Stichting Nivoz logo
Sterkt leraren, schoolleiders en betrokkenen bij de uitvoering van hun pedagogische opdracht

Nivoz platform hetkind

Hoe kan lesgeven anders dan met hart en ziel?

4 februari 2017

‘Pedagogiek.’ Arjan van der Meij zucht en kijkt wat ongelukkig. Mijn vragen in aanloop naar dit gesprek hebben hem in een lastig parket gebracht. ‘Een gesprek over pedagogiek, relatie …’ hij zoekt naar de juiste woorden. ‘Het is niet aan mij besteed,’ zegt hij tenslotte diplomatiek. Een ander geluid. (En ook weer niet.) Dit artikel, geschreven door Renske Valk, verscheen eerder in het magazine Van12tot18.

Arjan van der Meij is leraar natuurkunde en NLT, landelijk kwartiermaker Maker Education en sinds enige tijd ook voorzitter van de vo-jury van het Leraren Ontwikkelfonds (LOF). Daarom staat hij tegenwoordig een dag minder voor de klas, en het is ook op deze lesvrije dag dat ik hem kan spreken. Die dag minder lesgeven is heel fijn, maar ook wel weer genoeg, want Van der Meij is een leraar pur sang. ‘Ja, ik kan na al die jaren voor de klas wel zeggen dat ik een goede leraar ben. Ik heb een goede relatie met mijn leerlingen, zij vinden me aardig en vinden het kennelijk ook belangrijk om bij mij goede cijfers te halen. Eigenlijk is dat vanaf het begin al zo geweest.’ Het is een even overtuigde als nuchtere vaststelling van hem, zonder enige opsmuk. En goede leraren, vindt Van der Meij, moeten vooral voor de klas blijven, want goede leraren zijn ambassadeurs van het beroep. Goede leraren maken weer andere goede leraren. ‘Ik heb op dit moment een oud-leerling als collega, Jeroen. Hij zei onlangs tegen me: ‘We hebben het over jou gehad, en we zijn er nu achter hoe jij het doet. Het is bij jou zo, dat je als leerling heel graag aardig gevonden wil worden door jou.’ Ha ha, ik voelde me min of meer gehackt.’

Persoonlijk

‘4 Havo is mijn all time favorite. Daar zitten mijn stoere leerlingen, de nog wat onbehouwen en onbeholpen pubers. Na de herfstvakantie loop ik de klas binnen en John – ziet er goed uit, een stoere vent - zegt: ‘Meneer, ik heb u écht gemist!’ Haha! I zag hem schrikken van zijn eigen opmerking want shit … dát is niet cool, zijn hele imago naar de gallemiezen. Maar hij meent het wel.
En laatst liep ik op straat en zag een oud-leerlinge, nu zelf een jonge moeder met een kindje in de wagen. Ze zwaaide uitbundig… Dan denk ik, ik heb prachtig werk.
Bij mij gaat echt niet alles goed. Laatst besprak ik een SO in 6 vwo. Sommigen hadden fouten gemaakt die je in 6 vwo echt niet meer kunt maken. ‘Wat doe je dan in godsnaam hier, in 6 vwo?' riep ik uit. Oei. Ik deed het, omdat ik ervoor wil zorgen dat ze beter presteren. Maar het kwam hard aan, juist vanwege onze relatie. Tja, denk ik dan achteraf. Dat was niet zo heel handig. Maar: het was wél van mezelf.
Onderwijs is voor mij heel persoonlijk, lesgeven doe je met hart en ziel. Als ik thuis narigheid heb, voelen leerlingen dat. Ik heb het geluk dat ik zelf een heel opgeruimd karakter heb. Dat voelen leerlingen. En ik heb ook ontdekt dat ik het snel merk als er onrust aan het ontstaan is: ik ga dan die kant op praten, leerlingen laten zien dat ik ze zie.
Uiteindelijk moet je ervoor zorgen dat er heel weinig zit tussen wie je bent en wat je doet in de klas. Toen een collega van mij, een leuke intelligente vent, begon met lesgeven, maakten de leerlingen brandhout van hem. Hij stelde na verloop van tijd vast: ik heb maar één kans en dat is mezelf zijn. Hij durfde dat en zijn leerlingen accepteerden het. En jaren later werd hij zelfs Leraar van het jaar.'

Maakonderwijs

‘Maakonderwijs is nog altijd bijzonder, het heeft iets magisch. Het is een vorm van samen leren, die ik nog niet eerder heb meegemaakt. Tot slot ben je als leraar altijd de expert. Ik ken de antwoorden van de toets die de leerlingen gaan maken, leerlingen moeten ongeveer doen wat ik wil dat ze doen. Dat is ‘saai’.
In het maakonderwijs ontwikkel je een ander soort relatie. Bij maken weet je niet waar je uit gaat komen en of het überhaupt gaat lukken. Je bent het samen aan het doen, dat is spannend en als het lukt is de beloning instantaan.
Kinderen zijn gemotiveerder want ze mogen iets doen wat voor henzelf belangrijk is. Hun begrip van hoe de wereld in elkaar zit groeit. En ze leren langer te focussen op één ding, daar ben ik persoonlijk heel blij mee. Maken is ook een manier om te laten zien wie je bent. Ik heb een leerling die heel nauwgezet is, priegelig. Zo schrijft hij ook, wat hij schrijft voel je aan de achterkant door het papier heen. Dat zie je ook terug in zijn maken. Hij maakt kleine precieze dingen. Maken is altijd delen, want je moet laten zien wat je hebt gemaakt en dat is voor sommige leerlingen best spannend. Soms lukt dat geweldig en daar groeien ze van.
Dus mag maakonderwijs van mij uitgebreid, ieder kind moet de kans krijgen om een maker te worden. En we kunnen nog meer structuur aanbrengen in de aparte vaardigheden. Denkvaardigheden, maak-vaardigheden, ontwerp-vaardigheden.
Maar ik ben geen voorstander van een maakschool. Daarvoor weten we nog onvoldoende van de opbrengst.’

Systeem

‘Ik ben groot fan van ons onderwijssysteem. Ik ben argwanend naar diegenen die roepen dat we het onderwijs moeten kantelen. We hebben te vaak vwo-leerlingen in ons hoofd als we praten over vernieuwingen. (lees ook: ‘Dit stuk gaat over vmbo, René Kneyber, Trouw, 16 nov). Wij, de Populier, zijn een emancipatieschool. Veel van onze kinderen volgen nu hoger onderwijs dan hun ouders vroeger hebben gevolgd. Onze kinderen en ouders willen een duidelijke school en een diploma dat betekenis heeft. Ik ben vaak bang dat je met allerlei vernieuwingen iets van hen wegneemt zonder precies te weten wat ervoor in de plaats komt. Je moet heel zeker van je zaak zijn voordat je iets op de schop neemt, ik ben daar fel op, ik heb meer argumenten nodig. En laten we ook niet vergeten dat we de gelukkigste kinderen van de hele wereld hebben (bijv. https://www.unicef-irc.org/publications/pdf/rc11_eng.pdf). Dat is fantastisch en daar staan we veel te weinig bij stil.’

Ervaring

‘Als je voor de klas komt, ben je 23 of 24 jaar. Dat is hartstikke jong, dan ben je gek! Dan denk je dat je het allemaal weet. Wat moet je tegen zo een jong iemand zeggen? Trek het je niet zo aan? Dat doe je als je 25 bent. Of: wees niet zo stellig? Dat ben je als je 25 bent. Een goede relatie bouwen met een klas heeft ook te maken met ouder worden en jezelf beter leren kennen.

Ik had vroeger het grootste woord, ik ken nu mijn beperkingen. Een andere collega geeft Engels aan de mavo. Een heftige mavo met volle klassen. Dat doet hij al 27 jaar, en al die jaren haalt hij bovengemiddelde cijfers met deze leerlingen en vinden ze het fijn bij hem in zijn piepkleine lokaal. Ik heb zoveel bewondering voor die man. Soms spreekt hij me even aan omdat hij mij dan weer ergens in een blad heeft zien staan. En ik zeg dan tegen hem: het feit dat jij die prestatie in jouw klas neerzet geeft mij de ruimte om andere dingen te doen. Er zijn heel veel van dit soort leraren en ik vind ze de backbone van ons onderwijs. Daar zou wel eens wat meer aandacht voor mogen zijn.

Wilde je het nog hebben over pedagogiek?’

Arjan van der Meij is leraar natuurkunde en NLT en bèta-teamleider op CS de Populier. Hij is voortrekker van Maker Education van het eerste uur en juryvoorzitter van het LOF–team voortgezet onderwijs.

 


Magazine Van12tot18


Van Twaalf tot Achttien schrijft over zaken die het voortgezet onderwijs betreffen. Het spectrum van onderwerpen is breed, net als het voortgezet onderwijs zelf. De artikelen hebben altijd tot doel om het werk van de school te verrijken. Dat doen de artikelen door te duiden, te beschouwen of eenvoudigweg door informatie te geven. Soms gaat het over het ‘grote verhaal’ van onderwijs in Nederland, soms slechts over een specifiek thema dat wel in een algemene lezersbehoefte voorziet, bijvoorbeeld een thema als ‘ouderbetrokkenheid’. Van Twaalf tot Achttien schrijft voor de hele school; voor docenten, docententeams.en management.

 

 

Reacties

0
Login of vul uw e-mailadres in.


Er zijn nog geen reacties
Delen:
Op de hoogte blijven?
Schrijf je in voor de nieuwsbrief