Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Mentorgesprek

3 april 2019

Dennis wil docent worden. Sinds kort. Vroeger wilde hij dierenarts worden. Hij was een jaar of zeven. Dennis was graag buiten. Of op school. Alles beter dan thuis, waar zijn ouders elkaar de tent uit scheidden. Leraar Nederlands Mike Louwman praat met Dennis over zijn thuissituatie.

In de twee jaar die dat in beslag nam kreeg Dennis drie huisdieren: twee katten en een hond, uit het asiel. Juf Janna was Dennis’ lievelingsjuf. Juf Janna had ook twee katten. Zij begreep hem, wist uit eigen ervaring hoe naar het was om je ouders uit elkaar te zien groeien. Zij vertelde daarover aan Dennis en ze vertelde dat het over ging, dat ze er nu niet meer verdrietig was. Hooguit heel soms. ‘Maar iedereen is wel eens verdrietig, toch?’

Lennie, Dennis’ hond, is vorige week overleden. Lennie woonde bij zijn moeder en hem in huis en was een lieve hond. Ze schoof altijd wild over de parketvloer als Dennis thuiskwam en rende soms zomaar heel veel rondjes in de tuin. Binnenkort is zijn moeder alleen. Haar nieuwe vriend had het alweer uitgemaakt. Daarmee was het vertrouwen in de liefde voorbij. Haar zoon was de enige. En nu twijfelt Dennis of hij wel het huis uit moet, zoals hij zich had voorgenomen. Hij kan ook heen en weer reizen. Zijn moeder deed dat al jaren. Zij werkte in Utrecht. Misschien zouden ze samen met de trein kunnen, stel ik voor.

Om die gedachte moet Dennis hard lachen. ‘Dat natuurlijk nooit’, zegt hij. ‘Nee?’ vraag ik. Ik snap het goed, maar besluit niettemin te vragen: ‘Waarom niet?’ En Dennis gaat verder, vertelt over zijn moeder die hem een keer zijn sleutels kwam brengen die nog aan het haakje in de hal hingen. Ze had zijn naam over de intercom geroepen en had daarmee niet gewacht tot ze na een spurt op haar hoge hakken op adem was gekomen. ‘Dennis!’, had het geklonken, ‘Je sleutels jongen! Je sleutels!’ Dennis zucht en zegt dat hij veel meer kan dan zijn moeder weet en dat hij niet kan wachten om dat te laten zien waar zij niet bij is. Ik denk aan zijn moeder, zijn bezorgde moeder. 'Tegelijkertijd zal ik haar gaan missen', zegt hij. 'En ik weet niet eens of ik wel goed terechtkom.'

Ik kan me die gedachte voorstellen, maar vraag toch wat hij hiermee bedoelt; ik wil niets afkappen. Dennis zegt: ‘Ik weet het gewoon niet. Nu is alles nog duidelijk. Ik zit op school en daarna ben ik thuis of aan het trainen. Er is altijd wel iemand die op me let, hoe irritant ook. Er kan eigenlijk niks gebeuren.’ Hij slikt. Heel even denk ik eraan om hem moed in te spreken, maar ik krijg gelukkig de kans niet. ‘Ik weet het niet. Als ik op kamers ga, dan moet ik echt voor mezelf zorgen, zelf al mijn troep opruimen bijvoorbeeld.’ Ik kijk hem aan. Dennis is ruim groter dan ik. Hij gaat nog een keer verzitten. Zijn rug is gebogen en zijn ellebogen steunen op zijn bovenbenen. We zitten al ruim een half uur tegenover elkaar. 

‘En als je nu je troep eens niet opruimt?’ vraag ik. Dennis schrikt van de vraag, trekt met zijn wang en lacht door zijn neus. ‘Dat lijkt me niet zo slim, toch?’ zegt hij en hij kijkt me onderzoekend aan. Hij wacht op een antwoord. We blijven allebei stil, al kost het me moeite. Dennis kijkt uit het raam. Dan zegt hij: ‘Ik ga het wel doen, hoor.’

Mike Louwman is docent Nederlands en mentor van een 5vwo-klas op RSG Pantarijn in Wageningen. De columns over zijn eerste jaren voor de klas zijn gebundeld onder de titel 'Als docent'. In het najaar van 2018 is 'Als docent 2' uitgekomen.

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief