Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Praten met een mogelijk mishandeld kind

8 februari 2019

 

Een meisje uit groep 6 komt standaard te laat op school, omdat haar moeder niet uit bed kan komen. Een jongetje uit groep 4 barst in huilen uit als de leerkracht vertelt dat hij even met zijn ouders over zijn leesniveau wil praten. Soms begint een kind zelf te vertellen over problemen thuis, soms zijn er andere signalen die je opvangt. Hoe kan je hier als leerkracht op reageren? Een artikel van de hand van Edith Geurts, afkomstig uit Augeo Magazine.

De aanleiding om met een kind te willen praten over mogelijke mishandeling kan uiteenlopen. Soms begint een kind zelf te vertellen over zijn problemen thuis. Soms is het een opmerking die een kind ‘tussen neus en lippen door’ maakt die je aan het denken zet.

Andere kinderen kiezen een omweg en schrijven een opstel of maken een tekening waarbij je vraagtekens plaatst. En weer andere kinderen zenden allerlei signalen uit die je een sterk ‘niet-pluisgevoel’ geven.

Of het kind direct of indirect vertelt over thuis, het heeft een grote stap gezet en geprobeerd angst, loyaliteit en schaamte opzij te zetten. Om te voorkomen dat het weer in zijn schulp kruipt, is een positieve en ondersteunende reactie essentieel.

Een meisje komt altijd te laat

Een leerkracht van groep 6 heeft een meisje in de klas dat de laatste tijd heel vaak te laat op school komt. Ze brengt ook haar zusje uit 3 eerst naar haar klas. De leerkracht spreekt het meisje er na schooltijd even op aan: ‘Laura, het valt me op dat je zo vaak laat bent, deze hele week was je nog niet op tijd. Hoe komt dat?’ Laura antwoordt dat haar moeder nog in bed lag en dat haar zusje zich niet aan wilde kleden, dus dat ze daar druk mee was. De leerkracht zegt: ‘Goh, dat is lastig voor je. Toch vind ik het belangrijk dat jij en je zusje op tijd op school komen. Hoe zouden we daarvoor kunnen zorgen?’ Laura vertelt dat mama de wekker niet hoort en dat het ook niet helpt als Laura haar probeert wakker te schudden. De leerkracht: ‘Dat moet wel moeilijk voor je zijn, voor jezelf en voor je zusje zorgen. Vind je het goed als ik hier een keer met je moeder over praat? Zodat we samen kunnen bedenken hoe we dit kunnen oplossen?’

Creëer een veilige en rustige sfeer

Voor mishandelde kinderen is het vertrouwen in volwassenen niet (meer) vanzelfsprekend. Daarom is het belangrijk aandacht te besteden aan veiligheid en geborgenheid. Een kind dat zich op zijn gemak voelt is immers eerder geneigd te vertellen over wat hem bezighoudt.

Een veilige en rustige sfeer creëer je door het kind het gevoel te geven dat je tijd voor hem hebt. Je houding straalt respect, bescheidenheid en belangstelling uit. Dat geeft het kind ruimte om zelf met iets te komen.

Het tempo van het kind is bepalend

Het tempo van het kind is bepalend en als het kind weinig of niets wil vertellen is dat ook goed. Vertrouwen kun je niet afdwingen, een gevoel van veiligheid ook niet. Door te communiceren op ooghoogte hef je het verschil in lengte op, waardoor het kind makkelijker zal vertellen. Het is wel belangrijk dat het kind de mogelijkheid heeft om weg te kijken: een (mishandeld) kind communiceert over het algemeen niet graag rechtstreeks frontaal en kan dat maar kort verdragen.

Aansluiten bij de belevingswereld

Contact maak je door aan te sluiten bij de belangstelling, gedachtewereld, gevoelswereld en manier van communiceren van het kind. Het kind moet voelen dat je echt wilt weten hoe het met hem is en dat je hem serieus neemt. Het gesprek moet geen ondervraging worden, maar een praatje over allerlei zaken. Laat het kind zelf zijn verhaal vertellen, stel geen sturende vragen en probeer niet naar de waarheid te zoeken.

Drempel verlagen

Het kan voor het kind bedreigend zijn om echt te gaan zitten voor een gesprek. Kinderen vinden de intensiteit van een moeilijk gesprek vaak heel onaangenaam. Zij beginnen dan ook vaak over iets belangrijks als je net iets anders aan het doen is of op het punt staat om naar huis te gaan. Voor het kind is dat een prettige situatie, omdat de volwassene dan niet te sterk op hem gericht is.

Samen iets met een kind doen kan de drempel verlagen: samen een tekening maken, een balletje trappen, een wandelingetje maken of een spelletje doen kan kinderen helpen om zich te uiten. Een gesprek over mishandeling, misbruik of verwaarlozing is spannend. Als kinderen iets doen, neemt de spanning af. Bij beide gesprekspartners!

Het is ook belangrijk het kind niet onnodig of onverwacht aan te raken – zeker als het kind vertelt over nare ervaringen is de neiging groot een troostende arm om hem heen te slaan. Maar voor mishandelde kinderen kan dat heel bedreigend zijn en juist averechts werken.

Onder woorden brengen

Volwassenen zijn in hun communicatie erg gericht op taal. Zij zijn geneigd te denken dat, zodra kinderen in staat zijn woordjes te zeggen, zij ook in staat zijn de vragen die hen bezighouden uit te spreken. Zeker totdat kinderen 10 jaar oud zijn is dat niet het geval. Hun taalbeheersing loopt tot die tijd achter met hun mentale ontwikkeling.

Als kinderen nog geen woorden hebben voor wat hen overkomt, kunnen zij soms tot verrassende taalvondsten komen. Dat kan heel verwarrend zijn, omdat je niet altijd weet wat het kind bedoelt. Zeker voor seksuele handelingen hebben kinderen vaak andere woorden dan volwassenen: kinderen hebben daarvoor nog geen referentiekader.

Een seksueel misbruikt kind kan bijvoorbeeld praten over ‘een stok of mes in mijn billen’ of over ‘een pleister op mijn buik’ als het sperma bedoelt.

Behalve dat het hen soms aan de woorden ontbreekt kunnen kinderen nodig hebben om in metaforen te spreken. Omdat sprookjes en metaforen bij hun ontwikkelingsleeftijd past of omdat de werkelijkheid te aangrijpend of angstaanjagend is.

Ruzie tussen ouders

Bram zit in groep 4 en zijn ouders zijn onlangs gescheiden. Hij loopt wat achter met lezen en de leerkracht zegt dat hij graag even met zijn ouders overlegt om te kijken of hij thuis wat extra kan oefenen. Waarop Bram in huilen uitbarst en zegt dat de leerkracht dat echt niet mag doen, omdat zijn ouders dan weer ruzie over hem krijgen en dat hij dan bang wordt. De leerkracht zegt: ‘Dat is naar voor je zeg, gebeurt het vaak dat ze ruzie hebben over jou?’ Bram zegt dat ze altijd ruzie hebben over hem en dat ze dan schreeuwen en allebei zeggen dat zij de baas over hem zijn en dat hij dan helemaal in de war raakt. De leerkracht laat Bram even uithuilen en uitrazen en vertelt hem dan dat de ouders allebei verantwoordelijk voor hem zijn, maar dat het vervelend is dat ze daar ruzie over maken. De leerkracht zegt ook dat hij beide ouders, afzonderlijk van elkaar, wil uitnodigen voor een gesprek, om het over de leesoefeningen én over de ruzies te hebben. En vraagt Bram of hij dat akkoord vindt.

Let op de non-verbale communicatie

Taal is maar een klein onderdeel van communicatie tussen mensen. Ook in houding, gezichtsuitdrukkingen, gebaren, intonatie, toonhoogte, oogcontact en reacties op aanraken geven veel informatie over wat een kind eigenlijk willen zeggen. Maak gebruik van die informatie. En zet die zo nodig om naar woorden.

Vat wat je bijvoorbeeld opmaakt uit de lichaamshouding samen in je eigen woorden. Zo check je of wat je ziet klopt, krijg je veelal meer informatie én voelt het kind zich gehoord en gezien.

Geef geen waardeoordelen

Kinderen zijn meesters in het aanvoelen van sfeer. Ze voelen haarfijn aan of iemand moeite heeft met wat zij vertellen en of iemand oprecht is. Je houding en wat je zegt moeten met elkaar in overeenstemming zijn. Anders klappen kinderen weer dicht, omdat het niet veilig is bij jou.

Ook is het belangrijk rustig te reageren. Heftige emoties, zoals verontwaardiging of boosheid, kunnen kinderen afschrikken. Kinderen in het algemeen en mishandelde kinderen in het bijzonder zijn vaak extra gevoelig voor dergelijke emoties. Die voelen ze thuis immers ook.

Daarnaast is het belangrijk geen waardeoordelen over ouders te uiten: deze kunnen het loyaliteitsconflict van kinderen versterken. Het kind zal dan ouders in bescherming nemen en zijn verhaal af zwakken.

Beloof geen geheimhouding

Het is van belang er in een eerste gesprek bij stil te staan dat kinderen vaak niet meteen alles durven te vertellen of geneigd zijn zaken af te zwakken. Soms willen kinderen pas iets vertellen als een beroepskracht belooft het niet verder te vertellen.

De toezegging van geheimhouding kan je voor een groot dilemma plaatsen. Als de situatie namelijk zo ernstig is dat anderen ingeschakeld moeten worden, moet je het vertrouwen van het kind schenden óf je bent medeplichtig aan het in stand houden van een schadelijke situatie.

Geheimhouding kun je dus niet beloven. Wel kun je toezeggen dat je geen stappen onderneemt zonder dat je deze eerst met het kind bespreekt.

‘Het is niet jouw schuld’

Mishandelde kinderen hebben vaak last van schuldgevoelens. Maak dat niet belachelijk, pak het ze niet af. Het is heel verleidelijk om te zeggen dat iets niet zijn schuld is. Maar het kan voor het kind een onbewuste bescherming zijn: ‘Als het mijn schuld is, doe ik het de volgende keer anders en dan gebeurt het niet!’

Onderzoek juist het schuldgevoel: ‘Waarom vind je dat het jouw schuld is, heb je daar woorden voor?’ En gun ze de tijd om een antwoord te zoeken, overlaad ze niet met woorden.

Vertel wat je gaat doen

Aan het einde van het gesprek moet het kind het gevoel hebben dat het goed is geweest dat hij over zijn problemen thuis heeft gepraat. Het kind gerust stellen en waardering uitspreken voor het feit dat het over zijn problemen gesproken heeft, zijn dus belangrijk.

Bovendien vertel je wat je verder van plan bent te gaan doen. Op die manier weet het kind dat je niets achter zijn rug om zal doen. Omdat het gesprek veel losgemaakt kan hebben, is het van belang het kind te laten merken dat het nogmaals met je kan komen praten. Steun blijft belangrijk.

Luister!

Vertrouw erop dat kinderen hun verhaal willen vertellen als ze zich veilig voelen en als ze de woorden vinden. Laat je eigen agenda los en luister naar het kind!

Edith Geurts is Expert Veilig opgroeien bij Augeo Foundation en hoofdredacteur van Augeo magazine.

Dit artikel is afkomstig uit Augeo Magazine, een online tijdschrift over veilig opgroeien. Via opiniërende bijdragen, ervaringsverhalen, interviews en columns stimuleren se de discussie over en maatschappelijke betrokkenheid bij kindermishandeling. Augeo magazine verschijnt minimaal vijf keer per jaar, is gratis en volledig online te lezen.


Bronnen:

Delfos, M (2008): Luister je wel naar mij? Gespreksvoering met kinderen tussen vier en twaalf jaar. 13e druk Amsterdam: SWP.

Rensen, B. (2009) Gespreksstof: Praten met een mogelijk mishandeld kind. Tijdschrift Kindermishandeling. Jrg.2, nr.1 p.40-41.

Dit artikel is eerder verschenen in Augeo Magazine, TKM over onderwijs. Praten met ouders & kinderen https://www.augeomagazine.nl/nl/magazine/5011/719295/inhoudspagina.html

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief