Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Socrates in de klas

18 maart 2020

Filosoferen op school, hoe werkt dat? Rudolf Kampers hield er eind januari een workshop over die NIVOZ-medewerker Eveline Oostdijk bezocht. Haar verslag daarvan lees je hier. 'Om tot wijsheid te komen, is het noodzakelijk zelf een kwestie te onderzoeken, zelf na te denken. Inzicht kan niet zonder persoonlijke inspanning tot stand komen. Socrates’ pedagogische doel – iemand tot zelf denken te brengen – weegt zwaarder dan het inhoudelijke doel, het vinden van waarheid.'

Waarom zou je als leerkracht een socratische houding aannemen? Wanneer is dat (on)-gepast? Welke vragen en ervaringen zijn bij een filosofisch gesprek (on-)geschikt om te onderzoeken met leerlingen? Hoe rond je zo’n gesprek naar tevredenheid af? Hoe voelt het als deelnemer aan zo’n gesprek?

Deze en andere vragen stonden tijdens de workshop ‘Socrates in de klas’, voorafgaand aan de lectorale rede op 27 januari van Hester IJsseling, centraal. Workshopleider Rudolf Kampers is docent filosoferen met kinderen aan de Thomas More Hogeschool en trainer in socratische en pedagogische gespreksvoering. Samen met Jan Ewout Ruiter schreef hij Filosoferen aan de keukentafel (Scriptum 2015).

Rudolf Kampers start zijn workshop met een introductie over de leermethode filosoferen met kinderen, een afgeleide gespreksvorm van de socratische methode. Socrates voerde gesprekken waarin hij vragen en ervaringen onderzocht. Betogen of uiteenzettingen, of ze nu mondeling of schriftelijk zijn, kunnen volgens hem geen inzicht teweeg brengen. Zij leveren slechts boekenwijsheid op, louter kennis van woorden en beweringen. Hoogstens kunnen zij een inzicht in herinnering roepen bij degenen die het al bezitten.

Zelf nadenken
Om tot wijsheid te komen, is het noodzakelijk zelf een kwestie te onderzoeken, zelf na te denken. Inzicht kan niet zonder persoonlijke inspanning tot stand komen. Dit nadenken moet een nadenken over zichzelf zijn, een onderzoek van de eigen kennis en de eigen ervaring. ‘Jij en ik moeten worden onderzocht’, zegt Socrates tegen Protagoras in de gelijknamige dialoog, niet de een of andere hypothetische stelling’ (Protagoras, 331c).

Socrates’ pedagogische doel – iemand zelf tot denken te brengen – weegt zwaarder dan het inhoudelijke doel, het vinden van waarheid. De socratische methode is theoretisch en praktisch uitgewerkt door de Duitse filosoof, pedagoog en politicus Leonard Nelson (1882-1927). Zijn leerling Gustav Heckmann (1898-1996) verfijnde de methode en bouwde deze verder praktisch uit, met name voor toepassing met jongeren (zie hieronder de kenmerken).

Kenmerken van de socratische methode in lijn van de Nelson-Heckmann traditie:

  • Er is een gespreksleider die zich inhoudelijk niet met het gesprek bemoeit en de gespreksregels kent en toepast
  • Er wordt gezamenlijk een geschikte uitgangsvraag geformuleerd. Deze vraag is het uitgangspunt en de focus van het onderzoek
  • Ervaringen van de deelnemers worden bevraagd, o.a. op feiten en vooronderstellingen
  • Uitspraken en argumenten worden precies geformuleerd
  • De leden van de onderzoeksgroep streven via argumentatie naar consensus
  • Het filosoferen/onderzoeksgesprek is een oefening in ‘phronèsis’, praktische wijsheid.


Pedagogische doelen
Bij het filosoferen met kinderen en jongeren streven we naast iemand zelf tot denken brengen ook andere pedagogische doelen na, zoals: goed luisteren, samenvatten, vragen stellen en doorvragen (onderzoekende houding, onderlinge verbondenheid), logisch redeneren, waarden doordenken (morele opvoeding), zelfkennis en actief burgerschap.

De methode kan beschouwd worden als een gezamenlijk zelfonderzoek; leerlingen onderzoeken samen hun eigen perspectieven, gevoelens en verlangens die betrekking hebben op een betekenisvolle vraag. Dat is bij voorkeur een vraag die ze zelf hebben ingebracht. Door als leerkracht met enige regelmaat te filosoferen, stimuleer je het vraaggerichte onderwijs, aldus Rudolf.

In deze workshop is het idee dat we met elkaar zo’n onderzoeksgesprek voeren. We starten met het formuleren en selecteren van een geschikte uitgangsvraag. Dat is een betekenisvolle vraag die beantwoord kan worden door zelf na te denken, met behulp van een concreet voorbeeld uit de eigen ervaring. Het is bovendien een kort geformuleerde vraag waarop meerdere antwoorden mogelijk zijn, geen feitenvraag. Binnen enkele minuten worden zeven vragen ingebracht, waaronder: Heeft de leerkracht altijd gelijk? Wanneer mag je geweld gebruiken? Wat is een goed ritueel?

In de praktijk oefenen
Een aantal deelnemers van de workshop krijgt de gelegenheid te beargumenteren welke vraag hun voorkeur heeft. De daarop volgende stemmingsronde geeft uitsluitsel: we selecteren de vraag Wanneer mag je geweld gebruiken? Rudolf verzoekt ons een persoonlijke ervaring te herinneren die aansluit op deze vraag; een gebeurtenis waarbij je zelf actief handelend of oordelend aanwezig was. Zo breng ik de ervaring in waarbij ik als kind tijdens het spelen in een fietstunneltje door een man werd opgepakt en tegen een muur werd aangedrukt. Ik verdedigde mijzelf door met mijn rolschaatsen tegen hem aan te schoppen. De vraag die nu opkomt is of zelfverdediging geweld is of niet. Een andere deelnemer stelt dan de vraag wat we eigen verstaan onder geweld. Weer een andere deelnemer brengt ook een persoonlijke ervaring in. Als juf moest zij ooit een kind hard vastgrijpen om hem tegen zichzelf te beschermen. Is dit een vorm van geweld die toegestaan is? En ook hier, is dit geweld?

Het filosofisch gesprek ontvouwt zich verder onder leiding van Rudolf. Vanwege de tijd moeten we echter al snel gaan afronden, en vraagt Rudolf ons naar een principe dat afgeleid kan worden uit ons eigen antwoord op de uitgangsvraag. Welk principe zouden wij over deze vraag op een spandoek durven zetten? Diverse principes/spandoekteksten worden gedeeld: Zelfverdediging mag! Bescherm kinderen in nood, desnoods hardhandig! Gebruik geen geweld!

Inkijkje
We hebben een heel mooi inkijkje gekregen in de praktijk van filosoferen met kinderen. Het laat ons zien hoe je gezamenlijk en vraaggericht op onderzoek uit kunt gaan. Maar, de meeste deelnemers ervaren ook dat de tijd te beperkt was om het gesprek echt uit te diepen en samen na te denken over de toepassingsmogelijkheden voor onze eigen onderwijspraktijken. Deze leuke en interessante workshop smaakte dus vooral naar meer.

Jezelf een vraag stellen

Daarmee begint verzet

En dan die vraag aan een ander stellen - Remco Campert

Eveline Oostdijk is wetenschappelijk medewerker van NIVOZ. 

Met dank aan Rudolf Kampers voor zijn aanvullingen op dit artikel. Vanuit Stichting De Tegenfase bevordert hij het denken, de dialoog én de sociale acties die daaruit voortvloeien. Heeft u vragen of suggesties? Stuur ze per mail naar [email protected].

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in.


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief