Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Ons onderwijs: van differentiatie tot kastenstelsel?

24 april 2019

Rob Martens schrijft een opiniestuk (OnderwijsInnovatie, kwartaaluitgave Open Universiteit) over een urgent probleem: Rob ziet hoe de samenleving steeds verder verdeeld raakt in gescheiden sociale groepen naar opleiding, inkomen en sociaal-culturele achtergrond, mogelijk ten gevolge van - en versterkt door - differentiatie binnen het onderwijs. 

Kinderen worden in het Nederlandse onderwijs (te) snel in een hokje gestopt om daar vervolgens vaak hun hele leven in te blijven. Door die voor ons land typerende scheiding tussen onderwijssectoren, schoolsoorten, leerwegen en opleidingen draagt het onderwijs maar in beperkte mate bij aan de sociale samenhang in de maatschappij. Tijd dus voor een stelselwijziging?

Het is u misschien opgevallen dat er de afgelopen tijd een reeks aan maatregelen is afgekondigd door de minister en staatssecretaris van Onderwijs die eigenlijk hetzelfde probleem probeert aan te pakken: de hokjesgeest in het onderwijs. Ook de Onderwijsraad besteedde onlangs aandacht aan het probleem dat kinderen in ons onderwijsbestel te snel in een hokje worden gestopt en daarin blijven, terwijl ze misschien beter in een ander hokje had kunnen zitten. Intussen wordt er veelvuldig en van alle kanten gepleit om de hokjesgeest tegen te gaan door de overgang van de ene onderwijsvorm naar de andere (verticale doorstroming) gemakkelijker te maken. Dat is een even terechte als relatief gemakkelijke ingreep, die het niet nodig maakt het onderwijsbestel ingrijpend te veranderen. De vraag is of dit voldoende is of dat we dieper moeten ingrijpen. Het laatste rapport dat Onderwijsraad in haar oude samenstelling schreef, leunt op die tweede optie en bepleit een stelselwijziging. Waarom? En gaat de raad daarmee wel ver genoeg?

Overstapproblemen
Laten we met het makkelijkste beginnen: overstapproblemen. Stel je bent als leerling in het verkeerde bakje terechtgekomen en probeert in een ander bakje te komen. Dat is mogelijk als er maatregelen genomen worden die de overgang tussen onderwijsniveaus versoepelen, bijvoorbeeld tussen het vmbo en het mbo als je op het vmbo al een gevoel ontwikkelt welke mbo-opleiding jou het beste past. Ook is het mogelijk om de overstap tussen onderwijsniveaus te versimpelen. Zelf heb ik destijds als havist de overstap naar het atheneum gemaakt. Ik betwijfel of ik onder het huidige regime nog zou zijn overgestapt, maar ben blij dat ik toen de kans kreeg. Of het een verrijking is geweest, dat is aan u, maar zonder die overstap had ik nooit dit opiniestuk als Onderwijshoogleraar kunnen schrijven. We zien echter dat de afgelopen jaren er juist een tegengestelde beweging op gang is gekomen waarbij versoepeling van de overgang tussen onderwijsniveaus en gemakkelijk overstappen móeilijker in plaats van gemakkelijker gemaakt zijn, omdat het ‘inefficiënte leerroutes’ zouden zijn.

Verkeerde beslissingen
Een volgend probleem is dat kinderen op de verkeerde plek van ons sterk gedifferentieerde onderwijsstelsel terechtkomen. Ook dat is nog redelijk simpel op te lossen binnen het bestaande stelstel door het studiekeuzemoment uit te stellen en door gebruik te maken van goede toetsen, zo raadt de Onderwijsraad aan. De raad bepleit meer brugklassen en zogenoemd ‘10-14 jaar onderwijs’, waardoor er meer tijd en meer kansen ontstaan om leerlingen naar de juist plek te dirigeren.

Maar misschien zit het probleem wel dieper: ‘Het onderwijs staat voor grotere uitdagingen dan lange tijd het geval is geweest’, zo stelt het rapport van de Onderwijsraad tamelijk dreigend. Daarom vindt de Onderwijsraad ‘dat er een fundamentele bezinning nodig is op de organisatie van het onderwijsstelsel met als doel het op onderdelen aan te passen’. Onderwijs doet namelijk ook iets met onze samenleving: ‘De differentiatie versterkt de tendens van sociale segmentering en verkleint de mogelijkheden van het onderwijs om bij te dragen aan sociale samenhang in de maatschappij’. In haar rapport wijst de raad erop dat met het verdwijnen van de traditionele zuilen, de zogeheten verticale binding (de bankier en de boerenknecht zaten allebei zondag in de kerk) vluchtiger wordt. De Onderwijsraad: ‘Er is sprake van sociale segmentering van de samenleving naar opleiding, inkomen en sociaal-culturele achtergrond.’ Die toename van sociale segmentering klinkt inderdaad ernstig. De situatie die de Onderwijsraad schetst, doet denken aan een kastenstelsel.

Paria’s
Kasten vormen een manier om een samenleving te ordenen en onrust te beteugelen. In het (oude) Indiase kastenstelsel zaten de geleerden in de hoogste kaste (die der Brahmanen) en in de laagste kaste zaten de arbeiders (de Shudra’s). Daaronder was nog een groep; die van de onaanraakbaren, de paria's. Deze deden het vuile werk en werden gemeden door de Brahmanen. Over het algemeen woonden de hogere kasten in mooiere en grotere huizen en ze hadden aanzienlijk meer middelen. Daarbij was hun levensverwachting fors hoger dan die voor mensen uit de lagere kasten. Het is niet mogelijk om tijdens je leven van kaste veranderen. Dat je in een bepaalde kaste zit, is je eigen schuld: het is namelijk het gevolg van hoe je je in je vorige leven, vóór je reïncarnatie, gedragen hebt. Door goed te leven, bouw je karma op, waardoor je in een volgend leven in een hogere kaste kunt komen. Mensen in een hogere kaste beschouwden daardoor hun voorrechten als gerechtvaardigd, als iets van hun eigen verdienste.

In ons land mogen we blij zijn dat we geen kastenstelsel hebben. Hoewel je je kunt afvragen of ons onderwijsstelsel niet meer op het kastensysteem lijkt dan ons lief is. Want wat betekent precies die ‘afnemende sociale samenhang die ons gedifferentieerde onderwijs’ volgens de Onderwijsraad in de hand werkt? Welnu, dat is de afslag die je op elfjarige leeftijd neemt tussen algemeen vormend onderwijs of het vmbo. Die afslag is cruciaal omdat het voor de meeste leerlingen bepaalt hoe de rest van hun ‘kaste’ zal zijn. Immers je beroep, en daarmee je inkomen en sociale status, hangt er sterk mee samen. Het is zeker niet allesbepalend, maar de afslag is wel érg belangrijk geworden, dat wil zeggen dat we door die afslag maatschappelijke rangen en standen onderscheiden die apart van elkaar komen te staan. Een tweedeling dus, waarin de hogere kasten het beter hebben dan de lagere kasten.

Raciale ondertoon
U denkt dat ik overdrijf? Was het maar zo. De feiten: het CBS becijferde in 2017 dat de levensverwachting van mensen met een hbo- of universitaire opleiding bijna zeven jaar hoger is dan die van mensen met alleen basisonderwijs. Hoogopgeleiden hebben ook aantrekkelijkere, minder belastende beroepen met meer vrijheid. Er zijn zeker uitzonderingen, maar een gymnasiumachtergrond brengt je normaal gesproken in een heel andere positie dan een mbo-1-achtergrond. Exact als in het klassieke Indiase kastenstelsel is het de overheersende overtuiging dat het de eigen verdienste is van de mensen in de hogere kaste (de hoogopgeleiden). Die zijn slimmer en/of hebben beter hun best gedaan op school. Een laatste parallel met het Indiase kastenstelsel is dat er ook een raciale ondertoon is. Van oudsher waren, zo wordt verondersteld, de hoogste kasten in India bevolkt door de lichtere Indo-Germanen. In onze samenleving, net zoals in andere Europese landen en Amerika, valt niet te ontkennen dat raciale kenmerken niet gelijk verdeeld zijn over lagen of ‘kasten’.

Exact als in het klassieke Indiase kastenstelsel is het de overheersende overtuiging dat het de eigen verdienste is van de mensen in de hogere kaste (de hoogopgeleiden). Die zijn slimmer en/of hebben beter hun best gedaan op school.

Er zijn, zoals de Onderwijsraad beschreef, grote zorgen over een alsmaar groeiende tweedeling in de samenleving. Zo neemt de segregatie in het onderwijs en op scholen (de scheiding tussen witte en zwarte scholen) eerder toe dan af, constateerde de Onderwijsinspectie in haar laatste Staat van het onderwijs.

Eerlijke kans
Deze redenatie doortrekkend, kun je zeggen dat de maatregelen die de onderwijsminister de afgelopen maanden heeft aangekondigd ervoor zorgen dat een leerling een grotere kans krijgt tijdig de ‘verkeerde’ kaste te verlaten. Andere maatregelen, zoals ook voorgesteld door de Onderwijsraad, benadrukken dat we voorkómen dat kinderen in de verkeerde groep terechtkomen. Bijvoorbeeld door zorgvuldiger en later te differentiëren, waardoor laatbloeiers ook een eerlijke kans krijgen. Dat voelt rechtvaardig, maar het kastenstelsel blijft bestaan. Het is gestoeld op het idee dat onderwijs geschikt en bedoeld is om kinderen te verdelen in goede en zwakke leerlingen, begaafd en minder begaafd en dat dat een legitieme manier is om mensen voor de rest van hun leven op te pre-dispositioneren.

Als onderwijs zo bepalend is voor de kaste waar je in terechtkomt, dan moeten we wel heel zeker zijn van onze zaak. En juist dát valt te betwijfelen. Een paar voorbeelden. Eerder heb ik in een artikel in dit magazine het geboortemaand-effect besproken. Dat komt simpel gezegd neer op het gegeven dat jonge kinderen in de jaarklasse waarbinnen vergelijkingen worden gemaakt (bijvoorbeeld de Cito-toets, die een leerling vergelijkt met jaargenoten) aanzienlijk in het nadeel zijn. Wie de pech heeft in september geboren te zijn, heeft een aantoonbaar grotere kans naar het vmbo te gaan. En gek genoeg slijt dit effect nauwelijks als men ouder wordt. Het lijkt erop dat als je eenmaal ‘mentaal’ in een hokje bent gekomen, je er maar moeilijk uit kunt komen. Daarnaast is er nog het merkwaardige verschijnsel dat de afgelopen decennia het percentage hoogopgeleiden heel sterk gegroeid is. Dat loopt ongeveer gelijk op met het Flynn-effect; een wereldwijd gevonden effect waaruit blijkt dat de gemiddelde intelligentiescores hoger geworden zijn. Dat is opmerkelijk en ondermijnt de rechtvaardigheid van het criterium om mensen maatschappelijk in te delen. Want als de domste mensen van nu net zo slim zijn als de slimste mensen van, pak ‘m beet, dertig jaar geleden, wat rechtvaardigt dan nog een absolute indeling volgens deze categorieën? Het is immers blijkbaar niet een absoluut gegeven, maar iets wat veranderlijk is. Daarmee worden deze relatieve scores ongeschikt om mensen de rest van hun leven op in te delen. Je zou, in andere termen geformuleerd, van een fixed naar een growth mindset moeten gaan in onderwijs. Dus niet kinderen onderling vergelijken, maar met zichzelf. Daarmee voorkom je het voor het zelfbeeld niet al te beste label dat kinderen opgeplakt krijgen, namelijk dat ze niet slim zijn. Als de meetlat echt zo variabel is als James Flynn ontdekte, dan zouden we haar niet mogen gebruiken. Niemand mag het recht hebben tegen een kind te zeggen dat het een zwakke leerling is. Want dit soort labels zijn niet alleen beschadigend, we weten ook dat ze vaak ten onrechte worden uitgedeeld.

Stelselwijziging?
Toen de Onderwijsraad enkele maanden geleden waarschuwde dat doorgeschoten differentiatie tot segregatie leidt, had de raad daarmee het lef iets te adviseren wat politiek heel slecht ligt en waarmee waarschijnlijk – op de korte termijn waarin politici vaak denken – geen verkiezingen gewonnen worden: een stelselwijziging. Politici zouden echter geen korte termijndenkers moeten zijn, want onderwijs gaat over de lange termijn. Wat de Onderwijsraad heeft geadresseerd in haar laatste werk voordat ze opnieuw werd samengesteld, is explosief: we moeten toe naar een onderwijsstelsel dat veel meer individueel gericht is, dat het mogelijk maakt dat je het ene vak op vmbo-niveau volgt en het andere op havo-niveau. In haar persbericht gaf de raad aan: ‘De voor Nederland typerende scheiding tussen onderwijssectoren, schoolsoorten, leerwegen en opleidingen (differentiatie) maakt dat leerlingen met verschillende sociale achtergronden elkaar steeds minder vanzelfsprekend tegenkomen. Terwijl de school bij uitstek de plaats is waar jongeren moeten leren omgaan met verschillen, door te oefenen in het omgaan met conflicten en het respect bijbrengen voor andersdenkenden. Het onderwijs kan hierdoor maar beperkt bijdragen aan sociale samenhang in de samenleving.’

Ik trek deze redenatie nog een stap verder door en stel dat ons onderwijs dat gebrek aan samenhang ook veroorzaakt omdat die heel sterk de contouren van het opleidingsniveau (dus door onderwijs bepaald) volgt. En als dat zo is, dan moet je het onderscheid tussen het vmbo en het vwo weghalen, zoals bijvoorbeeld Agora of de veelbesproken school H400 van Jan Bransen doen, hoe raar ons dat nu misschien ook in de oren klinkt. En ja, het is ingewikkelder om in een dergelijk stelsel door te stromen naar een vervolgopleiding omdat iemands geschiktheid niet langer meer met een standaarddiploma kan worden uitgedrukt. Dat zijn zeker nadelen. Het zal bovendien moeite, tijd en geld kosten. Maar een onrechtvaardig kastenstelsel, in de vorm van een steeds diepere maatschappelijke tweedeling, waarin sommige mensen voortdurend als dom worden weggezet en waarin deze gele hesjes steeds bozer worden, lijkt me een nog veel verontrustender toekomstperspectief.

Prof. dr. Rob Martens is sinds 1 januari 2018 wetenschappelijk directeur van NIVOZ. Martens (53) is tevens hoogleraar bij het Welten-instituut van de Open Universiteit.

Dit artikel verscheen in maart 2019 in OnderwijsInnovatie, een kwartaaluitgave van de Open Universiteit.

Referentie
Onderwijsraad, 2018. Doorgeschoten differentiatie in het onderwijsstelsel. Den Haag: Onderwijsraad.

Foto: George Hodan, CC0

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief