Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Bezield en bezielend onderwijs: de pedagogiek van onderbreking en verbinding

10 februari 2020

Op maandag 27 januari hield Hester IJsseling haar lectorale rede Bezield en bezielend onderwijs. Pedagogiek van onderbreking en verbinding aan de Thomas More Hogeschool in Rotterdam. Voorafgaand aan haar rede verzorgden de onderzoekers van het lectoraat workshops over hun onderzoek. ‘Momenten van onderbreking – het zijn van die momenten die je niet kunt oplossen, maar waar je je wel verantwoordelijk voelt. Stel je je open, ben je ontvankelijk? Heb je er vertrouwen in dat het goed gaat komen? Heb je de moed om tijd te nemen voor wat hier en nu belangrijk is? Hoor je het appèl? Kun je daarop afstemmen? Wanneer je dat kunt, leef je dat ook voor aan kinderen: dat je de verbinding kunt aangaan, in plaats van uit de weg gaan.’

Volgens IJsseling zijn bezieling en onderbreking onderdeel van leraar-zijn. ‘Juist in momenten van frictie zit ruimte waarin kinderen kunnen verschijnen en waarin je kinderen kunt ontmoeten.’ Met haar lectoraat wil IJsseling praktijken ontwikkelen om met leraren stil te staan bij wat er gebeurt als ze onderbroken worden. Ook wil ze hen aanmoedigen om meer vanuit het hart en vertrouwen te gaan werken.

Wat vraagt deze situatie van mij?
De filosofie is IJsseling in haar verkenning behulpzaam. Filosofie gaat volgens haar over ‘wijzen op wat aan de aandacht ontsnapt’. Dingen die je uit een model laat zijn vaak hele belangrijke dingen. Bijvoorbeeld de onderbreking – volgens IJsseling de kern van het onderwijs. Ze verwijst naar de filosoof Cornelis Verhoeven, die filosofie omschrijft als ‘de kunst om het zekere weten te voorkomen’. Een onderzoekende houding hebben betekent twijfel toelaten. Wat vraagt deze situatie van mij?

Tussen nullen en enen zit nog iets
IJsseling brengt de ‘cultuur van de meetbare eenheden’, van de big data ter sprake. ‘Tussen nullen en enen zit nog iets, iets dat je met nullen en enen niet kunt vangen.’ IJsseling noemt dat ‘de ziel’. Mensen zijn subjecten met een binnenwereld. Volgens IJsseling moeten we verzet plegen tegen de beheersingstendens en dat begint met de tijd nemen, vragen stellen, aandachtig luisteren. Ze verwijst naar de dichter Remco Campert: ‘Jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet. En dan die vraag aan een ander stellen.’

Momenten van onderbreking
IJsseling gaat nader in op ‘momenten van onderbreking’. Het zijn van die momenten die je niet kunt oplossen, maar waar je je wel verantwoordelijk voelt. Stel je je open, ben je ontvankelijk? Heb je er vertrouwen in dat het goed gaat komen? Heb je de moed om tijd te nemen voor wat hier en nu belangrijk is? Hoor je het appèl? Kun je daarop afstemmen? Wanneer je dat kunt, leef je dat ook voor aan kinderen: dat je de verbinding kunt aangaan, in plaats van uit de weg gaan.

Momenten van onderbreking zijn volgens IJsseling vormende gebeurtenissen. In die ruimte kunnen kinderen ontdekken hoe zij in de wereld kunnen zijn. IJsseling verwijst hier naar Gert Biesta, die dat subjectivering of persoonsvorming noemt. Dat gaat over existentiële vragen, zoals ‘wat ga ik doen met mijn leven?’, ‘hoe ga ik mijn weg vinden in de wereld?’, ‘hoe ga ik me tot mijn vrijheid verhouden?’

Volgens IJsseling is het in momenten van onderbreking belangrijk om te luisteren naar je gevoel, en daarover een innerlijke dialoog te voeren. Wat spreekt mij aan, wat staat me tegen? Als je je vastbijt in zekerheid dan kun je niet horen wat je roept. Daarom is het belangrijk om je te laten onderbreken. Bijvoorbeeld wanneer je over een kind in je klas denkt: ‘oh, dat is er zo een’. Maar misschien is dat wel helemaal niet zo. Luisteren met je hart is een goede manier om je weg in de wereld te vinden.

Subjectiverend onderwijs
Luisteren met je hart is voor iedereen een andere weg, benoemt IJsseling. Dat maakt het begeleiden van kinderen op hun zoektocht lastig. Hoe doe je dat? Daarover gaat subjectiverend onderwijs. Dat gaat niet over talentontwikkeling, gepersonaliseerd leren, etiketten plakken of obstakels wegnemen. Maar over het in contact brengen van kinderen met wat jij als leraar de moeite waard vindt om in te brengen. Het gaat over het kinderen voor de vraag plaatsen: ‘hoe sta jij hierin?’, ‘wat ga jij hiermee doen?’. Zonder haast. Geduldig, maar ook vasthoudend.

IJsseling stelt dat er in onderbreking iets is dat ons roept. Daarin kunnen we ervaren dat we verbonden zijn en de wereld ons aanroept. Volgens IJsseling kunnen leraren pas vormgeven aan subjectiverend onderwijs als ze zelf verbonden zijn. Als leraren zich beseffen dat ze steeds moeten afstemmen en luisteren naar wat hun hart ingeeft, dan kunnen ze dat voorleven. Pas als je zelf je werk met bezieling doet, kun je ook bezielend lesgeven.

Met hart en ziel
De woorden ‘hart en ziel’ in de lectoraatsnaam Professionaliseren met hart en ziel. Samen leren en samen leven in een wereldstad, zijn symbolen van de betrekking tussen de mens en de wereld, vertelt IJsseling. ‘Er is een soort resonans tussen die twee. De ziel is zoekend, relationeel. Het hart is een metafoor van liefde en innerlijkheid, van ruimte voor innerlijke dialoog.’ Het hart kan ook luisteren, vervolgt IJsseling. Leraren zeggen vaak: ‘er gebeurde iets en dat raakte mij’, of ‘ik voelde me geroepen’. Dat is symbolische taal voor aangesproken worden door wat van buiten komt, het onverwachte – aldus IJsseling.

Praktijken van bezinning
Hoe we omgaan met het onverwachte laat iets zien van ‘pedagogische bekwaamheid’. Dat is geen afvinklijst met eigenschappen maar eerder een sfeer van vertrouwen, geduld, pedagogische tact. Hoe kunnen we daaraan werken? Het lectoraat ontwikkelt ‘praktijken van bezinning’ voor momenten van onderbreking. Bezinning is een oefening in luisteren met het hart. Dit doen de onderzoekers van het lectoraat met behulp van pedagogische gesprekken. IJsseling erkent het intuïtieve karakter ervan, maar stelt dat het toch belangrijk is om erover te praten – anders lopen we het gevaar dat we er geen belang meer aan hechten. Volgens IJsseling hebben we de taal van dichters nodig – die ligt dichter bij leraren dan de taal van de wetenschap. ‘Taal is van invloed op hoe we zien en horen, en dat is van invloed op hoe we met kinderen omgaan’.

Workshop ‘Muziek en verbinding’ (Roeland Vrolijk)
Vrolijk opent zijn workshop door de deelnemers in een kring om de piano heen samen toonladders te laten zingen. Zo ervaren we dat wat Vrolijk onderzoekt, namelijk de pedagogische laag van muziek onderwijzen, het ‘muzikale verhaal van de klas’. Vrolijk licht de didactiek toe. ‘Studenten bevragen elkaar en vertellen over hun muzikale wereld. Ze krijgen de opdracht dat ook met kinderen te doen aan de hand van de vraag: ‘hoe speelt muziek een rol in je leven?’ Zo leren de studenten hun onderwijs anders in te richten omdat ze de kinderen beter kennen.’

Workshop ‘Maatschappelijk controversiële kwesties in de klas’ (Pieter Boshuizen)
De onderzoeksvraag van Boshuizen luidt: ‘wat is de pedagogische betekenis van situaties van maatschappelijk controversiële kwesties, en hoe kun je het pedagogisch handelen van leerkrachten in dat soort situaties bekrachtigen?’ Boshuizen deelt placemats uit met voorbeelden van situaties die zich voordoen in de praktijk en laat de deelnemers in groepjes nadenken over meer van zulke voorbeelden. Hij vraagt de deelnemers de situatie uit te vragen, als een film voor ogen te zien. In mijn groepje vertelt een docent Filosoferen met kinderen over een les aan de hand van de vraag: ‘mag je alles zeggen wat je vindt?’ Eén van de kinderen zei tegen een ander kind: ‘hou je bek, kankerjood’. Boshuizen legt ons drie kernvragen voor waar we ons over mogen buigen: 1) wat gebeurt er in de onderwijspraktijk? 2) wat staat er in deze situatie op het spel? 3) welke pedagogische verantwoordelijkheid heb je als leerkracht, en wat zegt dit over de plek die een school heeft of kan zijn? Boshuizen wijst naar aanleiding van de ingebrachte voorbeelden en reflecties op een pedagogische spanning: enerzijds wil je veiligheid creëren, anderzijds ook onveiligheid in de zin van: een ander perspectief introduceren. School als de plek waar je ook andere perspectieven aangereikt krijgt, op zo’n manier dat leerlingen niet afhaken. ‘Als pedagoog heb je een andere rol dan als filosoof. Je kunt er niet omheen om te sturen, maar op zo’n manier dat er ruimte blijft om een andere sturing in te brengen of jouw sturing af te wijzen’, aldus Boshuizen.

Verder lezen

Lectorale rede ‘Bezield en bezielend onderwijs. Pedagogiek van onderbreking en verbinding’

Laat leraren openhartig zijn, dan komt de ziel van het onderwijs weer in beeld

Hester IJsseling over hoe het onverwachte een bijzondere pedagogische waarde kan hebben

Reacties

1
Peter te Riele
1 maand en 16 dagen geleden

Interessant boek, ga ik graag lezen! Inspirerende en onderbouwde recensie

Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief