Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Onderwijsgeluk

8 juni 2020

Als bovenbouwleerkracht op OBS De Vlieger in Schoonhoven voelt Janneke de Koster zich verantwoordelijk voor wat zij noemt ‘het onderwijsgeluk’ van haar leerlingen. ‘Iedereen hoort erbij en mag er zijn. Bij een conflict krijg je de kans om er samen uit te komen. Als ieder kind zich veilig voelt, plukt de hele groep daar de vruchten van.’ Dus stuurde Janneke een met stoelen smijtende leerling niet meteen naar huis, maar herstelde in haar tempo het contact met het meisje. ‘Daarna is ze nooit meer door het lint gegaan.’

‘Een paar jaar geleden heb ik twee keer een traject Pedagogische Tact gevolgd: eerst een open traject, dus met collega’s van andere scholen die zich individueel hadden ingeschreven en daarna een traject bij ons op school met mijn eigen collega’s. Twee heel fijne ervaringen. Ik heb geleerd om dingen die ik voorheen intuïtief deed, bewuster in te zetten en ik kan er nu beter woorden aan geven. Ik heb toen met mezelf afgesproken, dat ik de verantwoordelijkheid wil en moet nemen voor het onderwijsgeluk van mijn leerlingen.

Ik kom nu op een punt waarbij ik aanloop tegen de grenzen van het schoolsysteem. De gedachte dat alle kinderen op dezelfde leeftijd dezelfde vaardigheden moeten beheersen en dat hieraan een oordeel wordt gehangen, is voor mij lastig te legitimeren. In mijn praktijk probeer ik om de grenzen binnen het systeem (nog) meer op te rekken waardoor het meer over het kind gaat en het voor mij werkbaar blijft.

Sinds het teamtraject werken we op De Vlieger steeds meer samen met de kinderen. We kijken kritisch naar protocollen. Zo zijn we afgestapt van het gebruik van een methode voor de sociaal-emotionele ontwikkeling, simpelweg omdat het uitvoeren van lesjes sociaal-emotionele ontwikkeling geen garantie is op succes. We kijken liever naar ‘wat een kind (of groep) op het moment zelf nodig heeft’ dan naar de vraag wat er ‘met een kind aan de hand is’. Ons portfoliorapport krijgt meer en meer een pedagogisch karakter. We bepalen met het kind wat we willen leren en we vinden dat ieder leerstapje ertoe doet. Een cijfer is dus niet het doel op zich.

In mijn tijd als leerkracht van groep 8 heb ik op moeten komen voor de kinderen achter de scores en achter het gedrag. Soms heb ik een vo-school een spiegel voor moeten houden en soms de ouders. Dit was niet altijd even leuk en makkelijk, maar wel nodig. Zo had ik een leerling die op basis van zorgen over zijn (voorheen agressieve) gedrag niet toegelaten zou worden op de vo-school van zijn keuze. Wij hebben hem toen met de hele klas gesteund door een brief te schrijven en een petitie (met handtekeningen van de hele klas) aan te bieden bij de directie van de school. We vonden dat hij een kans verdiende om toegelaten te worden. Hartverwarmend, als je weet dat deze leerling aan het begin van het jaar alleen stond in de groep. Een ander voorbeeld: een kind vertrouwde mij toe, dat hij expres had ondergepresteerd, omdat hij niet tegen zijn vader durfde te zeggen dat hij niet naar het gymnasium wilde. Dit hebben we toen samen gedaan.

Mijn leerlingen weten, dat ze niet afgekeurd worden op wie zij zijn als er een conflict is met een ander kind of leerkracht. Dat je altijd de kans moet krijgen om iets goed te maken, als kind en als leerkracht. Dat ieders geluk even zwaar telt in mijn groep en dat er dan pas sprake kan zijn van groepsgeluk. Iedere leerling in de groep is verantwoordelijk voor dat groepsgeluk.

Een andere memorabele leerling die ik eens in mijn groep had, was Sanne, een meisje met een ‘groot dossier’. Volgens afspraak moest zij van school opgehaald worden bij ongewenst gedrag. Op een dag kwam Sanne ontzettend boos als eerste mijn klas binnenstormen van het schoolplein, waar ze dikke ruzie had gehad met een andere leerling: ze had verloren bij een spel en daar had ze heel veel moeite mee. Ze begon met stoelen en tafels te gooien en noemde mij ‘kankerjuf’. Ik heb de groep op de gang laten wachten en heb contact gezocht met Sanne. Ik zei haar, dat ik zag hoe boos ze was. Ik legde haar uit, dat ik best snapte dat ze even tijd nodig had om weer rustig te worden, maar dat ze echt niet met het meubilair kon gaan gooien. Dat was onveilig voor de andere kinderen. Ze stopte toen met gooien, maar ging vervolgens zachtjes zitten fluister-vloeken onder een tafel. De rest van de groep heb ik toen laten binnenkomen met de mededeling dat wij aan het werk gingen en dat Sanne nog even tijd nodig had om te kalmeren, voordat ze weer met ons aan het werk kon.

Al snel kwam Sanne onder haar tafel vandaan. Ze deed haar best om te laten merken, dat ook zij klaar was om aan het werk te gaan. Zo stak ze steeds haar vinger heel hoog in de lucht (terwijl ik ‘vingers opsteken’ niet als communicatieregel hanteer in mijn groep) om te laten zien dat ze meedeed met de instructie. Ze kwam naar me toe met leerstofinhoudelijke vragen waar ze allang het antwoord op wist.  Ze riep bij een nieuwsdiscussie in de klas over de invalproblematiek van leerkrachten, dat ze zo blij was dat haar juffen er altijd waren. Ik gaf haar natuurlijk de ruimte om mee te doen, ik hielp haar bij haar vragen en knipoogde naar haar bij de nieuwsdiscussie.

Opeens kreeg ik een briefje op mijn bureau, waarin Sanne haar excuses aanbood voor het schelden en gooien. Daar hebben we toen even over gepraat. Zonder boosheid en zonder verwijten heb ik haar uitgelegd, dat schelden op dat moment niemand (mij niet, de groep niet en haarzelf niet) onderwijsgeluk had gebracht. Zij zei toen: ‘Ik voel me nu wel gelukkig omdat we het goed hebben kunnen maken.’

Na schooltijd heb ik Sannes moeder pas gebeld om kort uit te leggen wat er gebeurd was. Sindsdien is het niet meer voorgekomen, dat Sanne door het lint ging. De rest van het jaar maakte ze echt onderdeel uit van de groep. Op het moment dat een kind ontologische veiligheid ervaart in de klas, plukt ook de rest van de groep daar de vruchten van. ‘Iedereen hoort erbij en iedereen mag er zijn’ is dan de waarheid geworden, die bijdraagt aan het (zelf)vertrouwen van alle leerlingen en van de leerkracht. Dat is voor mij onderwijsgeluk!

Als ik terugkijk naar de afgelopen paar jaar, dan kan ik zeggen dat Pedagogische Tact richting heeft gegeven aan mijn professionele ontwikkeling. Ik kies nu steeds opleidingen en cursussen die aansluiting vinden bij het belang van de psychologische basisbehoeften voor zowel mijn leerlingen als mijzelf. Hierdoor word ik steeds kritischer bij het maken van besluiten: is het in het belang van het kind en waarom dan wel of niet?

Janneke de Koster is leerkracht in de bovenbouw van OBS De Vlieger in Schoonhoven. Enkele jaren geleden volgde Janneke eerst individueel een traject bij het NIVOZ en daarna met haar hele schoolteam op OBS De Vlieger.

Reacties

2
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Klaartje Plancken
1 maand en 23 dagen geleden

Prachtig voorbeeld van echte relatie vorming middels pedagogische tact Janneke! Heel blij met jou op De Vlieger. Naast dat je het verschil kunt betekenen voor de kinderen, doe je dat ook voor het team..! Hopelijk blijven jullie erover in gesprek met elkaar!

Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie



Janneke de Koster
1 maand en 22 dagen geleden

Wat fijn om te lezen, Klaartje! De Vlieger met zijn team, leerlingen en ouders maakt voor mij ook het verschil!

Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief