Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Reik die hand in gelijkwaardig pedagogisch partnerschap. Dan komt het met dat actieve burgerschap wel goed.

11 juni 2019

Hoe kun je als school en ouders samenwerken aan het creëren van een pedagogisch klimaat waarin leerlingen kunnen gedijen? Wat is daarvoor nodig? En waar levert het een bijdrage aan? Eveline Oostdijk - wetenschappelijk medewerker bij NIVOZ - neemt haar eigen rol en ervaring als ouder en de school van haar kinderen als vertrekpunt. En is op weg naar een pedagogische ‘civil society’, om in termen van Micha de Winter te spreken. Maar waar begint en eindigt dat? 'Reik die hand in gelijkwaardig pedagogisch partnerschap. Dan komt het met dat actieve burgerschap wel goed.' 

Jarenlang keek ik ernaar uit dat mijn kinderen de magische leeftijd van vier jaar zouden bereiken. De tijd dat je er om acht uur ‘s morgens al een halve dag op hebt zitten en twee uur later alle speeltuinen in de buurt hebt gezien, zou dan voorbij zijn. Eindelijk zou ik weer tijd voor mijzelf hebben, misschien zelfs kunnen gaan sporten of – who knows – een leuke hobby nemen. Niets bleek minder waar. Begrijp me niet verkeerd, ik vind de basisschoolperiode enig. Maar wat heb ik het druk: luizenpluizen, wc-rollen verzamelen, bibliotheekboeken heen en weer brengen. Mee op schoolreis. De paasdoos, het kerstdiner, sinterklaassurprises. Juffendag. En daarbij ben ik ook nog klassenmoeder.

In de literatuur vallen dergelijke activiteiten onder de term ouderparticipatie. De school doet beroep op de ouders voor ondersteuning bij allerlei praktische zaken in en om de school. Ook zitting nemen in de medezeggenschapsraad of een ouderraad wordt gezien als ouderparticipatie.

Maar van ouders wordt meer gevraagd. Zo moeten zij topografie overhoren, voorlezen en helpen spreekbeurten voorbereiden. Ze houden de ontwikkeling van hun kinderen goed bij en praten over de voortgang tijdens de tien-minutengesprekken. Deze vorm van ouderbetrokkenheid wordt educatief partnerschap genoemd. Een centraal uitgangspunt is dat deze vorm van samenwerking tussen ouders en school een belangrijke bijdrage levert aan de schoolprestaties van leerlingen.

Een laatste vorm van ouderbetrokkenheid heeft betrekking op het creëren van een gezamenlijk opvoedklimaat. De uitspraak ‘It takes a village tot raise a child’, geeft aan dat de opvoeding van kinderen geen individuele, maar een gemeenschappelijke aangelegenheid is. Hoogleraar Micha de Winter noemt zo’n omgeving ook wel de pedagogische ‘civil society’. Zijn onderzoek laat zien dat ouders en kinderen een stimulerende en ondersteunende sociale omgeving nodig hebben, waarin zij volop kunnen participeren (RMO, 2013). Het gaat hier om pedagogisch partnerschap: hoe kun je als school en ouders samenwerken aan het creëren van een pedagogisch klimaat waarin leerlingen kunnen gedijen? Wat is daar voor nodig? En waar levert het een bijdrage aan?

Ik geef een voorbeeld. Op de basisschool van mijn kinderen wordt gewerkt met de uitgangspunten van De Vreedzame School. Dit programma beschouwt de klas en de school als een leefgemeenschap, waarin kinderen een stem krijgen en leren wat het betekent om een democratisch burger te zijn (Pauw, 2018). Zo levert het programma een bijdrage aan actief burgerschap. In dit kader hebben we met een aantal ouders een ouderstuurgroep opgericht om vanuit deze uitgangspunten met de school en met elkaar samen te werken op het gebied van het pedagogisch klimaat. Wat houdt dit concreet in? We hebben een plek gemaakt waar we als ouders kunnen praten over 'waartoe we opvoeden'. We organiseren een ouderavond rondom een opvoedthema, we gaan met leerlingen naar de moskee en maken de Vreedzame School meer bekend onder de ouderpopulatie. We laten zien hoe je jezelf in kunt brengen als lid van de gemeenschap en nodigen anderen daartoe uit. We zijn een afspiegeling van de diverse schoolpopulatie en gaan daarover met elkaar in gesprek. In meer abstracte termen zou ik zeggen: we leven democratie voor.

Uit onderzoek blijkt dat naarmate leerlingen ouder worden, school en ouders minder met elkaar communiceren en samenwerken (Vries, 2010). De onderwijsraad stelt (2010) dat in het middelbaar onderwijs en hoger beroepsonderwijs ouders eigenlijk een vergeten groep zijn gaan vormen. Als we in het onderwijs willen inzetten op 'actief burgerschap' dan is een goede samenwerking met ouders daarin een belangrijke voorwaarde, juist als kinderen ouder worden en naar de middelbare school gaan. Deze samenwerking moet zich dan niet beperken tot het leerproces van de leerling, maar moet zich juist richten op het gezamenlijk creëren van een gemeenschap, een pedagogische civil society.

Dit pedagogische partnerschap vraagt een investering van beide kanten. Zo zouden ouders zich best meer mogen laten horen. Ze kunnen met elkaar praten over de vraag welke waarden voor hen centraal staan en hoe ze daar gehoor aan kunnen geven in de school. Zij kunnen zichzelf de vraag stellen wat voor burgers zij willen dat hun kinderen worden. En wat zij daarin willen betekenen voor de school en voor elkaar. Aan scholen de opdracht na te denken over wat zij belangrijk vinden, en hoe ze zouden willen samenwerken met ouders. En dan voorwaarden scheppen. Drempels wegnemen. Lef tonen, door kwetsbaar te zijn.

Reik die hand en verenigt u in gelijkwaardig pedagogisch partnerschap. Dan komt het met dat actieve burgerschap wel goed.

Dit artikel verscheen in het juni-nummer van VanTwaalf tot Achttien, dat het thema 'Burgerschap of de kunst van het samenleven' droeg en is met toestemming overgenomen.

Eveline Oostdijk is wetenschappelijk medewerker bij stichting NIVOZ.

(foto: Donnie Brzuska, US Coast Guard)

 

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief