Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Verslag oratie Doret de Ruyter ‘De betekenis van educatie. De bijdrage aan menselijk floreren in een diverse samenleving’

12 juni 2019

Op dinsdag 28 mei hield Doret de Ruyter, hoogleraar Educatie aan de Universiteit voor Humanistiek, haar inaugurele rede, getiteld De betekenis van educatie. De bijdrage aan menselijk floreren in een diverse samenleving. In haar oratie werpt De Ruyter drie vragen op: kan onderwijs bijdragen aan het floreren van leerlingen? Kan onderwijs bijdragen aan het kunnen floreren van alle leerlingen? Kan onderwijs eraan bijdragen dat burgers het van belang vinden dat alle burgers floreren? ‘Leerlingen moeten leren om elkaar te zien met een dubbele blik: de ander zien als ander mens, dat wil zeggen: dezelfde als alle andere mensen, en tegelijk uniek.’

Het onderliggende uitgangspunt bij de drie vragen die De Ruyter stelt, is voor haar dat we allemaal mens zijn met overeenkomstige kenmerken, en tegelijk unieke personen die verschillend floreren. 

Educatie: vormend onderwijs
De Ruyter begint haar verhaal met een verheldering van een van de centrale begrippen in de titel van haar oratie, namelijk ‘educatie’. Wat is dat? De Ruyter verwijst naar Richard Peters, grondlegger van de ‘philosophy of education’ in Engeland. Volgens hem is educatie niet een specifieke activiteit, naast bijvoorbeeld instructie. Iets is ‘educatie’ als het aan bepaalde criteria voldoet, te weten: taakcriteria (bijvoorbeeld via leerprocessen iets overdragen) en succescriteria (betrekking hebbend op inhoud en doel van educatie, bijvoorbeeld brede vorming). Het uiteindelijke doel van educatie is volgens Peters ‘to travel with a different view’.

Zelf omschrijft De Ruyter educatie als ‘vormend onderwijs’: “onderwijs waarin kennis, vaardigheden, waarden en idealen worden aangeboden waarmee leerlingen zich kunnen ontwikkelen tot kritisch denkende personen met een diversiteit aan kennis, vaardigheden en disposities of deugden om vorm te kunnen geven aan een goed leven.” (De Ruyter, 2019). Dat kan plaatsvinden in vakken zoals levensbeschouwing, maar als leerlingen alleen feitjes leren is er geen sprake van educatie.

Floreren als doel van opvoeding en onderwijs
Het ultieme doel van educatie is volgens De Ruyter dat leerlingen door vormend onderwijs in staat worden gesteld om een goed leven te kunnen leiden. Ze schetst twee interpretaties van het goede leven: een hedonistische (geluk, positieve emoties) en een eudaimonistische (capaciteiten ontplooien). De Ruyter sluit zich aan bij die tweede interpretatie van het goede leven en beschouwt ‘floreren’ als het doel van opvoeding en onderwijs. Ze omschrijft floreren als: “capaciteiten kunnen (blijven) ontplooien waarmee zij [leerlingen] een zinvolle en waardevolle invulling kunnen geven aan hun leven, dat wil zeggen dat zij activiteiten kunnen verrichten en relaties kunnen aangaan en onderhouden die zinvol en waardevol zijn.” (De Ruyter, 2019). Ze licht haar omschrijving in twee delen toe.

De ontplooiing van menselijke capaciteiten om een goede invulling te geven aan voor de mens kenmerkende levensdomeinen

In de uitleg van het eerste deel van haar omschrijving verwijst ze naar de filosoof Martha Nussbaum, die tien centrale menselijke capaciteiten onderscheidt, waaronder voorstellingsvermogen en relaties kunnen aangaan. Ook verwijst ze naar Deci & Ryan, die de drie basisbehoeften autonomie, competentie en relatie benadrukken. Volgens De Ruyter moeten leraren kijken naar de capaciteiten van leerlingen, om ze bevorderen, maar ook om te voorkomen dat ze niet worden gezien. Het ontwikkelen van capaciteiten is geen doel op zich, maar nodig om een goede invulling te geven aan levensdomeinen, zoals relaties, werk en vrijetijdsbesteding. Daarmee komt De Ruyter bij het tweede deel van haar omschrijving van floreren.

Een zinvolle en waardevolle invulling van levensdomeinen
Hier gaat het om het kunnen ondernemen van activiteiten en het aangaan van relaties in overeenstemming met eigen waarden en capaciteiten. Er bestaat een diversiteit in opvattingen van een waardevol leven, maar niet alle opvattingen zijn even waardevol. De Ruyter stelt twee grenzen:

  1. Dat mensen weinig van hun leven maken of gericht zijn op eigenbelang. De Ruyter verwijst hier naar het begrip ‘passende invulling’ van Susan Wolf: zinvolheid ontstaat als mensen dingen doen die niet alleen subjectief, maar ook objectief waardevol zijn. Voor het onderwijs betekent dit dat “leerlingen zouden moeten leren dat zij zich in hun activiteiten niet alleen op plezier of hun eigen belang richten, maar ook op buiten henzelf gelegen waarden.” (De Ruyter, 2019). Kunnen floreren vereist niet alleen negatieve vrijheid (niet belemmerd worden), maar ook positieve vrijheid: de mogelijkheid om een zinvol leven te leiden.
  2. Het floreren van anderen. Jouw eigen floreren mag het floreren van anderen niet schaden, en de samenleving moet aan minimale standaarden van rechtvaardigheid voldoen.

De bijdrage van vormend onderwijs aan een zinvol en waardevol leven
Naar haar uiteenzetting van het doel van educatie, vervolgt De Ruyter haar verhaal met een uiteenzetting over de bijdrage van vormend onderwijs aan de mogelijkheid dat alle leerlingen kunnen floreren. Specifieker: dat leerlingen een zinvol en waardevol leven kunnen leiden. Daartoe onderscheidt ze twee vormingsgebieden die corresponderen met de twee bovengenoemde grenzen aan opvattingen van een waardevol leven.

Levensbeschouwelijke vorming
De Ruyter wil een aantal vragen onderzoeken, zoals: welke spanningen ervaren leraren in de diversiteit van waarden en idealen? Voor welke waarden en idealen staan leraren zelf? Welke grenzen zijn er aan waarden en idealen in onderwijsinstituten? Volgens De Ruyter moeten leraren eraan bijdragen dat leerlingen al hun opvattingen kunnen uiten, ook als die anders zijn dan de meerderheid.

Morele burgerschapseducatie
De Ruyter verwijst hier naar Vertovec: Nederland wordt getypeerd als superdivers, dat wil zeggen: niet alleen etnische diversiteit, maar ook diversiteit in gender, sociale status, religie, enzovoort. Het voordeel van deze term is dat mensen niet met één aspect geïdentificeerd worden. Het nadeel is dat de nadruk ligt op verschillen: het wij-zij-denken ligt op de loer. Morele burgerschapsvorming gaat volgens De Ruyter over de omgang van burgers met elkaar, en de bijdrage van burgers aan het algemeen belang.

Dubbele blik en bruggen slaan
Ten aanzien van dat eerste noemt ze in lijn met de filosoof Iris Murdoch de bedreiging van het egoïsme. Ze voegt daar de bedreiging van de dominantie van sociale groepsidentiteit aan toe. Volgens De Ruyter moeten alle leerlingen leren om elkaar te zien met een dubbele blik: de ander zien als ander mens, dat wil zeggen: dezelfde als alle andere mensen, en tegelijk uniek. Die dubbele blik heeft invloed op het handelen. Bijbehorende deugden zijn: tolerantie, openheid van geest, nederigheid, geduld, compassie en ‘civility’.

Voor wat betreft de bijdrage van burgers aan het algemeen belang gaat het over het floreren van een rechtvaardige liberale democratie. Die kent dezelfde twee vijanden als de omgang van burgers met elkaar, namelijk eigenbelang en groepsidentiteit. Dit vraagt om het slaan van bruggen om gemeenschappelijke belangen te vinden.

De Ruyter noemt een aantal onderzoeksthema’s als het gaat om het floreren van een democratie, namelijk dat leerlingen burgers kunnen en willen worden (politieke efficacy), het inleiden in gedeelde democratische praktijken (is er een meer gevulde, gedeelde cultuur mogelijk in een diverse samenleving?), en ‘civic purpose’ (de intuïtie om aan de wereld bij te dragen door politiek of maatschappelijk handelen).

Het floreren van leraren
De Ruyter besluit door te stellen dat ze een bescheiden perceptie heeft ten aanzien van de invloed van vormend onderwijs. Er zijn ook ondeugden, zoals onverschilligheid of cynisme ten aanzien van wat vorming vermag.

In verwijzing naar Biesta stelt De Ruyter dat de invloed van vormend onderwijs voor een groot deel wordt bepaald door de leraar, en ze wijst dan ook op het belang van de voorbeeldfunctie van leraren. De leerstoel educatie wil er met hun onderzoek aan bijdragen dat leraren kunnen floreren.

Download hier de volledige tekst van de oratie

Maartje Janssens is verbonden aan de NIVOZ-denktank en actief voor het NIVOZ-podium. 

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief