fase van mijn literatuurstudie. Het is, merk ik, betrekkelijk nieuw. Vooral als je gaat kijken, wat is er nou echt onderzocht in relatie tot de invloed van perspectiefnemen, dan is dat echt gering. Piaget deed het, perspectiefname van kinderen. Vanuit de vraag, hoe leren we dat de kinderen aan? En er is onderzoek gedaan naar wat is nou perspectief nemen? En hoe werkt dat bij mensen? Doen mensen dat automatisch of niet?’

Vooral als je gaat kijken, wat is er nou echt onderzocht in relatie tot de invloed van perspectiefnemen, dan is dat echt gering. ''

‘Ook bij de verpleging vond ik beginnend onderzoek terug:  wat is nou het voordeel van perspectiefname voor verpleegkundigen? Dan gaat het al snel op de empathie-toer. Dat is wel belangrijk, maar natuurlijk niet het enige als je spreekt over perspectiefname. Er is ook een interessante studie onder rechters geweest. We denken dat rechters altijd heel objectief tot een gewogen oordeel komen. Ook rechters blijken gevoelig voor hun eigen sensorische systeem, maar ook voor wat er speelt in de omgeving. En ze hebben ontdekt, wanneer je rechters gevoelig maakt om meervoudig perspectief te nemen, dat ze daardoor een meer gewogen besluit nemen.’

‘Besluiten van rechters, maar ook van leraren in het onderwijs hebben impact. Dat mogen we niet onderschatten. Daarom ben Ik fan van Andy Hargreaves en Michael Fullan en hun formule. Professioneel kapitaal is menselijk kapitaal, plus sociaal kapitaal, plus besluitvormingskapitaal. Zij geven aan: je moet investeren in sociale kapitaal. Kijk, excellente eenlingen zijn eilandjes in de samenleving, daar krijg je geen verbreding van. Ook leerkrachten vinden het moeilijk als ze excellent zijn, ze raken sneller uitgeput. Je hebt dat sociale kapitaal nodig. Ondertussen weten we alles van socialisatie in scholen. Jonge mensen gaan heel erg doen wat de cultuur is. Wil je de hele groep goed laten functioneren, dan is sociaal kapitaal heel belangrijk.’

 


 

En hoe zit dat met het besluitvormingskapitaal. Hoe worden er in onderwijs besluiten genomen?

‘Leerkrachten nemen duizenden besluiten op een dag. Vaak in kritiekvolle situaties, waar je snel moet reageren. Neem moeilijk gedrag in de klas. Als je in een split second een besluit moet nemen, hoe neem jij dan perspectief op dat moment? Kun je iets ook op andere manieren doen? Daarom hebben we vanuit ons onderzoek die training ontwikkeld. We leren ze geen interventies, of een aanpak waar ze de volgende dag mee aan de slag kunnen. We leren ze zelf ontdekken. Hoe kan ik nou met de gegeven situatie omgaan? Hoe kan ik meervoudig perspectief innemen? Hoe kan ik mijn eigen biases herkennen?’

We leren ze geen interventies, of een aanpak waar ze de volgende dag mee aan de slag kunnen. We leren ze zelf ontdekken.''

‘Het is een praktische training die online leren met vijf fysieke bijeenkomsten combineert. En we merken al wat voor energie dit geeft. De leerkrachten willen gewoon verder. Je ziet wat het met ze doet. Ze ontdekken hun eigen taal, hun eigen waarneming, hun attributies. Ze zien dat er in de lespraktijk en in de omgang veel geïnterpreteerd wordt. Dat gaan ze herkennen. Een leerkracht zei het heel mooi. Ik dacht altijd Wegwijs in gedrag’ (de naam van de training, red.) gaat over gedrag van een kind, maar ik ben eigenlijk heel erg bezig met mijn eigen gedrag. Je ziet dat leerkrachten zichzelf meer inbrengen, zich kwetsbaarder opstellen en dat ze dat verrijkend gaan vinden. Dat ze dat zelf willen, samen optrekken.’

‘Er zitten pedagogisch-didactisch vragen en ideeën achter de aanpak. Hoe breng je jezelf in, met welk doel? Ben je een kille professional of ben je gewoon een mens dat met een ander mens contact heeft en dat je daarmee bezig bent? Ergens is er door de tijd heen, in organisaties en systemen, iets ontstaan waarbij professionals een soort cleane blik hebben gekregen. Maar ik denk dat elke professional ten eerste een vol mens moet zijn. Daarnaast heb je ook nog je eigen gereedschapskist en veel knowhow dat je kunt inzetten. Ik denk, hoe opener je naar de ander kunt zijn, hoe verder je komt. Want dan gaat die ander jou ook veel beter begrijpen.’

Je bent daarnaast ook nog bestuurlijk ambassadeur van ‘Met andere ogen’, een beweging die in 2019 is opgezet door landelijke organisaties met oud-wethouder en schoolbestuurder René Peeters. Je bent daar evenzeer een aanjager van een veranderbeweging?

Met Andere Ogen (MAO) is een brede coalitie vanuit onderwijsveld, jeugdhulp- en zorgbranches, cliënt/ouderorganisaties en VNG. We proberen door samen te leren bij te dragen aan betere ontwikkelkansen voor elk kind. Dat doen we op een slimme manier, dat wil zeggen, we willen wegblijven van gelddiscussies, want dan ga je uit van de huidige systemen en dan kom je er niet. Nee, het gaat ons om: wat wil je nou bereiken, wat is de bedoeling? We willen dat kinderen zich beter toegerust voelen, want zij zijn onze toekomst.’

‘Als bestuurlijk ambassadeur - samen met de andere regionale ambassadeurs - ondersteunen we het proces van samen anders kijken en anders interacteren. Ook hier geldt: er is niet één boegbeeld, we doen het samen, het gaat om gedeeld leiderschap. Die aanpak is belangrijk, we willen de beweging stimuleren: op weg naar andere zorg, opvang en onderwijs. Niet meer vanuit schotten, maar vanuit verbinding. Langzaam zal dan het hele bouwwerk waarop we het doen, vanzelf veranderen. Het zal door dat gezamenlijke proces langzaam transformeren. Nee, het is niet het ene systeem inruilen voor het andere. Dat roept alleen maar weerstand op. Het is een persoonlijke en een collectieve transitie. We hebben er allemaal mee te maken en moeten het met elkaar uitvinden. Er is niet één zienswijze. Wat voor Den Haag goed is, is voor Oude Pekela echt anders.’

Het is een persoonlijke en een collectieve transitie. We hebben er allemaal mee te maken en moeten het met elkaar uitvinden. Er is niet één zienswijze.''

Maar dat zal niet zonder horten en stoten plaatsvinden...

‘Natuurlijk. Eén ding weten we zeker: er gaan ook dingen mis. En dan zal een aantal weer om de overheid roepen. Maar we zijn aan het veranderen. We komen van de basisschool in onze pubertijd terecht, om een analogie te gebruiken. Door de individualisering, het maakbare en meetbare, zijn we vergeten dat we sociale mensen zijn en dat we elkaar nodig hebben. Vrijheid en blijheid, dat is heerlijk. Natuurlijk! Maar wat is dat dan? Ik denk dat we naar een herdefiniëring van die twee begrippen aan het gaan zijn.’

‘Mensen interpreteren alles op hun eigen manier. Dat heeft iets leuks en iets lastigs. Er zal daardoor ook steeds meer onzekerheid ontstaan. Hoe kun je dat verduren, in jezelf, met elkaar? Want onzekerheid raakt veiligheid, raakt het leren. Dat is een spanningsveld, daar kom je niet uit, daar moeten we mee leren omgaan. We moeten ontdekken dat sommige dingen naast elkaar kunnen bestaan. Een voorbeeld: bij lastige situaties kan leren en naar school gaan een navelstreng zijn. Ik weet bijvoorbeeld dat ernstig zieke kinderen het heerlijk vinden om te leren. Het is dus vaak een eigen overtuiging die onze mogelijkheden beperken. Daarom is het altijd weer goed om van elkaar te horen, van het kind, de volwassenen, van het team. Wat is er nodig? Hoe kunnen we elkaar helpen? Het is op al die vlakken, eigenlijk continu hetzelfde doen. Afstemmen en samen optrekken.’

Mensen interpreteren alles op hun eigen manier. Dat heeft iets leuks en iets lastigs. Er zal daardoor ook steeds meer onzekerheid ontstaan. Hoe kun je dat verduren, in jezelf, met elkaar? Want onzekerheid raakt veiligheid.''

‘Het kan ook niet anders. De ander en de wereld hebben hun eigen integriteit. We zijn geen marionette-spelers, geen robots. We zijn mensen die zelf denken, met een eigen sensorisch systeem, eigen beelden, die misschien wel van iets anders gelukkig worden. Of die denken, daarmee kan ik betekenisvol zijn in het leven. Je moet recht willen doen aan ieder mens en elkaar. Dat is denk ik het uitgangspunt. Als je je inleeft in de ander en ze begrijpt, dan ga je verbinden.’

En wat is de rol, de plek van wetenschap, van data en meten in dit verhaal? Je maakt ook gebruik van data in het onderzoek.

‘ik ben geïnteresseerd in data, zeker, maar het is niet de werkelijkheid. Waar ik naar op zoek ga, zijn de vragen en verklaringen achter die data. Om de werkelijkheid beter te begrijpen. Eigenlijk zouden we dat allemaal in het groot en het klein kunnen doen, dat we meer een praktijkonderzoeker worden. Dus nieuwsgierig blijven naar de werkelijkheid. Weten dat die lekker complex is. Dat is gewoon een feit. We kunnen de werkelijkheid alleen maar benaderen, door het beter te begrijpen en te doorgronden. Om patronen te zien. Zo kijken, dan worden data het startpunt voor dialoog.’

‘Als wetenschapper vind ik de knowhow over hoe zaken werken ontzettend boeiend. Neem die literatuurstudie, die is zo rijk aan informatie en ideeën. Maar ik krijg daardoor zelf ook weer ideeën. Iedereen is ervan overtuigd dat ideeën van de leerkracht heel belangrijk zijn. Maar is dat ene perspectief van die leerkracht, is dat dan kloppend? Hoe zit dat breder in elkaar? Er zijn prachtige interventies bedacht. Leerkrachten worden betrokken om met die interventie mee te doen. Maar de manier van kijken wordt die van een uitvoerder. Er wordt gekeken of die interventie dan goed wordt uitgevoerd. Maar is dat hoe het werkt voor de leerkracht in de interactie met de klas en hoe we onderwijs willen vormgeven?’

‘De wetenschap is een bron van antwoorden op eerdere vragen. Fantastisch! Daarop kan ik verder puzzelen en doorbouwen. Want we zijn continu bezig om prototypes te maken. Nou, daar maak ik dan natuurlijk ook graag gebruik van. Ik ben ook blij met al die voorgangers die allemaal relevant onderzoek hebben gedaan, naar deelstukken van mijn vraagstuk. Hoe verhoudt empathie zich bijvoorbeeld tot perspectiefname? Daar zoom ik dan dieper op in.’

‘Ik werk samen met Wouter Staal, hoogleraar jeugdpsychiatrie bij het Radboudumc, bijzonder hoogleraar autisme ook. Hij doet mee met het onderzoek, ook omdat hij het ontzettend belangrijk vindt en onderwijs fundamenteel is voor een gezonde ontwikkeling. We hebben de grens bereikt van het syndroom-denken. Je ziet dat we een nieuwe manier van kijken nodig hebben over kwetsbaarheid. En hoe kunnen we het onderwijs daarin helpen? We kijken te veel naar kind-factoren en richten daarop onze aanpak, die vaak voor een kind segregerend werkt. Hoe zorgen we dat de context, de situatie, meer wordt meegenomen?‘

We hebben de grens bereikt van het syndroom-denken. Je ziet dat we een nieuwe manier van kijken nodig hebben. En hoe kunnen we het onderwijs daarin helpen?''

En dan ben je ook alweer een nieuwe initiatief gestart, lees ik. Schone Lei. Ik herken daarin iets van de beweging Redesigning Psychiatry. Wat zouden we doen als we met een schone lei kunnen beginnen? Jullie trekken het land in, nemen tijd en ruimte voor brede dialoogsessies. Om tot een ontwerp te komen voor de toekomst. 

‘We werken toe naar een brede innovatiegroep, voor een herontwerp van onderwijs, opvang, jeugdhulp en zorg vóór en mét 0 tot 23-jarigen. Een beetje zoals mensen vroeger kathedralen bouwden. We hebben open blikken nodig om te voorkomen dat we meteen weer in instituten gaan denken. En komend jaar zijn er in allerlei regio’s bijeenkomsten om informatie op te halen. Op de website van Met Andere Ogen vind je binnenkort de data en de locaties. We proberen een prototype te maken, via dialoogbijeenkomsten. We werken op dezelfde manier als in ons samenwerkingsverband. Daar heb je bijvoorbeeld Netwerkgroep Samen leren leven. We hebben er een heel online platform omheen gemaakt. Het totale netwerk bestaat uit 105 scholen en 5 gemeenten met 21.000 kinderen. Digitalisering is daarbij ondersteunend niet afdwingend.’

Het bubbelt aan alle kanten...

‘Het is veelomvattend waar ik mee bezig ben, maar ik doe altijd hetzelfde. Het proces is hetzelfde. Ik ben bezig voor kinderen een betere wereld te maken. Dat is mijn pedagogische opdracht, daar ligt mijn essentie. Dat doe ik vanuit verschillende rollen en in verschillende verbanden. Met zeven gemeentes en vier samenwerkingsverbanden hebben we samen een pedagogische visie ontwikkeld. Dat is er niet zomaar. Het is vertrouwen houden en weten dat iedereen het goede wil doen. Alleen in de waan van de dag gebeuren er zoveel dingen, dat je het misschien even vergeet. Dus langzaam werken en veel praten en luisteren. ik zie het als het ontginnen van grond, van nieuwe grond, daar gaat ook jaren overheen.’

Online NIVOZ-onderwijsavond met Floortje Scheepers

Op dinsdagavond 25 januari is er de NIVOZ-onderwijsavond met Floortje Scheepers, jeugdpsychiater: 'Over de mens, gemakkelijker kunnen we het niet maken.' Er zijn nog kaarten a 17,50 euro verkrijgbaar voor dit online webinar. Zie link.

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief