Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Wat ons verbindt

10 april 2019

Ik ben links. Ik zeg het maar vast, voordat ik straks op een meldpunt ontmaskerd word. Ik zeg er meteen bij dat termen als ‘links’ en ‘rechts’ niet meer zoveel zeggen. Toen ik opgroeide en actievoerde in de jaren ’60 was het simpel. Je had de tegenstelling tussen kapitaal en arbeid, tussen rijke landen en oud-koloniën, tussen vervuilers en slachtoffers van vervuiling. Ook toen al begonnen die tegenstellingen te vervagen. In deze eeuw zijn de grote problemen, die de komende generaties moeten oplossen, allang niet meer in simpele termen van links en rechts te begrijpen.

Moeten wij daar in het onderwijs wat mee? En wat dan?

De uitslag van de Statenverkiezingen van vorige maand heeft ook het onderwijs niet onberoerd gelaten. Op Twitter en Facebook verschenen berichten van leraren en andere betrokkenen die zich zorgen maakten over de uitspraken van de leider van FvD en over het meldpunt dat Forum heeft ingericht waar linkse docenten kunnen worden aangegeven. Ook ik maak me daar zorgen over, maar meer nog dan over de toch al ernstige scheuren in onze samenleving maak ik me zorgen over het gebrek aan weerstand hiertegen in ons onderwijs.

Wij kunnen niet wegkijken en stoïcijns doorgaan met lesgeven terwijl ideeën populair worden die strijdig zijn met de belangrijkste waarden van onze samenleving en die het voortbestaan van onze planeet bedreigen.

Toen het stof van de verkiezingsuitslag was neergedaald hoorde je af en toe sussende dooddoeners als: 'Je moet hem niet al te letterlijk nemen', 'Dit waait wel over', 'Al die rechtse clubjes gaan aan interne ruzies en machtsstrijd ten onder.' Dat lijkt me niet verstandig en een onderschatting van de woede en onvrede van kiezers die zich in onze maatschappij uitgesloten voelen. Tegenover onze leerlingen, die hier vragen over hebben, is dit ook een pedagogisch onjuiste reactie. Beter is hierover met hen na te denken, niet in een debat waarin we elkaars ongelijk proberen te bewijzen, maar in een dialoog waarin we samen zoeken naar antwoorden op vragen die de wereld buiten school oproepen. Dat betekent dat we de uitspraken van FvD en andere bewegingen letterlijk moeten nemen en woord voor woord, zin voor zin, zorgvuldig onderzoeken: ‘Wat betekent dit? Waar komt dit vandaan? Wat is de geschiedenis van dit begrip? Wat is de context van deze uitspraak? Wat zijn de consequenties?’ Enzovoort. Niet alleen voor vermeend fascistische uitspraken – met de verplichting na te denken wat fascisme precies is – maar ook over aantoonbaar onjuiste uitspraken over migratie en klimaat. Daarover kun je van mening verschillen, maar wetenschappelijke bevindingen zijn niet zomaar meningen. Dat kunnen heel interessante lessen worden. De klimaatspijbelaars zijn ons daarin voorgegaan en wat te denken van de acties van scholieren tegen de Amerikaanse wapenwetgeving?

De grote wereldproblemen – klimaatverandering, afnemende biodiversiteit, uitputting van grondstoffen, het energieprobleem – zijn niet het domein van links of rechts. Ook conservatieve aandeelhouders moeten zich afvragen of en wanneer ze dijken moeten bouwen om hun villa’s en minder benzine gebruiken. Zelfs armoede en de groeiende kloof tussen de superrijken en de armen in de wereld zijn problemen waar zowel conservatieven als progressieven zich zorgen over zouden moeten maken. Het migratieprobleem heeft een direct verband met extreme armoede in het ene deel van de wereld en extreme welvaart in het andere deel. Dat is bovendien een vruchtbare bodem voor terroristische bewegingen.

Leraren kunnen het goede voorbeeld geven en samen met jongeren nadenken over dat wat mensen verbindt en wat ons leven betekenis geeft.

Links en rechts, hoe ook gedefinieerd, doen er verstandig aan niet uit politiek opportunisme te zoeken naar wat verdeelt, maar wat verbindt, om zo naar de beste oplossing voor ons allemaal te zoeken. Het eerste is kortetermijndenken – zoveel mogelijk stemmen binnenharken – het tweede is nadenken over duurzame oplossingen voor de huidige en toekomstige generaties. Het onderwijs zal daarin een positie moeten innemen. Leraren kunnen het goede voorbeeld geven en samen met jongeren nadenken over dat wat mensen verbindt en wat ons leven betekenis geeft.

Scholen zouden dan ook vooral denkplaatsen moeten zijn. Als ik dit zo opschrijf ziet dat er heel elitair uit. 'Dan sluit je driekwart van de jongeren uit, die op praktijkscholen, vmbo en mbo zitten', hoor ik al zeggen. Laat me dit toelichten. Denken is geen activiteit alleen voor gymnasiasten of mensen met een universitaire opleiding. Integendeel, domme en briljante ideeën kun je overal tegenkomen, zowel onder zogenaamd laagopgeleiden als hoogopgeleiden. Denken kan iedereen die daartoe wordt aangespoord. En daar zit hem het probleem.

Goed leren denken is niet de hoogste prioriteit op de meeste van onze scholen. Leraren voelen de druk van het curriculum, de methode, leerdoelen en eindtermen. We worden afgerekend op de doorstroomcijfers en de examenresultaten. We hebben geen tijd om stil te staan bij ontwikkelingen in de wereld – niet alleen politieke, sociale en ecologische, ook culturele, wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen – maar zijn gedwongen voort te gaan om ‘het boek uit te krijgen’. Dat het boek allang niet meer aansluit bij wat er nu in de wereld aan de hand is: jammer, maar daar kunnen we niets aan doen.

Dit is een pleidooi om van scholen denkplaatsen te maken, plaatsen waar in vrijheid wordt nagedacht: over het leven, over wie wij zijn, over de wereld en wat onze plaats is in de wereld. Dit is geen pleidooi om het leren van kennis en vaardigheden af te schaffen, vanuit de naïeve gedachte dat je alles toch kunt googlen. Integendeel, iedereen – leerlingen zowel als leraren – moeten veel leren en daarover nadenken, in dialoog met elkaar.

Tenslotte wil ik het misverstand wegnemen dat wat ik bepleit kan worden weggestopt in de lessen maatschappijleer en burgerschapskunde, terwijl de andere vakken zich met de ‘core business’ bezighouden. Denken over de inhoud van ons vak, of dat nu een taal is, wiskunde, zorg en welzijn of biologie, kan overal en altijd. En altijd hebben we de mogelijkheid in onze lessen ruimte te maken voor actuele ontwikkelingen, in de ‘echte wereld’. Niet om onze leerlingen te indoctrineren, maar om hen te leren denken als zelfstandige, verantwoordelijke, volwassen wereldburgers. Het gaat daarbij niet om ‘links’ of ‘rechts’, progressief of traditioneel, maar om goed onderwijs.

Dick van der Wateren werkt in zijn filosofische praktijk De Verwondering in Amsterdam, geeft trainingen en workshops op scholen en is oud-docent. Hij heeft jarenlange ervaring als wetenschapper (geologisch onderzoek o.a. op Antarctica en in Afrika) en als wetenschapsvoorlichter. Van der Wateren is betrokken bij tal van onderwijsvernieuwende praktijk- en gesprekskringen. Hij beheert het blogcollectief OnderzoekOnderwijs.

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief