Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Verslag Onderwijsavond Hans Boutellier: over de lerende relatie als kernfunctie van het onderwijs

6 oktober 2023

Wie heeft er nog een touwtje uit de brievenbus hangen of een achterom waarbij de deur open staat? NIVOZ-medewerker Leone de Voogd vroeg het de zaal en alhoewel hier en daar een hand omhoog ging, is duidelijk te zien dat deze mate van vertrouwen al lang geen gemeengoed meer is. Van een ideologisch georganiseerde samenleving werd Nederland in de sterke wind van het neo-liberalisme een pragmatische samenleving geijkt op efficiëntie en effectiviteit. Daar waar het ‘wij’ tot de ontzuiling leidend was, is het nu vooral het ‘ik’. Hoe heeft het vertrouwen zich langs deze lijnen ontwikkeld? En hoe kan het onderwijs zich tot deze maatschappelijke complexiteit verhouden? Tijdens een interactieve Onderwijsavond schetst Hans Boutellier de achtergrond waartegen de samenleving van vandaag moet worden gezien, neemt hij ons mee in hoe een zoektocht naar nieuwe waarden eruit zou kunnen zien en deelt hij tot slot een hoopvol geluid. Een verslag van NIVOZ-medewerker Farida Yahyaoui. 

Identiteitscrisis 
Tot in de jaren ’80 was het westen een ideologisch georganiseerde samenleving. Grote collectieven waren bepalend voor de inrichting van de samenleving en hoe je jezelf daarin als individu ervaart. Zelf is Boutellier opgevoed in een katholieke zuil. Van de woningbouwvereniging waar zij bij huurden, tot aan de sigarenboer waar hij op zondag een pakje sigaretten voor zijn vader kocht: alles was katholiek. Deze grote levensbeschouwelijke collectieven bepaalden mensbeeld en maatschappijvisie. Ze werden daarbij gekenmerkt door een sterke verbondenheid tussen jong en oud en door een elite wiens standpunt bepalend was voor de massa. Het individu werd dan ook in sterke mate door het collectief gedefinieerd. Nu de bepalende rol van de zuilen is weggevallen, is er een gevoel van richtingloosheid ontstaan. De vele crises waar we voor staan versterken dit gevoel. Er is een serieuze klimaatcrisis, de geopolitieke verhoudingen verschuiven behoorlijk, alsmede de positie die het westen hierin inneemt. Daarnaast nemen de interne spanningen, voelbaar tot in het klaslokaal, toe. Deze toename heeft veel te maken met de vraag waar wij als westerse samenleving eigenlijk voor staan, of zoals Boutellier het noemt: de identiteitscrisis van het westen. 

Identitair 
De ontzuiling en de identiteitscrisis die hierop volgde hebben ruimte gegeven aan wat Boutellier een identitaire samenleving noemt: ‘dit ben ik en van daaruit verhoud ik mezelf tot de rest van de wereld’. De sociale media waar men van alles ongefilterd kwijt kan dragen in sterke mate bij aan dit type samenleving. Een identitaire samenleving kenmerkt zich bovendien door superdiversiteit en de grote rol die persoonsgebonden kenmerken spelen. Boutellier geeft als voorbeeld de Black Lives Matter-beweging die vanuit een persoonsgebonden kenmerk, namelijk huidskleur, vorm heeft gekregen. De manier waarop een individu zichzelf definieert is leidend voor de gemeenschap waartoe deze zich rekent. De community’s zijn dan ook op een andere manier georganiseerd en dit heeft consequenties. Op het moment dat identiteit zo een grote rol speelt zijn mensen eerder gekrenkt: identiteit is verschil en verschil is algauw contrast. Contrast op diens beurt is algauw conflict, hetgeen uiteindelijk kan resulteren in tegenstellingen en strijd. Identiteitsverschillen kunnen zich op deze manier ontwikkelen tot daadwerkelijk vijandschap. Dit is volgens Boutellier de achtergrond waartegen de tegenstellingen die er momenteel zijn moeten worden gezien.    

Polarisatie 
Als je het over vijandschap hebt, laat het woord polarisatie zich al snel vinden. Het woord polarisatie valt echter gemakkelijk en daarom vindt Boutellier het belangrijk om goed bij een duiding van het begrip stil te staan. Hij heeft hier een ‘formule’ voor ontwikkeld die hij met een knipoog met het publiek deelt: P = E x M. Polarisatie (P) is een proces dat zich geleidelijk ontwikkelt en er zijn twee factoren die hier een belangrijke rol bij spelen, namelijk escalatie (E) en mobilisatie (M). In geval van escalatie spreek je van een conflict dat tot vijandschap leidt. Vijandschap moet hier worden begrepen als de ander willen ontmenselijken en elimineren. Op het moment dat op deze vijandschap actie wordt ondernomen in de vorm van een beweging of een fysieke actie, oftewel er vindt mobilisatie plaats, dan spreek je van polarisatie. Boutellier haalt anti-Islam beweging Pegida en de demonstrant die met een fakkel in de tuin van een politicus stond aan als voorbeelden. Boutellier benadrukt dat wrijvingen erbij horen en een bepaalde mate van strijd zelfs zit ingebakken in ons. Daar bieden de democratische verhoudingen een oplossing voor. Echter: op het moment dat je niet bereid bent om de ander te zien, het gesprek te voeren en deze wilt verbannen, dan spreek je van polarisatie.  

Dit alles geschetst hebbende, deelt Boutellier zijn gevoel met het publiek dat de identitair gestuurde vijand terug op het toneel is. Er is een zekere vorm van normalisering van vijand-gedreven politiek. Daarnaast is een groei waarneembaar van wat anti-institutioneel extremisme wordt genoemd: een sentiment dat zich tegen de overheid en al diens instituties en voorzieningen afzet. In zekere mate treft de overheid blaam voor deze groeiende aversie. In de voorbije jaren hebben zich namelijk nogal wat bestuurscrises voorgedaan. Na de ontzuiling zijn zowel het politiek bestuur, als de besturen binnen organisaties heel erg gaan inzetten op effectiviteit en efficiëntie. Er zijn geen grote visies, er is ruim baan voor de vrije markt en men handelt vooral naar bevind van zaken en dan vooral zo goedkoop mogelijk. Boutellier introduceert hier het begrip pragmacratie. Deze pragmacratie, die weliswaar nodig was voor de ontwikkeling die de samenleving doormaakte, had een prijs, namelijk die van groeiende ongelijkheid en toenemend wantrouwen van en naar burgers. De toeslagenaffaire is daar illustratief voor. 

Neo-socialisme 
Ondanks het vrij ontluisterende beeld dat Boutellier in het eerste deel van zijn lezing schetst, ziet hij ook een hoopgevende kentering die hij met de nodige voorzichtigheid verwoordt. De kentering die hij waarneemt, noemt hij neo-socialisme. Hij ziet de realisatie ontstaan dat de manier waarop de samenleving is ingericht niet langer houdbaar is en heeft het gevoel aan de vooravond van een politiek-morele heroriëntatie te staan. De identitaire samenleving waarin we onszelf zo onwaarschijnlijk belangrijk vinden is uitgewerkt. De ongelijkheid is te groot en er is eigenlijk niet echt meer iets dat ons richting geeft. Wat we vervolgens zien gebeuren is dat er een sterker appèl wordt gedaan op het onderwijs om dit op te lossen, want hoe ongewisser de samenleving, hoe sterker het beroep op onderwijs. Tot op zekere hoogte logisch, maar ook gekmakend vindt Boutellier. Je hoeft als school namelijk niet alles te doen, maar je moet wel een goede relatie hebben met organisaties om hiermee vanuit een waardengedreven motief samen te werken. De boodschap die Boutellier aan scholen en onderwijsprofessionals heeft: 'Laat je vooral niet gek maken’.  

Immanente betekenis 
De realisatie die Boutellier ziet ontstaan dat het zoals het nu gaat echt niet langer kan, gaat gepaard met een groeiend belang dat er wordt gehecht aan de waarden van waaruit we functioneren. Waar laten we ons eigenlijk door leiden? De hoge efficiënte biedt daar geen antwoord op. We zien dat binnen organisaties dan ook steeds meer het gesprek wordt gevoerd over wat Boutellier de kernfunctie noemt: de bedoeling van hetgeen we doen. Geïnspireerd door de Britse filosoof Alasdair MacIntyre gelooft Boutellier dat er in iedere maatschappelijke praktijk een kernfunctie besloten ligt die tot op zekere hoogte richtinggevend is voor de mensen die in die praktijken werken. Deze immanente betekenis, zoals Boutellier het noemt, laat zich moeilijk verwoorden. Mensen voelen het vooral. Hij geeft hierbij schaken als voorbeeld. Je kunt eigenlijk niet veel anders dan zo goed mogelijk proberen te schaken. Hetzelfde geldt voor maatschappelijke functies zoals het onderwijs: je kunt enkel pogen zo goed mogelijk onderwijs te verzorgen. Beredeneerd vanuit die richtinggevende kernfunctie van het onderwijs, doet de identiteit van een school ertoe. Identiteit moet in dit kader begrepen worden als het antwoord dat een school heeft op de vraag wat zij belangrijk achten om in het onderwijs aan kinderen mee te geven.   

Kernfunctie van het onderwijs 
Voor het denken over de richtinggevende kernfunctie van het onderwijs geeft Boutellier ons een drietal ingrediënten mee. Het eerste ingrediënt ontleent hij aan Hannah Arendt, namelijk dat je kinderen in het onderwijs zo ver brengt dat ze in staat zijn om hun eigen toekomst te zien en te formuleren. Hierin laat Boutellier zich vooral inspireren door de notie dat je meeneemt wat er was en dit overdraagt aan een kind, terwijl je probeert deze in positie te brengen om over een eigen toekomst na te denken. In het denken over de kernfunctie van het onderwijs speelt de netwerksamenleving, zoals we de huidige maatschappij kunnen karakteriseren, een belangrijke rol. In de woorden van Boutellier: ‘It takes a network to raise a child’, omdat in de huidige identitaire samenleving nu eenmaal niet overal een community aanwezig is. Vanuit deze gedachte kan de school als knooppunt fungeren voor de eigen omgeving. Het is voor scholen dan ook belangrijk om zich te realiseren hoe zij zich tot andere organisaties en partijen in de omgeving verhouden. Het laatste ingrediënt betreft de ruggensteun die leerkrachten vaker niet, dan wel ervaren. De complexiteit van het docentenberoep maakt het wat Boutellier betreft onnoemelijk belangrijk dat die ruggensteun er is en dat je als school een eenheid vormt.  

De lerende relatie 
In het denken over de kernfunctie van het onderwijs is één van de belangrijkste vragen hoe onderwijsprofessionals hier zelf over denken. Tijdens de Onderwijsavond gaat Boutellier hier dan ook over in gesprek met de zaal. De antwoorden zijn weliswaar wisselend, maar een rode draad laat zich wel ontwaren: als school en als docent moet je iets met de maatschappelijke vraagstukken en uitdagingen die de klas binnen komen. De één ziet hierbij een belangrijke rol in het leren omgaan met polarisatie in plaats van een poging te doen deze te pareren, terwijl de ander vooral het verbinden van leerlingen aan de medemens, de wereld en de betekenis van leren als de kernfunctie van onderwijs ziet. Als het gaat om de vraag hoe deze kernfunctie zich verhoudt tot het wantrouwen in de samenleving klinkt vooral het geluid in de zaal dat het onderwijs dit niet uit de weg moet gaan, maar zich ertoe moet verhouden, ook daar waar wantrouwen doorslaat in polarisatie. Als je het over polarisatie hebt, zo wordt opgemerkt, is dit iets waar je voorbij wilt komen: je wilt dat leerlingen thuiskomen in iets dat groter is dan henzelf. Zelf ziet Boutellier de kernfunctie van het onderwijs in de unieke relatie die onderwijs kenmerkt, namelijk de lerende relatie tussen iemand die wat meer weet en de ander die lerende is. Van daaruit werk je aan de relatie, de verbinding en een omgeving waarin leerlingen zich thuis voelen, maar dit kan niet anders dan vanuit die kernfunctie. Boutellier durft hierbij zelfs zo ver te gaan dat hij de klas een heilige plek noemt. De leerkracht is namelijk de eerste persoon die los van familie en vrienden betekenisvol wordt in het leven van een kind. Als je een kind in die lerende relatie weet te raken, is deze bereid naar je te luisteren. En als je die kernfunctie en heiligheid niet koestert, dan doe je als samenleving iets niet goed. 

De liberale democratische rechtstaat 
In het denken over nieuwe waarden en een richtinggevende kernfunctie in hetgeen we doen, kan in de liberale democratische rechtsstaat een belangrijke basis worden gevonden. Hierbij zij aangemerkt dat Boutellier niet liberaal bedoelt in de politieke zin van het woord, maar in de zin dat ieder mens evenveel waard is. De democratie maakt het mogelijk om het eigen bestuur te kiezen, maar ook om de keuze te maken een gekozen bestuur weg te sturen. De rechtstaat zorgt op diens beurt voor de ‘checks and balances’. Alhoewel men zou kunnen beargumenteren dat ook de liberale democratische rechtsstaat ‘slechts’ een geloof is, is dit wel het enige geloof dat alle geloven mogelijk maakt. Haast in dezelfde adem merkt Boutellier daarbij op dat de rechtstaat dan wel moet functioneren, zowel rechtstatelijk als politiek, sociaal en moreel gezien. En dit laatste is geen vanzelfsprekendheid hoorden we Boutellier ons al eerder op de avond vertellen. 

Het nieuwe westen 
Van de ideologische samenleving zijn we dus – samenvattend – naar en in de identitaire samenleving gegroeid totdat deze zo goed als uitgewerkt is geraakt. Nu zijn we op zoek naar nieuwe waarden en naar vertrouwen of zoals Boutellier het noemt: het nieuwe westen. Maar wat moet dit nieuwe westen van Boutellier dan worden? Een pasklaar antwoord heeft hij niet, maar wel een aantal relevante principes waarlangs over onze samenleving kan worden nagedacht. Zo is het belangrijk om vanuit waardengedreven organisaties samen te werken. Dit vraagt organisaties, en meer in het bijzonder scholen, echter wel om over hun kernfunctie na te denken willen organisaties elkaar hierop kunnen vinden en de handen ineen kunnen slaan. Een tweede punt dat Boutellier aanhaalt als antwoord op de ‘meerdeling’ die de identitaire samenleving zo kenmerkt, is meerstemmigheid als basis voor gesprek. Mensen zijn in hun denken niet zo zwart-wit als de identitaire samenleving lijkt op te dringen: je kunt begaan zijn met het lot van vluchtelingen en je tegelijkertijd zorgen maken om de krapte op de woningmarkt. Vanuit het perspectief van onderwijs: kinderen moeten bewust worden gemaakt van deze innerlijke meerstemmigheid en zowel de ruimte, als de veiligheid krijgen om kennis te maken met andere inzichten, waardoor dialoog kan ontstaan. Het laatste punt introduceert Boutellier met de term wederkerigheid: het principe van geven, ontvangen, teruggeven of doorgeven. Het principe van wederkerigheid zou volgens meerdere cultureel antropologen ten grondslag liggen aan elke vorm van samenleven. Vanuit deze wederkerigheid kan ook over het onderwijs worden gedacht: scholen die het beste onderwijs proberen aan te bieden en daar tegenoverstellen dat ouders bijvoorbeeld naar de ouderavonden komen en zorgen dat hun kind op tijd op school is. Dat wederkerigheid niet bepaald klinkt als iets waar men voor door het vuur zou gaan, beseft ook Boutellier zich maar al te goed. In het sluitstuk van de onderwijsavond geeft hij ons geïnspireerd op de woorden van de Engelse labourfilosoof Maurice Glasman dan ook een laatste vraag mee: ‘How to get more love into the system?’ 

Lees hier de hele inleiding van NIVOZ-medewerker Leone de Voogd 'Vertrouwen is met zekerheid hopen en risico willen lopen'. 

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in.


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief