Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Wat is dat toch, dat veel jongeren nu onderuit gaan? Welke plek neemt ‘moeten’ daarbij in?

8 april 2019

Wat is dat toch, dat die jongeren nu allemaal onderuit gaan? Welke plek neemt ‘moeten’ daar op dit moment in in? En wat kan of moet de school hierin betekenen? Lisette Bastiaansen - docent aan de Master pedagogiek op de HAN – ontvangt een mailtje van een ongeruste moeder. 

Als kersvers lid van een MR van een gymnasium in West-Brabant ontving ik recent een mailtje van een ongeruste moeder.

‘Hoi, ik wil iets aan je vragen. Mijn dochter zit in de derde en loopt bij een psycholoog in verband met perfectionisme. Nu liet de psycholoog vallen dat het gymnasium bij haar grootverbruiker is. Ik vind zelf dat de druk op school te groot is. Heb je teveel minpunten dan moet je naar de huiswerkbegeleiding. Als je dat vervolgens niet doet, dan moet je weer iets anders. Huiswerkbegeleiding wordt ervaren als straf. Bovendien wordt er haast alleen summatief getoetst. Heb je één keer je huiswerk niet af, dan moet je gelijk nablijven. Zelfs aan de buitenlandse reizen zitten vooral opdrachten verbonden. Ik begrijp deze aanpak niet zo goed. Hiermee stimuleren ze in mijn ogen dat perfectionisme alleen maar. Ik ben benieuwd wat jij hiervan vindt’.

Laten we voorop stellen dat ik de school waar het over gaat in de basis een goede school vind. Betrokken enthousiaste hoogopgeleide leraren, veel ontwikkelingskansen, goede organisatie, stevige inhoud. Maar toch. De moeder in kwestie legt de vinger op een zere plek. Een zere plek die iets laat zien van het maatschappelijk klimaat waarin wij, en dus ook de school, heden ten dage opereren. Een klimaat dat, zo betoogde de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving recent nog in haar essay ‘Over bezorgd’, een enorme toename van het aantal burn-outs onder jongeren met zich mee heeft gebracht.

Wat is dat toch, dat die jongeren nu allemaal onderuit gaan? Welke plek neemt ‘moeten’ – zie het mailtje van de ongeruste moeder hierboven - daar op dit moment in in? En wat kan of moet de school hierin betekenen?

We móeten iemand zijn
We leven in ‘vloeibare tijden’, tijden van grote en continue veranderlijkheid, zo stelt sociaal filosoof Zygmunt Bauman. In tijden waar de vraag ‘wie we zijn’ volledig door onszelf beantwoord moet worden. Daarbij is het niet alleen van belang om iemand te zijn, je moet je ook nog eens snel kunnen aanpassen aan alles dat steeds verandert. Dit perspectief op individualisering leidt volgens Bauman tot onzekerheid, onveiligheid en angst, omdat ze gepaard gaat met de plícht tot zelfredzaamheid. Het is dus niet alleen een ik dat ‘mag’ het is ook een ik dat ‘moet’.

We móeten het alleen doen
En daarmee komen we bij het tweede ‘moeten’. Door de druk om ‘zelf’ iemand te worden, wordt ons vermogen om ‘samen te zijn’, onder druk  gezet. Intermenselijke verbindingen zijn er wel, maar zijn - om in Bauman zijn termen te spreken - 'oppervlakkiger en tijdelijk' geworden. Anders gezegd: we staan er meer en meer alleen voor. En dat terwijl we juist die ánder nodig hebben om onszelf te kunnen vinden.

We móeten zichtbaar zijn
Maar daar stopt het helaas nog niet. Want, we moeten het niet alleen dóen, we móeten ons ‘zelf’ ook steeds vaker aan de wereld laten zien! We leggen de focus steeds meer op ‘uiterlijk verschijnen’. De eindeloze stroom posts op LinkedIn, Instagram en Facebook lijken hier verslag van te doen. Ook scholen sluiten hier op aan. Geen school meer te vinden waar je niet getraind of gedrild wordt in je ‘personal identity’. Position statements, elevator pitches, je eigen YouTube-kanaal, uitdeelbare certificaten voor extra gevolgde opleidingen als extra elementje in je persoonlijke presentatie. En oh ja, vergeet ook niet je cv te pimpen!

We móeten uniek zijn en tegelijk in een hokje passen
En net als je dan denkt de verplichte taken rondom het worden van een ‘zelf’ volbracht te hebben, komt er nog iets achteraan. We hangen namelijk ook nog eens het idee aan dat je wél zélf iemand moet zijn, maar tegelijk niet uit de pas mag lopen! Zo sprak ik – even ter illustratie – recent onze tandarts die adviseerde mijn zoon te laten beugelen, terwijl hij eigenlijk geen beugel hoeft, zijn tanden staan namelijk maar een heel klein beetje scheef.

Maar om in deze maatschappij ‘waarin iedereen rechte tanden heeft’ mee te kunnen, zou het volgens hem toch verstandig zijn om het te doen. Waarbij hij er tegelijk achteraan zei hoe zonde het is dat onze authenticiteit steeds meer, ook qua uiterlijk, verloren lijkt te gaan.
We móeten dóór. En dat moeten we dan ook nog eens allemaal snel. Want systemisch gezien dendert de trein door. Of zoals Hartmut Rosa het zegt: we leven in tijden van exponentiële versnelling, steeds op zoek naar meer, nieuwer, beter. De eisen die aan ons als mens gesteld worden blijven daar niet bij achter. Je doet mee in deze ‘stap voorwaarts’, of je ligt - zoals Bauman het stelt - als ‘boventallige’ er uit. We hebben dus geen tijd meer, terwijl tijd cruciaal is voor het vormen van een ‘ik’.

Behalve dat de tijd ons ontsnapt, lijkt ook ons aandachtsvermogen te worden afgebrokkeld in en door deze voortsnellende TGV. Waar eerder nog sprake leek te zijn van wat Michel Serres noemt ‘de oude ruimte van het gebundelde’ - waarin, ‘ik tegen u praat en u naar mij luistert’ - lijkt die aandacht zich nu op alle niveaus te ‘verdunnen en verwijden’.

Ik zou daar aan toe willen voegen dat dat verdunnen en verwijden weliswaar zichtbaar wordt in onze interactie met de ‘de ander’ of ‘de wereld’ - mijn zoon van 12 treft 's ochtends bij het opstaan ongeveer 200 ongelezen berichtjes vanuit zijn appgroepje van zijn klas aan - maar dat dit verdunnen en verwijden zich eveneens in ons ‘zelf’ lijkt te nestelen: wanneer hebben we nog voldoende aandacht om naar ons lichaam, naar ons diepere ‘zelf’ te luisteren?

En wat nu?
Gelukkig zijn er tegenbewegingen zichtbaar en hoeft het allemaal niet zo noodlottig uit te pakken als Yuval Noah Harari (Homo Deus, Homo Sapiens) die het einde van onze humaniteit aankondigt, voorspelt. Zo zie je in onderwijs nieuwe initiatieven ontstaan, gericht op het (terug) in beeld brengen van ‘de menselijke maat’, neem bijvoorbeeld het lectoraat ‘professionaliseren met hart en ziel’ van de Thomas More Hogeschool in Rotterdam.

Maar we zijn er nog lang niet, getuige de noodkreet van de moeder bovenaan deze blog én het gegeven dat onderwijs meent meer psychologen in te moeten zetten om het aantal burn-outs onder jongeren terug te dringen. Kernvraag daarbij is wel: wat heb je aan psychologen als je aan de vóórkant, daar waar jongeren geleerd gaat worden om hun leven te leven, niets of onvoldoende verandert?

Is er binnen de school tijd om stil te staan, om niet te weten, zodat een leerling zélf op zoek kan naar zichzelf, of ontbreekt daarvoor de ruimte?

Ruimte maken voor diepgang
Aan het onderwijs dus de nobele en moeilijke taak om - binnen een tijdsgewricht dat iets anders vraagt – te zoeken naar de ‘goede’ antwoorden op essentiële vragen: Maken we binnen ons onderwijs voldoende ruimte als het gaat om de vraag hoe een leerling diepgaand zin wil en kan geven aan zijn of haar bestaan, of zijn we eigenlijk vooral bezig ervoor te zorgen dat iemand bijtijds zijn plek in die TGV vindt? Hebben we als school de balans tussen aandacht voor het ‘uiterlijk’ en aandacht voor het ‘innerlijk’ van een kind voldoende in beeld? Is er binnen de school tijd om stil te staan, om niet te weten, zodat een leerling zélf op zoek kan naar zichzelf, of ontbreekt daarvoor de ruimte?

Wie het antwoord heeft mag het zeggen. Maar laten we in ieder geval samen tijd maken om over deze vragen ná te denken. Zodat de uitdrukking ‘als het kalf verdronken is dempt men de put’ geen opgang hoeft te doen, en we niet pas met leerlingen en hun ‘zelf’ aan de slag laten gaan nádat er burn-outsymptomen zijn vastgesteld.

Lisette Bastiaansen is PhD onderzoeker ‘de pedagogische betekenis van aandachtige betrokkenheid’ (promotor Gert Biesta) en onderzoeksbegeleider/docent bij de Masteropleiding Pedagogiek van de HAN, de Hogeschool Arnhem Nijmegen. Het artikel staat ook in het april-nummer van het magazine Van12tot18.

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief