Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Herlezen: Pippi en Mathilda, twee dwarsdenkende meiden uit de kinderliteratuur

11 maart 2020

We naderen het slot van de Boekenweek. Weliswaar die voor de grote mensen, maar soit: waarom geen kinderboek uit de kast getrokken? Geert Bors herlas, samen met jenaplan-boekenrecensent Berna van der Linden, Astrid Lindgrens Pippi-reeks en Roald Dahls Mathilda. Zijn die twee meiden - in lijn met het Boekenweekthema - dwarsdenkers en rebellen? Berna: ‘In elk geval bieden beide hoofdpersonen hun lezers de mogelijkheid te ontsnappen aan de ondraaglijkheid van volwassen regels.’

Geert: “Het was jouw suggestie om de Pippi Langkous-serie van Astrid Lindgren en Matilda van Roald Dahl te kiezen in een gesprek over ‘zelfsturing’. Waarom juist die twee?”

Berna: “Pippi kwam vanuit mijn beleving van vroeger. Ik herinnerde me haar als het summum van zelfsturing: een kind alleen op de wereld. Haar moeder is een engel in de hemel; haar vader zit na een schipbreuk op een onbekend eiland. Pippi woont alleen in een villa, van waaruit ze de boel bestiert en alles waar de volwassen wereld voor staat naast zich neerlegt, door vrolijk rebels zichzelf te zijn.”

G: “En Matilda?”

B: “Dat is net zo’n verhaal: ook een krachtig meisje, dat een telekinetische gave bij zichzelf ontdekt. Ze is een voorlijk kind dat als vijfjarige al supergoed leest en rekent, maar dan blijkt dat ze met dat brein van haar ook objecten kan sturen – iets dat belangrijk is voor de sleutelscène in het boek. Ik denk dat ieder kind dat zich in de knel voelt zitten in een wereld van onsympathieke volwassenen, zo’n soort vluchtroute zoekt – een vorm van macht om te ontsnappen aan de ondraaglijkheid van de wetten van de volwassenen.”

Pippi, een geval apart
G: 
“Zijn het goede voorbeelden gebleven, nu je ze herlezen hebt?”

B: “Ik vond het taalgebruik van Lindgren nu niet meer zo passen bij wie Pippi is. Het is vrij zijig geschreven. Ik denk dat de tv-serie daar ook in nazoemt voor mij: Tommy en Annika zijn zo ultiem braaf, helemaal als je die vreselijke nasynchronisatie terughoort. En sommige elementen in het verhaal zijn ook niet meer van deze tijd: als Pippi in een wei met een stier belandt, breekt ze zijn horens af. Je kunt iemand een loer draaien, maar nu zou je als schrijver toch zorgen dat je de integriteit van mens en dier wel bewaakt.”

G: “Zeker, en ook raciale referenties worden inmiddels anders bezien. Er zijn natuurlijk meerdere Pippi’s: Lindgren begon haar boekenreeks in de jaren ‘40, toen de kille realiteit van oorlog en totalitarisme de achtergrond vormde. De tv-serie uit de late jaren ’60 en jaren ’70 sluit veel meer aan bij de protesttijd van de babyboomgeneratie.”

B: “Ja, die verschillen zijn zichtbaar: de rol van autoriteiten als de politieagenten in het verhaal verschuift iets. In de jaren ’60-’70 sloot het goed aan bij een algemenere opstand tegen autoritaire normen. Astrid Lindgren was wat dat betreft in 1945 haar tijd vooruit, al zit haar taal nog vast in die vroegere tijd.”

‘Mijn eigen welopgevoede kinderen hebben geen schade ondervonden door Pippi’s gedrag’, schreef Astrid Lindgren aan uitgevers.

G: “In de Astrid Lingren-biografie Deze dag, een leven staan passages over de ‘geboorte’ van Pippi en ook hoe Lindgren eerst vergeefs aanklopte bij uitgevers. Ze benoemt in een brief aan een uitgever Pippi als een übermensch, maar dan in de oorspronkelijke Nietzscheaanse betekenis van een onafhankelijk, zelfsturend iemand met een hoog ethisch besef. Juist niet zoals de nazi’s het zagen. In het boek komt ze tegenover ‘Schterke Adolf’ te staan, een krachtpatser uit het circus, die door de directeur met Duits accent wordt geïntroduceerd, en die door de eigenzinnige Pippi natuurlijk binnen de kortste keren op de grond gewerkt wordt. Wat ik ook interessant vond: in een podcast van SWR2 Zeitwort wordt verteld hoe Astrid voorsorteerde op het mogelijke oordeel van een uitgever dat Pippi gezagsondermijnend zou zijn en daarmee een gevaar voor de jonge kinderziel. ‘Mijn eigen welopgevoede, engelachtige kinderen hebben geen schade ondervonden door Pippi’s gedrag’, schreef ze met gevoel voor ironie, ‘Ze zagen direct dat Pippi een geval apart is, dat voor normale kinderen geen voorbeeld kan zijn.’”

B: “Ja, dat is zo: Pippi is onnavolgbaar. Ik denk dat kinderen zich minder met Pippi, maar meer met haar vrolijke verhouding tot de wereld-als-speeltuin identificeren: ze staat op tegen alles wat haar – zonder verdere uitleg – opgelegd wordt. Dat is, denk ik, waarom Lindgren op die manier aan haar refereert in die brief: haar boodschap aan kinderen is dat je zelf moeten willen nadenken en dat niet alles wat volwassenen zeggen waar is. Dat graantje zaai je wel in een jeugdige lezer, zelfs al wordt die lezer het zich niet meteen helemaal bewust.”

Matilda, als hart onder de riem
G: 
“Heb je deze boeken gelezen met jouw stamgroepen?”

B: “Stukjes. Voor de onderbouw is het pittig. Het past beter in groep 3-4-5. Die gaan er echt mee aan de haal. Met Matilda heb ik meer gedaan, ook bij de kleuters. Daarvan is de vertaling sowieso beter. Er is in de loop van de tijd wel veel te doen geweest over Pippi-vertalingen. In het Frans bijvoorbeeld zijn de al-te-ondeugende passages weggelaten. Ik ken de Franse context een beetje door mijn twee kleinzoons en heb het idee dat kinderen daar in het schoolsysteem toch wat kleiner gehouden worden. Misschien heerst er angst voor al te zelfsturende kinderen. Ik heb er eens in een theaterstuk gespeeld, waarbij de kinderen gemaand werden dat ze niet om ons mochten lachen, want dat zou het stuk te veel verstoren. Da’s heel raar spelen, als je geen respons uit de zaal krijgt!”

G: “En hoe gebruikte je Matilda?”

B: “Dat is een goed boek om kinderen te laten zien dat het soms niet zo fijn kan lopen in je leven, maar dat er altijd hoop is. Dat er wegen zijn om het ten goede te laten keren. En dat je zelf een keuze hebt. Veel kinderen reageren op problemen – bijvoorbeeld een moeilijke thuissituatie – met stoer of juist pieperig gedrag. Veel kinderen hebben een weg te gaan voor ze zichzelf durven zijn. Matilda is een hart onder de riem, om de vrijheid te leren kennen om jezelf te worden. Ik denk dat ik Pippi al een beetje losgelaten had. Matilda lag me meer na het hart.”  

Psychiatrische diagnoses
G: 
“Pippi is bij ons thuis ook niet de populairste Astrid Lindgren-creatie. Wij hebben met het hele gezin op vakanties collectief genoten van de dappere Ronja, van de dwarse Emiel, van de geborgenheid zoekende Rasmus. Nu we het over larger-than-life figuren als Pippi hebben: Karlsson van het dak begint met de nadrukkelijke vaststelling dat het gezin op wiens dak die buitenissige Karlsson woont de aller-dood-normaalste mensen denkbaar zijn. Ik heb ook wel eens hedendaagse artikelen gelezen, waarin figuren als Pippi en Emiel allerlei psychiatrische labels opgeplakt krijgen.”

B: “En dan hoort Matilda natuurlijk in het hoogbegaafdenklasje.”

G: “Ja, precies. Is het geen beperking dat juist ‘bijzondere’ kinderen de hoofdpersoon zijn in deze boeken, waarin zelfsturing een thema of motief is?”

B: “Ooit een normaal mens ontmoet, Geert? Iedereen heeft zijn eigenaardigheden. Daarom was ik blij toen het begrip ‘meervoudige intelligentie’ zich ontwikkelde. Je kunt je altijd wel met een bepaald talent identificeren. Dat geeft echt een enorme speelruimte ten opzichte van de tijd dat kinderkwaliteiten werden gemeten langs de lat van ‘niet dom’, ‘niet druk’ en ‘niet onbeleefd’ zijn. Je mag nu veel meer zijn wie je bent.”

G: “…en als zodanig een betekenisvol lid van je (stam)groep. We hadden gisteren de eerste ouderavond van het jaar, en het was ontroerend mooi om te horen hoe zo veel perspectieven in een stamgroep samenkomen. Iemand van de oudsten in de bovenbouw had gezegd: ‘Ik vind het knap hoe de nieuwe kinderen in de groep zich al laten horen.’ En meteen had een jongste geantwoord: ‘Ja, maar dat komt ook omdat jullie ons dat laten doen.’”

B: “Schitterend! Precies daar, aan de start van het jaar, is er zoveel mogelijk. Ik heb het ook altijd zo goed, zo zinvol, zo vanzelfsprekend gevonden dat wij ons schoolkamp aan de start van het jaar hielden. Dan krijgt de groepsdynamiek de kans zich te vormen, in een heel natuurlijke harmonie. En ook daar zetten wij jeugdliteratuur volop in: alles in het kamp cirkelde rondom een verhaal. We speelden hoofdstukken uit, we lieten kinderen een nieuw verhaal bedenken dat ergens in Ronja de Roversdochter paste. En daar begonnen we in de onderbouw al mee: de figuren uit Pluk liepen rond in het bos, en van Mevrouw Helderders poetsneurose maakten we een kracht: zij veegde alle figuren uiteindelijk terug het boek in. Je moet altijd zoeken naar een extra dimensie: ieder boek is altijd meer dan wat er geschreven staat.”

De hoofdjuf is een tank
G:
 “Naar Matilda. Dat is een boek dat meerdere sferen kent. Het begint als een klassieke Dahl, met personen die elkaar naar het leven staan en steeds naardere wraakacties op elkaar uitvoeren. Als Matilda haar ouders – die haar amper zien staan –poetsen bakt, lijkt het een poosje op De Griezels. Wat vind je daarvan: wraak als de stuwende dynamiek van een verhaal?”

B: “Misschien liet ik bij het voorlezen wel dingen weg. Ik herinner me dat de jongste kinderen wel schrokken van die vreselijke hoofdjuf Bulstronk, die Olympisch atleet geweest is en kinderen aan hun haar de klas uitslingert. Maar Bulstronk is dermate vervelend – ze luistert nooit, ze walst als een tank over kinderen heen…”

'Juf Bulstronks ideaal is een school waar geen kinderen zijn.'

G: “…letterlijk! Haar ideaal is een school waar geen kinderen zijn.”

B: “Haha, precies. Kinderen vinden het wel fijn als een dergelijk kwaad overwonnen wordt. De wolf en de zeven geitjes en Roodkapje zijn ook wraakverhalen. Daar hebben kinderen geen moeite mee. Bovendien, Dahl en Lindgren hebben de kinderhumor helemaal in hun vezels zitten. De wraakacties zijn vaak over-the-top en heel grappig. Het is iemand betaald zetten, maar nooit op een manier die helemaal buitensporig is. En in de filosofieles bespraken we vaak heel veel meer opties: als jou iets gebeurt, hoe ga je daar dan mee om? Dat kun je in een rollenspel uitspelen, je kunt nieuwe oplossingen suggereren en uitzoeken of die werken in de spelsituatie.”

G: “Mooi. Uiteindelijk neemt het boek een wending. Ik was eerst niet zo blij met het magisch-realistische van Matilda’s nieuw ontdekte gave. Maar wat tof is, is hoe het boek de sfeer van een roman uit de tijd van Dickens krijgt, als ze met haar lieve juf Engel meegaat naar haar bescheiden onderkomen. Ik zag Dickens’ kritiek op het Engelse onderwijs in Hard times bijvoorbeeld bovenkomen. Dat maakt het ook leuk voor een groot mens om gelaagdheden te ontdekken.”

B: “Ja. Matilda wordt op het eind ook een juf Engel: ze krijgt eindelijk de ruimte zichzelf te zijn en dan legt ze alle wrok af en komt er lieflijkheid, zachtheid voor in de plaats. Haar gave – die geboren werd uit een gevoel van onrechtvaardigheid – heeft ze dan niet meer nodig.”

G: “Daarvoor, in de sleutelscène, krijgt het boek de spookachtigheid van A Christmas Carol.”

B: “Dat is er ook. Roald Dahl bewaakt de balans tussen spanning en humor heel nauw. Het is vaak nét op het randje.”

G: “Onze oudste begon een paar jaar geleden alle Roald Dahl-boeken te verslinden. Behalve De heksen, want die begint met een ander soort spanning – de spanning van suggestie: de heksen zijn onder ons, maar ze zijn bijna onmogelijk te herkennen. Dat was té eng.”

‘Moeders troosten. Ze lossen problemen op’, zegt Tosca Menten, ‘Maar dat wil ik helemaal niet in mijn boeken.’

B: “Dan wordt het te reëel. Pippi plaagt Annika ook een poos met spoken op zolder en ontkracht haar spookverhalen dan. Dat moet ook, anders blijf je als jonge lezer met die angst zitten.”

Geen troostende moeders in mijn boek
B: 
“Ik wilde je nog een citaat uit een interview met Dummie de Mummie-auteur Tosca Menten voorleggen. In haar boeken komen geen moeders voor en Menten zegt daarover: ‘Moeders troosten en zijn lief. Ze lossen problemen op. Maar dat wil ik helemaal niet in mijn boeken. Kinderen moeten zichzelf zien te redden. Dat is veel spannender voor het verhaal. Een leuke of onhandige vader kan nog wel.’

G: “Kijk, dan zijn we toch weer bij zelfsturing. Boeiend dat ze zo uitdrukking geeft aan wat een verhaal nodig heeft om een hoofdpersoon z’n ontwikkeling te laten doormaken. Anderzijds: ik heb van Saxion-onderzoeker Jory Tolkamp geleerd dat zelfsturing óók alles te maken heeft met het leren kennen en gebruiken van middelen om koersbepalend te worden in je eigen leven. Dat vraagt van een stamgroepleider bijvoorbeeld expliciete instructie over het oproepen van voorkennis, waarbij je de kinderen óók duidelijk maakt dat voorkennis ophalen een handige leerstrategie is. Ik vind het heel krachtig en juíst een teken van haar groeiende zelfstandigheid, dat Matilda – wanneer ze compleet gevloerd is door de gave die haar overkomen is – te rade gaat bij haar lievelingsjuf. En dan, wanneer haar leerkracht geholpen heeft, is Matilda zo sterk dat zij ook jufs probleem kan oplossen.”

B: “Daar kan ik me in vinden. De uitdaging voor een juf of meester – een stamgroepleider – is om de vraag van een kind goed te zien. Ik heb stagiaires gehad die vonden dat de kinderen niks deden, niks lieten zien. Ze wachtten af, terwijl je de kunde en de aandacht moet opdoen om te zien wat je aan ontwikkeling naar boven kunt kriebelen bij een kind. Ik kreeg ooit van een stagiaire een briefje met daarop tips hoe ik het rustiger kon maken in mijn kring. We hadden een geweldige filosofieles gehad, met prachtige ontdekkingen en met alle kinderen op het puntje van hun stoel, maar zij had alleen gehoord hoe er kinderen door elkaar heen praatten. Ik heb afgesproken dat ik haar briefje zou bestuderen en zij zou gaan luisteren wat er daadwerkelijk gedeeld en gezegd werd. Ze is uiteindelijk een van mijn beste stagiaires geworden. 

G: “Is dat niet een kwestie van ervaring?”

B: “Ook. Maar ik vind dat de Pabo daar alerter op moet zijn. Wat juf Engel voor Matilda met haar aandacht en inlevingsvermogen betekent, is wat je voor ieder kind – met welke talent en welke moeilijkheden ook – wilt kunnen betekenen.”

G: “Wat ik me realiseerde bij het lezen: eigenlijk hebben de meeste kinderboeken de tocht naar emancipatie, naar zelfsturing als motief. En dat terwijl het in ons echte leven vaak zo moeizaam gaat: jezelf uit routines halen, moed tonen.”

‘Tommy en Annika zullen puber en volwassene worden. Pippi lijkt veroordeeld kind te blijven.’

B: “Inderdaad. Je weet niet wat je te wachten staat en toch moet je het aangaan. Dat ontdek ik op mijn leeftijd nog altijd.”

Lievelingsstamgroepleider
G: 
“Tot slot: welk boek schuiven we in de tas van de stamgroepleider?”

B: “Allebei. Ik zou Pippi gebruiken om situaties uit te spelen of voor een goede filosofieles. Je kunt het hebben over realisme. Je kunt het hebben over hoe Pippi geworden is wie ze is. Je kunt het hebben over wat het betekent om een kind te zijn: Tommy en Annika zullen puber en volwassene worden. Pippi lijkt, net als Suske en Wiske, veroordeeld kind te blijven. Ieder boek, ook een sprookje, verdient het om een inleiding of reflectie te krijgen om er een tweede laag uit te halen.”

G: “En Matilda?”

B: “Matilda overwint een groot probleem: ouders die haar niet zien staan en haar wezen zelfs ontkennen. Ik vrees dat dat aansluit bij deze tijd. Niet helemaal letterlijk maar hoe vaak gebeurt het niet dat ouders hun kind verwaarlozen? Dat kinderen vermorzeld worden in vechtscheidingen? Dat het gevoel van geborgenheid van een kind wordt bedreigd? Matilda biedt hoop, houvast. Niet omdat we allemaal telekinese kunnen ontwikkelen, maar wél omdat er altijd een stap te zetten is. Er is altijd wel iemand die met je wil praten. Jouw lievelingsstamgroepleider, bijvoorbeeld.”

Geert Bors is als freelance redacteur onder andere verbonden aan het NIVOZ en jenaplanmagazine Mensenkinderen.

Berna van der Linden is gepensioneerd als onderbouwleerkracht in het jenaplanonderwijs en is redacteur bij Mensenkinderen en frequent blogger.

Dit artikel verscheen eerder in het themanummer 'Zelfsturing' van Mensenkinderen (september 2018) en is herplaatst met toestemming van de Nederlandse Jenaplanvereniging, NJPV

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief