Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Onderwijssocioloog Iliass el Hadioui: 'Ik begon mezelf te zien, omdat iemand anders mij zag'

3 april 2019

Als het klaslokaal het podium is, is de coulisse de plek waar je werkt aan jezelf – een ruimte waar de schoolleider voorgaat als een gids die je helpt groeien, stelde onderwijssocioloog Iliass el Hadioui in zijn keynote op de Jenaplanconferentie. Hij bleef nog even, ontspannen zittend aan de rand van het podium, voor zo’n coulissegesprek: 'Self-efficacy wordt voor maximaal 40 procent binnen school opgebouwd. Maar neem dan wel honderd procent verantwoordelijkheid over die 40 procent. Maak het persoonlijk voor jezelf.'

Vraag: De dia over de drie ladders is blijven hangen. Ik herken de superdiverse populatie die je beschrijft uit mijn eigen context. Maar wat heeft je sociologische betoog te maken met het motivatiepsychologische deel over self-efficacy?

“Goed opgemerkt. In de kern zit daar een theoretische kloof. Toen we in 2007 op Rotterdamse scholen starten, begonnen we heel sociologisch. Sociologie is goed in het grotere plaatje: vanuit dat perspectief is menselijk gedrag niet uniek. Je kunt grotere patronen – de grovere sociaal-culturele structuren waarin mensen bewegen – onderscheiden en zo kwamen we tot de constatering dat de drie sociale ladders tot een mismatch leidden – iets wat aan de oppervlakte, als je dergelijke patronen níet ziet, kan worden uitgelegd als ‘dit is een moeilijke klas’. 

Maar daarna, op zoek naar oplossingen, moesten we de sociologie voorbij. Het ging om individuele kinderen en hun begrip, hun leven in die structuren. Om tot het bijstaan van hun transformatie te komen, kwamen we op de onderwijspsychologie, en in het bijzonder de theorievorming en praktijk rondom self-efficacy. We stelden ons niet de vraag: ‘Waarom gaan dingen fout’, maar positiever: ‘Waarom gaat het hier goed, als we op basis van de uitgangspositie van deze groep kinderen dat niet gedacht hadden?’

Het beklimmen van de tredes moet je verdiepen met scholen. Dat doen we met twintig labscholen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Tilburg. De Transformatieve School is geen onderwijsconcept, maar past bij verschillende scholen.”

Vraag: Kunnen kinderen stappen maken op drie ladders tegelijk?

“Ja. Daarin zit die transformatie. Je ziet ze soms ook op alle drie laag scoren. Dan heb je sociale pijn tot de derde macht en zie je kinderen vaak naar speciaal onderwijs gaan of uit het onderwijs verdwijnen. 

Naast die self-efficacy, zijn er nog drie elementen die een positief effect hebben op de transformatie van een kind: allereerst zijn er de positive switch competenties. Dat gaat om een zeker spelgevoel. Het gaat erom bepaalde tipping points te herkennen waarbij een situatie kan kantelen en een inzicht zich kan aandienen. Neem meester Marin uit Entre les murs, die het ene na het andere tipping point aangereikt krijgt, en pas na een paar minuten zijn ‘emotionele bluetooth’ aanzet en ziet dat de klas zich niet misdraagt, maar op zoek is naar het waarom van de les. Dan maakt Marin opeens de ruimte om een gesprek te voeren en vindt hij weer aansluiting bij de groep. 

Dat sluit aan op het volgende element: zicht op de hogere leerdoelen. Het lagere leerdoel in Marins les, kun je terugvinden in het methodeboek. Naar de hogere doelen beginnen de kinderen zelf te vragen, wanneer Marin hen de ruimte biedt: ‘waar hebben we dit voor nodig? Wat betekent dit voor mij?’ 

Als laatste is er het ervaren van een zeker gezag. Als leerkracht ben jij de volwassene: je weet meer wat er te halen is op de ladder aan hogere doelen. Je bent niet te permissief, maar ook niet te restrictief. Het feit is dat als leerlingen een fantastische les mogen ervaren, waarbij de leraar zijn ‘emotionele bluetooth’ heeft aanstaan, waarin er een normatief kader is met duidelijkheid over de hogere leerdoelen, dan zijn die kinderen – ongeacht hun achtergrond – bereid om mee te gaan klimmen.”

Vraag: Ik sta in een witte school in het welvarende Nijmegen-Oost. Toch is daar ook een verschil tussen de thuiscultuur en de schoolcultuur. Ouders hebben vaak enorm hoge verwachtingen. Dan ‘mag je er zijn’ op school, maar thuis is het nooit genoeg. Is dat ook te duiden als een mismatch?

“Een mooie slotvraag, want het brengt ons terug bij Naomi Eisenberger: sociale pijn is een universeel concept. De biculturele kinderen uit de grote stad hebben vaak de ruimte om het beter te gaan doen dan hun ouders: in welke mate ze ook klimmen, ze winnen altijd. De kinderen van kinderen die al generaties lang hoogopgeleid zijn, ervaren óók sociale pijn, maar langs de lijn van ‘het is nooit goed genoeg’.

Wat ik zou willen adviseren is om hoe dan ook geen onderdeel van het probleem te worden, maar een deel van de oplossing. Transformatie gaat ook over: als school veel leren van je ouders. Hoe pakken zij dat aan? Je ziet dan bijvoorbeeld hoe kinderen een uitweg zoeken, vluchten in bijvoorbeeld blowen, omdat de vraag ‘hoe evenaar ik mijn moeder de hoogleraar en mijn vader de vaatchirurg’ te groot is? Het gesprek aangaan is al samen deelgenoot worden van de oplossing. 

Het zal zo zijn dat de kinderen die je noemt thuis ook een rijke leeromgeving aangeboden krijgen, met musea enzovoorts. Met de socialisatie, je intrede tot cultuur en tradities, zit het wel goed. Maar wat is de ruimte voor dit kind om persoonsvormend te leren, om zichzelf te mogen zijn? Om zich kritisch te mogen verhouden tot dat rijke aanbod? Self-efficacy wordt voor maximaal 40 procent binnen school opgebouwd; de rest vindt buitenschools plaats. Maar neem dan wél honderd procent verantwoordelijkheid over die 40 procent. Maak het persoonlijk voor jezelf. 

Je kunt heel veel: mijn persoonlijke switch, als leerling, werd geïnitieerd door mijn filosofieleraar, Kees Blok. Ik haalde achten en negens, maar ik gedroeg me onverschillig. Hij nam me een keer apart en zei: ‘Iliass, weet je wat het ergste is in het leven? Verspild talent.’ Toen drong het tot mij door dat hij me door had. Dat deed alles kantelen. Ik begon mezelf serieuzer te nemen. Bijna paradoxaal, hè: ik begon mezelf te zien, omdat iemand mij zag. Zoveel kan die 40 procent uitmaken.”

Lees ook de Iliass el Hadioui’s keynote

Verslag: Geert Bors
Fotografie: Larissa Rand

Dit artikel is een verslag van het werkrondegesprek dat Iliass el Hadioui had op de NJPV-conferentie van 1 en 2 november 2018. Het verscheen eerder in Jenaplanmagazine Mensenkinderen, thema ‘Kwaliteit, tussen vinken en vonken’ (maart 2019) en is met toestemming van de NJPV overgenomen. Auteur Geert Bors is behalve redacteur bij het NIVOZ, ook hoofdredacteur van Mensenkinderen.

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief