Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Succesvol zijn op het VMBO... ook nog eens in een achterstandswijk

12 september 2018

Hoe creëer je kansen voor alle leerlingen? In dit artikel laten Selma Klinkhamer, directeur van Rotterdams Vakcollege De Hef, en Sofie Schouwenburg, socioloog en onderwijswetenschapper, zien hoe de theorie van Bandura over self-efficacy verbonden wordt met de dagelijkse schoolpraktijk op De Hef om leerlingen succesvol te laten zijn. Dit artikel verscheen eerder in het septembernummer van het magazine Van12tot18.

Selma Klinkhamer is directeur van Rotterdams Vakcollege de Hef, en is afgelopen jaar uitgeroepen tot schoolleider van het jaar. De school staat op de hoek van drie zogenaamde aandachtwijken in Rotterdam-Zuid. Selma: ‘Je helpt leerlingen juist niet door almaar te focussen op hun achterstanden’. Op haar school wordt uitgegaan van het positieve in plaats van de eventuele tekortkomingen. Hoe creëer je kansen voor alle leerlingen? In dit artikel laten Selma Klinkhamer en Sofie Schouwenburg zien hoe de theorie van Bandura over self-efficacy verbonden wordt met de dagelijkse schoolpraktijk om leerlingen succesvol te laten zijn.

De rol van self-efficacy
Self-efficacy staat voor het geloof dat individuen in zichzelf hebben over het competentieniveau waarover zij beschikken om een bepaalde taak succesvol te volbrengen. Toegespitst op leerlingen, houdt dit in dat zij geloof hebben in hun competenties om taken op school succesvol te volbrengen.

Er bestaan verschillende bronnen van self-efficacy. Zo kunnen leerlingen ten eerste meer geloof in hun eigen competentieniveau krijgen door successen in verschillende situaties te ervaren. Door het ervaren van eigen successen krijgen leerlingen een groter geloof in zichzelf dat zij een vergelijkbare taak ook succesvol kunnen volbrengen. Ten tweede kan de self-efficacy van leerlingen toenemen door rolmodellen en medeleerlingen te observeren. Anderen succes zien hebben in een bepaalde taak zorgt ervoor dat leerlingen zelf ook meer geloof krijgen in hun eigen kunnen. Ten derde kunnen leerlingen meer geloof in eigen competenties krijgen door verbale overtuigingen over hun competenties van belangrijke personen in hun leven, zoals ouders, leraren, mentoren en medeleerlingen. Overtuigd worden van het hebben van competenties om bepaalde taken succesvol te volbrengen, kan ervoor zorgen dat leerlingen sneller geneigd zijn energie en tijd in een taak te stoppen. Tot slot bepaalt de emotionele en fysieke staat waarin een leerling verkeert hoe ze hun eigen self-efficacy beoordelen. Stress of spanning kunnen er bijvoorbeeld voor zorgen dat leerlingen minder geloof in hun eigen kunnen hebben. Een goed emotioneel en fysiek welbevinden van leerlingen is dus van groot belang.

De sociaal-cognitieve leertheorie van de Canadese psycholoog Albert Bandura beschrijft het leren binnen de natuurlijke omgeving van de lerende, en onderstreept hierbinnen het belang van succeservaringen in verschillende situaties, van het observeren van rolmodellen, van verbale overtuigingen en van goed emotioneel welbevinden.
Hoe vertaal je deze bronnen naar de alledaagse schoolpraktijk?
Hoe zorg je er als school voor dat leerlingen hun schoolloopbaan ervaren als een kans om succesvol te zijn? Ik wil graag laten zien hoe en tot welke resultaten onze aanpak leidt bij ons op school.

Goed werk leveren
Zoals de naam van de school al aangeeft, is Rotterdams Vakcollege de Hef een vmbo-school waar het vakmanschap centraal staat. Leerlingen worden opgeleid in de sectoren techniek, zorg & welzijn, en economie & ondernemen tot de vakmannen en -vrouwen van de toekomst. In praktijkwerkstukken wordt geen genoegen genomen met een eerste poging. Er wordt kritisch gekeken naar het eigen werk en de leerling verbetert zich continu, waardoor trots ontstaat op het eigen product. Een leerling ontdekt op deze manier zijn of haar vakmanschap en krijgt geloof in het eigen kunnen. De ontwikkeling van starter naar expert staat centraal, waarin het proces dat een leerling doormaakt continu wordt geëvalueerd. De leerling zal zich bij een volgend werkstuk nog beter bewust zijn van een succesvolle aanpak.
Door het ervaren van eigen successen, krijgen leerlingen steeds meer geloof in hun eigen kunnen. Dit geldt overigens niet alleen voor de praktijkvakken, maar voor alle vakken in het curriculum.
Iedere docent werkt volgens dit principe en ‘de zesjescultuur' laten we zo achter ons.

De kunst afkijken
Naast het ervaren van eigen successen is het voor leerlingen ook van groot belang om vakmensen zelf aan het werk te zien. Een goede leermeester neemt een leerling mee in de ervaring van het vak. Ten eerste gebeurt dit door de docenten die zich als leermeesters opstellen. Leerlingen observeren hoe docenten een houtverbinding, een gerecht of een ondernemersplan maken. Daarnaast gaan leerlingen in bedrijven en werkplaatsen aan het werk met vakmensen. Zij vormen het rolmodel voor de leerlingen en nemen de leerlingen aan de hand mee in hun werkproces. Door de succesvolle aanpak van leermeesters, op school en in bedrijven en werkplaatsen, te observeren, krijgen leerlingen meer vertrouwen in hun eigen kunnen en hun verdere loopbaan. Het is een proces van modelling, de leermeester geeft het goede voorbeeld, waarna de leerling zelf aan de slag kan.
Deze manier van werken mag natuurlijk geen enkele docent vreemd in de oren klinken, maar het consequent en bewust uitvoeren ervan leidt uiteindelijk tot heel mooie resultaten.

Hoge verwachtingen
Leerlingen krijgen meer geloof in eigen competenties wanneer zij verbaal overtuigd worden van hun kunnen door ouders, leraren, mentoren en medeleerlingen. Op Rotterdams Vakcollege de Hef stellen leerlingen samen met hun mentor en ouders hun leerdoelen vast.
Zij bereiden zelf viermaal per jaar hun zogenaamde MOLgesprek (Mentor-Ouder-Leerling) voor en vragen hun mentor en ouders om feedback op hun resultaten. Tijdens dit gesprek geeft de leerling aan wat hij de afgelopen periode heeft geleerd en welke doelen hij stelt voor de volgende periode. Tijdens deze gesprekken heeft iedere gesprekspartner, de mentor, de ouder en de leerling, hoge verwachtingen. Na een MOL-gesprek is het zo mooi om te zien hoe trots ouders op hun kind zijn en dat ook uitspreken in het bijzijn van het kind. Een dergelijk gesprek is niet zo vanzelfsprekend voor de meeste ouders van onze school. Daarom is het goed om dit gesprek op school in bijzijn van de mentor te faciliteren. Zo’n gesprek duurt uiteraard geen 10 minuten met een kookwekker erbij, maar minimaal 25 minuten.
Verder is een belangrijke succesfactor op RVC de Hef de manier van starten van de schooldag. Iedere dag begint namelijk met een half uur coaching bij de mentor. Belangrijke vragen die gesteld worden, zijn: welke lessen zijn er, hoe bereik ik mijn doelen vandaag, wat gebeurt er in de actualiteit en wat vind ik daarvan en hoe bereiken we als groep onze doelen? Medeleerlingen kunnen elkaar vragen stellen, feedback geven en ondersteunen.
Ook tijdens dit coaching-halfuur worden hoge eisen gesteld aan leerlingen door zowel de mentor en als door medeleerlingen.

Mentale en fysieke veerkracht
Het coaching-halfuur stelt de leerlingen verder in staat om bij hun mentor ‘te landen in het onderwijsproces’. Stress of spanning kunnen ervoor zorgen, dat leerlingen minder geloof in hun eigen kunnen hebben Een belangrijke vraag, die iedere dag door de mentor gesteld wordt, is daarom: ‘Staat jou vandaag iets in de weg om onderwijs te volgen? En zo ja, hoe kunnen we dat uit de weg ruimen of hoe ga jij ermee om?’ Steeds meer mentoren op Rotterdams Vakcollege de Hef doen, nadat zij zelf een training gevolgd hebben, aandachtoefeningen (mindfulness) met hun leerlingen. Verder worden er tijdens de pauzes gezonde maaltijden verkocht en er kan extra gesport worden voor en na schooltijd. Deze interventies zijn gericht op het verbeteren van het emotionele- en fysieke welbevinden van de leerlingen, waardoor zij beter in staat zijn om te leren en de dagelijkse schoolpraktijk als kans te zien. Het gebeurt nu regelmatig dat leerlingen zelf om de oefeningen vragen, omdat ze te druk zijn of stress ervaren, bijvoorbeeld voor aanvang van een toets.

Trots
In juli namen de examenleerlingen, op helaas één gezakte leerling na, afscheid van De Hef met niet alleen mooie resultaten op hun cijferlijsten, maar vooral met het geloof in zichzelf, het geloof dat er een mooie toekomst in het verschiet ligt. Weten wat je kunt en waartoe je allemaal nog in staat bent, is echter niet in een cijfer uit te drukken. Onze leerlingen maken met vertrouwen in de toekomst een volgende stap naar het MBO om vervolgens in de wereld van arbeid en beroep die goede vakman of vakvrouw te kunnen zijn, die onze samenleving zo hard nodig heeft. Als je weet wat je waard bent, kun je met trots je beroep uitoefenen, ook als je uit een achterstandswijk komt.

Selma Klinkhamer is directeur van het Vakcollege de Hef in Rotterdam en werd in november 2017 door haar collega’s uitgeroepen tot beste schoolleider van Nederland.
Sofie Schouwenburg is master in sociologie en onderwijswetenschappen, en dochter van Selma Klinkhamer.


Magazine Van12tot18


DEZE MAAND:
Onderwijskansen: wat gaat er mis?


Van Twaalf tot Achttien schrijft over zaken die het voortgezet onderwijs betreffen. Het spectrum van onderwerpen is breed, net als het voortgezet onderwijs zelf. De artikelen hebben altijd tot doel om het werk van de school te verrijken. Dat doen de artikelen door te duiden, te beschouwen of eenvoudigweg door informatie te geven. Soms gaat het over het ‘grote verhaal’ van onderwijs in Nederland, soms slechts over een specifiek thema dat wel in een algemene lezersbehoefte voorziet, bijvoorbeeld een thema als ‘ouderbetrokkenheid’. Van Twaalf tot Achttien schrijft voor de hele school; voor docenten, docententeams.en management.

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief