Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Makersonderwijs waarbij de leerling 'opstaat en verschijnt'

18 maart 2019

De afgelopen decennia zijn we de uitkomsten van het maakproces dat in de school plaatsvindt steeds meer als leerprestaties gaan beschouwen; daarmee verdween ‘het maakproces’ naar de achtergrond. In het makersonderwijs zoals dat in de tweedaagse Maak 2018 tot uiting kwam, gebeurde meer dan alleen maar iets produceren. De makers – met name de kinderen en de jongeren – stonden op, kwamen te voorschijn en 'verschenen'. Een artikel van Wouter Pols, die in Den Haag aanwezig was.

Maak 2018 was een initiatief van Het Nationale Theater (HNT). Het evenement werd door 28 docenten uitgevoerd, waaronder veel theaterdocenten. De twee dagen -  in oktober vorig jaar - werden door bijna 500 mensen bezocht: basisschoolleerlingen (bovenbouw), middelbare scholieren, mbo- en hbo-studenten, schooldirecties, beleidsmakers en ouders.

Maak 2018 was een bijzondere vorm van makersonderwijs. De invalshoek was geen nieuwe technologie, maar podiumkunst. Die kunstvorm  liet een geheel nieuw soort makersonderwijs ontstaan. Het programma besteedde – naast het bedenken en maken van presentaties – veel aandacht aan socratische en andere op reflectie gerichte gespreksvormen. Maken, het opdoen van ervaring ermee en het nadenken hingen binnen Maak 2018 onlosmakelijk met elkaar samen

Maak 2018 was een collectieve productie. De docenten die Maak uitvoerden bereidden zich tijdens vijf voorbereidingsdagen met elkaar erop voor. Maken vereist materiaal, maar ook gereedschappen waarmee kan worden gewerkt. We moeten hier niet alleen aan materiële, maar ook aan geestelijke gereedschappen denken. Die kregen de docenten in de vorm van voorbeelden, ideeën, aanpakken en werkwijzen door verschillende externe docenten volop aangereikt. En daarbij werd niet alleen ruimte gemaakt om met het maakproces ervaring op te doen, maar ook om over dat proces na te denken.

Op de eerste dag van Maak 2018 lag de nadruk op maken, op de tweede dag op het nadenken erover. Het ‘maken’ gebeurde in heterogene, uit alle leeftijden bestaande groepen, het nadenken erover in homogene groepen. Beide dagen, en ook de voorbereidingsdagen, heb ik als participerend observant bijgewoond.

De eerste dag sloot ik me aan bij drie docenten en een groep deelnemers van allerlei leeftijden, waaronder achtste groepers en middelbare scholieren. Het thema was ‘Licht en donker’. De docenten lieten de deelnemers eerst ervaring opdoen met het ‘maken’ van licht en donker. Vervolgens lieten ze hen de betekenis ervan onderzoeken en verwoorden. En zo wisselden – ook hier – maken, ervaren en denken elkaar af. Tussendoor hadden de deelnemers allerlei (materiële en geestelijke) gereedschappen aangereikt gekregen. De docenten zetten hen daarna aan zelf een presentatie te maken over licht en donker.

Het viel me op hoe actief de basisschoolkinderen en de middelbare scholieren hierbij betrokken waren. Ze lieten zich door het aangereikte inspireren en kwamen ook met zelfbedachte ideeën die direct door de ouderen (mbo- en hbo’ers en volwassenen) werden overgenomen. Zo werd de presentatie hún presentatie.

‘s Avonds werd die aan de bezoekers getoond, waaronder de ouders van de kinderen en jongeren. Dat alles vond ook in de andere groepen plaats. Ik zag een presentatie over een woord dat de wereld uit moest, een over vriendschap en veiligheid, een over wat het ‘is’ om op een luchthaven te zijn. Andere gingen over wat je de wereld zou gunnen, over levenssommen, over in de knoop raken, over of je weten kunt zonder te meten en wat een school zoal zou kunnen zijn.

Zelfbewust en vol vertrouwen
Ook hier zag ik hetzelfde gebeuren als bij de presentatie waar ik betrokken bij was geweest: het waren de kinderen en jongeren die zelfbewust en vol vertrouwen naar voren traden.

‘We kiezen onze eigen weg.
We definiëren ons eigen succes.’

De tweede dag had een ander karakter. Hij begon met het bijwonen van een voorstelling van het Zuidelijk Toneel. Daarin speelde Bruno Vanden Broecke de Griekse filosoof Socrates in zijn laatste uur. Socrates is de filosoof die in plaats van zekerheden te poneren, vragen stelt. Dat doet hij, ook vlak voor het drinken van de gifbeker waartoe de autoriteiten hem wegens zijn kritische houding hadden veroordeeld. Het ging Maak – dat moge duidelijk zijn – om die kritische houding.

Na de voorstelling vonden er in groepen gesprekken plaats over de betekenis van onderwijs en maken. Het resulteerde in verschillende stellingen. Twee ervan vielen me op: ‘Onderwijs, bereid ons voor op het leven, maar dan wel het echte leven’ en ‘Als je niets kunt maken, besta je niet.’ De eerste was – opmerkelijk genoeg – van de middelbare scholieren, de tweede van de basisschoolkinderen.

'We kiezen onze eigen weg. We definiëren ons eigen succes. Wat we nodig hebben is geen ideale les; die is voor iedereen anders. Het enige wat we nodig hebben is vertrouwen.’ Een leerling

Bij de afsluiting van Maak gebeurde er iets opvallends. Onverwacht trad de groep middelbare scholieren naar voren. Een van hen nam het woord. Ze zei: ‘Wees niet bang. Er is zoveel mogelijk, alles kan. We kiezen onze eigen weg. We definiëren ons eigen succes. Wat we nodig hebben is geen ideale les; die is voor iedereen anders. Het enige wat we nodig hebben is vertrouwen.’ Wat hier gebeurde, had ik bij de presentaties ook gezien. Tegen een front van ouderen waren daar de kinderen en jongeren naar voren getreden. Zij presenteerden zich; zij traden – letterlijk en figuurlijk – op de voorgrond. En dat zag ik nu weer gebeuren.

Intermenselijk handelen
De Nederlands-Britse pedagoog Gert Biesta zou dit ‘naar voren treden’ subjectivicatie noemen. ‘Subjectivicatie draait om de verschijning –het ‘tot tegenwoordigheid komen'– van een manier van zijn die nog geen plaats en geen deel heeft in de bestaande ordening van dingen’ (Biesta 2015, pp. 127-128). In de ‘bestaande ordening’ liggen de posities van kinderen, jongeren, jong volwassenen en volwassenen vast. De jongeren die naar voren traden, braken door die ordening heen; dat gebeurde – net als bij de basisschoolkinderen – al eerder bij de presentaties. In het gesprek dat ik later met de jongeren voerde, zeiden ze me dat ze direct het gevoel hadden gehad ‘zichzelf te kunnen zijn’. Ze ervoeren ‘een eenheid omdat iedereen gepassioneerd hetzelfde nastreefde.’ ‘We hadden’, zoals een van hen zei, ‘een sfeer gecreëerd waardoor we durfden.’

Die durf hadden ze zelf ook ervaren toen ze bij de afsluiting naar voren traden. Ze merkten de impact ervan. ‘We dachten, wow, wat hebben we gedaan.’ Voor hen kwam alles waar het bij Maak om ging (het maken van podiumkunst) toen samen; voor hen was dit ‘hét moment’.

Makersonderwijs stelt het maken van de leerling centraal. Maken is, zoals ik eerder zei, iets voortbrengen, iets produceren. In het makersonderwijs zoals dat in Maak 2018 tot uiting kwam, gebeurde meer dan alleen maar iets produceren. De makers – met name de kinderen en de jongeren – stonden op, kwamen te voorschijn, verschenen. Bij Maak 2018 mondde het makersonderwijs uit in gedeeld, intermenselijk handelen. Binnen dit handelen werd de ‘bestaande ordening’ doorbroken; ieder kon op zijn eigen wijze naar voren treden: de volwassenen, de jongvolwassenen, maar ook (vooral ook!) de kinderen en jongeren. •

Wouter Pols was leraar in het speciaal onderwijs en opleider in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Tot 1 januari 2019 was hij verbonden aan de Hogeschool Rotterdam. Hij publiceert over opvoeding, onderwijs en vorming. Dit artikel verscheen eerder in het blad Van12tot18.

Referentie

Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs (A.J. James, R. Kneyber & G. Biesta, vert.). Culemborg: Phronese (oorspronkelijk Engels, gepubliceerd in 2014).

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief