Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

In gesprek over Thijssens gelukkige klas

26 augustus 2020

'Theo Thijssen noemt De gelukkige klas een hymne op het onderwijzersschap. Het zou nu, met enkele aanpassingen, geschreven kunnen zijn.' Schrijver Peter Boer is al tientallen jaren gefascineerd door het werk van Thijssen en neemt ons mee in de reis die hij met hem gegaan is.

‘Tegen elkaar houden wij altijd maar vol dat alles ‘vanzelf’ gaat, dat we onze klas ‘om onze vinger kunnen winden.’

Het is nog 2007 als ik hoor dat De gelukkige klas van Theo Thijssen de tweede editie van Nederland Leest opnieuw uitgegeven wordt. Ik maakte een vreugdedans in mijn kamer. De volgende dag verschenen er kleine stukjes in de krant. Ik hoef niet te wachten en vertrek een paar dagen later naar café Thijssen, genoemd naar hem, aan de Lindengracht in Amsterdam. Ik kom daar graag om te schrijven.

Een paar jaar eerder kom ik voor het eerst in café Thijssen, nadat ik op diezelfde dag  Thijssens schoondochter Manna voor een interview heb ontmoet. We hebben lang over hem gepraat. Over ‘vader’ die al zo lang weg is en waar iedereen nog steeds zo mee bezig is. Altijd is het maar Kees de jongen [de bekendste roman van Theo Thijssen, red.] Personage Kees was niet haar favoriet. Dat was het Grijze kind. Over De gelukkige klas hebben we het niet gehad.

Theo Thijssen noemt De gelukkige klas een hymne op het onderwijzersschap. Het zou nu, met enkele aanpassingen, geschreven kunnen zijn. Hij beschrijft, om maar iets te noemen, hoe hij omgaat met de richtlijnen van de schoolinspectie. Hij laat ook zien hoe moeilijk het voor een leraar is om bij ieder kind het specifieke talent tot ontplooiing te brengen. Aan een tafel in café Thijssen lees ik uit een sterk verouderd exemplaar. De kritiek op de keuze van Nederland Leest, is dat het boek te oud is; ja, zelfs niet gemakkelijk te lezen en dat het meer een boek is voor de geoefende lezer.

Prettige chaos
In dat jaar zitten mijn kinderen nog op de basisschool. Mijn dochter zit in een klas van zesentwintig leerlingen. Een oude school in de binnenstad met gesloten deuren. Je moet de pincode kennen om naar binnen te kunnen. Er heerst een prettige chaos. De juf loopt op haar tenen. Nog voor de bel gaat, klinken de eerste sms-jes. Ze is van een andere generatie en heeft misschien nog nooit van De gelukkige klas gehoord.

Mijn zoon zit in een klas van dertien; een school middenin het bos. Twaalf jongens en een meisje zitten aan aparte tafels en werken in stilte. Sommigen hebben koptelefoons op hun hoofd. Twee juffen lopen door de klas. Op het bord hangen pictogrammen met eigen betekenissen: voor stilte, werken en vragen om hulp. Er gaat nooit een bel af. In dertien schriften schrijven de juffen soms in korte zinnen over hun klas of deze leerling. Even na twee uur lopen de klassen in rijen naar buiten. Busjes dieselen al op het parkeerterrein. Chauffeurs roken, nu het nog kan, een laatste sjekkie.

Na het café loop ik langs Thijssens beeld Schoolmeester en schrijver. Hij zou er zo vanaf kunnen stappen. Als dit gebeurt, loop ik even met hem op en praten we over het onderwijs. ‘Kom, Boertje, je moet mijn denken van destijds niet verheerlijken. ’t Is al moeilijk genoeg voor de kinders!’ Ik stamel dan maar wat over volle klassen, labelkinderen, passend onderwijs en leraren te kort. Op de hoek van de Lindengracht is hij alweer verdwenen. Dan draai ik me om en zie hem zitten. Een herfstblad wappert in zijn bronzen snor.

Jacques Vriens
Inmiddels is 2020 al een poosje onderweg en ik merk dat Theo Thijssen in al die jaren niet echt uit mijn hoofd is weggeweest. Bijna terloops kroop hij in mijn eerste boek.

‘Iedereen die Kees de jongen kent, heeft zijn eigen Kees. Toen ik het voor het eerst las, herkende ik me in de dagdromerijen en verlangens; over dingen die je in het echt nooit zou kunnen. Dingen ook waar je met anderen niet over praat.’

Mijn werk is dus de schrijverij. Dat over van alles zo een beetje gaat. Ik schreef onder meer  voor SpeZiaal, zorg aan leerlingen van 4 – 16 jaar. In een oud leren koffertje heb ik nog een paar exemplaren liggen. Mijn bijdrage voor het magazine bestond uit het schrijven van columns: schrijfsels over het onderwijs van een buitenstaander. Het is lang geleden dat ik voor het laatst over het onderwijs schreef. Opnieuw begon het te kriebelen toen ik Thijssens werk opensloeg, ook al is het al vreselijk oud. Jacques Vriens schreef eerder Is de klas nog wel zo gelukkig? Van Theo Thijssen tot Meester Jaap, een visie op het basisonderwijs. Mijn idee om met leerkrachten, schoolleiders, zij-instromers in gesprek te gaan en te vragen naar De gelukkige klas, welk citaat trof hen treft en waarom, nee, het is zeker niet nieuw. Toch nodig ik u uit om samen met mij langs Thijssens beeld te lopen. Misschien dat het iets moois oplevert, een dialoog, een visie, een opinie. Het is nu aan de lezer, ik wacht nog even af.

Peter Boer is schrijver. In 2012 schreef hij Vol Hoofd, autistische notities, een autobiografisch verslag over het gaandeweg ontdekken dat autisme een grote erfelijke component bezit.

 

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in om op de hoogte te blijven van reacties op uw reactie


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief