Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

De vooruitstrevende pedagogiek van Philipp Kohnstamm: ‘Normen en waarden worden niet onderwezen, maar voorgeleefd.’

11 november 2019

In de 'Pedagogische Canon’ vind je een serie portretten van onderwijswetenschappers en -denkers, uit heden en verleden. Hun werk is van betekenis voor een beter verstaan van goede onderwijspraktijk. Via kernbegrippen, definities en eerder gepubliceerd werk trachten we de essentie te vatten.  In deze aflevering de vooruitstrevende pedagoog Philipp Kohnstamm, van wiens hand een groot deel van de huidige Nederlandse onderwijswetgeving nog steeds is. Hij omschreef opvoeden als ‘een mens in wording te helpen om zonder anderen lastig of ten laste te vallen, de diepste hem bereikbare innerlijke vrede te vinden’.

Philipp Abraham Kohnstamm (Bonn 1875 - Ermelo 1951) is geboren in een welgestelde familie in Bonn, maar hij komt hij al jong bij zijn oom in Wageningen te wonen, omdat zijn vader manisch-depressief is. Niet veel later woont hij met zijn moeder in Amsterdam. Vanaf 1893 studeert hij aan de Universiteit van Amsterdam natuurwetenschappen en hij promoveert in 1901. Hij was al door de filosofie geraakt tijdens zijn schoolloopbaan en in 1907 wordt hij privaat docent in de logica aan dezelfde universiteit. Zijn oratie handelt over de relatie tussen natuurwetenschap en wijsbegeerte. Zijn stelling luidt: ‘Alle weten berust op een geweten’.

Een kandidaatstelling voor de Tweede Kamer verkiezingen brengt hem door zijn verkiezingscampagne in contact met eenvoudige mensen die hij leert kennen en begrijpen. Hij eerbiedigt het menselijke en ontwikkelt een sterk sociaal gevoel. Essentiële kenmerken van de democratische samenleving zijn in zijn ogen gewetensvrijheid, het recht een gezin te vormen en zelf zijn kinderen op te voeden. Daarnaast pleit hij voor het algemeen kiesrecht op grond van de ongelijkheid van mensen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog breekt hij met het Jodendom en wordt christen. Na 1918 bezoekt hij de oorlogshaarden om ‘de ontredderende jeugd met opvoedingsidealen te vernieuwen’. Hij richt het Nutsseminarie voor Pedagogiek op en wordt tot bijzonder hoogleraar in de Pedagogiek in Amsterdam benoemd.

Vooruitstrevend pedagoog: ‘de ontwikkeling van ieder kind komt uit de persoonlijke aanleg’

In zijn inaugurele rede spreekt hij zich uit voor ‘persoonlijkheidspedagogiek’ en niet voor ‘staatspedagogiek’. Hij verwacht veel van de pedagogiek en richt zich op het lager onderwijs en de wetenschappelijke vorming van de onderwijzer. Hij wijdt zich geheel aan het pedagogische-didactisch onderzoek, waarin het personalisme richtinggevend is voor zijn theorie over pedagogiek.

Dit personalisme staat haaks op het idealisme, dat in zijn visie leidt tot verplichte staatscholen en een uniform en ongedifferentieerd klassikaal onderwijs.

Het personalisme daarentegen wil de ontplooiing van de persoonlijke aanleg mogelijk maken door een vrije vakkenkeuze van de leerlingen, waarbij geen enkel vak mag domineren. Kohnstamm pleitte dan ook voor een vrije combinatie van vakken in een losser klassenverband. Tegenwoordig zouden we dit ‘interactief onderwijs’ of ‘samenwerkend leren’ noemen.

Deze visie lag ook ten grondslag aan zijn wellicht bekendste werk Persoonlijkheid in wording (1929). Hij omschreef opvoeden daarin als ‘een mens in wording te helpen om zonder anderen lastig of ten laste te vallen, de diepste hem bereikbare innerlijke vrede te vinden’

Normatieve pedagogiek

Kohnstamm was een normatief pedagoog die normatieve pedagogiek bedreef: een pedagogiek waarin waarden en feiten op elkaar betrokken zijn. Daarbij vond hij het belangrijk dat normen en waarden niet werden onderwezen, maar werden voorgeleefd, met als belangrijkste naastenliefde.

Kohnstamm kende aan de school verder twee belangrijke taken toe; inleiden in de sfeer van de arbeid (kinderen leren kennis toepassen) waarbij het kinderspel vertrekpunt moet zijn. Daarnaast moet de school kinderen opvoeden tot democratisch burgerschap; kinderen leren verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf en voor de ander vanuit de gedachte dat mensen gelijkwaardig zijn (Rietveld van Wingerden, 2008, 143). Daar hoorde voor hem een schoolklimaat bij dat zelfvertrouwen, kritisch denken en zelfwerkzaamheid bij leerlingen bevordert. 

Kohnstamm verzet zich tegen het nationaal socialisme en in 1940 houdt hij zijn afscheidsrede in Amsterdam: ‘Beter onrecht lijden dan onrecht doen’. Na de bevrijding en na zijn emeritaat werkt hij als adviseur van een paar ministers van onderwijs. Een groot deel van de Nederlandse onderwijswetgeving is van zijn hand. De onderwijsinspectie in Amsterdam wordt niet voor niets een tijd lang de Inspectie Kohnstamm genoemd.

Betekenis van Kohnstamm voor het huidige onderwijs

  • Hij heeft stevige kritiek op het memoriseren van parate kennis en het mechanisch aanleren van oplossingsstrategieën; daarentegen is hij groot voorstander van spel: ‘Door spel leert men elkaar waarderen en zichzelf te beheersen’.
  • Opvoeding moet er in zijn ogen op gericht zijn het kind een geheel eigen en zelfstandig waarde te geven’. Het gaat Kohnstamm daarbij om vrijheid en gezag mét verantwoordelijkheid en geweten. Taal neemt daarin een belangrijke positie in. ‘Taal is een medium van de opvoeding, een transportmiddel van de cultuur’.
  • Op zijn lagere school in Amsterdam kan Kohnstamm zich vrij ontwikkelen. Dat legt de basis voor zijn streven naar ‘losser klassenverband’, zoals hij dat noemt. Niet alle leerlingen van een klas krijgen hetzelfde vak gedoceerd. Dat bevordert naar zijn mening de persoonlijkheid in wording.
  • Voor Kohnstamm is de belangrijkste taak van onderwijs en opvoeding mensen in staat stellen zichzelf zoveel mogelijk te ontplooien en te ontwikkelen naar eigen aard en aanleg. Hij heeft veel kritiek op toelatingstesten. Immers, zo stelt hij, door deze selectiemethode worden achterstandskinderen de dupe. Daarmee legt hij als een van de eerste de relatie tussen sociaal milieu en onderwijskansen.
  • Kohnstamm heeft zich met name bezig gehouden met het leerpotentieel van leerlingen en daarop een visie ontwikkelt, die op dit moment nog steeds actueel is. Het leerproces dient zich wat hem betreft te focussen op zelfstandig leren denken. In zijn ogen kun je denken leren en ontwikkelen door onderwijs, want hij is er van overtuigd dat ‘Intelligentie beïnvloedbaar is’. De leraar vervult een belangrijke rol bij het -leren -, want dat gaat volgens hem niet vanzelf.  
  • De rol van de leraar noemt hij cruciaal: ‘Alles staat of valt met de persoon van de leraar’.

Bronnen

  1. http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn1/kohnstamm Geraadpleegd op 31-01-2019 om 12.30 uur
  2. https://www.kohnstamminstituut.nl/philip-kohnstamm.html Geraadpleegd op 31-01-2019 om 13.45 uur
  3. Schoolportret van de Prof. Kohnstammschool
  4. Marieke Buisman, Yolande Emmelot Philip Kohnstamm: Sociaal milieu en onderwijskansen Geraadpleegd op 04-02 om 12.25
  5. Rietveld-van Wingerden, M, (2008). Philip Abraham Kohnstamm (1875-1951) Een pedagoog voor wie het verschil telde, in Grote pedagogen in klein bestek. Tom Kroon en Bas Levering.
  6. Exalto, J. Groenenijk, L, en S, Miedema, Opvoedingswetenschap op filosofische en empirische grondslag. Philipp Abraham Kohnstamm (1875-1951)

 

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief