Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Hoe verschijnt, wat vraagt en wat brengt 'aandachtige betrokkenheid'?

4 juni 2022

Het lezen van het proefschrift van Lisette Bastiaansen over Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding’ was voor Jan de Bekker een bijzondere ervaring. In dit artikel spreekt hij als gepensioneerd docent Ecologische Pedagogiek zijn bewondering uit en deelt hij een paar overdenkingen bij Lisette’s theorie. ‘De congruentie tussen schrijfster en onderwerp heeft indruk op me gemaakt. Het vraagt om een trage manier van lezen, om reflectieve pauzes en om aandachtige gesprekken.’

In januari promoveerde Lisette Bastiaansen op het proefschrift ‘Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding’. In een inspirerende podcast van NIVOZ liet ze me kennismaken met haar boek. Het begrip ‘aandachtige betrokkenheid’ was ik eerder tegengekomen bij de promotie van Wim Claasen, in 2013, ook bij de Universiteit voor Humanistiek. 1 In dit leesverslag wil ik me concentreren op haar theorie van de aandachtige betrokkenheid (hoofdstuk 4). Die is enerzijds gebaseerd op een gedegen literatuurstudie, anderzijds op vijftien portretten van leraren, leidinggevenden, en leerlingen.

Een verwonderpunt voor mij was aanvankelijk het gebruik van de term ‘existentieel’. Al lezende werd ik doordrongen van de diepgang van dit begrip. Aandachtige betrokkenheid is geen optelsom van zichtbare, of van via interviews achterhaalbare competenties, maar een manier van zijn.

In de portretten komt op een prachtige manier naar voren hoe Lisette Bastiaansen dit voorleeft in haar ontmoetingen.

In haar theorie maakt ze een onderscheid in drie existentiële bewegingen:

  • Aandachtig zijn: een op de professional toekomende beweging waarbij deze zich opent voor de ander en die werkelijk toelaat in het eigen innerlijk. De onderliggende intentie is het erkennen van hoe de ander op dat moment is. De ander krijgt werkelijk een plek in het binnenste van de aandachtig-zijnde. Het gaat erom de ander de kans te geven zich (volledig) te laten zien, en zichzelf te kunnen ervaren als subject.
  • Aanwezig zijn: present zijn in het hier en nu. De opvoeder is zich bewust en staat in relatie tot de eigen innerlijke gevoelens, lichamelijke sensaties. Het gaat daarbij niet om uitgebreid zelfonderzoek of reflectie, maar om aanwezig zijn voor de ander, de ontmoetende kracht van aanwezig zijn.
  • Betrokken zijn: De betrokken-zijnde respecteert de uniciteit en eigenheid van de ontvanger van betrokkenheid. Het gaat om een relatie van hoop en vertrouwen. “Het pad naar de toekomst wordt door de ontvanger van betrokkenheid weliswaar solo, als ‘subject’ bewandeld, maar de betrokken-zijnde laat de ander er niet alleen voor staan.”(p.117)

Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding

De leerling maakt een wordingsproces door waarin hij/zij de eigen vrijheid opneemt in het omgaan met een reageren op de ander en de wereld. Liefdevolle aandacht ‘maakt ruimte’, stille aanwezigheid zorgt voor ‘vrij zijn voor’, en toegewijde betrokkenheid zorgt voor het ‘erbij blijven’.

In de terminologie ‘aandachtig zijn’, ‘aanwezig zijn’, en ‘betrokken zijn’ spreekt Bastiaansen over de ‘betrokken-zijnde’. Daarmee benadrukt ze de eigenheid en het existentiële karakter van ‘de zijnde’.

Voor een pedagoog van mijn generatie (70+) voelt het als een gemis dat het begrip ‘vrijheid’ zo sterk gekoppeld is aan Gert Biesta.  Ik ben zelf gevormd door het werk van J.W. Kok, die in zijn boek ‘Specifiek opvoeden’ beschrijft hoe een kind tot vrijheid komt in zijn verhouding tot de wereld door de structuren van die wereld te analyseren, te begrijpen, te accepteren en te internaliseren;  en hoe de opvoeder daarin een rol speelt door de verantwoording te nemen voor afstemming  van klimaat, situaties en relaties op de leerling in ontwikkeling (Kok, 1989. p.36-40 en p.53).

Hoe moet ik een pedagogisch klimaat realiseren dat deze leerling tot een vrije verhouding met de wereld laat komen? Hoe stem ik mijn relatie af en hoe maak ik situaties groeibevorderend naar vrijheid? Wat maakt Biesta tot zo’n hype, en wat maakt dat Kok in het vergeetboekje komt? Ik bewonder Biesta trouwens ook, maar wil waakzaam blijven voor wat we ooit zagen in de Monty Phython-film ‘The life of Brian’.

Hoe moet ik een pedagogisch klimaat realiseren dat deze leerling tot een vrije verhouding met de wereld laat komen? Hoe stem ik mijn relatie af en hoe maak ik situaties groeibevorderend naar vrijheid?''

De gekozen bronnen achter de theorie van de aandachtige betrokkenheid maakten me blij. Het gaat onder meer om de presentietheorie van Andries Baart, een theorie die ontwikkeld is op basis van fenomenologisch onderzoek bij pastores en hulpverleners die omgaan met afgeschreven, vaak weerbarstige mensen onder moeilijke omstandigheden. Langzaam maar zeker komt deze theorie ook in het zicht van de pedagogiek, en dat is met de opdracht om tot inclusief onderwijs te komen, van groot belang.

Analyse en conclusies

Na de theoretisch onderbouwing (hoofdstuk 4) en de vijftien prachtige portretten, wordt de theorie in hoofdstuk 8 verder uitgebouwd via de volgende vragen:

  • Hoe verschijnt aandachtige betrokkenheid?

Via de voorbeelden van een aai over de bol, een opendeur in het klaslokaal en de foto’s van iedere leerling komt de term ‘kruimeltjes’ aan bod als kleine, bijna onzichtbare fenomenen die de grondtoon bepalen van het fenomeen. Het kleine wordt door Bastiaansen opgemerkt en betekenisvol gemaakt.

Ook de wijze waarop de drie eerdergenoemde aandachtbewegingen (aandachtig-zijn, aanwezig-zijn en betrokken-zijn) zich iedere keer opnieuw tot elkaar verhouden in een balanceer-act (balans-erende acrobatiek gebruikt Bastiaansen hier als taal) maakt deel uit van de theorie die gebouwd wordt. Aanwezig zijn, en het gericht zijn op ontmoeten worden nog eens genoemd, evenals het fysiek toegewend aanwezig zijn, en het vertrouwen.

  • Wat vraagt ‘aandachtige betrokkenheid’?

Bastiaansen noemt als eerste de intentie om het te willen zijn. Ik denk dat ze hier een fundament van het mensbeeld in de pedagogiek raakt. Ze geeft ook aan dat gedeelde intentionaliteit mogelijk is. Ik herken hier de energetische verbondenheid die je kunt hebben met collega’s. Daarnaast spreekt ze over de moed om het te durven zijn, en de bewegelijkheid om het te kunnen zijn. Het gaat daarbij om het loslaten van controle, zekerheid en willen weten. Hier vind ik haar theorie zeer inspirerend en consistent.
Op de momenten dat ik dit weer lees bij het maken van dit leesverslag, realiseer ik me dat trage gesprekken, en rustige reflectie van waarde zijn. Dit proefschrift nodigt hopelijk uit tot een zekere traagheid en reflectie. Wat aandachtige betrokkenheid nog meer vraagt, kan iedere lezer zelf ontdekken.

  • Wat brengt ‘aandachtige betrokkenheid’?

    Aandachtige betrokkenheid werkt als een ruimte scheppende kracht, waarbinnen de leerling uitgedaagd wordt tot zelfstandigheid. Ik denk vanuit mijn ervaringen binnen het speciaal onderwijs dat sommige leerlinge meer nodig hebben dan die ruimte scheppende kracht. De vraag voor sommige leerlingen is wanneer ruimte ‘vrij’ is. Ook hier zou ik de nuances willen zoeken bij de orthopedagoog Kok.

Aandachtige betrokkenheid als theorie

Een existentiële theorie richt zich niet op technisch handelen waarin middel-doelrelaties centraal staan. Als ik dit proefschrift lees en herlees, voel ik me aangetrokken door een omschrijving van Hannah Arendt. Zij heeft het over ‘relaties stichten waarin mensen zich openbaren als een wie’. 2 Daarbij neemt ze uitdrukkelijk afstand van het ‘middel-doel-denken’. Wat zou het mooi zijn als de theorie die Lisette Bastiaansen ontwikkeld heeft ook dienstbaar wordt aan inclusie van leerlingen die nu nog in het speciaal onderwijs zitten.

Wat zou het mooi zijn als de theorie die Lisette Bastiaansen ontwikkeld heeft ook dienstbaar wordt aan inclusie van leerlingen die nu nog in het speciaal onderwijs zitten.''

Het proefschrift vraagt om een trage manier van lezen, om reflectieve pauzes en om aandachtige gesprekken. De congruentie tussen de schrijfster en haar onderwerp heeft indruk op me gemaakt.

Jan de Bekker was tot zijn pensioen hogeschooldocent bij het Instituut voor Ecologische Pedagogiek, en heeft nu een kleine praktijk voor coaching van schoolleiders en interne begeleiders.

Voetnoten

1. Wim Claasen (2013): Pedagogisch handelen van leraren, een theoretische en empirische verkenning op basis van een alledaagse deugdenbenadering.

2. Arendt, The human condtion, p.171; geciteerd in Annelies van Heijst (2005): Menslievende zorg, een ethische kijk op professionaliteit; p.106

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief