Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

When grit isn't enough

15 mei 2020

Grit is de heilige graal voor onderwijsgevenden geworden in de Verenigde Saten: volharding en toewijding leiden immers tot succes, zo wordt voorgehouden. ‘Die aspiraties zijn valide en niet onbelangrijk’, meent de Amerikaanse oud-schoolleider en Harvarddocente Linda Nathan ‘maar negeren de institutionele ongelijkheid voor een zeer grote groep studenten in het Amerikaanse onderwijs’. Nathan schreef daarom het boek When Grit Isn’t Enough, waarin conclusies trekt uit gesprekken met studenten die niet in het hoger onderwijs aangenomen werden of het hebben afgerond met een diploma. Ze komt tot een aantal concrete aanbevelingen, die ook te vertalen zijn naar de Nederlandse situatie. Rikie van Blijswijk vat het boek samen.

Het mantra dat het hoger onderwijs er is voor iedereen blijkt in de Verenigde Staten niet waar. En dat roept serieuze vragen op over zowel de overschatte ambities van onderwijs als over onderwijskundig leiderschap. Linda Nathan stelt dat één derde van de college-studenten (vergelijkbaar met een hogeschool in Nederland) geen diploma behaalt en daarmee is veroordeeld tot lagere-lonen-banen, terwijl ze toch hun middelbare school glansrijk hebben afgerond. Ze vraagt zich in When Grit Isn’t Enough af hoe scholen (in het bijzonder de scholen met een diverse populatie) hun studenten het beste voorbereiden op een succesvolle aanmelding, afronding en carrière na college. ‘Deze vragen dagen ook leraren uit om kritisch te kijken naar wat er moet veranderen als we ooit zowel beroeps- als wetenschappelijk onderwijs serieus willen nemen in dit land’, aldus Nathan.

Nathan interviewde voor haar boek tachtig studenten over hun ervaringen. De verhalen van de studenten bieden een venster op het hedendaagse grootstedelijk onderwijs in de VS. Door opmerkingen als “Och, misschien zijn ze er nog niet aan toe”, of “Niet iedereen kan nu eenmaal naar het hoger onderwijs”, wordt het individu verantwoordelijk gesteld, terwijl het oneerlijke en ongelijkwaardige systeem buiten beeld blijft.

De geïnterviewde studenten gebruiken steeds dezelfde woorden voor hun ervaringen en daaruit destilleert de auteur vijf aannames die het huidige beeld van onderwijs kleuren, maar maskeren welke systemische ongelijkheid eronder schuilt. De vijf assumpties worden ieder in een eigen hoofdstuk uitgediept:

  1. Geld hoeft geen probleem te zijn
  2. Huidskleur doet er niet toe
  3. Gewoon harder werken
  4. Er is een hogeschool voor iedereen/Iedereen kan naar het hoger onderwijs
  5. Als je in jezelf gelooft, komen jouw dromen uit

Nathan bevraagt deze vijf overtuigingen om beter te begrijpen hoe deze in de scholen en samenleving kunnen blijven bestaan en vraagt zich af waarom deze zo prominent aanwezig zijn. Wat is hun functie? Hoe worden in de media deze aannames onderbouwd of tegengesproken? Wie profiteert van deze aannames? 

1. Geld hoeft geen obstakel te zijn

Op basis van de ervaringen van de geïnterviewde studenten, heeft de auteur een aantal suggesties aan schoolleiders om het obstakel van geldgebrek te overkomen:

  • Organiseer vroeg in het examenjaar een week met een rijk aanbod voor de leerlingen die naar college gaan. Neem met hen inschrijfformulieren door; geef informatie over beurzen en leningen. Nodig peer alumni en studenten uit en organiseer gesprekken met eindexamenleerlingen. Geef daarna intensieve steun gedurende het gehele schooljaar.
  • Vaak is één decaan beschikbaar op 300 leerlingen en is deze ook belast met andere taken dan carrière-adviezen. Bekijk of er meer budget beschikbaar is voor deze functie. Organiseer een adviesgroep in de school die studenten uit een laag-inkomen-gezin ondersteunen. Onderzoek welk partnerschap met ervaren organisaties op dit gebied behulpzaam zijn.
  • Als een student het eerste studiejaar behaalt, is de kans groot dat deze ook het diploma behaalt. Zorg voor een grondige analyse van de trends daarin die opgenomen kunnen worden in het programma van volgende eindexamenkandidaten.
  • Counseling: organiseer een bijeenkomst voor studenten mét een familielid (verplicht) en geef informatie over aanmeldingen en aanbetalingen.
  • Leer studenten over schulden, bijvoorbeeld wiskunde in relatie tot de aandelenmarkt; de betekenis van creditcards en schulden. Dat zijn ‘life skills’ die in het curriculum moeten worden opgenomen.
  • In de opleiding kan een “successenkantoor” worden ingericht voor deze specifieke groep studenten en waarin workshops op basis van hun behoeften worden georganiseerd.

2. Huidskleur en culturele achtergrond maken niet uit

Dat huidskleur en culturele achtergrond er niet toe doen, is een kortzichtige visie en negeert een belangrijke realiteit, betoogt Nathan. Immers, nog meer toegewijd werken biedt geen soelaas, want ‘de enige met een getinte huid op de campus zijn’ blijft zeer moeilijk; regelmatig ontstaat een sociaal en academisch isolement, ook vanwege armoede. Deze studenten voelen zich niet verbonden, niet gekend, maar herkend als buitenbeentje. Op meerdere high schools worden gesprekken georganiseerd over de verschillen die er zijn tussen leerlingen, maar die ze dichter bij elkaar brengen. Een suggestie is om op hogescholen in het successenkantoor ook gesprekken te voeren over inclusie en over verschillen, dat wil zeggen: over de belangrijke waarden van de samenleving. Nathan presenteert in dit hoofdstuk een antiracistische agenda om tot inclusief onderwijs te komen:

  • Zorg voor een curriculum over het leven, waarin studenten zichzelf en elkaar bevragen over ras, etniciteit, sociale klasse en thuistaal, zodat ze zich daarin goed kunnen bewegen en in contact zijn met elkaar.
  • Zet aan tot het voortdurend in gesprek zijn over de vraag of het betrekken van alle leerlingen en speciaal met een gekleurde huid lukt.
  • Zorg dat er een divers lerarenteam is dat de studentenpopulatie weerspiegelt
  • Gebruik taal waaruit kracht en impact spreekt in plaats van zinnen zoals: ‘onze populatie leerlingen heeft niet veel kansen’.

De auteur vraagt zich af hoe leraren beter voorbereid kunnen worden op hun pedagogische opdracht om niemand uit te sluiten. Daarin lijkt het wezenlijk om het verschil tussen gelijkheid en gelijkwaardigheid te ervaren en voor zichzelf helder te maken voor wie en hoe ongelijke behandeling daarin behulpzaam is.

3. Werk gewoon harder

‘Werk gewoon harder’, wordt vaak tegen leerlingen/studenten uit armoedige gezinnen, met een andere culturele achtergrond en een gekleurde huidskleur gezegd. Maar het punt is, schrijft Nathan, dat sociale, culturele en politieke veranderingen de trends in het onderwijs beïnvloeden. In het grootstedelijke onderwijs ligt sinds 1990 de nadruk op hoge verwachtingen. Dus moet er harder gewerkt worden om de kans op succes te vergroten.

Psychologe Angela Duckworth bracht de term ‘grit’ in de onderwijsliteratuur. Niet alleen moet er hard gewerkt worden en gedurende een lange periode; Duckworth voegt ook passie toe: ‘Lange tijd gepassioneerd werken en het gaat lukken’.

Nathan voelt zich oncomfortabel bij deze beweging, hij legt immers de focus op het initiatief van de student, vaak de sociale en economische factoren negerend, die zelfs de grootste inspanningen kunnen ondermijnen. Grit is de heilige graal voor onderwijsgevenden om te proberen de prestaties van hun leerlingen te verbeteren. Volharding en toewijding leiden immers tot succes, zo wordt voorgehouden. Die aspiraties zijn valide en niet onbelangrijk, maar negeren volgens Nathan de institutionele ongelijkheid voor een zeer grote groep studenten in het Amerikaanse onderwijs, die succes tegenwerkt.

Met grit ontstond mede de geen-excuus-pedagogiek. Armoede, gezondheid, Engels als tweede taal, leerproblemen of het niet hebben van een verblijfsvergunning bieden geen verklaring meer als je jouw diploma niet haalt. Vervolgens werden de lage standaarden en lage verwachtingen van leraren verantwoordelijk voor de lage opbrengsten van deze bevolkingsgroepen. De oplossing werd gevonden in meer testen en striktere verantwoordingen, waarmee definitief maatschappelijke factoren voor het niet behalen van succes werden uitgesloten. ‘Hoge testscores behalen is de enige manier geworden om succes te meten en/of te bewijzen dat studenten ‘grit’ hebben geleerd. Dat heeft echter geleid tot een smal begrip van leren’, aldus de auteur.

Nathan ziet dat leerlingen uit armoedige gezinnen en leerlingen met een niet blanke huidskleur vaak zichzelf niet kunnen zijn in de onderwijssetting waarin overwegend de middenklasse aanwezig is. Ze moeten zich het liefst gedragen zoals leerlingen uit de middenklasse. De auteur doet een appèl op leraren om juist de krachtige identiteit en achtergrond van deze studenten te omarmen en hen te ondersteunen bij het navigeren door een racistische en beklemmende samenleving.

De auteur doet ook de suggestie om ‘grit’ te verbinden aan een ‘growth mindset’ van Carol Dweck. ‘Wellicht ontstaat daardoor betekenisvol leren voor jongeren en is het geen losstaand pedagogisch begrip meer’, schrijft ze. In haar school is die mindset als volgt vertaald: ‘Om een marathon te voltooien, moet je lange tijd trainen en geloven dat je iets ongelooflijks moeilijk kan volbrengen, zelfs als je twijfelt aan je eigen vermogen’. Het lerarenteam sterkt hun studenten in het kunnen omgaan met problemen en thema’s die hen van hun doel afleiden. Woorden als flexibiliteit, levenslust, nieuwsgierigheid, optimisme, vertrouwen, geloof in eigen kunnen, en veerkracht zijn de leidende Habits of Mind and Work van deze middelbare school geworden. Nathan: ‘Omarm de creativiteit in jouw lespraktijk’ en doet daarvoor een aantal aanbevelingen:

  • Neem projecten op in het curriculum die studenten aanmoedigen om complexe problemen op te lossen
  • Moedig het nemen van risico’s, van fouten leren en flexibiliteit aan
  • ‘Vergeet nooit in welke nadelige en op uitsluiting gebaseerde onderwijscultuur de school staat. Ons werk is niet compleet als we niet voortdurend op verandering aandringen’.

4. Iedereen kan naar het hoger onderwijs

De zorg van Linda Nathan betreft de vraag naar gelijkwaardigheid en de mate waarin Amerikanen tevreden kunnen zijn met een samenleving waarin hele groepen mensen geen toegang hebben tot een diploma uit het hoger onderwijs, terwijl de overtuiging is dat iedereen naar college moet kunnen gaan. Het verschil immers tussen een diploma van de middelbare school of het hoger onderwijs is het verschil in baan, inkomen, de wijk waar je gaat wonen en de kwaliteit van de school waar jouw kinderen naar toe kunnen. Nathan vraagt zich echter hardop af na de ervaringen en wensen van de gesproken alumni gehoord te hebben of het wel wenselijk is om leerlingen van een vo-school slechts voor die enige route voor te bereiden. Een derde van de leerlingen gaat immers niet naar het hoger onderwijs. Die groep leerlingen heeft baat bij meer informatie over andere carrières en het beroepsonderwijs. Daarmee wordt de keuze tussen het hoger onderwijs of armoede voor leerlingen uitgebreider. De Boston Arts Academy- de openbare vo-school die de auteur oprichtte en lang directeur van was - anticipeert hierop door:

  • Zowel het academische als het kunstcurriculum te combineren, waardoor leerlingen voorbereid worden op het hoger onderwijs én op een beroep in de cultuursector én op een techniekopleiding.
  • Het doorbreken van de of-of tegenstelling: of alleen alfa of alleen bèta; of alleen academische vakken of alleen kunstopleiding.
  • Stageplekken te vinden zowel in de cultuursector als in de commerciële (bedrijfs)sector.
  • Te proberen een vijfjarige highschool te creëren met in het laatste jaar alleen stage, die de student meer mogelijkheden biedt om te kiezen (zie ook de boekbespreking van het boek van Jan Bransen Gevormd of Vervormd).
  • Zomercursussen aan te bieden
  • Kansen te bieden om meer uitgebreid de wereld van werk met opleiding te verbinden en te combineren.

5. Als je erin gelooft zullen jouw dromen uitkomen

In dit hoofdstuk ligt het accent op studenten wiens dromen zijn uitgekomen. Niet alleen om dat te vieren, schrijft ze, maar ook om te ontdekken wat een high school van hen kan leren om de toekomstige leerlingen beter voor te bereiden. De geslaagde studenten brengen in elk verhaal en in elk gesprek steeds weer drie statements naar voren:

  1. Geloof in jezelf
  2. Geloof in jouw eigen keuzes
  3. Geloof in jouw eigen vermogens, zelfs als je iets bijna onoplosbaars tegenkomt.

School kan een rol spelen in het doen toenemen van de vastberadenheid van leerlingen, zeggen de oud-leerlingen met de kennis en ervaring van nu. Nathan vat dat zo samen:

  • Creëer leersituaties die leerlingen sterken in hun eigenwaarde en gevoel van inclusie
  • Wees voorzichtig met succesverhalen die een valse indruk kunnen wekken
  • Boor een diepere laag aan onder het doorzettingsvermogen van leerlingen door deze te verbinden aan het iets willen geven aan de wereld. Dat is de drijfkracht om elke dag heel hard te willen werken.

Ook bouwt Boston Arts Academy gestaag aan een schoolcultuur van doorzettingsvermogen en geloof in jezelf en heeft daartoe een aantal strategieën ontwikkeld, zoals de integratie van rolmodellen, bouwen aan een gemeenschapscultuur door de ontwikkeling van en de toewijding aan een set van gedeelde waarden en een afstudeerproject dat iedere student maakt. Daarin kunnen ze hun eigen vermogen om te handelen en verandering te organiseren in hun eigen gemeenschap waarmaken op een manier zoals zij dat willen. Het afstudeerproject vraagt antwoorden op vragen als Wat is de rol van een kunstenaar in de samenleving? Hoe ben jij een inwoner van deze wereld? Wat draag jij bij en waaraan? Hun kunstopleiding kan transformatie en oplossingen voor problemen teweegbrengen en tegelijkertijd inspireren; onderzoek kan ze brengen tot dieper besef wat het betekent om dakloos te zijn als tiener en/of dat vader in de gevangenis zit.

Conclusie

De verhalen van de studenten brengen Nathan naar het thema van de democratie. ‘Dit boek laat zien dat de democratie in gevaar komt als we niet al onze studenten hoogwaardig onderwijs kunnen bieden. Scholing en onderwijs houdt de belofte van een robuuste democratie in. Als we mensen in armoede, uit een specifieke sociale klasse of met een andere huidskleur of een andere culturele achtergrond de toegang weigeren tot goed onderwijs, hoe kunnen de democratische structuren dan overleven?’ Nathan beantwoordt deze vraag zelf met ‘Als we geloven dat iedereen recht heeft op een vervuld leven en dat toegankelijkheid tot kwalitatief hoger onderwijs essentieel is, dan zijn we het de jonge mensen verschuldigd om veranderingen te implementeren.’

Samenvattend schrijft Nathan: ‘Ik wil graag compassie, liefde en het belang van waardigheid onderwijzen’. Ook benoemt ze onder andere de vier, in haar ogen, meest belangrijke doelen van scholing/onderwijs:

  1. Help studenten de context van hun levens te begrijpen.
  2. Empower studenten om sociale verandering teweeg te brengen en problemen op te lossen.
  3. Leer studenten om verschillen tussen mensen te omarmen en om te kunnen gaan met anderen.
  4. Bied ontwikkeling van vaardigheden, evenals kansen op plezier, schoonheid, spel en speelsheid.

En wat hebben we nu aan deze kennis in Nederland?

Hoewel in de Verenigde Staten ongelijkheid groter, breder en dieper aanwezig is, is het in Nederland ook in het onderwijs aan de orde. Door de Inspectie is in de Staat van het Onderwijs van 2017 beschreven dat de kansenongelijkheid toeneemt. De coronacrisis in 2020 heeft dat onlangs nog eens genadeloos bevestigd. In vo, mbo/hbo en universiteiten lijkt dat meer impact te hebben op leerlingen/studenten dan in basisscholen. Vele jongeren staan op achterstand met alle gevolgen van dien voor hun vervolgopleiding, toekomstige baan en salaris. Dat is een ongemakkelijke waarheid, maar de film - Alleen in de klas- laat zien dat het er is en hoe subtiel het soms kan zijn.

Het boek van Linda Nathan is geschreven in een andere maatschappij met een andere cultuur, die niet de onze is. Je kunt nooit het beeld van de Amerikaanse scholen op de Nederlandse leggen en één-op-één vergelijken. Toch kan dit boek van Nathan ook een spiegel voor Nederlandse middelbare scholen en hoger onderwijs zijn en doet ze suggesties waar studenten wellicht ook hier verder mee kunnen komen. Dat vraagt van vo-scholen en hbo en wo-instellingen om zich af te vragen of alles uit de kast is gehaald om het recht op een gelijkwaardige behandeling in hun onderwijs is waargemaakt en/of de aanbevelingen van Linda Nathan wellicht behulpzaam zijn om het nog beter te gaan doen. Of iedereen in dit onderwijsveld de verantwoordelijkheid neemt voor juist deze groep studenten. Of opdat nog meer studenten van welke sociale en financiële achtergrond en ongeacht huidskleur en geslacht dezelfde kansen hebben op een vervolgopleiding en diploma. Dat is immers de pedagogische opdracht en de maatschappelijke taak van alle onderwijsgevenden. Ook in Nederland!

Linda Nathan is medeoprichter van het Perrone-Sizer Institute for Creative Leadership (PSi), een eenjarig programma gericht op innovatief leiderschap. Daarnaast is zij docent aan de Harvard Graduate School of Education en oprichter van de high school Boston Arts Academy, waarvan ze lange tijd directeur is geweest.
 

 

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief