Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Positieve psychologie en intrinsieke motivatie: 'Laat je moeder het zelf doen en volg jij je hart'

6 mei 2021

In de 25 jaar dat psychologie-docent Vincent Duindam tutor is op de universiteit heeft hij veel gesprekjes met studenten gevoerd. Zware gesprekken en hele lichte. Motivatie is vaak een belangrijk thema. Wat beweegt je? Waar word je door geraakt?

Het is mij opgevallen dat studenten die zich erg moeten zetten tot de studie, die het vermoeiend vinden zich vooral ‘van buitenaf ’geprikkeld of gestimuleerd voelen. Ik herinner me een studente van wie haar moeder vond dat het heel goed zou zijn als ze het honours-traject ging volgen, maar ze had er zelf duidelijk niet heel veel interesse in. Dan kunnen dingen zwaar en ingewikkeld voelen. Keuzes gaan klemmen. Daarom kwam ze ook bij mij. Ik vertelde haar: als je moeder dat zo belangrijk vindt, moet ze het misschien zelf gaan doen. Jij kunt beter je hart volgen.

Soms krijgen mijn studenten het advies bepaalde dingen te doen, omdat dat goed is voor je cv. Maar ben je je cv? Wat ik ook veel heb gehoord: ‘Ik heb het vwo gedaan en nu vinden mijn ouders dat ik aan de universiteit moet gaan studeren, anders is het zonde...’

Ja, maar zonde van wat? Ik heb een aantal studenten gekend die graag bij de politie wilden gaan werken, maar min of meer moesten gaan studeren bij ons. Twee daarvan zijn, via een omweg (Master criminologie) toch rechercheur geworden.

Als je dingen doet omdat familie of vrienden dat graag willen, omdat het ‘goed is voor je cv’, je kansen op werk misschien vergroot, omdat je wellicht meer gaat verdienen, omdat het status geeft, of omdat iedereen in jouw familie dat pad gaat, dan laat je je leiden door motieven buiten jou. 

Extrinsieke motivatie Als dat geen weerklank vindt bij wat je eigenlijk zelf wilt, kan dat al snel moeizaam, zwaar, ingewikkeld aan voelen. Als de mythologische Atlas die de hele wereld op zijn rug moet meetorsen.

En soms weten studenten het niet precies. Dan is mijn advies om niet heel ver vooruit te kijken, maar naar de nabije toekomst, welke vakken vind je nu het leukst? Waar heb je zin in? Soms bestaat de angst dat als je nu een vak ‘verkeerd kiest’ je je hele toekomst op het spel zet. Dat is een onjuiste gedachte, maar studenten hebben wel vaak dat idee gekregen door de druk die docenten leggen op kiezen van schooltype, vakken, profielen, etc. Alsof je leven ervan afhangt. Dan is geruststelling nodig en op je gemak een klein stukje vooruit kijken.

We moeten vooral goed luisteren naar studenten. Ik stel daarbij vragen als: Wat geeft je plezier? Wat doe je graag, beoefen je voor de lol? Wat lees je graag? Waar krijg je energie van ? Waar wil je meer van weten? Waar  zoek je voor je plezier dingen over op?

Soms heeft dat te maken met sport, een bijbaantje, vrijwilligerswerk. Hoe kun je dat in relatie tot je studie brengen, zijn er combinaties mogelijk?

Juist aan ‘de uni’ smachten studenten vaak naar iets meer praktisch. Daarom bieden wij nu, eigenlijk op verzoek van de studenten, ook een Bachelorstage aan. Regelmatig komen zij zelf met een idee waar ze echt enthousiast over zijn.

Zo kreeg ik vorige maand dit bericht van een studente: 
'In 2014 wilde de PvdA een maatjes programma oprichten voor de slachtoffers van loverboys  Mijn idee is om hier een stage van te maken voor de Algemene Sociale Wetenschap-studenten, zij zitten in ongeveer dezelfde leeftijdsgroep en zijn niet van de instelling die de slachtoffers opvangt. Door de slachtoffers zullen zij dus minder snel gezien worden als een autoritair figuur die ze weg wil houden van de in hun ogen ‘vriendje’. Ze kunnen een band opbouwen met meerdere slachtoffers en eigenlijk vrienden worden, door activiteiten met ze te ondernemen of simpelweg te luisteren. Een activiteit kan bijvoorbeeld vrijwilligerswerk zijn, zodat zij zich weer een nuttig deel van de samenleving voelen of simpelweg gaan winkelen zodat de slachtoffers hun gedachten kunnen verzetten. Dit wordt ondersteund door de sociale bindingstheorie van Hirschi.”

Dat is veel meer de manier waarop we moeten gaan werken.

Als het van binnenuit komt, omdat de activiteit op zichzelf al plezierig is, gaat het vanzelf, komt er ‘flow’, stroomt het uit jou, of door jou, weet je intuïtief welke kant je op moet. Hier is sprake van intrinsieke motivatie. Dan hoeven studenten geen complexe vragenlijsten in te vullen en analyses van zichzelf te maken om daar achter te komen. Zo anders dan wanneer je het zoekt in de omgeving (geld, status, instemming familie, vrienden), dan moet je jezelf van buitenaf motiveren. Een stok achter de deur, een wortel voor je neus.

Wat voor onze studenten geldt, geldt ook voor ons. Een paar voorbeeldjes uit mijn eigen leven. Jaren geleden toen er heel veel aan het onderwijs ging veranderen en toen de minister bedacht had dat de contacturen met studenten omhoog moesten naar 60 (per vak), maar dat we daar geen tijd of geld extra voor kregen, wist ik even niet precies wat te doen. Ook wilde ik mijn eigen docententeam behoeden voor een onevenredige werkdruk. Ik wist het even niet. Ik ben toen niet in de wilde woeste denkmachine gaan zitten rekenen met schema’s, analyses en uren. Ik ging naar een stil park, zat een tijdje onder de ginkgo, liep zo langzaam als ik kon een stukje het park in. En toen kwam het antwoord ‘van binnenuit’. Masterstudenten konden als stage onze eerstejaars begeleiden. Masterstudenten blij: nuttige werkervaring. Eerstejaars blij: extra hulp met hun onderzoek. Mijn eigen docenten: niet meer uren kwijt. En: voldaan aan de criteria van het ministerie.

Ook hier: laat niet de externe prikkels leidend zijn, maar volg je innerlijk kompas.

Jaren daarvoor raadde mijn leidinggevende mij sterk af om een Nederlandstalig boek over ‘zorgende vaders’ te schrijven. Het zou mijn carrière kunnen schaden; ik moest me richten op Engelstalige artikelen. Ik volgde mijn hart en schreef het boek dat ik wilde. Inderdaad zit ik nu veel lager in de academische hiërarchie dan wellicht gekund had (geen hoogleraar, geen hoofddocent, maar ‘gewoon’ docent). Maar het boek maakte me blij en had een enorme maatschappelijke impact (letterlijk honderden interviews, radio, kranten, tijdschriften, TV, column in de Libelle). Om dezelfde reden heb ik altijd parttime gewerkt en samen voor onze meiden gezorgd.

In spirituele tradities wordt een onderscheid gemaakt tussen self en Self. Je kleine, geconditioneerde zelf (opvoeding, gewoontes, cultuur, veel meer dus dan ‘conditioneren’ zoals de behavioristen dat zien). En je ‘ruimere’ zelf. Naarmate je meer vastgeroeste patronen los kunt laten, blijft er meer ‘open aandacht’ over. Zo noem ik het maar even om termen waar sommige mensen jeuk van krijgen te vermijden.

Als je ‘vanuit die plek’ kunt leren, werken, leven, weet je wat je moet doen, heb je richting, voelt het niet zwaar, maar licht, speels, creatief. Maar als je ronddwaalt in ‘je periferie’, weet je niet waar je naartoe moet, is het ingewikkeld, moeizaam, duwen, trekken, valt alles je zwaar.

Bovenstaande heb ik heel bewust verteld als ervaringsverhaal. Op mijn bureau liggen drie heel verschillende boeken die dat kunnen staven, of illustreren. Wellicht leuk als je verder wilt lezen. Het eerste boek is een zeer recent proefschrift. Dichtbij de praktijk. Het laat zien hoe je PABO-studenten die door uitstelgedrag in de problemen komen, zou kunnen helpen. Het onderzoek wijst uit dat elementen uit de positieve psychologie (intrinsieke motivatie, etc) van belang zijn.

Het tweede boek is alweer 22 jaar oud. Marjan van Lier laat daarin zien dat je nooit meer het zware gevoel hoeft te hebben dat je moet werken, wanneer je (betaalde) activiteiten hebt gevonden die licht en plezierig voelen. En die je voor de lol doet. Of dat je je werk meer zo bent gaan zien, door het anders te doen. Bijvoorbeeld meer te letten op de processen dan op de resultaten.

Tenslotte, voor de liefhebbers, nog wat ouder (6e eeuw voor Christus), de Tao Te Ching van Lao Tzu, een bemoedigend citaat dat mijn betoog in een paar zinnen weergeeft:

'I do nothing. Yet, nothing is left undone. 

The lowest virtue does everything. Yet, much remains to be done.'

Meer lezen?

  • Lennart Visser, Academic Procrastination among First-year Student Teachers, proefschrift VU, Amsterdam, 2020.
  • Marjan van Lier, Nooit meer werken. Op zoek naar bezieling in je werk.  Het Spectrum, 1998.


Vincent Duindam is psycholoog, publicist en docent op de Universiteit Utrecht.  

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief