Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Huis-tuin-en-keukentaal de school in

4 oktober 2019

Trudy Dehue, wetenschapsfilosoof en socioloog, sprak op de eerste Onderwijsavond van de reeks van 2019-2020. Door de combinatie van haar scherpte en humor was Angeline Smits meteen gegrepen. Tamelijk droog gaf Dehue voorbeelden van hoe de wetenschap niet zozeer, zoals we vaak denken, werkelijkheid ontdekt, maar hoe ze werkelijkheid maakt. ‘Door de verschijnselen die optreden als we in een situatie verkeren die niet goed voor ons is, te kwalificeren als “ziekte” gaan we voorbij aan de verantwoordelijkheid om iets aan die situatie te doen.’

Volgens Dehue definiëren onderzoekers een bepaalde menselijke eigenschap X als stoornis Y. Vervolgens wordt er betoogd dat stoornis Y leidt tot eigenschap X.

Stoornis Y kan dan een probleem worden. Een probleem dat verholpen moet worden, met medicijn Z. Nu is er natuurlijk helemaal niets mis met het verhelpen van problemen. Als je bedenkt welke uitdagingen de mens al is aangegaan en wat er door ervaring en onderzoek is ontdekt om ons dagelijks leven vorm te geven, kom je tot een eindeloze rij uitvindingen waar we nog iedere dag plezier van hebben. Van vuur tot schrift tot penicilline.

Maar als het gaat om onderzoek van menselijk gedrag schuilt er een gevaar in het definiëren van gedrag als een stoornis. Door je te richten op de problemen die ontstaan door dat specifieke gedrag kun je voorbijgaan aan de oorzaken ervan.

Een extreem voorbeeld dat Dehue aanhaalt uit het verleden laat zien hoe dat mechanisme werkt. De slaven in Amerika zouden last gehad hebben van ”flight disease”: ze gingen massaal op de vlucht. Daar moest iets aan gedaan worden, dus werd er een medicijn uitgevonden, dat ervoor kon zorgen dat slaven rustig op hun plek bleven. Dit klinkt in deze tijd tamelijk bizar. De leef- en werkomstandigheden waren zo erbarmelijk dat vluchten als een normale menselijke reactie gezien kan worden. Het veranderen van de leef- en werkomstandigheden kwam natuurlijk niet goed uit. Het voorkomen van het vluchtgedrag door het geven van medicatie werd als oplossing gezien.

Nog zo’n voorbeeld van Dehue: in de VS werd “shift work disorder” in Amerika “ontdekt”. Mensen die nachtdiensten draaiden sliepen slecht, hadden concentratieproblemen, hartritmestoornissen, werden te dik. Het kon zelfs depressie veroorzaken! Dat slechte slapen moest verholpen worden. Er werd een medicijn ontdekt dat de slaap op een positieve manier kon beïnvloeden. De onderliggende oorzaak werd niet aangepakt, want nachtdiensten waren immers nodig. We weten nu dat het draaien van nachtdiensten je bioritme in de war gooit, waardoor slaapproblemen ontstaan.

Als je iets aan deze slaapproblemen wilt doen, moet er gekeken moet worden naar de oorzaak. Hoe is onze maatschappij ingericht? Wat zijn de consequenties van onze 24-uurs economie? Welke diensten zijn echt nodig? Hoe kun je de noodzakelijke nachtdiensten zo organiseren dat er zo min mogelijk negatieve effecten op de slaap zijn?

Hoe richt je de omgeving zo in dat de mens zich optimaal voelt en zo goed mogelijk functioneert? Door de verschijnselen die optreden als we in een situatie verkeren die niet goed voor ons is, te kwalificeren als “ziekte” gaan we voorbij aan de verantwoordelijkheid om iets aan die situatie te doen.

De inrichting van ons onderwijs
Tijdens het luisteren naar Trudy’s betoog moest ik denken aan mijn ervaringen met kinderen op schoolkampen en sportdagen. Ondanks het feit dat ik waarde hecht aan een rustige, opgeruimde leeromgeving die gericht is op zelfredzaamheid en initiatief van kinderen, zag ik op de dagen waarop we meer ruimte tot onze beschikking hadden, ander gedrag ontstaan.

Ik citeer even uit een blog dat ik eerder schreef over een sportdag:

In het doel hangt een waslijn met daaraan grote geplastificeerde genummerde kaarten waarop een spel beschreven staat. Kaart weg? Spel bezet. Kaart vrij? Aan de slag. Hier is goed over nagedacht.
We beginnen met een warming-up en verspreiden ons daarna over twee sportvelden.

Groepjes kinderen zwermen over het veld, onder begeleiding van ouders die er duidelijk zin in hebben. Er wordt gehuppeld, gesprongen, gehinkeld, gerold en gehold. Er wordt veel gelachen en soms even gehuild. Nergens ‘gedoe’, duwen, trekken, vragen om aandacht. Niet ruziën, wel lekker stoeien. Moeiteloos wordt alles gedeeld. Wat een prachtige mix van plezier, geduld, concentratie en samenwerken. Zo zie je weer wat de combinatie van ruimte en beweging kan doen.

Tussen de bedrijven door kijk ik even omhoog. Ik zie een vliegtuig overvliegen. In gedachten zit ik daarin en blijf ik even boven dit veld hangen. Wat zie ik? Een frisgroene zee van ruimte met hier en daar een toefje kind.

Ik denk aan mannetje P die me soms tot wanhoop kon drijven. Wiebelen ging over in vallen, daarna vechten en vaak huilen. Samenwerken met P was voor ieder klasgenootje een onmogelijke opgave. Ik denk aan meisje L. Potloden, kwasten, krijtjes, alles vloog door de klas als iets niet lukte op de manier zoals zij dat in gedachten had. Op die sportvelden, maar ook op de schoolkampen in de natuur, was het storende gedrag in veel mindere mate aanwezig. Terwijl ook daar samengewerkt moest worden en een spel soms een onverwachte wending nam.

Huis-tuin-en-keukentaal de school in
Mensen zijn nu eenmaal allemaal verschillend, geen brein is hetzelfde. Als we de definitie van bepaald gedrag gaan verruimen… Hebben vanzelf meer mensen er last van. Laten we dus eens beginnen om menselijk gedrag niet in stoornissen te beschrijven, maar in eigenschappen te vertalen. Niets mis met gewone huis-tuin-en-keukenwoorden als neerslachtigheid, somberheid, lusteloosheid, driftig, dromerig, teruggetrokken, beweeglijk.

Stel, je haalt als leerkracht de huis-tuin-en-keukentaal de school in als je gedrag van de kinderen in je groep signaleert en typeert. ‘Ik zie dat veel kinderen in mijn groep wiebelig zijn en zich niet goed kunnen concentreren.’ Vervolgens stel je jezelf de vraag: ‘Verlang ik te veel concentratie op het verkeerde moment?’

Tijdens het betoog van Trudy Dehue stapelden de vragen zich op in mijn hoofd.
Is ons onderwijs zo ingericht dat kinderen volop de ruimte krijgen om zich te ontwikkelen?

Is er een evenwicht tussen routine en noviteit?
Voldoende uitdaging en voldoende rust?
Is er een evenwicht tussen ruimte geven en grenzen stellen?

Voor kinderen is het belangrijk zichzelf te leren kennen en te ontdekken wat voor hen werkt. Ik zie het als de gebruiksaanwijzing die je voor jezelf maakt. Hoe mooi is het als je als tienjarige al weet dat je om een klus geconcentreerd af te kunnen maken rust nodig hebt. Je pakt je spullen, zoekt een stil plekje en gaat aan de slag. Dan hoef je tien jaar later als student geen ritalinpillen van je huisgenoot te kopen om je tentamen goed voor te kunnen bereiden. Over het ritalingebruik wist Trudy ook een en ander te vertellen. Daarover wellicht een ander keer meer.

Angeline Smits is een creatieve onderwijsprofessional, oud-schoolleider en inmiddels trainer en begeleider. Dit is haar website.

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief