Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Speciaal versus regulier: what's in a word?

13 april 2017

Passend of inclusief onderwijs. Het is nog steeds een hot topic. Eentje waarover de emoties vaak hoog oplopen, waar idealisme soms niet verenigbaar lijkt met de praktijk. Een onderwerp wat hetkind-redacteur Annonay Andersson regelmatig bezighoudt. Zo ook op de conferentie over Essential Schools die gisteren plaatsvond op basisschool De Fonkeling in Berghem. De aanleiding? Het verschil tussen speciaal en gewoon. 

Waar denk je aan als je het woord speciaal hoort? Waarschijnlijk onder meer bijzonder, fijn, mooi en buitengewoon. En het woord gewoon? Wellicht de woorden normaal, alledaags, regulier.

En als het gaat om ons onderwijssysteem, waar denk je dan aan bij het woord speciaal? Misschien talent, handicap, stoornis, anders. En als je denkt aan gewoon in verband met ons onderwijssysteem? Structuur, toetsen, huiswerk, rooster, negen-tot-vijf zouden in je op kunnen komen.

Valt er iets op als je naar de woorden kijkt die worden opgesomd bij speciaal? Juist ja, als het over onderwijs gaat zitten er ook negatieve woorden tussen. Woorden die gericht zijn op uitzonderingen, 'anders-zijn'. Terwijl als we het in het algemeen hebben over speciaal, dat meer een positieve connotatie heeft.

En nu naar het andere woord, gewoon. Valt er iets op? Behalve dat de woorden in de onderwijscategorie meer gericht zijn op school natuurlijk. Er zit minder lading op dan bij de associaties met speciaal.

 




Deze oefening werd gisteren op de bijeenkomst over Essential Schools met de toehoorders gedaan door de Amerikaanse Amanda McCarthy, lerares op de Mission Hill school in Boston, en Kirsten Krebbekx, intern begeleider op de Nieuwe School in Panningen.

Samen met een collega van een andere Essential School is Amanda McCarthy een paar dagen in Nederland om inspiratie op te doen en haar ervaring en visie te delen met onderwijscollega's.

Ze vertelde na de oefening dat ze afgelopen week op een school was geweest waar het speciaal basisonderwijs was samengevoegd met een reguliere basisschool. Samengevoegd was hier heel letterlijk: in één gebouw gezet. De leerlingen waren nog gescheiden, zaten in verschillende delen van het gebouw, in een klas met kinderen van hun oude school. Leraren vertelden haar dat kinderen van beiden scholen het goed hadden, want ieder kind kreeg dat waar het behoefte aan had.

Hoewel Amanda hier geen oordeel over velde, kan ik mij indenken dat het voor haar een curieuze situatie moet hebben geleken. Afgelopen november mocht ik een aantal Essential Schools in de VS bezoeken, waaronder de school waar zij werkzaam is. Inclusie is daar het uitgangspunt, niet de uitzondering. Scholen in de coalitie van Essential Schools maken fundamentele keuzes om dat te bereiken: schoolgebouwen zagen er in onze “Nederlandse” ogen armoedig uit, want het geld werd ingezet om extra handen in de klas “te kopen”: soms liepen er wel vier volwassenen rond in een gemiddelde klas (20-25 kinderen) om te ondersteunen en kinderen te begeleiden die extra hulp nodig hadden.

 

 




Na het verschil te hebben geëxploreerd tussen gewoon en speciaal stelde Amanda de vraag waar we zelf bij wilden horen. Twijfelend staken sommigen hun vinger op bij de ene of de andere categorie. Velen hielden hun arm omlaag, wisten het niet.

‘How does the system of defining children as special or general affect the children in your school and our society?’ was Amanda’s volgende vraag. Ofwel: Wat doet dit definiërende systeem met de kinderen in onze school en onze maatschappij?

‘Kinderen zijn minder gemotiveerd: het kan niet goed voor ze zijn dat ze zo worden bestempeld’, was de conclusie van de zaal. Daar ben ik het grondig mee eens en dat is ook al veelvuldig aangetoond. Denk maar aan het bekende Pygmalion effect (waarbij je hogere prestaties krijgt als je verwachtingen hoger zijn).

Ik moest meteen denken aan de school waar ik werk, een kleine vrijeschool voor vmbo met leerwegondersteuning, behorend bij regulier onderwijs. Maar om op onze school te komen moet er wel aangetoond kunnen worden dat je extra ondersteuning nodig hebt (omdat je leerachterstanden hebt en prikkelgevoelig of faalangstig bijvoorbeeld). Je zou kunnen zeggen dat we ons op het grensvlak begeven van regulier en speciaal onderwijs.

Kinderen die bij ons in de brugklas starten, voelen zich vaak voor het eerst in lange tijd competent. Ze zitten immers (eindelijk) in een klas met gelijkgestemden en merken dat zij binnen deze context weer kunnen uitblinken, omdat ze stof op maat aangeboden krijgen en vakken die niet alleen cognitief van aard zijn. Als ik zie hoe kinderen in die context kunnen opbloeien, ga ik twijfelen of inclusie wel zo paradijselijk is als het soms klinkt. Immers: deze kinderen voelden zich meestal veel minder competent op het 'inclusieve' onderwijs van een reguliere basisschool.

Met dit verhaal wendde ik mij tot mijn buurman, Rob Bekker, leraar op Ithaka Internationale Schakelklassen in Utrecht. Hij sprak de wijze woorden: ‘Als je de twee woorden speciaal en gewoon naast elkaar op het bord zet, dan heb je het mes al gebruikt.’ En noemde ook dat het doel van Amanda’s vragen waarschijnlijk is om die woorden weer bij elkaar te krijgen, te laten zien dat we zelf ook tussen categorieën zitten en niet onder één noemer willen vallen.

Ik denk dat we allemaal uiteindelijk hetzelfde willen: dat kinderen voelen dat ze erbij horen en gewaardeerd worden. In een aparte klas of school of in een ‘gewone’ klas of school. En dat het op beide plekken mogelijk is, mits wij de goede voorwaarden scheppen. Gewoon speciaal of bijzonder gewoon.

Annonay Andersson is redacteur bij hetkind en kinder- en jeugdpsycholoog. 

 

 

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in.


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief