Oefening zonder richting blijft beweging zonder bestemming
12 januari 2026
Dat taal, schrijven en rekenen onder druk staan, is vandaag de dag moeilijk te negeren en een terugkerend onderwerp in nieuws, artikelen en gesprekken. Leerlingen lezen minder goed, schrijven minder scherp en rekenen minder zeker. Dat is geen discussiepunt, dat is realiteit. En dus doen we wat logisch lijkt: we zetten er vol op in, met meer tijd, meer geld, meer programma’s, meer methodes en meer meten. Het zit schoolleider Danny Weeda niet lekker, en daarom schreef hij dit essay.
De markt doet wat ze altijd doet en biedt "oplossingen": lespakketten, interventies, dashboards en meetinstrumenten. De inspectie benoemt het nadrukkelijk, met indicatoren die niet vrijblijvend zijn. OP0 (de standaard Basisvaardigheden) staat niet ergens achteraan, maar voorop. Wie daar tekortschiet, heeft iets uit te leggen. Het doel is helder en ook begrijpelijk: beter onderwijs, minder achterstanden en meer grip.
En toch begint het mij steeds vaker te wringen.
Niet omdat taal en rekenen onbelangrijk zouden zijn, integendeel, maar omdat ik me steeds vaker afvraag waarbinnen we deze vaardigheden eigenlijk aanleren. Wat is de context waarin taal en rekenen betekenis krijgen? Wat is het vertrekpunt van waaruit een leerling zou willen schrijven, rekenen en redeneren?
Mijn twijfel zit niet in de basisvaardigheden zelf, maar in de manier waarop we ze benaderen: als iets wat gerepareerd moet worden. Alsof onderwijs een werkplaats is waar we defecten herstellen. Oefening baart kunst, zeggen we dan. En dat klopt. Maar oefening zonder richting blijft beweging zonder bestemming.
Taal doet ertoe
Daarbij doet taal er vanzelfsprekend toe. Juist daarom is het niet onschuldig hoe we haar positioneren. Als taal vooral wordt uitgesproken als de belangrijkste vaardigheid, verandert dat de ordening van het curriculum. Andere vakken worden dan geen bronnen van betekenis meer, maar ondersteunend materiaal. Niet omdat ze minder waard zijn, maar omdat ze hun taal verliezen.
Wat is het nut van uitstekende rekenvaardigheden als je niet weet waarvoor je ze inzet? Wat betekent schrijfvaardigheid als er geen innerlijke noodzaak is om iets te zeggen? Wie leert een betoog schrijven zonder te weten waar hij voor staat?
Daar begon mijn denken te schuiven.
Ik was zelf geen uitblinker in taal. D’s en t’s bleven een worsteling, ondanks goede docenten. Maar ik hield van literatuur, van taalspel en van betekenis. Van het plezier om te ontdekken dat ‘witte sneeuw’ geen pleonasme is, omdat gele sneeuw ook bestaat. Die liefde zat niet in beheersing, maar in verwondering.
Met rekenen en wiskunde was het vergelijkbaar. Ik zag de schoonheid van geometrie en genoot van goede uitleg, maar het snappertje was soms te klein. Toch haalde ik zonder moeite een bachelor bedrijfseconomie. Later, in de accountancy, ontdekte ik hoe cijfers verhalen konden dragen en betekenis kregen. Ik zag de ondernemer achter de balans, de keuken die nog gebouwd moest worden, de investering die meer was dan een getal. Rekenen werd voor mij meedenken, betrokken zijn bij het succes van de ander.
De cijfers kregen betekenis omdat ze ergens over gingen.
Leren begint niet bij beheersen, maar bij betekenis
Dat inzicht is voor mij essentieel geworden. Leren begint niet bij beheersen, maar bij betekenis. En betekenis ontstaat niet uit herhaling alleen, maar uit betrokkenheid, verbeelding en expressie.
Opbrengsten en prestaties
In Not for Profit waarschuwt Martha Nussbaum dat onderwijs dat zich laat leiden door economische opbrengst en meetbare prestaties, het vermogen ondermijnt om kritisch, empathisch en democratisch te denken. Niet omdat vaardigheden onbelangrijk zijn, maar omdat zij zonder vorming en reflectie hun publieke betekenis verliezen.
Voor een project binnen het samenwerkingsverband bezocht ik onlangs enkele scholen. De toon was opvallend eensluidend: high performance, taal en rekenen. Dáár draait het om. Dat is wat telt.
Tijdens een rondgang op een basisschool liepen we langs een leeg technieklokaal. Mooi ingericht, zichtbaar met zorg opgezet, maar verlaten. ‘Daar gaven ze vroeger techniek en beeldende vorming,’ werd gezegd. ‘Nu niet meer. Taal en rekenen zijn belangrijker.’
Ik voelde ongemak. Niet uit sentiment, maar uit zorg. Wat betekent dit voor kinderen die juist via maken, bouwen en verbeelden toegang vinden tot denken? Voor leerlingen voor wie taal niet vanzelfsprekend het eerste kanaal is?
En nee, dit is geen pleidooi voor vakoverstijgend werken of de volgende onderwijsvisie. Ik wil geen alles-in-één-projecten waarin vakken oplossen in een thema. Ik wil juist dat elk vak zijn eigen recht behoudt. Geschiedenis om te begrijpen waar ideeën vandaan komen. Beeldende vorming om te leren uitdrukken wat je voelt en denkt. Techniek om te ervaren waarom rekenen ertoe doet. Economie om te begrijpen hoe keuzes, schaarste en verantwoordelijkheid samenhangen. Muziek om structuur en emotie samen te brengen.
Niet als tegenwicht tegen taal en rekenen, maar als grond waarop ze kunnen landen.
En daar, in die samenhang, zit de clou. Waarom zou je een betoog leren schrijven als je niet weet waar je stem over gaat? Hoe stuur je een scherpe brief als je geen idee hebt hoe systemen werken? Waarom zou je rekenen als je niet weet wat je wilt bouwen? Zonder inhoud, zonder betrokkenheid, zonder expressie blijven vaardigheden leeg. Ze worden iets wat je beheerst, maar niet iets wat je gebruikt.
Mijn zorg is dat we het vertrekpunt overslaan. Dat we drukken op vaardigheden zonder te voeden wat eraan voorafgaat, alsof beheersing vanzelf motivatie voortbrengt. Maar motivatie ontstaat niet uit druk. Ze ontstaat uit betekenis.
Onderwijs is niet óf-óf. Het is ook geen reparatie van achterstanden alleen. Onderwijs is het aanbieden van datgene wat nodig is om zelf te blijven denken, om interesse te ontwikkelen en om uiteindelijk te willen snappen wat je moet snappen.
Misschien begint goed onderwijs niet bij indicatoren, maar bij een eenvoudigere vraag: waar raakt dit aan wie jij bent?
Pas dan wordt oefenen zinvol. Pas dan krijgen taal en rekenen een ziel.
Danny Weeda is schoolleider binnen scholengroep Penta en tijdelijk gedetacheerd als projectleider bij het samenwerkingsverband, waar hij zich richt op de verdere ontwikkeling van inclusief onderwijs.
Reacties