Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Tijd voor pedagogiek

18 juni 2018

De oratie van Gert Biesta, Tijd voor pedagogiek, heeft veel indruk gemaakt. En tegelijkertijd is hij ook heel praktisch toepasbaar, zoals Amber Walraven laat zien in haar college over adolescentiepsychologie en pedagogiek, waarin ze aandacht vraagt voor het innerlijk van leerlingen en je rol als pedagoog. ‘Misschien vond je deze oratie fijn, misschien vond je het niks. Maar ik heb deze tekst juist bewust gekozen, omdat ik dat zag als mijn pedagogische taak, jullie blikveld verbreden. Je een wereld tonen, waarvan ik vind dat je je er toe moet verhouden.’

Op 7 november is het podium voor Amber Walraven, die ons mee zal nemen in een van haar passies, 'Leren door onderwijs te maken'. Kaarten (zolang de voorraad strekt!) voor deze avond bestel je via deze link!

Vandaag stond er weer een college Algemene Didactiek op het programma. Het onderwerp van deze (en het college van volgende week) is adolescentiepsychologie/pedagogiek. In deze blogpost wil ik jullie meenemen in de opzet van het college en wat ik er uit mee neem.

Ter voorbereiding van het college hebben de studenten een video bekeken over de hersenen van adolescenten, en een kort artikel gelezen, getiteld ‘het puberbrein ontrafeld’.

Ik begon het college met een gesprek dat gevoerd moest worden, maar dat verder niks te maken had met het onderwerp van het college. Ik vind overgaan tot de orde van de dag dan altijd moeilijk. Ik probeer door te vragen en rond te kijken in te schatten of het ‘moment’ daar is. Ik was dus meteen ‘achter op schema’… maar omdat ik het college niet volgepropt had en ruimte had, liet ik dat los.

Als eerste vroeg ik studenten twee vragen te beantwoorden via Mentimeter. ‘Wat is het belangrijkste doel van onderwijs?’ en ‘Wat is jouw belangrijkste reden om docent te willen worden?’ De resultaten deelde ik niet meteen (bewust). Ik bedankte ze, en gaf aan dat het nu even tijd was voor een “retrieval practice”. Dit zijn ze van me gewend, en ze weten waarom het werkt.

Die retrieval practice had ik deze keer echt heel erg gericht op ‘de buitenkant’: leren, cognitieve aspecten, geheugen, opbrengsten. Ik ga aan dat ik na afloop graag een kopie of foto van hun resultaten wilde ontvangen om ze er feedback op te geven. En terwijl de studenten daar mee bezig maken, kon ik de resultaten van de mentimeter bekijken en zien of mijn hoop waarheid zou worden. Ik hoopte dat bij doelen en redenen ook vooral aspecten als ontwikkeling, opvoeding, ontplooiing etc. te zien zouden zijn. Dit was deels het geval. Na de retrieval practice deelde ik de resultaten en vroeg studenten wat ze zagen: een soort tweedeling tussen kennis en ontwikkeling. Ik vroeg ze waar de retrieval erg over ging, en dat we het vandaag dus juist over die binnenkant en ontwikkeling gingen hebben.

Ik gebruikte hiervoor deze afbeeldingen.

Links de binnenkant van het Vrijheidsbeeld. Als je de oratie van Biesta kent, weet je denk ik wel waarom ik het Vrijheidsbeeld koos…. (En anders staat het hieronder….)

Ik vroeg ze een schema te maken in drie kolommen (wat begrijp ik nu, waar heb ik nog vragen over, waar wil ik mee over weten), te noteren wat de voorbereiding voor dit college ze had opgeleverd, en dit te zetten in die drie kolommen. Ik kondigde aan dat ze dit schema het hele college gingen bijhouden en dat ik aan het eind van het college een kopie of foto van het schema wilde ontvangen, om ze ook hier feedback (met oog op hun portfolio en zelfevaluatie) op te kunnen geven.

Vervolgens was het tijd voor korte gesprekjes in tweetallen, waarbij ik de samenstelling van die tweetallen steeds liet wisselen (door de mensen aan de ene kant van de tafel steeds een plekje op te laten schuiven). Ik bracht een onderwerp in en vervolgens volgde een gesprek van enkele minuten. Achtereenvolgens hebben de studenten het gehad over:
– hun schema
– waaraan zij denken als het gaat om de rol van de pedagoog en pedagogiek
– hoe zij zelf als leerling waren
– wat een belangrijk moment als leerling voor ze was in de omgang met docenten
– wat als leerling van invloed was op de kwaliteit van je relatie met je leraar

Ik hoorde tijdens de gesprekken al veel mooie conclusies over verschillen tussen hoe ze als leerling waren en de leerlingen die ze nu zien. Wat ze doen als docent waar ze vroeger zelf allergisch voor waren, etc.
Ik heb ze na het laatste gesprekje voor zichzelf op laten schrijven welke inzichten ze over zichzelf en anderen als leerling hebben opgedaan, en wat dat betekent voor hen als docent. Of ze al voorbeelden hebben van betekenisvolle momenten, wat ze graag willen ontwikkelen. Ook vulden ze het schema met de kolommen aan.

Na de pauze hebben we samen enkele passages uit de oratie van Biesta gelezen. Wat staat hier, wat betekent het, herken je iets? Wat is dan eigenlijk subjectificatie?
Er ontstonden mooie vragen over of dit iets was voor elke docent. Hoe dit in te bedden was als je gewoon (vaknaam) geeft. Of leerlingen hier wel op zitten te wachten. Hoe moeilijk het is dat leerlingen liever vloggers volgen, etc.
We hebben lang niet alles gelezen (ik had enkele passages gemarkeerd), maar dat is niet erg. Ik wilde ze kennis laten maken met deze thematiek en het is aan hen om daar iets mee te doen.

Zo heb ik het ook afgerond: ‘De kennis over de ontwikkeling van adolescenten (de voorbereiding op het college) is één, maar wat je er mee doet is twee. En dat moet je voor jezelf uitmaken. Hoe wil jij leerlingen begeleiden, en hoe ver ga je daar in. Past het bij je? Misschien vond je deze oratie fijn, misschien vond je het niks. Maar ik heb deze tekst juist bewust gekozen, omdat ik dat zag als mijn pedagogische taak, jullie blikveld verbreden. Je een wereld tonen, waarvan ik vind dat je je er toe moet verhouden. Daarom vraag ik jullie om naast de resultaten van de retrieval en je uiteindelijke schema mij ook aan te geven wat je n.a.v. dit college gaat doen. Dat kan praten met leerlingen zijn, lezen over pedagogiek zijn, het annoteren van een video die ik heb klaargezet, alles mag. Maar met deze thematiek (pedagoog zijn) moet je iets. Op korte of lange termijn.’

Ik denk dat ik de studenten wat concepten heb aangereikt en vragen heb gesteld waar ze mee verder kunnen. Volgende week gaan we door op dit thema. De voorbereiding is het opsturen van wat ze gedaan hebben dit college en wat ze er mee gaan doen (zoals eerder gezegd), en ik laat het college verder helemaal open. Er ontstaat vanzelf iets moois uit die resultaten. Ik ga gewoon samen met de studenten op zoek!

P.S. Ik heb enkele delen uit de oratie van Biesta besproken en ook heel veel niet. Ik raad je aan deze oratie eens te lezen.
Een passage die ik niet heb behandeld, maar die door de vragen van studenten toch wel besproken is, is deze:

“De vraag van de vrijheid is een existentiële vraag. Het is niet de vraag
hoe we zijn geworden wie we zijn, maar de vraag wat ik met mijn aldus
gevormde zelf ga doen. En ik zal daar zelf een knoop in moeten
doorhakken, omdat ik uiteindelijk de enige ben die mijn eigen leven
kan leiden; dat kan niemand anders voor mij doen en in precies die zin
is de vraag van de vrijheid existentieel, omdat hij verbonden is met
mijn bestaan, mijn existentie, wat, letterlijk genomen, mijn ‘uitstaan’
naar de wereld is. Terwijl het bij Bildung om individuering gaat – het
proces waardoor het menselijk organisme tot individu wordt, identiteit
verwerft en identificeerbaar wordt – gaat het bij de vraag van de
vrijheid om subjectificatie, dat wil zeggen, om het proberen te bestaan
als subject van eigen handelen, niet als object van machten en krachten
buiten ons. En dat is een uitdaging die nooit stopt.
Subjectificatie – om dat weerbarstige woord toch maar te gebruiken
– is daarom geen kwestie van het cultiveren van het individu tot individu,
maar is erop gericht kinderen en jongeren in relatie te brengen
met hun eigen vrijheid, om de kracht van die vrijheid te ontdekken,
om zichzelf in en aan die vrijheid te ontdekken, om te ontdekken dat
het hun vrijheid is, en om het verlangen in hen te wekken om zich op
een volwassen wijze tot hun eigen vrijheid te verhouden.”

Vandaar… het Vrijheidsbeeld.

Amber Walraven is universitair docent aan de Radboud Docenten Academie, onder meer binnen de minor Creative Educational Design.

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief