Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Podcast en video: 'De werelden van Hannah Arendt' en haar gedachten over onderwijs en school

3 september 2021

David van Overbeek, medeoprichter van De Nieuwe Wereld TV, ging in gesprek met Joop Berding, schrijver van het boek De werelden van Hannah Arendt. Berding loopt daarin langs de lange lijnen van het leven en het werk van deze Duits-Amerikaans-Joodse politiek denker. Hij presenteert en verheldert belangrijke begrippen uit haar boeken, zoals: nataliteit, pluraliteit, handelen, verantwoordelijkheid, denken en wereld.

In een podcast en tevens videogesprek worden verschillende kanten belicht van filosoof Hannah Arendt, die helemaal geen filosoof wilde zijn. ‘Ze heeft afstand genomen van die titel,’ begint Joop, ‘en ze noemde zich liever een politiek denker. Filosofen behoren volgens Arendt tot bepaalde “kringen”, maar zij had daar na haar studie weinig affiniteit meer mee. Daarnaast werkt ze ook in andere disciplines, zoals de ethiek, de politiek en de economie. En inderdaad ook in de filosofie. Ze zei: “Ich will verstehen”, maar ze wilde ook verkennen.’

‘Een bekende uitspraak van haar is “de banaliteit van het kwaad”, een uitspraak die ze noteerde aan het eind van haar reportage over het “mannetje” Eichmann. Zij en eigenlijk de hele wereld was verbaasd deze man te zien die zoveel kwaad had aangericht in de oorlog. Toen hij eenmaal zichtbaar werd voor de wereld in het proces in Jeruzalem was het niet het grote monster dat men verwachtte, maar een alledaagse man. Arendt was als verslaggever aanwezig in Jeruzalem (en dus niet als filosoof). De uitspraak over “de banaliteit van het kwaad” slaat op de man Eichmann, die niet de verantwoordelijkheid neemt voor zijn (wan)daden. Het criterium dat Arendt aanlegt is: Heb je actief mee gedaan?’

In de podcast komt vervolgens gedachteloosheid aan de orde. Interviewer David van Overbeek vraagt zich af wat dit begrip ‘gedachteloosheid’ inhoudt in de politieke context. Arendt zelf grijpt terug op Kant om dit te duiden. Gedachteloosheid is het onvermogen om te denken vanuit het standpunt van een ander. Volgens Kant en ook volgens Arendt gaat het erom te denken vanuit de standpunten van zo veel mogelijk (hypothetische) anderen. Niet alleen hanteert Arendt dit begrip in de jaren ’60 als het Eichmann proces zich afspeelt, maar het begrip komt terug in de jaren ‘70 bij het verschijnen van de Pentagon Papers en bij het Watergate-schandaal.

In de podcast is ruim aandacht voor de persoonlijke achtergrond van Arendt. Ze is opgegroeid in Koningsbergen en moet in 1933 vluchten voor de nazi’s. Ze zit in een kamp in Frankrijk en als ze wordt vrijgelaten gaat ze via Zuid Frankrijk naar de Verenigde Staten. Daar heeft ze een nieuw leven opgebouwd. Arendt was vanaf haar jeugd al een denker en hoewel haar leermeester Heidegger was, is ze toch geheel haar eigen weg gegaan in haar werk. Was Heidegger vooral een denker (‘met zichzelf bezig’), Arendt legt altijd de verbinding met de publieke, politieke wereld. Ze wil niet bij de pakken neerzitten en dat geeft haar energie. Ze wordt geïnspireerd en is een bron van inspiratie in het land van de “public happiness”. Bij Arendt staat “de vraag” centraal en ze zet je voortdurend aan het denken.

Bij Arendt staat “de vraag” centraal en ze zet je voortdurend aan het denken.''

Joop Berding zelf is opgeleid in (de theorie en filosofie van) opvoeding en onderwijs in de traditie van Langeveld, van de fenomenologie: onbevooroordeeld kijken en zeer praktijknabij. De psychologie en de onderwijskunde domineerden vanaf de jaren ’80 zowel onderwijs als opvoeding. De pedagogiek verdween. De werken van Hannah Arendt gaven hem zo’n twintig jaar geleden een geheel nieuwe invulling van de begrippen opvoeding en onderwijs.

Interessant is de visie van Joop op de rol van Hannah Arendt, de filosoof, de politieke denker, de activiste, op onderwijs en opvoeding nu. Wat is haar betekenis voor de pedagogiek? Toen en nu?

De wereld als decor

De politieke theorie van Arendt, zoals beschreven in onder andere De menselijke conditie (Vita activa) uit 1958, zit vol met toneelmetaforen. De wereld is het schouwtoneel waarop wij mensen aan elkaar verschijnen, zoals acteurs verschijnen voor een publiek. En net als op het toneel of in de opera weet je nooit of applaus of boe-geroep je deel zal zijn…

Voor Arendt is het verschijnen van mensen voor elkaar in het licht van de openbaarheid de kern van wat ze “het politieke” noemt. In De menselijke conditie beschrijft ze dit als het menselijk handelen, te onderscheiden van andere activiteiten zoals arbeiden en werken of maken. In het handelen – dat vooral het gebaren en spreken is – onthullen we onszelf, stelt Arendt, omdat we een initiatief nemen, daarvoor willen gaan en anderen ervoor proberen te winnen. Dat laatste lukt soms, maar zeker niet altijd. Handelen is risicovol, er is geen garantie op applaus.

Het kenmerkende van het handelen is volgens Arendt dat het openbaar is; geheel anders dan privé-activiteiten of sociaaleconomische ondernemingen. Zoals in de antieke Griekse tijd de burgers tijdelijk hun huizen verlieten om op de agora samen te komen om problemen van algemeen belang te bespreken, zo bepleit Arendt ook voor onze eigen tijd politieke ruimtes om te discussiëren met elkaar, ruimtes die niet belast worden met privébelangen of economisch gewin.

‘Deze benadering van het politieke loopt als een lange lijn door het hele werk van Arendt. Ik laat in De werelden van Hannah Arendt zien hoe ze steeds deze draad van de gedeelde, publieke wereld oppakt én verdedigt, tegen de druk van het private en het sociaaleconomische in,’ vertelt Berding.

De vraag is nu hoe Arendt in dit licht dacht over onderwijs en de school. Heel helder: deze behoren niet tot het politieke domein. Ze vormen een soort overgangsgebied, een ‘tussenruimte’ en ook een ‘tussentijd’ tussen het gezin en de grote maatschappij. In de school wordt de wereld ‘gerepresenteerd’: zodanig verwoord en verbeeld dat het kinderen in staat stelt ermee kennis te maken. De taak van het onderwijs is dan ook kinderen te introduceren in de wereld, om te laten zien hoe die wereld eruit ziet, en is dus niet, zoals door anderen wel wordt gepropageerd, een middel om die wereld te veranderen. De wereld kan en moet zeker worden verbeterd, maar daar ligt een taak voor de volwassenen, niet voor kinderen.

De taak van het onderwijs is om kinderen te introduceren in de wereld, om te laten zien hoe die wereld eruit ziet, en dus niet een middel om die wereld te veranderen.''

Arendt brengt dus een besliste scheiding aan tussen het politieke en het pedagogische, uit de zorg om de nieuwe generatie die in een zekere luwte de kans moet krijgen de wereld te leren kennen, zonder de opdracht die wereld, die ze nog niet eens kennen, te veranderen. Maar tegelijk is er bij Arendt de zorg om juist die wereld, vooral de humane, publieke wereld die steeds meer onder druk komt te staan van verspilling, verwaarlozing en gebrek aan duurzaamheid. Het gaat Arendt als denker over het politieke om het “redden” van deze gemeenschappelijke wereld, de enige die we hebben.

Arendt verbond de opvoeding én de wereld met elkaar in een van haar prachtigste en vaak geciteerde uitspraken:

“In de opvoeding wordt beslist of wij genoeg van de wereld houden om er verantwoordelijkheid voor op te nemen en haar meteen ook te redden van de ondergang die … zonder de komst van de nieuwen en de jongeren, onvermijdelijk zou zijn.” (uit: ‘De crisis van de opvoeding’, midden jaren 50).

Met die komst van “de nieuwen en de jongeren” wijst ze op een van de kernbegrippen uit haar politieke theorie: nataliteit – het vermogen om iets nieuws en onverwachts te beginnen en te kijken hoe dat “landt” bij je medemensen. Dit unieke vermogen verdient het om gekoesterd te worden. Berding: ‘Anders dan Arendt denk ik dat je dit vermogen wel degelijk kunt oefenen met kinderen. Laat ze maar initiatieven nemen en kijken hoe die uitpakken. Handelen is niet iets exclusief voor volwassenen, zoals Arendt stelt. Ook kinderen zijn, als we ze daarbij begeleiden en stimuleren, uitstekend in staat om hun ideeën te uiten en te verdedigen. Dat is zelfs een belangrijk doel van het onderwijs.’

Voor wie geïnteresseerd is in de achtergronden van Arendts radicale en tegendraadse stellingen over onderwijs – over nataliteit, pluraliteit, verantwoordelijkheid en vooral ‘wereld’ – vindt in De werelden van Hannah Arendt veel van zijn of haar gading.

Bestel het boek

Berding, J. (2021). De werelden van Hannah Arendt. Lange lijnen in leven en werk. Soest: Boekscout.
€ 23,50 Te bestellen achter deze link.

De Nieuwe Wereld TV: Verdiepende gesprekken in een tijd van verandering

De Nieuwe Wereld TV is een platform dat mensen uit verschillende disciplines bij elkaar brengt om na te denken over grote veranderingen die op komst zijn door een combinatie van snelle technologische ontwikkelingen en globalisering. DNW TV is een initiatief van journalist Paul van Liempt, filosoof Ad Verbrugge en David van Overbeek.

 

 


0:00 intro
0:18 Waarom ontkent Hannah Arendt een filosoof te zijn?
2:48 Wat heeft Arendt ertoe bewogen afstand te nemen van de filosofie?
4:58 Hoe moeten we Arendts observatie over ‘de banaliteit van het kwaad’ begrijpen?
9:54 Waarom is gedachteloosheid zo’n belangrijk begrip voor Arendt?
13:35 Hoe speelde Arendts eigen achtergrond een rol in haar denken?
21:03 Waarom speelt handelen zo’n belangrijke rol in het denken van Arendt?
26:34 Wat staat er voor Arendt op het spel?
32:09 Waarom is etymologie zo belangrijk voor Arendt?
35:56 Op welke manier heeft Arendt jou uitgedaagd?
40:24 Welk werk van Arendt heeft het meeste indruk op je gemaakt?
47:48 Hoe beïnvloedt het werk van Arendt de politiek en politieke theorie tot de dag van vandaag?
52:20 Wat maakt Arendts kritiek op het systeem valide?

 

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief