Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Pedagogische omwenteling: Jonathan, de eerste leerling die me echt tot wanhoop bracht, begint te vertellen.

13 juni 2018

Dat wat Luc Stevens en Gert Biesta hebben bewerkstelligd voor het onderwijs, noemt natuurkundeleraar Dick van der Wateren een ‘pedagogische omwenteling’. Stevens keerde het idee van ‘lastig gedrag’ om naar de vraag: wat heeft dit kind nu van mij nodig? En Biesta pleitte in zijn oratie voor een ‘flipped curriculum’, dat begint bij aandacht voor het persoon-willen-zijn van de leerling. Het brengt Dick bij zijn onderwijspraktijk. Onder andere bij Jonathan, op wiens storende gedrag hij zich blindgestaard had. Tot dat profielwerkstuk.

Op donderdag 7 juni was Dick, samen met onderwijskundige Dominique Sluijsmans (boek Toetsrevolutie) te gast bij BNR Nieuwsradio. Onderwerp was het eindexamen, maar beiden brachten het gesprek naar formatief toetsen (toetsen om te leren), naar de pedagogische relatie tussen leraar en kind, en naar onderwijs als opvoeding tot volwassenheid. Het gesprek ‘Het eindexamen heeft te veel gewicht’ is hier terug te horen en te zien. 

Luc en Gert zijn verantwoordelijk voor een pedagogische omwenteling die op steeds meer scholen zichtbaar wordt. De noodzaak van die omwenteling wil ik illustreren met twee anekdotes. De eerste dateert van een jaar of acht geleden en gaat over een situatie waarvoor ik me nog steeds schaam. Het verhaal staat ook in mijn boek Verwondering.

Met afstand de lastigste leerling
Jonathan en Mees zijn twee leerlingen die ik les gaf in 5 havo en die ik begeleidde bij hun profielwerkstuk, waarvoor ze een hovercraft hadden gebouwd. Deze twee jongens waren met afstand de vervelendste leerlingen die ik ooit heb gehad. Vooral Jonathan kon me tot het uiterste tergen. Bij een practicum andere leerlingen natspuiten of met kluiten aarde bekogelen. Jonathan, de eerste examenleerling die me af en toe echt tot wanhoop bracht met zijn gedrag in de klas. Ik word nooit echt kwaad op leerlingen, maar bij hem zat ik er dichtbij. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Waarom ze juist mij als begeleider hadden gekozen weet ik nog steeds niet.

Het verslag van hun profielwerkstuk was, tegen al mijn verwachtingen in, perfect. Ik kon haast niet geloven dat ze hun ontwerp helemaal zelf hebben uitgevoerd. Het is nogal gecompliceerd en ze hebben hun ontwerp meerdere malen uit elkaar gehaald, veranderd en weer in elkaar gezet. Daarmee moeten ze ver over de 80 uur zijn gegaan die voor een pws staat. Ongelofelijk. Jonathan en Mees!

Op het moment dat ze met hun hovercraft het lokaal binnenkomen, ben ik verkocht.

Het ontwerp is perfect. Eén motor blaast het luchtkussen op, de andere zorgt voor de voortstuwing en het apparaat is radiografisch bestuurbaar. Jonathan vertelt dat hij als klein jongetje al zenders en ontvangers bouwde waarmee hij auto’s en vliegtuigen kon besturen. Ik kan niet anders dan de jongens een 10 geven voor hun werkstuk. 

Voor me staan twee totaal andere jongens dan ik in de klas meemaak. In de weken erna breek ik mijn hoofd over de verandering die ik heb gezien en ik besluit hen voor een gesprek uit te nodigen. 

Mijn les: vraag het de leerling
Vooral Jonathans verhaal maakt veel indruk. Hij vertelt dat hij al vanaf de basisschool gefrustreerd in de klas zit. In groep 3 mocht hij van de juf niet meer met blokken spelen omdat hij daar te groot voor was. Thuis bouwde hij allerlei ingewikkelde constructies, bruggen en torens. Daar begon de woede, die in de loop van de jaren op de basisschool en de middelbare school steeds groter werd. Later, in groep 6, mocht hij niet met de elektronicadoos van groep 8 spelen, omdat hij daar te klein voor was. Thuis had hij inmiddels zijn eerste radio al gebouwd en hij begreep niet waarom hij dat op school niet mocht doen. 

Op de middelbare school werd het voor zijn gevoel nog erger. Lesstof die hij allang snapte werd klassikaal eindeloos uitgekauwd. En aan dingen die hij interessant vond werd geen tijd besteed. Zonder veel moeite haalde hij behoorlijke cijfers en hij ging ook steeds over. Maar waar hij niet tegen kon en waar hij steeds kwader over werd, was het gevoel niet serieus genomen te worden. Om te voorkomen dat zijn gedrag hem nog meer problemen opleverde dan het al deed, ontwikkelde hij de gewoonte tot diep in de nacht elektronica te bouwen. Dan was hij ‘s ochtends zo moe dat hij weinig last gaf in de klas.

Tijdens zijn verhaal bekruipt me een steeds groter gevoel van schaamte. Ik heb in de twee jaar dat hij in mijn klas zat, niet gezien wat deze jongen nodig heeft en me blindgestaard op zijn storende gedrag.

Ik heb er veel van geleerd en sindsdien vraag ik me, nog meer dan ik al geneigd was, af waaróm een leerling zich lastig gedraagt. Er is altijd een reden of een oorzaak. En zodra ik die vraag stel is de volgende stap heel simpel: vraag het de leerling. En dan niet beschuldigend of confronterend, maar oprecht belangstellend. Buitengewoon leerzaam.

Een danseres van 7
De tweede anekdote is recenter. Dit voorjaar maakte ik kennis met een meisje van zeven dat samen met haar oma bij ons op de steiger op bezoek was. Toen we elkaar een hand gaven, vroeg ik haar: “Dans jij?” Het was mij meteen opgevallen dat ze bewoog en stond als een danseres. Dat klopte. Ze vertelde dat ze al vanaf haar vierde op dansles was en dat ze het allerliefste danseres wilde worden.

Toen we even alleen waren — haar oma was even naar het schip van haar vriendin en mijn vrouw was bij ons aan boord om wat te eten te halen — raakten we aan de praat over de boeken die ze las en over haar dansen. Terwijl ze sprak was ze voortdurend in beweging en af en toe maakte ze — tussen twee zinnen — een radslag. Gewoon, omdat ze daar even zin in had. In de loop van ons gesprek werd me ook duidelijk dat ze heel slim was en een enorm brede belangstelling had.

Tijdens het eten vertelde haar oma dat de juf op school niet goed raad wist met onze danseres. Aan moeder had ze het advies gegeven met het kind naar een psycholoog te gaan. Volgens haar had ze adhd en zou ritalin moeten hebben. Wij waren het er aan tafel over eens dat zoiets grenst aan kindermishandeling: het kind aanpassen aan het systeem omdat het niet in staat is lange tijd aan een tafeltje stil te zitten, maar af en toe de behoefte heeft om te bewegen, even te dansen of een radslag te maken. Tegelijkertijd is ook duidelijk dat veel leraren en opvoeders het moeilijk hebben met kinderen die niet passen in het stramien, of die het stramien in twijfel trekken.

Flipped curriculum: aandacht voor persoon-willen-zijn
Hier komen we aan een paar begrippen die Luc en Gert ons hebben geschonken. Om te beginnen: pedagogische tact. Voor leerkrachten die worstelen met kinderen die zich niet gedragen volgens het beeld dat zij hebben van normale leerlingen, kan het helpen de vraag te stellen: “Wat heeft dit kind — nu — van mij — nodig?” Die vraag draait de verhouding om. Het kind is niet het probleem, maar de situatie waaraan het gedwongen wordt zich aan te passen. Het is ook een vraag aan het systeem, dat kinderen in een keurslijf dwingt.

Dat sluit aan bij Gerts pleidooi voor een flipped’ curriculum, dat begint bij aandacht voor het persoon-willen-zijn van de leerling,” dat hij uitsprak in zijn oratie op 11 april. In dit voorbeeld gaat het om een zevenjarige leerling die danseres wil zijn, een ideaal uitgangspunt om het kind verder te helpen in haar ontwikkeling – persoonlijk, sociaal en cognitief.

 

Dick van der Wateren is docent op het Eerste Christelijk Lyceum in Haarlem. Daarnaast heeft hij jarenlange ervaring als wetenschapper (geologisch onderzoek o.a. op Antarctica en in Afrika) en wetenschapsvoorlichter. Hij is betrokken bij tal van onderwijsvernieuwende praktijk- en gesprekskringen. Dick is ook opgeleid tot filosofisch practicus, en leidt op Amsterdam IJburg de filosofische praktijk "De Verwondering".

 

 

Delen:
0

Reacties

0
Je moet inloggen om te kunnen reageren
Er zijn nog geen reacties
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief