Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Een nieuwe klas met vluchtelingen krijgt een slechte naam: 'Integratie heeft tijd nodig. En het leren kennen van elkaar is daarbij essentieel'

5 juni 2017

Kim Dusch - verbonden aan Teach for Austria - maakt op haar school in Wenen ruimte voor een extra klas met vluchtelingenkinderen. Het is niet gemakkelijk, zo blijkt in de eerste half jaar. De mentor werkt zich uit de naad, maar de klas krijgt toch een slechte naam binnen de school. Kim - zelf mentor van een parallelklas - voelt de verantwoordelijkheid en besluit na de zomervakantie tot een gezamenlijk initiatief. En dan komt er iets op gang. Haar blog: 'Het leert mij dat dingen tijd nodig hebben. Zeker als het gaat over zoiets complex als integratie! En het bevestigt mij erin dat het leren kennen van elkaar essentieel is.'

Halverwege het vorige schooljaar (2015/2016) loopt de inspecteur, die verantwoordelijk is voor onze school en die toevallig vroeger ruimteplanner was, met de directrice door de school om te kijken waar we nog ruimte zouden kunnen maken voor een extra klas. Met de vluchtelingenstroom zijn namelijk veel kinderen in Wenen aangekomen en de stad wil hen zo snel mogelijk de gelegenheid geven om te integreren. Daarom worden er tien “Neu-in-Wien”-klassen [1] gevormd met kinderen die nog niet aan het reguliere onderwijs deel kunnen nemen. Wij krijgen zo’n klas in onze school. Omdat we maar een klein gebouwtje hebben en er al acht klassen zijn, moeten we een beetje schuiven. Er wordt ruimte gemaakt, nieuw meubilair besteld en er worden nieuwe docenten aangenomen. We zijn er klaar voor.

De nieuwe klas is een 2e klas (in het Nederlandse schoolsysteem qua leeftijd vergelijkbaar met groep 8). Er zijn al twee 2e klassen (A en B) [2] en dus wordt dit de C-klas. De kinderen komen midden in het schooljaar, in februari 2016. Het is niet gemakkelijk. Vanaf het begin worden deze kinderen, de docenten en ook de andere kinderen op school geconfronteerd met verschillende uitdagingen en problemen. Een greep:

  • De nieuwe kinderen komen uit verschillende landen. Ze hebben vooroordelen ten opzichte van elkaar en er is veel onderlinge ruzie.

  • De kinderen hebben allemaal een traumatische ervaring die ze op een eigen manier verwerken.

  • Wij als docenten zijn vaak overvraagd als het aankomt op goed lesgeven aan een klas die de taal niet machtig is.

  • De ‘reguliere’ leerlingen en de docenten hebben (bewuste en onbewuste) vooroordelen ten opzichte van de nieuwkomers.

  • Veel van de nieuwe kinderen zijn het niet gewend dat vrouwen de leiding hebben. Ik zie twee reacties: De ene helft van de klas (met name meisjes) geniet zichtbaar van deze verandering en kijkt stralend en bewonderd toe. De andere helft (met name jongens) nemen de directrice en hun vrouwelijke docenten niet erg serieus.

  • School in de landen waar de kinderen vandaan komen is veel strenger en veel autoritairder. Veel kinderen zijn lijfstraffen gewend. Onze consequenties van negatief gedrag (waarschuwingen, gesprekken, ouders bellen) vinden ze een lachertje.


Er zijn mooie momenten, maar het is met name een worsteling. De mentor van de C-klas werkt zich uit de naad voor haar kinderen, maar de kinderen krijgen toch een slechte naam binnen de school.

Een nieuw schooljaar begint. Ook de C-klas (inmiddels een 3e klas) start weer en het gaat al met veel meer routine dan vorig jaar. De kinderen geven aan hun mentor aan dat ze graag wat meer contact zouden hebben met andere klassen en dat ze het gevoel hebben er een beetje bij te bungelen in de school. Omdat ik ook mentor ben van een 3e klas besluiten we samen te werken en elke woensdag een gemeenschappelijk lesuur te houden met de twee klassen en iets leuks, leerzaams en verbindends te doen. Mijn B-klas is niet bijzonder enthousiast om iets met ‘die C-klas’ te moeten doen. We organiseren een speeddate, laten de B-klas een mooi Duits lied aan de C-klas leren (link), doen een beelden- & woordenspeurtocht, laten de kinderen naar gemeenschappelijkheden zoeken enz. Het is wederom niet altijd makkelijk en na zo’n lesuur met vijftig leerlingen zijn de C-mentor en ik allebei kapot. Maar als je goed kijkt gebeuren er toch mooie dingen:

  • Ming uit mijn klas, die twee jaar geleden uit China hier kwam en enorm worstelt met de Duitse taal, en Isza uit de C-klas werken zo goed samen dat ze als eerste de speurtocht helemaal af hebben.

  • Stille Mira uit mijn klas bloeit op bij haar nieuwe vriendinnen uit de C-klas, omdat zij ook Farsi spreekt en de nieuwe meiden van alles kan uitleggen.

  • De jongens begroeten elkaar met een box. Er ontstaan langzaam wat gemengde groepjes.

  • Een paar C-klas jongens helpen mij steeds vaker na de les om dingen op te ruimen en slepen met tafels en stoelen.

  • “Gaan we vandaag weer iets met de C-klas doen?” vraagt mijn klas op een woensdag. Ze hebben er zin in!


Het leert mij dat dingen tijd nodig hebben. Zeker als het gaat over zoiets complex als integratie! En het bevestigt mij erin dat het leren kennen van elkaar zo essentieel is voor erkenning. Vooroordelen over een bepaalde groep - zoals ‘die C-klas’ - verdwijnen zodra de leerlingen in aanraking komen met de individuele leden van deze groep en ze erachter komen dat het ook mensen zijn met wie ze dingen gemeen hebben, met wie ze lol kunnen hebben en van wie ze dingen kunnen leren. Voor de nieuwe kinderen en ons leraren geldt precies hetzelfde. Net als alle klassen moeten ook wij deze nieuwe klas leren kennen en leren hoe we hen het beste kunnen lesgeven. Dat heeft tijd nodig. Net als het accepteren van vrouwelijke docenten voor de klas voor sommige leerlingen tijd gekost heeft, enz.

In december 2016 ga ik met zwangerschapsverlof en in februari 2017 wordt mijn zoontje Ole geboren. Op 12 mei loopt mijn vervangster met onze klas mee met de U-Run for Kids (link) bij mij in de buurt. Ik besluit met Ole samen als verrassing mijn kinderen te gaan aanmoedigen. Het weerzien is heel fijn en de leerlingen zijn super blij om mij weer te zien en nog blijer om Ole te zien.
Ineens zie ik een groep meiden uit de C-klas voorbijrennen. Ze zwaaien en lachen. Bij de finish komt een jongen – met wie ik veel problemen had – uit de C-klas naar me toe: “Frau Lehrerin! Ik was de snelste van onze school!” Een andere – voorheen problematische – jongen komt me een banaan brengen. “Voor uw zoontje,” zegt hij en hij geeft Ole een voorzichtige zoen op zijn hoofd.

Doordat ik een paar maanden niet op school was kijk ik ineens met wat meer afstand naar de leerlingen en zie ik hoe relaxt en open ze zijn geworden, ze zijn ‘aangekomen’. De twee klassen zijn als één groep onderweg. Ze zitten door elkaar en kletsen. Tobias uit mijn eigen klas komt naar me toe. “Fijn u weer te zien,” zegt hij. “Nu ga ik naar mijn vrienden.” Hij zwaait en loopt richting een groep B- en C-jongens. Ze groeten elkaar alsof ze elkaar al weken niet gezien hebben. Ik zie het van een afstandje toe en ben heel tevreden.

Kim Dusch (1985) studeerde Humanistiek (variant: Educatie) aan de Universiteit voor Humanistiek (UvH). Momenteel studeert Kim Bildungswissenschaft aan de Universität Wien, waar ze ook werk als tutor en onderzoeksassistent. In april 2015 sloot ze zich aan (als leraar) bij Teach for Austria.

[1] Kunt u zich Abi nog herinneren (Link: http://hetkind.org/2016/03/22/ik-betrap-mezelf-ook-op-ergernis-en-het-te-vaak-zuchtend-uitspreken-van-zijn-naam/ )? Hij is blijven zitten en in deze “Neu-in-Wien”-klas terecht gekomen. Toevallig krijgen alle kinderen die in deze klas zitten passende alfabetiseringslessen en krijgt hij dus toch nog de hulp die hij nodig heeft.


[2] Van de B-klas ben ik zelf midden in het jaar mentor geworden, omdat de mentor van de B-klas met langdurig ziekteverlof was. Mentor ben je op een Neue Mittelschule eigenlijk voor 4 jaar. Je begeleidt een klas gedurende hun hele schooltijd.

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief