Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Montessorischool Merlijn, Den Bosch - een schoolportret

30 oktober 2018

Dat we hier te maken hebben met een Montessorischool, daar is op het eerste gezicht geen twijfel over mogelijk. Direct al bij binnenkomst sieren uitspraken en foto’s van Maria Montessori de muren van de entree en de centrale hal en bij de lokalen staan kastjes met het gouden materiaal. Maar dat is niet altijd zo geweest, vertelt directeur Eveline Houdijk desgevraagd.

‘We bestaan dit jaar dertig jaar en ik zat met een collega foto’s te bekijken van toen. Op die foto’s zag ik prachtige Montessorikasten staan, die we nu niet meer hebben. “Waar zijn die kasten, wie heeft ooit bedacht dat die kasten weg moesten?”, vroeg ik, want daar kun je prachtig het materiaal in tentoonstellen. Helaas staan die hier niet meer op school. Die zijn ooit onder de druk van het opbrengstgericht werken de deur uit gedaan. Maar dat alles maakbaar en stuurbaar is, past helemaal niet bij ons. Dus zoeken we nu zelf steeds meer naar dingen die wel bij ons passen. En brengen we Montessori steeds meer terug de school in.’

NIVOZ-redacteuren Joyce van den Bogaard en Rikie van Blijswijk liepen een dagje mee op Montessorischool Merlijn in ’s-Hertogenbosch en vertellen wat ze zagen.

Op NIVOZ-platform hetkind vind je meer schoolportretten en video's. Klik hier
 

De aanschaf van externe methodes is voor het terugbrengen van Montessori in de school niet per se een belemmering: ‘Voor taal heeft de school altijd met Montessorimateriaal gewerkt en dat doen we nu nog steeds, met vernieuwde Montessorimaterialen. Voor rekenen gebruiken we naast de methodelijn (alle leerlingen volgen hierbij vaste groepslesjes) ook de Montessori-materialenlijn. In deze lijn hebben kinderen vrijheid van keuze en tempo (individuele lesjes). Voor het kosmisch onderwijs hebben we een methodelijn als bronnenboek en dagen we kinderen uit tot het stellen van leervragen/kosmische uitdagingen, waarmee ze zelf op zoek gaan naar meer kennis en vaardigheden (vanuit eigen interesse, keuze en tempo).’ Een andere verandering die eraan komt, zijn de kindgesprekken: ‘Nu vinden de kindgesprekken vooral plaats gericht op het sociaalemotionele vlak, maar we willen ook meer kindgesprekken voeren over de gehele ontwikkeling van kinderen. Over een paar jaar zal het voeren van kind-oudergesprekken, waarbij het kind initiërend is voor de onderwerpen die besproken worden, gewoon zijn. Het kind nog meer betrekken bij het eigen leerproces is hierbij uitgangspunt. Dit gebeurt nu spontaan in sommige groepen, en zal schoolbeleid gaan worden. De basis is dat we werken vanuit ik-doelen voor de kinderen. De kinderen werken aan die doelen die zij nog niet beheersen. In de onderbouw en bovenbouw volgen wij hierin meer de lijn van het kind dan in de middenbouw. In die bouw moeten kinderen vaardigheden leren en kennis opdoen, waarbij lesjes van de leerkracht belangrijk zijn (technisch leesonderwijs, spellingonderwijs en rekenen). Dit heeft ook te maken met de ontwikkelfase van het kind volgens Montessori (pdf).’

Beperkte ruimte
Bij dit alles hebben ze op Merlijn (acht groepen, twaalf leerkrachten (één fulltimer en de rest parttimer)) wel te maken met de beperkte ruimte die ze in het gebouw tot hun beschikking hebben. Desondanks trof Eveline bij haar aanstelling als directeur vier jaar geleden een school met een krachtig en passievol team, dat de uitgangspunten van Montessori van harte onderschrijft. ‘Het kind komt binnen en is al een mens, wij hoeven het daar niet meer toe te vormen. Er zit zoveel in een kind en wij willen het tot bloei laten komen. Die visie vind ik hier, en de uitvoering daarvan, daar werken we elke dag keihard aan met elkaar.’

Passie
De kracht van het team blijkt ook wel uit de consistente samenstelling ervan: ‘De school bestaat dit schooljaar dertig jaar; de langst zittende leerkracht werkt hier nu 29 jaar, en er is nog een leerkracht die hier al 25 jaar is. Er is een sterke verbondenheid met het concept, met de school, met elkaar en met de kinderen. Met name op het pedagogische vlak vinden wij elkaar in onderliggende waarden (die ook in de visie van Montessori terug te vinden zijn) van hoe je naar kinderen kijkt. Dat gedrag een signaal is bijvoorbeeld en dat het kind het ons iets duidelijk maakt, wat wij (nog) niet begrijpen. Door steeds te kijken: wat zit erachter, wat vertelt dit kind mij, kom je er als volwassene achter dat jij het anders moet gaan doen. Kernwaarden hierbij zijn: vertrouwen, eigenheid, verantwoording en plezier. In de interactie hoor je dit terug door in de communicatie met kinderen, het kind of de groep te reflecteren op wat er gebeurt en samen met het kind of de groep hier een andere manier voor te vinden. Wat ik verder hier vind, is dat mensen altijd bereid zijn om na te denken en vanuit onze gedeelde passie te kijken hoe dingen nog beter kunnen. Het is hier heus niet altijd goed en geweldig, maar er heerst hier wel een rust en er lopen mensen die rust uitstralen. Natuurlijk zijn er ouders die het niet bij hun kind vinden passen, en er zijn soms ook invallers die Montessori niet bij wie ze zijn als mens vinden passen, en dat is ook goed. In de teamvergaderingen vind ik iedereen heel passievol, alle leerkrachten hebben een passie voor dit onderwijs. Dat heeft denk ik te maken met je mensbeeld, en dat je heel goed ziet wat kinderen nodig hebben. Daar is dit team sterk in.’

Vertrouwen
Vertrouwen hoort daar ook bij: we hebben veel vertrouwen in kinderen. Je ziet hier kinderen alleen of met elkaar op de gang werken en ouders vragen me wel eens: ‘Is er dan geen toezicht?’ En dan ben ik even verbaasd, want wij doen dat vanuit vertrouwen.’ Dat merk je ook als bezoeker: overal zitten groepjes kinderen te werken, de deuren van de lokalen staan open, en toch heerst er een weldadige rust in het gebouw. Tijdens het gesprek komt er soms een kind langs om een pleister te halen of haar verontwaardiging te uiten over een in het toilet gevonden lepel, maar op een bijna volwassen manier wordt dat onderling opgelost. Zo loopt er een onderbouwer met een kapotte knie de hal in, en is er een bovenbouwer die zich direct over hem ontfermt en hem in de keuken uitlegt waar de pleisters liggen en hoe je die op een wond kunt plakken. ‘Help mij het zelf te doen’ in de praktijk!

Schoolraad
Kinderen op Merlijn hebben sowieso veel in de melk te brokkelen over hun eigen school en onderwijs, vertelt Eveline. ‘Er is een schoolraad, met een vertegenwoordiging van kinderen uit de middenbouwen en bovenbouwen, en de kinderen in die raad spreken me echt aan op dingen die ze opvalt of die ze anders willen. Zij houden me heel scherp en geven goede feedback.’ Janneke van de Laar, leerkracht in de bovenbouw en sinds kort ook inzetbaar als gedragsspecialist, heeft een mooi voorbeeld paraat: ‘We zijn in deze eerste weken heel erg bezig met groepsvorming. En daarbij betrek ik dan de klassenraad van mijn klas. Ik vraag bijvoorbeeld aan de oudsten: hoe gaat het nu met de jongste kinderen in jullie groep? Landen ze een beetje goed? Houd ze eens in de gaten, de jongsten in jouw groepje, en vraag eens hoe het met ze gaat. En een week later komen ze dan bij me met hun observaties en hebben ze die verantwoordelijkheid echt opgepakt. Er was bijvoorbeeld een kindje over wie ze nog twijfelden, en toen hebben we afgesproken dat ze dat kind nog een week extra in de gaten zouden houden. En een week later hadden ze gezien dat dat kind een speelafspraak had gemaakt en een vriendje had. Dat is voor mij heel waardevolle informatie.’

Buitenruimte
Zo relatief beperkt als de binnenruimte van Merlijn is, zo enorm groot is de buitenruimte die er voor de kinderen is. Sinds de herfstvakantie heeft de school van het schoolplein een natuurlijke speelruimte gemaakt. Door het extra groen neemt ook de biodiversiteit toe in de omgeving van de school. Direct naast de school en deels ook er omheen strekt zich een strook gras uit die minimaal zo groot is als een voetbalveld, en waar naast een boel vrije speelruimte ook nog van alles te doen is: een blotevoetenpad, een freerunning parcours, een heel basketbalveld, speelzand, een tafeltennistafel, een kunstgrasveldje, een klimrek, een glijbaan. Er is een belevingstuin die bezocht kan worden, en in grote houten bakken bij de ingang worden groente en fruit geteeld, die in de school verkocht worden. De speelruimte is niet begrensd door een hek, maar alle kinderen weten precies tot waar ze mogen komen: de onderbouw blijft in de buurt van het schoolgebouw, bij het speelzand en de klimtoestellen, de midden- en bovenbouw mogen de hele ruimte benutten. Zelfs als alle kinderen buiten aan het spelen zijn, voelt het nog niet druk aan.

Muziekles en kosmisch onderwijs
In de ochtend ligt de nadruk op taal- en rekenonderwijs. We zien middenbouwer Tijn aan het werk met een Taal-doen-doosje, om zelf een geheimschrift te ontwerpen. Eerst ontwerpt hij de ontcijfercode, waarbij hij elke letter uit het alfabet vervangt door een andere letter, en dan legt hij in geheimtaal zinnen uit zijn lievelingsboek Dummie de Mummie.

Na de lunch, waarbij alle kinderen overblijven, is het tijd voor de creatievere vakken, zoals de muziekles en het kosmisch onderwijs. Terwijl de onderbouw nog buiten in het zonnetje aan het spelen is, gaat de middenbouw zingen. Het thema is het thema van de Kinderboekenweek die eraan zit te komen, en juf Birgit vraagt zich af in hoeverre de klas al weet wat het thema is. Dat blijkt vriendschap te zijn, en daar hebben de kinderen allemaal wel een definitie van: elkaar niet pijn doen, niemand buitensluiten, lief zijn voor elkaar. Luuk uit groep 5 heeft geen woorden nodig om te tonen wat vriendschap is: hij gaat midden in de klas staan, wenkt zijn vrienden Mika en Tijn bij zich en geeft ze tegelijk een grote knuffel, wat uiteindelijk ontaardt in een massale groepsknuffel.

Tegelijkertijd is de bovenbouw bezig met lezen en kosmische les. Sommige kinderen lezen zelf een boek, andere kinderen zijn aan het tutorlezen met kinderen uit de middenbouw, die ze begeleiden bij het lezen. Weer een ander groepje volgt (in een aparte nis aan de voorkant van het schoolgebouw) een workshop om een cactus van ijzerdraad te maken, passend bij het kosmische thema Indianen. Zo’n onderwerp wordt dan belicht vanuit o.a. geschiedenis, biologie, aardrijkskunde, techniek en natuurkunde. De verwerking van deze thema’s kan op verschillende manieren plaatsvinden, zoals door het tekenen van mandala’s, koken of handenarbeid, zoals dus het maken van de cactus.
In het klaslokaal gaat Joëlle uit groep 8 op in haar leesboek. Zij had niet zo’n zin in het tutorlezen, want die kleintjes lezen zo langzaam, dus leest ze lekker zelf. Ze zit nu voor het achtste jaar op deze school. Ze vindt het een leuke school en heeft veel vrienden in de groep. Ze vertelt over het 30-jarig bestaan van de school: ‘Als de vlag buiten uithangt, dan gaat er die dag iets speciaals gebeuren. Zo kregen we deze week een soort yogales, waarin een rots en water een rol speelden. Rots staat symbool voor stevig op je benen staan, water voor meegaan met de golven.’ Wat ze verder bijzonder vindt aan de school zijn het materiaal en het kosmisch onderwijs en natuurlijk haar vriendinnen.

Vredesonderwijs
Leerkracht en gedragsspecialist Janneke vertelt wat voor haar Montessori-onderwijs is: ‘Montessori-onderwijs is natuurlijk eigenlijk vredesopvoeding, je voedt op voor de vrede. In de kern, in de basis, wil Montessori een vredesmaatschappij. (Maria Montessori is meerdere keren genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede, red.). De sleutel tot die vrede ligt in het kind. Als we de omgeving nu zo faciliteren en inrichten dat een kind tot bloei kan komen, zullen we uiteindelijk een vredesmaatschappij gaan krijgen, en pedagogiek en didactiek zijn middelen om die vrede te bereiken. 

Wij, op Merlijn, willen kinderen tot ontplooiing laten komen op hun manier, zodat ze hun plek in de “kosmos” vinden. Daarin lijkt het wel een beetje op wat hoogleraar en onderwijspedagoog Gert Biesta “subjectificatie” noemt: je gaat de kinderen prikkelen tot de wens om volwassen te willen worden, ze laten kijken naar de vraag: “Is wat ik wens ook wenselijk?” Montessori-onderwijs is zeker geen egocentrische vorm van onderwijs, maar pas als je jouw eigen plek in de kosmos weet, kun je jezelf gaan vormen. De ontwikkeling van de wil is daar een onderdeel van, en daarvoor moet je vrijheid krijgen, jezelf ontwikkelen om zorg te kunnen dragen voor je omgeving. Ik wil daarbij ook altijd kijken naar de zingeving voor een kind.’
Van die zorg voor de omgeving en elkaar hebben we op Merlijn mooie en spontane voorbeelden gezien vandaag!

Joyce van den Bogaard i.s.m. Rikie van Blijswijk. Beiden werken als redacteur voor NIVOZ-platform hetkind.

Verdiepend artikel

Maria Montessori en het wezenlijke van opvoeding: 'Help mij het zelf te doen'

 

Reacties

2
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Rob van der Poel
4 jaar en 1 maand geleden

Ik heb dit artikel ook gelezen op Montessori-net. Fijn verhaal van jullie twee, Joyce en Rikie

Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie



Joyce van den Bogaard
4 jaar en 1 maand geleden

Dank je!

Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief