Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Leren, ontdekken en leven

5 juli 2019

‘Als leren, ontdekken en leven niet met elkaar in balans zijn in je onderwijs, dan ontzeg je je leerlingen een heleboel.’ Aan het woord is Frans van Soest, economieleraar op het OBC Bemmel én initiatiefnemer van een prachtige proeftuin: Leerling in Beeld, op OBC Bemmel inmiddels beter bekend als LiB. Niet alleen Frans vertelt enthousiast wat daar zoal tot wasdom komt, ook enkele collega’s en leerlingen maken hier tijd voor vrij in hun laatste échte schoolweek voor de zomervakantie.

De leerlingen noch de leraren wekken de indruk keihard aan vakantie toe te zijn. Is het zo fijn werken in deze proeftuin, waar hooguit drie vakken per lesdag worden gegeven in blokken van honderd minuten? Na twee jaar ervaring opdoen in 2-havo is de eerste oogst binnen: LiB blijkt een nieuwe-leerling-magneet bij de achtstegroepers van de omliggende basisscholen. Bovendien wordt het laaghangend fruit gedeeld in een groter deel van de school, waar volgend jaar onder andere gewerkt zal worden met grotere lesblokken.

Het enthousiasme en werkplezier hangen als een soort aura om Frans heen, als hij over LiB vertelt. De schoonheid van het toeval: als ik nog eens kijk naar de drie domeinen die de voedingsbodem zijn van Frans’ proeftuin, dan zie ik dat de eerste letters ervan – Leren, Ontdekken, Leven – samen het woord ‘lol’ spellen. Of misschien is dat geen toeval. In ieder geval is het vrij vertaald naar de drie domeinen kwalificatie, subjectificatie en socialisatie die Biesta beschrijft in ‘Het prachtige risico van onderwijs’, legt Frans uit. ‘Ik mag graag pedagogische teksten lezen. Vooral Gert Biesta heeft mij geïnspireerd. Naast het verwerven van kennis en vaardigheden – leren - moet je als leerling ontdekken hoe jij als persoon in de wereld wilt zijn en deel gaan uitmaken van de samenleving, wat ik kort samenvat als leven. Aandacht voor ontdekken en leven was naar mijn gevoel veel te weinig aanwezig in ons onderwijs. Mijn collega’s en ik denderden de lessen, toetsen en schooljaren door, als sneltreinen op elk hun eigen spoor, zonder contact met elkaar te maken’, blikt Frans terug.

Kweekkamer wordt proeftuin
Tijd voor verandering, vond Frans. Hij begon een netwerkje van collega’s om zich heen te verzamelen, met wie hij de drie domeinen van Biesta naar de onderwijspraktijk wilde vertalen. Een van die collega’s is Marloes Witjes, muziekdocent en inmiddels mentor bij LiB. Zij schuift ook even aan bij ons gesprek. ‘Waar zit de ruimte om meer te doen aan ontdekken en leven en toch de door de overheid vastgestelde leerdoelen te halen? Hoe geven we onze leerlingen nadrukkelijker een stem in hun leerproces? Hoe halen we de focus weg van een afrekencultuur op cijfers naar een feedbackcultuur? En ook: hoe gaan we dat organiseren? Antwoorden op die vragen zijn we gaan uitwerken. ’Frans vult Marloes aan: ‘We kwamen al vrij snel op het idee om per dag minder vakken te geven, maar dan wel in grotere tijdsblokken van tweeënhalf uur of minimaal honderd minuten. Dat geeft meer rust op een lesdag en meer ruimte voor leren, ontdekken en leven.’

Ik denk terug aan de ouderavond die ik inmiddels twee jaar geleden bijwoonde over de eerste LiB-plannen – mijn zoon zit namelijk ook op OBC Bemmel. Mij leek het destijds weinig aantrekkelijk: dezelfde traditionele vakken, maar dan in nóg langere blokken dan de vroeger door mij zo gehate “blokuren” van 2 x 50 minuten wiskunde of Latijn.

Maar er was een belangrijk verschil, leerde ik die avond. Het LiB-team had mooie ideeën voor een proeftuin, waarin ruimte was voor afwisseling in werkvormen, van directe instructie tot praktische opdrachten, experimenten en onderzoek, met behulp van internet, apps, boeken, presentaties of wat dan ook, als het maar toegevoegde waarde zou bieden. Daarnaast zou er in grotere tijdsblokken van drie uur per vak gelegenheid zijn om verbinding met de buitenwereld te zoeken. Ik vraag Frans en Marloes of dat ook gelukt is. ‘Natuurlijk moet je niet gewoon twee keer zo lang je verhaal afsteken!’ roept Frans bijna uit. Alle LiB-leraren gebruiken elkaar volop als klankbord om goed invulling te kunnen geven aan de lesblokken. Elke dag starten ze met een bordsessie, waarbij ze de doelen en actiepunten kort met elkaar doornemen. Maar ook ouders en leerlingen wordt om feedback gevraagd tijdens gezellige avonden, waar leerlingen koken voor de ouders en de leerlingen elkaar bespreken.

Natuurlijk moet je niet gewoon twee keer zo lang je verhaal afsteken!

Frans: ‘Die afwisseling en verbinding met de buitenwereld zoeken we zeker op in onze lessen. Een mooi voorbeeld hiervan is het zwerfafvalproject, waarbij de leerlingen een oplossing mochten presenteren aan de gemeente voor het zwerfafvalprobleem, of een excursie die we maakten naar een drijvend zonnepark en het Escher Museum.’ Marloes knikt. ‘De leerlingen bedenken ook “challenges” voor zichzelf, van uitzoeken welke nagellak het beste houdt tot white-hacking. En we zijn bijvoorbeeld muziek gaan maken bij bejaarden. Dat was heel bijzonder voor zowel de ouderen als voor de leerlingen.’ Er zijn extra kosten verbonden aan het volgen van LiB: leerlingen hebben een eigen laptop nodig en daarnaast wordt jaarlijks een eigen bijdrage verwacht van vijftig euro. Een bescheiden bedrag, mede dankzij de LOF-subsidie die Frans al twee keer heeft mogen ontvangen voor zijn proeftuin.

Geen landbouwbedrijf
Of de lesminuten net zo effectief zijn in die langere blokken met verschillende werkvormen als bij de ‘traditionele’ lessen van vijftig minuten lijkt voorlopig per vak te verschillen, begrijp ik even later van wiskundedocent Babs Penning - De Vries. ‘In het eerste jaar LiB had ik een blok van drie keer vijftig minuten en dat bleek in de praktijk echt te lang. Hartstikke leuk dat de leerlingen tijd hadden voor experimentjes, hoor, maar soms leerden ze daar geen bal van. In dit tweede jaar zijn we naar honderd minuten gegaan voor wiskunde en dat werkt beter. Wat mij betreft is het nog te vroeg om te kunnen beoordelen of de lesminuten net zo effectief zijn als in de traditionele lesuren. Het is dan ook een proeftuin.’ Ze lacht hartelijk als ze toevoegt: ‘Dat is “het prachtige risico van het onderwijs”.(Biesta, 2015).’
Het grote voordeel dat Babs ziet in LiB, is dat zij echt voelt hoe er veranderingen in gang zijn gezet door het LiB-team. ‘We komen los van de lesmethodes, gaan steeds meer formatief toetsen. In de langere lesblokken kun je ook dieper op iets doorgaan en zo grotere stappen zetten. Dat geeft energie.’

Marloes en Frans erkennen dat zij nog niet weten of ieder vak even veel ‘leeropbrengst’ haalt uit de lesminuten in de LiB-structuur. ‘Maar wij willen ook niet denken in termen van productiviteit. Wij werken bewust “vertragend” als dat nodig is,’ vertelt Marloes. ‘Als een leerling de stof niet voldoende beheerst om de door de overheid vastgestelde leerdoelen te behalen, dan kijken we nogmaals wat die leerling nodig heeft om zijn leerdoel wél te behalen.’ Frans legt mij ten slotte zes plaatjes voor, met op de achterkant een tekst. ‘Deze kaartjes gebruik ik soms als inspiratie. Kies er maar een uit.’ Ik pak een foto van een gieter waarmee plantjes worden besproeid. Op de achterzijde lees ik:

‘In de landbouw maakt het niet uit of individuele planten bloeien of verwelken, zolang de totale opbrengst hoger is dan de kosten. Dit geldt niet voor de tuinman, die met liefde zorgdraagt voor elke plant’

Het is wel duidelijk dat de LiB-proeftuin wordt onderhouden door een team van liefdevolle tuinmannen, denk ik bij mezelf. Hier groeit en bloeit van alles. 

Groepsgevoel
Rond de lunch zwaait de deur open van de vergaderkamer, waar ik met Frans zit te praten. Lisanne, Stefano, Julia en Tij vallen binnen. Ze ploffen neer in de vier stoelen tegenover mij. Ze hebben zich aangeboden als vrijwilliger om mij iets te vertellen over hun ervaringen met LiB, hoor ik van Frans, die zich discreet terugtrekt. Als ik vraag of ze blij zijn met hun keuze voor LiB, knikken ze alle vier geestdriftig van ‘ja’. ‘Weet je wat het allerfijnste is?’ vraagt Julia. ‘Dat we geen toetsweken meer hebben. Ik had daar eerst zo veel stress van.’ Lisanne nuanceert: ‘Nou ja, nu hebben we een halve toetsweek met een paar proefwerken. Dat vind ik wel jammer, maar het is fijn dat we bij een onvoldoende een soort reparatieopdracht krijgen om alsnog een voldoende te kunnen halen.’
Stefano is vooral blij met de ‘social shuffle’: ‘Jongens en meisjes moeten met elkaar samenwerken en zitten ook naast elkaar. Dat werkt zó goed! Ik zou dat zelfs wel klasoverstijgend willen. Iedereen leert elkaar kennen en werkt samen, terwijl je anders niet zo snel met elkaar praat. Hierdoor zijn we echt een hele fijne groep geworden.’ Dat een dertienjarige dit als grootste voordeel van zijn LiB-klas benoemt, benadrukt voor mij hoe belangrijk een goede sfeer in de groep is. ‘Niemand is bang om elkaar om uitleg te vragen, omdat iedereen elkaar zo goed kent’ vult Tij aan.
Toch ook een kritisch nootje. ‘Aardrijkskunde duurt lang, daarin zit weinig afwisseling’, vindt Lisanne. ‘Maar bij Kunst-Beeldend vliegt de tijd juist voorbij!’ zegt Stefano. Ook de excursies naar Rotterdam en naar een Duitse kerncentrale scoren hoog. ‘In Rotterdam hebben we veel geleerd over de tweede wereldoorlog, geschiedenis dus, maar ook over de cultuur en over fotografie’, legt Tij uit. Julia: ‘En nu begeleiden wij de nieuwe LiB-brugklassers.’

Wiskundedocent Babs komt binnen. ‘Zijn jullie klaar?’ vraagt ze. ‘Dat hangt ervan af’, antwoordt Stefano en kijkt mij aan: ‘Heb jij genoeg voor je artikel?’

Stefano, je hebt gelijk. Die social shuffle doet prachtige dingen met je.

Meer informatie over Leerling in Beeld is te lezen op de website van OBC Bemmel.

 

Reacties

0
Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief