Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Polarisatie? Leraren maken een verschil

9 januari 2019

Tussen de flats in de Utrechtse wijk Overvecht staat de openbare basisschool Overvecht. De school kent veel leerlingen met een migratie-achtergrond. Er vinden tussen enkele leerlingen helaas nog conflicten plaats rondom discriminatie. Leerkracht Margreet van der Velden beschrijft theorie over polarisatie die bruikbare handvatten kan opleveren. Het hele artikel hierover is op het Platform voor Praktijkontwikkeling gepubliceerd.
 

Hij komt naast de leerkracht zitten, op de zandbakrand. De zon schijnt en er zijn geen conflicten of valpartijen, waardoor er tijd is om verder te praten, gewoon tussen het geroezemoes van spelende kinderen door. Hij tekent in het zand, terwijl hij vertelt. Hij pakt het gesprek op dat in de klas ontstaan is en nu individueel een vervolg krijgt. ‘Soms word ik na schooltijd op het pleintje gediscrimineerd,’ vertelt hij. ‘Of op bijles, omdat ik daar de enige Turk ben. Dan schelden ze met ‘vieze Turk’.’ ‘En dan?’ ‘Dan niks,’ hij schopt een tak weg en haalt zijn schouders op. ‘Dan loop ik naar huis.’ Hij is even stil, gaat dan toch verder: ‘Of ik scheld terug. Dat is dan hun eigen schuld. En ik heb tegen mama gezegd dat ik niet meer naar bijles ga.’

De dynamieken van polarisatie

Brandsma (2016, pp. 17-25) benoemt polarisatie als wij-zij denken en geeft daarnaast aan dat polarisatie drie wetmatigheden kent:

  1. Het is een gedachtenconstructie; het gaat over alles wat er bedacht wordt over het ‘wij’ en het ‘zij’. Dit kan zowel positief als negatief zijn en gaat altijd over de identiteit van de ander.
  2. Polarisatie kan niet zonder brandstof; bij polarisatie zijn uitspraken over de identiteit van de ander de brandstof.
  3. Bij polarisatie gaat het om een gevoel; feiten en redelijkheid hebben maar een beperkte rol, veel meer speelt wat men ‘voelt’ en dit is onvoorspelbaar en niet redelijk.

Handvatten voor depolarisatie

Brandsma (2016, pp. 82-103) beschrijft vier aangrijpingspunten om tot depolarisatie te komen, hier direct vertaald naar de rol van de leerkracht.

  1. Verander van doelgroep: Polarisatie neemt toe op het moment dat de middengroep kleiner wordt. Andersom geldt hetzelfde: depolarisatie bereik je door de genuanceerde middengroep in aantal toe te laten nemen. Dit betekent dat een leerkracht oog en oor moet hebben voor leerlingen die zich in het midden bevinden en hen moet aanspreken of bevragen.
  2. Verander van onderwerp: Zolang er brandstof over de identiteit van een ander geleverd wordt, neemt de polarisatie toe. Brandsma pleit er daarom voor om niet standpunten ter discussie te stellen, maar in plaats daarvan vraagstukken centraal te stellen die niet een beroep doen op identiteit, maar op loyaliteit: “Hoe kunnen we banden verstevigen die we nodig hebben om onze gezamenlijke doelen te halen?” (Brandsma, 2016, p 86). Een leerkracht moet daarom in staat zijn om de discussie of het gesprek zo te draaien dat niet langer de identiteit van de ander (of zichzelf) centraal staat.
  3. Verander van positie: Iemand die een leidende rol heeft (de leerkracht), moet zich in het midden opstellen en niet als bruggenbouwer ‘boven’ beide polen hangen om zo nuances over de identiteit van de ander te leveren (= brandstof). Depolarisatie wordt juist bereikt als de leerkracht in het midden gaat staan, geen oordeel uitspreekt en de juiste leerlingen aanspreekt en naar hen luistert. 4. Verander van toon: Om tot depolarisatie te komen, moet een leerkracht niet moraliseren. Een leerkracht moet zonder te oordelen en vanuit oprechte interesse vragen stellen. Vragen die de positie van leerlingen erkent en vraagt hoe de ander hierin staat, hoe hij/zij geraakt wordt in deze situatie.

Daarnaast beschrijft Brandsma (2016, pp. 26-42) vijf rollen die zichtbaar worden in polarisatie:

  • Rol 1: De pusher - Dit is iemand die brandstof levert voor polarisatie en iets zegt over de identiteit van de tegenpool. Hierin gaat het altijd om zwart-wit denken. Nuances zijn er niet.
  • Rol 2: De joiner - Dit zijn de mensen die partij kiezen voor een van de twee polen. Ze zijn echter minder extreem dan de pusher en zijn het in meer of mindere mate met de pusher eens.
  •  Rol 3: De silent - Dit zijn mensen uit de middengroep, mensen die geen partij kiezen. Dit kan vanuit onverschilligheid, maar ook omdat iemand genuanceerd de zaak bekijkt. Deze mensen kiezen ervoor om niet mee te doen aan de polarisatie. De pusher probeert vooral deze groep mensen te bereiken en van hen ‘joiners’ te maken.
  • Rol 4: De bruggenbouwer -  Deze persoon wil een eind brengen aan polarisatie en wil nuances aanbrengen om extremen te verzachten, maar levert daarmee onbedoeld brandstof over de identiteit van de ander en wakkert polarisatie aan.
  • Rol 5: De scapegoat (zondebok) - Een zondebok wordt gezocht op het moment dat de polarisatie toeneemt en de groep joiners groter wordt. De middengroep wordt kleiner en op een gegeven moment staan twee groepen lijnrecht tegenover elkaar. Dit kan in extreme gevallen leiden tot uitsluiting, geweld en (burger)oorlog. De zondebok wordt meestal gevonden in de middengroep of bij de bruggenbouwers. Juist zij die geen kant kiezen, lopen gevaar om als schuldige aangewezen te worden.

Sinds 2015 is elke school volgens de wet Veiligheid op school (Rijksoverheid, 2016) verplicht tot het voeren van een sociaal veiligheidsbeleid. Sociale veiligheid wordt hierbij omschreven als een situatie waarin “een school veilig is als de psychische, sociale en fysieke veiligheid van leerlingen niet door handelingen van anderen wordt aangetast” (Rijksoverheid 2016). Broersen, Ossenblok, & Montesano Montessori (2015) formuleren het positief, waarbij sociale veiligheid wordt gezien als het hebben van vertrouwen in zichzelf en anderen in een situatie, waarbij in interacties wederzijdse verbondenheid wordt gerespecteerd, met kwetsbaarheid als bron. Zij geven vervolgens aan dat het belangrijk is deze kwetsbaarheid te erkennen en niet in te perken met regels of protocollen. Ook Brown (2013/2012, pp. 41, 42) wijst op het belang van kwetsbaarheid, waarin zij kwetsbaarheid definieert als het trotseren van onzekerheden, het nemen van risico’s en je emotioneel bloot kunnen geven. Zij stelt dat kwetsbaarheid de kern is van alle emoties en mensen in staat stelt om positieve en negatieve ervaringen te kunnen voelen en ervan te leren. Wederzijdse verbondenheid valt echter weg daar waar polarisatie of discriminatie leerlingen tegenover elkaar zet. Andersom geldt dat de handvatten tot depolarisatie de sociale veiligheid op school kunnen bevorderen. Het lijkt geen toeval dat de vier bovengenoemde aangrijpingspunten voor depolarisatie vrijwel parallel lopen aan de hierboven geschetste begrippen van ‘wederzijdse verbondenheid’ en ‘kwetsbaarheid’ in de definitie van sociale veiligheid. Zo kan er door te veranderen van onderwerp (van identiteit naar loyaliteit) ingezet worden op wederzijdse verbondenheid door te focussen op gezamenlijke belangen. En het gebruik van de juiste toon (niet moraliserend, maar oprecht vragend) door de leerkracht vanuit de middenpositie, heeft alles met kwetsbaarheid te maken; waarin risico’s genomen worden en leerlingen en leerkracht uitgedaagd worden zich emotioneel bloot te geven.

Lees hier meer.

 

Margreet van der Velden (1987) woont en werkt met veel plezier in de Utrechtse wijk Overvecht. Ze werkt sinds 2012 op de Openbare Basisschool Overvecht, waar ze les geeft aan groep 6. Tijdens de mastermodule sociale veiligheid aan het seminarium voor orthopedagogiek (Hogeschool Utrecht) verdiepte ze zich in 2017 in het thema polarisatie en maakte daarbij de vertaalslag naar het dagelijks handelen in de klas.

 

Literatuur

Brandsma, B. (2016). Polarisatie. Inzicht in de dynamieken van wij-zij denken. BB in de media.

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief