Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

‘Vraag mij liever één keer om vergiffenis, dan tien keer om toestemming’

29 augustus 2018

‘Ik kan als bestuurder alleen maar eindverantwoordelijkheid nemen, als ik weet wat er speelt. Ik ben gestopt met afrekenen en daar vervelend over te doen. Mildheid is een belangrijke kwaliteit van een bestuurder.’ Bert Nelissen is voorzitter van het College van Bestuur van INNOVO. Schoolbestuurders hebben de positie om het verschil te maken in onderwijs. Rikie van Blijswijk is in Heerlen om te horen wie Bert is en hoe hij dat doet binnen zijn organisatie. We praten over het Zuid-Limburg van weleer en nu en over ambities en idealen van Bert. ‘Ik word geraakt door al die kleine mannetjes en vrouwtjes in een kleuterklas die zelfstandig werken en hun eigen planningen maken’. Dit is een bewerking van een artikel uit het boek Zichtbaar! waarin schoolbestuurders geportretteerd worden. 

‘Mooi om uitgenodigd te zijn’, is zijn reactie om meteen daarna van wal te steken. ‘Ik ben in 1955 geboren en getogen in deze streek die deel uitmaakte van de Mijnstreek.’

Sinds 2012 is Nelissen Voorzitter College van Bestuur van INNOVO, een katholieke onderwijsorganisatie die onderwijs op maat biedt aan bijna 9.000 leerlingen in de leeftijd van 3 tot 20 jaar, op 44 verschillende scholen in 16 gemeenten. 40 basisscholen, 2 scholen voor speciaal basisonderwijs en 2 scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs ressorteren binnen INNOVO. Scholen voor speciaal onderwijs participeren in cluster 2, 3, 4.

 

Wat neem je mee van je vooropleidingen en werkervaringen naar deze functie?

‘Rust’, is het verrassende antwoord, ‘door overeenstemming over wat goed onderwijs is en de betekenis ervan voor kinderen. ‘Op het visitekaartje staat - Onderwijs op Maat-. Dat verheldert wat we hier onder een goed aanbod verstaan’. Berts ambitie is blijvend op zoek te gaan naar wat passend is in die situatie voor dát kind, die leraar, die directeur, voor die school, voor die ouders en voor die gemeente. ‘Mijn leidraad bij besluiten nemen is de vraag: “Is dit behulpzaam om dat doel te bereiken?”.   

 

Ben jij een richtingwijzer voor jouw organisatie?

‘Scholen hebben behoefte aan richting en medewerkers aan bevestiging. Het doet er volgens mij toe hoe je met mensen omgaat en wie je als mens zelf bent’, zegt Bert overtuigend. ‘Zelf houd ik de dingen graag zo simpel mogelijk. Vraag mij liever één keer om vergiffenis, dan tien keer om toestemming. We hebben afspraken over wat kan, zeg ik vaak, maar schat het zelf in. Ik heb er overigens aan toegevoegd te zorgen dat men mij niet in verlegenheid brengt. Ik kan als bestuurder alleen maar eindverantwoordelijkheid nemen, als ik weet wat er speelt. Dat zijn dingen die heel goed worden opgepakt. Ik ben gestopt met afrekenen en daar vervelend over te doen. Mildheid is een belangrijke kwaliteit van een bestuurder. Mild zijn over datgene wat je wordt aangereikt en te zeggen oké, laten we ervan leren. Dat is essentieel voor goed besturen’.

 

Wat wil je directeuren, leraren en kinderen meegeven?

‘Het gaat om een leven lang leren, leren en leren! Blijf niet onderwijzen, maar ga leren, ervaringen delen en reflecteren. Ik word geraakt door al die kleine mannetjes en vrouwtjes in een kleuterklas die zelfstandig werken en hun eigen planningen maken. Wat zijn die druk met leren en ontwikkelen in een plezierige sfeer.  In het primaire onderwijs is kind-betrokkenheid dé kwaliteit van leraren. Dat is onvoorwaardelijk en daar zou de samenleving veel meer aandacht en waardering voor moeten opbrengen. We kunnen dat niet genoeg waarderen’, zegt Bert.


Welk perspectief bied je aan de kinderen op de scholen?

‘Dertig kinderen van een bepaalde leeftijd in een hok zetten om op hetzelfde moment dezelfde wijze les te krijgen, is een aanpak van 100 jaar geleden, stelt de voorzitter CvB vast. ‘We moeten lessen aanbieden, passend bij de ontwikkeling en de interesse van het kind die beantwoorden aan de kerndoelen. Dat betekent m.i. de inrichting van groepsoverstijgende en gedifferentieerde onderwijsvormen’. In zijn periode als voorzitter zet hij substantiële stappen in het individualiseren van leerlijnen en de organisatie van onderwijs aan groepjes kinderen in dezelfde ontwikkelingsfasen. Functiedifferentiatie is in deze ambitie behulpzaam in de ogen van Bert, want ‘De Hbo-opgeleiden leraar doet de instructie en kan de hulp inroepen van professionele masters op diverse gebieden qua ondersteuning en onderwijsassistenten qua verwerking’.

 

Wat is daar in jouw ogen voor nodig?

‘In ieder geval een goede diagnostiek van het dagelijkse werk van leerlingen om perspectieven van kinderen in kaart te brengen en te ‘vertalen’ naar het dagelijkse handelen. Dat vraagt om nieuwsgierigheid naar leerlingen en naar wat ze kunnen om direct op in te kunnen springen in de volgende les. Ook de permanente onderzoekende houding van professionals in de klas is daarin van belang. Gezamenlijk onderzoek doen en samen leren is in dit huis met de invoering van interne audits ingezet. Leraren gaan met een kijkwijzer in de hand op een andere school kijken hoe de dingen daar handen en voeten krijgen. Het gaat daarbij alleen om waarneembaar gedrag en daarover gaan collega’s met elkaar in gesprek. Leren van peers helpt zeer bij de ontwikkeling van het vak en daarmee van scholen. Van de inspectie horen we vaak terug dat deze audits goed laten zien hoe scholen in de praktijk bijvoorbeeld omgaan met hun kwaliteitszorg. Ga dus vooral kijken bij de ander en leer van elkaar met behoud van het goede’.

 

Wat betekent voor jou goed onderwijs? 

‘Wat onderwijs zo uitdagend maakt is én kijken naar wat een kind kan én hoe het verder kan groeien. In onze schoolpraktijk is veel aandacht voor kinderen die echt zorg nodig hebben. Kinderen, die iets meer kunnen, zijn ook goed gefaciliteerd door hoog -en multi begaafdheid accenten’. Groepsdoorbrekend samen aan een project werken noemt Bert een interessant voorbeeld. ‘Op allerlei manieren wordt zo’n thema onderzocht en vormgegeven. Kinderen stemmen hun activiteiten, het eindproduct en de presentatie samen af. Het gaat mij daarin niet alleen om het cognitieve, maar juist ook om de muzische vaardigheden. Verhalen vertellen vind ik buitengewoon belangrijk in de ontwikkeling van kinderen. Dat zijn krachtigere instrumenten om jezelf te leren kennen, de ander te erkennen en de wereld te kennen dan die kleine digitale platte dingetjes’.

 

Wat zegt jouw morele kompas over de inrichting van het curriculum in de scholen?

‘Iedereen is verschillend, maar wil graag ergens bij horen. Voor kinderen is dat hun veilige plek op school, waar het goed toeven is, waar goed geleerd kan worden en waar ze gerespecteerd worden. In Zuid-Limburg is omgaan met verschillen vanzelfsprekend door de historische achtergrond. Uit alle windstreken kwamen mensen om te werken in de mijnen. Dat verliep met respect en in goede omgang met elkaar. Ook kenmerkte dit gebied zich door de hiërarchische structuur van zowel de kerk als de mijnen in een sterk gefaciliteerde samenleving; alles werd voor je geregeld mits je beantwoordde aan de normen van de gemeenschap. Daarvan zie je nog rudimenten in de communicatie, zoals het secundair reageren en het geven van indirecte reacties geven. Vanaf 1975 sloten de mijnen en kalfde de invloed van de kerk af. Ik denk dat o.a. daardoor het morele kompas enigszins zoek is en ervaar het bijna als mijn opdracht om eigen initiatief en burgerschap weer op de kaart zetten’, licht Bert toe.

‘Zelfbewustzijn en je eigen boontjes doppen horen er immers gewoon bij, evenals een breder maatschappelijk perspectief in ons curriculum en het gesprek over wat ons bindt en verbindt. Ik vind het belangrijk dat kinderen hun eigen geschiedenis en tradities begrijpen. De feesten en verhalen over Jezus moeten we blijven vieren en vertellen, want wie zijn verleden kent, kan zijn toekomst beter voorspellen. Mijn zorg is dat in de scholen al zoveel moet en hoe ik mijn mensen kan blijven verleiden ook nog aandacht te schenken aan burgerschap en partnerschap’, verzucht Bert.

 

Hoe kijk je tegen de verantwoording aan?

‘INNOVO wordt uit publieke middelen gefinancierd. Daar hoort gewoon bij dat we verantwoording afleggen aan de Raad van Toezicht, de Gemeenschappelijke Medezeggenschap Raad, de Gemeenten, de ouders, de kinderen én aan de Inspectie. In het gesprek tussen bestuur en inspectie worden onze bestuurlijke opvatting gestaafd. Ik hecht aan volstrekte transparantie over onze resultaten en heb geen bezwaar tegen publicatie van Citoscores, die volgens mij een corrigerende waarde hebben

 

Wat is jouw visie op toetsen en testen?

Onze leerlingen maken alle CITO toetsen en de entreetoets in groep 7 blijkt buitengewoon belangrijk als voorspeller voor de eindopbrengsten in groep 8. Die taalscores laten zien dat kinderen in Zuid-Limburg vaker kampen met taalachterstand. Studievaardigheden inzetten blijkt effectief te zijn. Daardoor behalen leerlingen alsnog de taaldoelen en hebben ze meer profijt van het vervolgonderwijs.

 

Stel dat hier kinderen aan tafel zouden zitten, wat zouden zij je over die CITO toetsen en studievaardigheden vertellen?

Bert hoeft geen seconde na te denken. ‘Kinderen zijn afhankelijk van het schoolbeleid. Een aantal kinderen zullen vragen: ‘Alles goed en wel, maar hebben we minder sport, nauwelijks expressievakken en dreigt zelfs het schoolreisje te vervallen, omdat zo’n eindoffensief ingezet moet worden om alsnog aan de CITO maat te komen?’ Daar hebben ze volkomen gelijk in ik raak in verlegenheid. Dat kan en moet anders kan en als organisatie hebben we daarin nog veel te leren’.

 

Hebben kinderen in jouw ogen ook een plek in dat veranderproces?

Kindgericht werken spreekt Nelissen aan. ‘Ik wil de stem van kinderen verbreden en verdiepen door hen te vragen naar hun visie. In mijn ogen zijn leerlingen uit de groepen 6, 7 en 8 goed in staat om onderwijskwaliteit te benoemen’.

 

In hoeverre helpt de huidige bestuurlijke situatie het verschil te maken voor leerlingen?

Opgewekt: ‘INNOVO levert een bijdrage aan de ontwikkeling van elk kind, waardoor het zich kan manifesteren in wie hij is en maximaal uitgedaagd wordt om zijn talenten te ontplooien. Dat uitgangspunt maakt de organisatie stuurbaar en dat motto is overdraagbaar aan leraren. Het klassieke stafbureau is nu een servicegerichte organisatie, dat samen met de directeuren het beleid vormgeeft. Schooldirecteuren zijn integraal verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit, het schoolbeleid en het personeelsbeleid. Financieel zeg ik altijd, ‘ga verstandig om met de centen en laat je op facilitair gebied ontzorgen’.

 

Stichting INNOVO

Ruys de Beerenbroucklaan 29-A,

6417 CC Heerlen

Meer informatie over het schoolbestuur op de website

 

 

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief