Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Als terrorisme je klas binnenkomt

21 mei 2019

Het is een gewone maandagochtend. Na de weekendkring gaan de kinderen aan het werk. Ze spelen buiten, terwijl jij en je collega’s koffiedrinken in een voorzichtige voorjaarszon. En dan, in de loop van die doodnormale ochtend, hoor je opvallend veel sirenes buiten. Helikopters. Een angstaanjagend bericht bereikt jullie school: een schietincident, vlakbij. ‘Het is een terroristische aanslag!’ maken enkele leerlingen op uit de berichtgeving op hun mobiele telefoon. Je weet niet of het klopt, maar wat er ook precies is gebeurd: het heeft impact op jouw leerlingen. Wat zeg je? Wat doe je?

Op maandagochtend 18 maart werd het hierboven geschetste tafereel werkelijkheid voor een behoorlijk aantal leerkrachten in Utrecht. Bij een schietpartij in de wijk Kanaleneiland vielen doden en gewonden. Alle scholen en veel openbare gebouwen gingen dicht. Al snel werd druk gespeculeerd over de waarschijnlijkheid van terroristische motieven. ‘Ook al weet je als leerkracht nog niet wat er precies aan de hand is, zodra iets geframed wordt als mogelijk terrorisme, dan moet je er iets mee in je klas. Tegelijkertijd moet je niet gaan speculeren.’ Aan het woord is Elke Berghuis, leerkracht in het basisonderwijs en masterstudent Educational Sciences aan de Universiteit Utrecht. Elke doet onderzoek naar het bespreekbaar maken van terrorisme op basisscholen, als onderdeel van een multidisciplinair leerproject: TerInfo, een mobiele website die leerkrachten in het po, vo en mbo helpt om terrorisme op een pedagogisch verantwoorde manier te duiden in de klas.

Vanuit TerInfo is bij het schietincident in Utrecht direct een lesplan geschreven dat diezelfde avond nog naar scholen is gemaild, zodat docenten er de volgende ochtend mee aan de gang konden. Daarin stond onder andere een gesprekswijzer voor de leraren met adviezen over hun rol, tips voor het voeren van een gesprek en een lijst met do’s en don’ts, gebaseerd op inzichten uit de pedagogiek. Waarover later meer.

Leerlingen weerbaarder maken
Het idee voor TerInfo ontstond, toen professor Beatrice de Graaf als terrorisme-expert steeds vaker door scholen werd gevraagd om gastlessen te geven. Vanuit de overtuiging dat terroristische gebeurtenissen pas goed begrepen kunnen worden als je ze in hun historische context bekijkt, en niet vanuit de ‘morele paniek’ die meestal heerst rond een terroristische aanslag, wilde zij feitelijke, historisch onderbouwde informatie beschikbaar maken voor scholen. Met hoogleraar Micha de Winter raakte zij betrokken bij ‘Utrecht zijn we samen’, een actieplan van de gemeente Utrecht met inwoners en andere maatschappelijke organisaties om tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen niet te laten toenemen. TerInfo geeft daar handen en voeten aan in het onderwijs.

Door terroristische gebeurtenissen in een historische, statistische én psychologische context te plaatsen, willen we leerlingen weerbaarder maken tegen terrorisme

‘Door terroristische gebeurtenissen in een historische, statistische én psychologische context te plaatsen, willen we leerlingen weerbaarder maken tegen terrorisme’, legt Bjorn Wansink uit. Als assistant professor aan het Department of Pedagogical and Educational Sciences is hij nauw betrokken bij de pedagogische inbedding van de didactische handvatten die TerInfo verschaft aan leraren. ‘Je kunt bijvoorbeeld de vraag hoe bang je moet zijn voor terrorisme in die contexten bekijken: Hoe vaak heeft Nederland in de geschiedenis te maken gehad met terrorisme? Hoeveel mensen zijn er in Nederland omgekomen door terrorisme? En psychologisch: zijn je leerlingen zich ervan bewust, dat terroristen angst willen zaaien door met geweld heel veel aandacht op te eisen? Terwijl de risico’s die wij daarbij lopen, statistisch en historisch gezien dus eigenlijk klein zijn?’

Daarbij realiseert Bjorn zich hoe complex de missie van TerInfo is. ‘Als sociale scheidslijnen en maatschappelijke spanningen uit de samenleving de klas inkomen, dan is het lastig om algemene pedagogische handvatten te bieden, die in uiteenlopende contexten van het klaslokaal gelden’, schreef hij eerder in Kleio, het magazine[1] van de vakorganisatie voor geschiedenisdocenten. ‘Wij willen leraren dus zeker niets voorschrijven’, benadrukt hij. ‘TerInfo is echt ondersteunend bedoeld.’ En de reacties zijn overwegend positief. TerInfo is gestart als pilot met vijf scholen. ‘Inmiddels zitten we in de tweede fase, waarin we met 19 scholen werken. Vier van de vijf scholen uit de pilot doen weer mee, dat vinden we heel eervol.’

Niet te negeren
Elke is maar één van vele studenten, die bouwstenen leveren voor TerInfo. Het is namelijk een leerproject, waarbij verschillende vakgroepen betrokken zijn: Geschiedenis, Pedagogiek, Onderwijskunde, Informatiekunde, Sociologie en Religiewetenschappen. Deze vakgroepen hebben gezamenlijk onderwijsmateriaal ontwikkeld voor TerInfo, in samenwerking met het Wetenschapsknooppunt Universiteit Utrecht, onderwijsprofessionals, onderwijsbesturen en andere maatschappelijk betrokken partijen in Utrecht.

Kinderen blijken al op jonge leeftijd van alles te weten over terrorisme. Daarom kun je het onderwerp niet negeren.

Elke heeft leerkrachten uit bovenbouwgroepen op “zwarte” en “witte” basisscholen in Utrecht drie vragen gesteld: met welk doel zouden leraren terrorisme bespreken in hun klas? Welke belemmeringen zien zij? En met welke pedagogische en didactische aspecten houden zij rekening? Elke: ‘De leraren die ik heb geïnterviewd, zien allemaal het nut van het bespreekbaar maken van terrorisme. Maar er zijn ook leraren die terrorisme helemaal niet willen bespreken in de klas, om uiteenlopende redenen. De een wil haar leerlingen beschermen door het er niet over te hebben, de ander vindt het overdreven of ziet het als kinderen onnodig bang maken. Ik heb de antwoorden nog niet geanalyseerd, maar het is sowieso waardevolle input voor de verdere ontwikkeling van TerInfo.’ Een medestudent van Elke heeft leerlingen uit groep 8 geïnterviewd over hun kennis van en kijk op terrorisme.

Bjorn: ‘Kinderen blijken al op jonge leeftijd van alles te weten over terrorisme. Dit kwam ook eerder naar voren uit een Fins onderzoek (Jorgensen e.a. 2015)[2]. Daarom geloof ik ook niet, dat je het als onderwerp in de klas kunt negeren. Overal om ons heen is informatie beschikbaar en lang niet al die informatie is betrouwbaar. Daarom willen wij op een overzichtelijke manier betrouwbare, zo objectief mogelijke informatie aanbieden.’ TerInfo biedt tegenwicht aan terrorisme door kennis te delen met scholen, maar het zou veel breder kunnen worden gebruikt, denkt Bjorn. Bij buurtteams, bijvoorbeeld, maar ook bij voetbalteams, jongerenwerkers en moskeeën.

Pedagogisch kader
TerInfo heeft vier pedagogische uitgangspunten: de mobiele website wil ten eerste een evenwichtige duiding bieden, zoals hierboven al gedeeltelijk is uitgelegd. Ten tweede wil zij structurele (op rustige momenten) én ad hoc lessen (bij een aanslag) over terrorisme aanreiken, ten derde wil TerInfo leerlingen handelingsperspectief bieden en tot slot is inclusiviteit essentieel. Bjorn en Elke lichten een en ander toe. 

Inclusiviteit en heldere duiding
In een multiculturele samenleving is het belangrijk om ruimte te bieden aan verschillende visies op een gebeurtenis. Bjorn: ‘Dit hangt nauw samen met het duiden van de gebeurtenis: respect voor verschillende zienswijzen vanuit diverse etnische, culturele, sociaal-economische en religieuze achtergronden, maar wel altijd binnen de kaders van de democratische rechtsstaat die we in Nederland hebben.’

Het brengt hem op een andere randvoorwaarde voor inclusiviteit: een veilig klasklimaat. En daaraan moet je het hele schooljaar werken, benadrukt hij. ‘Het vertrouwen dat een leerling geeft door zijn mening te delen, is iets wat je tijdens het hele schooljaar moet blijven verdienen. Als je in de klas duidelijke gespreksregels hebt afgesproken, zoals elkaar niet beledigen of discrimineren, elkaar laten uitpraten en niet belachelijk maken, zelf je kalmte bewaren als leraar, kinderen niet veroordelen om hun mening, dan kun je daarop teruggrijpen als je een heftige gebeurtenis wilt bespreken. Leerlingen kunnen verschillend tegen terrorisme aankijken, maar daarbij is het wel belangrijk om uit te leggen, wat thuishoort in onze democratische rechtsstaat. Zo kan bijvoorbeeld het delen van filmpjes met onthoofdingen door IS strafbaar zijn.’

Ik vind wel, dat je als leraar kleur moet bekennen

Alleen met feiten gooien is óók niet effectief, weet Bjorn, want dan riskeer je de verbinding met je leerling. ‘Zeker als de emoties hoog oplopen, is het belangrijk dat leerlingen zich gehoord voelen. Maar ik vind wel, dat je als leraar kleur moet bekennen; ga – op een rustige, respectvolle manier – in tegen uitspraken die voor jou over een grens gaan.’ En als dat niet lukt, omdat je zelf bijvoorbeeld emotioneel wordt? Bjorn: ‘Dan is het nog altijd beter om in verbinding te blijven door te luisteren, dan door zelf heftig te reageren. Vertel dat jij de waarheid ziet als een bol. Iedereen ziet vanuit zijn eigen perspectief maar een stukje van die bol. Als leerlingen dat beseffen, worden andere meningen ook interessanter. Dan kun jij als leraar nog steeds zeggen, dat jij bijvoorbeeld geschokt bent door wat een leerling aan de andere kant van de bol blijkt te zien. Als je een goede relatie hebt met je klas, dan heeft dat impact. Zo uit je je eigen emotie en tegelijkertijd erken je het gezichtspunt van je leerling.’ Belangrijk, want het rapport Idealen op Drift (Van San, Sieckelinck en De Winter, 2010) laat zien dat jongeren verder kunnen radicaliseren als ze geen tegenwicht krijgen van opvoeders, zoals ouders of docenten.[3]

Eén doel lijken de meest uiteenlopende terroristen gemeen te hebben: op een gewelddadige, angstzaaiende en daardoor zeer indringende manier aandacht vragen voor een bepaald ideaalbeeld. Dat ideaalbeeld kan sterk verschillen per terroristische groepering – van een verenigd Ierland voor de IRA tot een islamitisch kalifaat voor IS. Ook daar is de beste manier om terroristen het ‘psychologische wapen’ van polariseren en angst zaaien te ontnemen: een veilig klimaat in de klas. ‘We hebben een lesbrief met ‘do’s en dont’s’ opgesteld voor het bespreekbaar maken van terrorisme. Bewaar de rust, ga niet speculeren, belicht meerdere oorzaken, geef ruimte aan emoties, wijs op de mogelijkheid van fake news op social media. Bespreek een incident op een verbindende manier: zoek naar overeenkomsten in plaats van de verschillen te belichten.’ En als de oorzaak van een incident nog niet duidelijk is? Ook bij het schietincident in Utrecht duurde het even voordat de puzzel compleet was. ‘Goede informatievoorziening mag verwarring vergroten’, schreef Beatrice de Graaf een dag later in het NRC[4]. Als de feiten die tot dan toe bekend zijn geen duidelijk beeld schetsen, dan is dat de realiteit. En die is vaak niet eenduidig of zwart-wit.

Bjorn en Elke hebben trouwens al een aanvulling op een volgend lesplan: zet niet zomaar het Jeugdjournaal aan. ‘Heb je bijvoorbeeld vluchtelingen in de klas? Beelden van een bedreigende situatie of zelfs geluiden van vuurwapens kunnen een heftige trigger zijn. Waarschuw kinderen hiervoor en geef hen de mogelijkheid om niet mee te kijken.’

Twee snelheden
Heel belangrijk is, dat TerInfo niet alleen is opgezet om terrorisme te bespreken tijdens of na een aanslag, legt Bjorn uit. ‘TerInfo werkt op twee snelheden. We hebben de algemene lessen en artikelen, en daarnaast zorgen we bij een aanslag als in Christchurch dat er binnen 24 tot 72 uur een artikel klaarstaat op de site waar docenten mee uit de voeten kunnen. In het geval van Utrecht hebben we dus een lesplan geschreven dat diezelfde avond nog naar scholen is verstuurd, zoals ik al vertelde.’

Waarom die twee snelheden? ‘Juist in een rustige tijd, als er geen sprake is van paniek of andere hevige emoties, kun je terrorisme van alle kanten bekijken. Door het als historisch verschijnsel in context te plaatsen, kun je leerlingen laten zien dat het van alle tijden is, dat een terroristische golf ook weer kan wegebben en dat het niet gebonden is aan een geloof, nationaliteit of politieke voorkeur. Daarom is het goed om niet alleen aanslagen te bespreken die in het Westen plaatsvinden, maar bijvoorbeeld ook die in Afrika. Door de statistieken te laten zien – de kans dat je om het leven komt door terrorisme is klein – kun je gevoelens van onveiligheid verminderen. Maar dit soort informatie krijgt veel meer kans om te landen op een rustig moment.’

Handelingsperspectief
Ten slotte is het bieden van handelingsperspectief heel belangrijk als je het over terrorisme hebt, weet Bjorn. Daarbij spelen de principes van de pedagogiek over H.O.O.P uit de afscheidsrede van Micha de Winter (de Winter, 2017) een centrale rol: (H)andelingsperspectief te cultiveren, al te snelle oordelen te (O)nderbreken, (O)ptimisme voorleven, en actieve (P)articipatie bevorderen[5]. ‘Laat zien wat leerlingen zelf kunnen doen om tegenwicht te bieden aan terroristische dreiging. Door democratische waarden in stand te houden, bijvoorbeeld. Dat begint in je eigen klas, door naar elkaar te luisteren, respect voor elkaar te hebben, de dingen van alle kanten te bekijken en zelf niet mee te doen aan het verspreiden van nepnieuws. Leer kinderen kritisch nadenken: is een mening wel goed onderbouwd? Zo laat je ze niet zitten met een gevoel van machteloosheid.’

Meer informatie over www.ter-info.nl is te verkrijgen bij projectleider Nicolette Moors: [email protected]

Bronnen:

[1] Patist, J., & Wansink, B. (2017). Lesgeven over gevoelige onderwerpen: Het aangaan van een moeilijk gesprek in de klas. Kleio, 58(4), 44-47.

[2] Jørgensen, B. F., Skarstein, D., & Schultz, J. H. (2015). Trying to understand the extreme: school children’s narratives of the mass killings in norway July 22, 2011. Psychology research and behavior management, 8, 51.

[3] Van San, M., Sieckelinck, S. & De Winter, M. (2010) Idealen op drift: Een pedagogische kijk op radicaliserende jongeren. Geraadpleegd op 17 mei 2019, van https://www.kis.nl/sites/default/files/10/Idealen-op-drift.pdf.

[4] De Graaf, B. (2019, 19 maart). Daders en motief zijn soms net zo gelaagd als u en ik. Geraadpleegd van www.nrc.nl/nieuws/2019/03/19/dader-en-motief-zijn-soms-net-zo-gelaagd-als-u-en-ik-a3953774

[5] De Winter, M. (2017) Pedagogiek over Hoop [afscheidsrede], geraadpleegd van http://www.stichtingvreedzaam.nl/publicaties/Afscheidscollege%20Micha%20de%20Winter %20mei%202017.pdf

[6] TerInfo. (z.d.). Verantwoording Inhoud. Geraadpleegd op 14 mei 2019, van https://ter-info.nl/verantwoording-inhoud

 

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief